Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-04-01
ECLI:NL:RBLIM:2026:2764
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
7,216 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:2764 text/xml public 2026-04-15T11:22:20 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-04-01 12128211 \ CV EXPL 26-978 Uitspraak Kort geding NL Roermond Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:2764 text/html public 2026-04-15T11:21:49 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:2764 Rechtbank Limburg , 01-04-2026 / 12128211 \ CV EXPL 26-978 Huurachterstand. Verstekvonnis. Ontruiming toegewezen, ondanks ontbreken vroegsignalering. Huurder reageert nergens op. RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 12128211 \ CV EXPL 26-978 Vonnis in kort geding van 1 april 2026 in de zaak van VELI VASTGOED EN PROJECTONTWIKKELING B.V. , te Geleen, eisende partij, hierna te noemen: Veli Vastgoed en Projectontwikkeling B.V., gemachtigde: mr. K.J.P. Roufs, tegen [huurder] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [huurder] , niet verschenen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, - de mondelinge behandeling van 16 maart 2026, - het tegen [huurder] verleende verstek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [huurder] huurt van Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. voor onbepaalde tijd met een minimale duur van twaalf maanden met ingang van 1 december 2022 de zelfstandige woonruimte, staande en gelegen aan [adres] (hierna het gehuurde). De huurprijs bedraagt laatstelijk € 1.067,06 per maand en moet telkens vóór of op de eerste dag van iedere maand bij vooruitbetaling worden voldaan. 2.2. Er is meerdere malen een huurachterstand ontstaan. 2.3. [huurder] heeft een huurachterstand laten ontstaan over de periode november 2025 tot en met februari 2026 van vier maanden. De huurachterstand bedraagt tot het moment van dagvaarden een bedrag van € 4.222,21. 2.4. Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. heeft bij e-mails van 11 december 2025 en 30 januari 2026 geprobeerd om in contact te komen met [huurder] over de ontstane huurachterstand, maar [huurder] reageert nergens op. 2.5. Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. heeft per aangetekende brief van 29 januari 2026 [huurder] gesommeerd om de volledige huurachterstand te voldoen, maar [huurder] heeft deze huurachterstand niet voldaan. Daarbij zijn ook de buitengerechtelijke incassokosten aangezegd. 2.6. Er is door Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. aangeboden om melding te doen bij de gemeente, maar [huurder] heeft daarvoor geen toestemming gegeven. 3 Het geschil 3.1. Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. vordert samengevat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [huurder] : om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen en ontruimd te houden, onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V., tot betaling van de huurpenningen van € 4.221,21 tot en met februari 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldata van de huurtermijnen tot de dag dat volledig is voldaan, tot betaling van de huur/gebruiksvergoeding vanaf 1 maart 2026 van € 1.067,06 per maand tot aan de dag van ontruiming, tot betaling van € 440,51 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente, tot betaling van de proceskosten. 3.2. Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. legt aan haar vordering ten grondslag dat [huurder] tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen uit de huurovereenkomst. [huurder] heeft een huurachterstand laten ontstaan van 4 maanden. [huurder] heeft al meerdere malen een aanzienlijke huurachterstand gehad. Ook vormt het stelselmatig te laat betalen van de huur een grondslag voor de ontruiming. Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. heeft er belang bij dat de huurachterstand niet verder oploopt. Daarom vordert Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. naast de ontruiming van het gehuurde, de achterstallige huur en huur/gebruiksvergoeding vanaf 1 maart 2026 tot het moment van ontruiming, met veroordeling van [huurder] in de kosten van de procedure. 3.3. [huurder] is niet verschenen en heeft aldus geen verweer gevoerd. 4. De beoordeling Verstekverlening 4.1. [huurder] is niet op de mondelinge behandeling verschenen. Uit het exploot van de dagvaarding is gebleken dat [huurder] correct en tijdig is opgeroepen voor de zitting van 16 maart 2026. Aangezien ook de overige bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht zijn genomen, is verstek verleend tegen [huurder] . Spoedeisend belang ontruimingsvordering en geldvorderingen 4.2. Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. heeft bij haar dagvaarding voldoende aannemelijk gemaakt dat een ontruiming en huurachterstand naar haar aard voldoende zijn om een spoedeisend belang aan te nemen. Daarnaast is het twijfelachtig of [huurder] wel voldoende verhaal biedt, omdat hij op dit moment geen werk heeft en er zich ook andere schuldeisers hebben gemeld. Er kan niet in alle redelijkheid van Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. worden verlangd om hierin een bodemprocedure af te wachten. Daarmee staat voor de kantonrechter genoegzaam vast dat Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde ontruiming en geldvorderingen. Vroegsigalering 4.3. Per 1 januari 2021 is in werking getreden het Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening, hierna: het Besluit. Voor een huurovereenkomst voor woonruimte is het name artikel 2 van het Besluit van belang. Daarin is bepaald dat een verhuurder, kort samengevat, bij een huurachterstand de huurder schriftelijk in kennis moet stellen van de mogelijkheid tot schuldhulpverlening en van het voornemen tot melding van de huurachterstand bij de gemeente, en verder dat de verhuurder (tenzij de huurder daar expliciet bezwaar tegen heeft gemaakt) de achterstand bij de gemeente moet melden. Wanneer een melding volgens het Besluit achterwege blijft, vormt dat een omstandigheid die meeweegt bij de beoordeling of de tekortkoming de ontruiming rechtvaardigt. Kern van de kwestie is of een melding, gelet op de feitelijke omstandigheden van het geval, zou kunnen hebben geleid tot het minder ver oplopen van de huurachterstand en/of het eerder aflossen van die achterstand, en tot het uitzicht op blijvende nakoming van de betalingsverplichtingen. 4.4. In onderhavige zaak stelt de kantonrechter vast dat er geen vroegsignalering door Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. is gedaan. Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. heeft weliswaar aangeboden om melding te doen van de betalingsachterstand bij de gemeente voor schuldhulpverlening, maar [huurder] heeft daarvoor geen toestemming gegeven. Daardoor heeft Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. geen vroegsignalering kunnen doen. In beginsel heeft zij dus niet voldaan aan haar verplichting uit artikel 2 van het Besluit. Toch is de kantonrechter voorhands van oordeel dat in een (eventuele) bodemprocedure de ontbinding van de huurovereenkomst is gerechtvaardigd. Dat betekent dat in dit kort geding de vordering tot ontruiming toewijsbaar is. 4.5. De kantonrechter acht het namelijk niet aannemelijk dat een vroegsignalering in dit geval het oplopen van de huurachterstand had kunnen voorkomen. [huurder] heeft geen vast werk (voor zover Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. weet). Een concreet zicht op het gaan voldoen van de lopende huurtermijnen en het inlopen van de huurachterstand ontbreekt. De huurachterstand bedraagt thans vier maanden en [huurder] heeft reeds eerder een huurachterstand laten ontstaan. Ten aanzien van de huidige huurachterstand heeft Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. meerdere malen contact proberen te leggen met [huurder] . Dit heeft Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. zowel per e-mail van 11 december 2025 en 30 januari 2026 als persoonlijk gedaan. Echter, [huurder] reageert nergens op. De kantonrechter is daarom van oordeel dat Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. voldoende heeft gedaan om in persoonlijk contact te komen met [huurder] zodat dit bij de beoordeling van een ontruiming van het gehuurde niet in de weg hoeft te staan. Ontruiming van het gehuurde 4.6.
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:2764 text/xml public 2026-04-15T11:22:20 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-04-01 12128211 \ CV EXPL 26-978 Uitspraak Kort geding NL Roermond Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:2764 text/html public 2026-04-15T11:21:49 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:2764 Rechtbank Limburg , 01-04-2026 / 12128211 \ CV EXPL 26-978 Huurachterstand. Verstekvonnis. Ontruiming toegewezen, ondanks ontbreken vroegsignalering. Huurder reageert nergens op. RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 12128211 \ CV EXPL 26-978 Vonnis in kort geding van 1 april 2026 in de zaak van VELI VASTGOED EN PROJECTONTWIKKELING B.V. , te Geleen, eisende partij, hierna te noemen: Veli Vastgoed en Projectontwikkeling B.V., gemachtigde: mr. K.J.P. Roufs, tegen [huurder] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [huurder] , niet verschenen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, - de mondelinge behandeling van 16 maart 2026, - het tegen [huurder] verleende verstek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [huurder] huurt van Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. voor onbepaalde tijd met een minimale duur van twaalf maanden met ingang van 1 december 2022 de zelfstandige woonruimte, staande en gelegen aan [adres] (hierna het gehuurde). De huurprijs bedraagt laatstelijk € 1.067,06 per maand en moet telkens vóór of op de eerste dag van iedere maand bij vooruitbetaling worden voldaan. 2.2. Er is meerdere malen een huurachterstand ontstaan. 2.3. [huurder] heeft een huurachterstand laten ontstaan over de periode november 2025 tot en met februari 2026 van vier maanden. De huurachterstand bedraagt tot het moment van dagvaarden een bedrag van € 4.222,21. 2.4. Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. heeft bij e-mails van 11 december 2025 en 30 januari 2026 geprobeerd om in contact te komen met [huurder] over de ontstane huurachterstand, maar [huurder] reageert nergens op. 2.5. Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. heeft per aangetekende brief van 29 januari 2026 [huurder] gesommeerd om de volledige huurachterstand te voldoen, maar [huurder] heeft deze huurachterstand niet voldaan. Daarbij zijn ook de buitengerechtelijke incassokosten aangezegd. 2.6. Er is door Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. aangeboden om melding te doen bij de gemeente, maar [huurder] heeft daarvoor geen toestemming gegeven. 3 Het geschil 3.1. Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. vordert samengevat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [huurder] : om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen en ontruimd te houden, onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V., tot betaling van de huurpenningen van € 4.221,21 tot en met februari 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldata van de huurtermijnen tot de dag dat volledig is voldaan, tot betaling van de huur/gebruiksvergoeding vanaf 1 maart 2026 van € 1.067,06 per maand tot aan de dag van ontruiming, tot betaling van € 440,51 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente, tot betaling van de proceskosten. 3.2. Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. legt aan haar vordering ten grondslag dat [huurder] tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen uit de huurovereenkomst. [huurder] heeft een huurachterstand laten ontstaan van 4 maanden. [huurder] heeft al meerdere malen een aanzienlijke huurachterstand gehad. Ook vormt het stelselmatig te laat betalen van de huur een grondslag voor de ontruiming. Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. heeft er belang bij dat de huurachterstand niet verder oploopt. Daarom vordert Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. naast de ontruiming van het gehuurde, de achterstallige huur en huur/gebruiksvergoeding vanaf 1 maart 2026 tot het moment van ontruiming, met veroordeling van [huurder] in de kosten van de procedure. 3.3. [huurder] is niet verschenen en heeft aldus geen verweer gevoerd. 4. De beoordeling Verstekverlening 4.1. [huurder] is niet op de mondelinge behandeling verschenen. Uit het exploot van de dagvaarding is gebleken dat [huurder] correct en tijdig is opgeroepen voor de zitting van 16 maart 2026. Aangezien ook de overige bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht zijn genomen, is verstek verleend tegen [huurder] . Spoedeisend belang ontruimingsvordering en geldvorderingen 4.2. Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. heeft bij haar dagvaarding voldoende aannemelijk gemaakt dat een ontruiming en huurachterstand naar haar aard voldoende zijn om een spoedeisend belang aan te nemen. Daarnaast is het twijfelachtig of [huurder] wel voldoende verhaal biedt, omdat hij op dit moment geen werk heeft en er zich ook andere schuldeisers hebben gemeld. Er kan niet in alle redelijkheid van Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. worden verlangd om hierin een bodemprocedure af te wachten. Daarmee staat voor de kantonrechter genoegzaam vast dat Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde ontruiming en geldvorderingen. Vroegsigalering 4.3. Per 1 januari 2021 is in werking getreden het Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening, hierna: het Besluit. Voor een huurovereenkomst voor woonruimte is het name artikel 2 van het Besluit van belang. Daarin is bepaald dat een verhuurder, kort samengevat, bij een huurachterstand de huurder schriftelijk in kennis moet stellen van de mogelijkheid tot schuldhulpverlening en van het voornemen tot melding van de huurachterstand bij de gemeente, en verder dat de verhuurder (tenzij de huurder daar expliciet bezwaar tegen heeft gemaakt) de achterstand bij de gemeente moet melden. Wanneer een melding volgens het Besluit achterwege blijft, vormt dat een omstandigheid die meeweegt bij de beoordeling of de tekortkoming de ontruiming rechtvaardigt. Kern van de kwestie is of een melding, gelet op de feitelijke omstandigheden van het geval, zou kunnen hebben geleid tot het minder ver oplopen van de huurachterstand en/of het eerder aflossen van die achterstand, en tot het uitzicht op blijvende nakoming van de betalingsverplichtingen. 4.4. In onderhavige zaak stelt de kantonrechter vast dat er geen vroegsignalering door Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. is gedaan. Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. heeft weliswaar aangeboden om melding te doen van de betalingsachterstand bij de gemeente voor schuldhulpverlening, maar [huurder] heeft daarvoor geen toestemming gegeven. Daardoor heeft Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. geen vroegsignalering kunnen doen. In beginsel heeft zij dus niet voldaan aan haar verplichting uit artikel 2 van het Besluit. Toch is de kantonrechter voorhands van oordeel dat in een (eventuele) bodemprocedure de ontbinding van de huurovereenkomst is gerechtvaardigd. Dat betekent dat in dit kort geding de vordering tot ontruiming toewijsbaar is. 4.5. De kantonrechter acht het namelijk niet aannemelijk dat een vroegsignalering in dit geval het oplopen van de huurachterstand had kunnen voorkomen. [huurder] heeft geen vast werk (voor zover Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. weet). Een concreet zicht op het gaan voldoen van de lopende huurtermijnen en het inlopen van de huurachterstand ontbreekt. De huurachterstand bedraagt thans vier maanden en [huurder] heeft reeds eerder een huurachterstand laten ontstaan. Ten aanzien van de huidige huurachterstand heeft Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. meerdere malen contact proberen te leggen met [huurder] . Dit heeft Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. zowel per e-mail van 11 december 2025 en 30 januari 2026 als persoonlijk gedaan. Echter, [huurder] reageert nergens op. De kantonrechter is daarom van oordeel dat Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. voldoende heeft gedaan om in persoonlijk contact te komen met [huurder] zodat dit bij de beoordeling van een ontruiming van het gehuurde niet in de weg hoeft te staan. Ontruiming van het gehuurde 4.6.
Volledig
De kantonrechter stelt voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet – volgens vaste jurisprudentie – grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een diepgaand onderzoek naar de bestreden feiten en gezien de verdergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is. 4.7. Voorts merkt de kantonrechter op dat artikel 3 lid 1 van het IVRK met zich meebrengt dat bij de beoordeling door de rechter of de tekortkoming van de huurder ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt, de belangen van in het gehuurde wonende kinderen als ‘eerste overweging’ in aanmerking moeten worden genomen. Dat betekent dat daaraan een hoge prioriteit toekomt. Er is onweersproken door Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. gesteld dat er geen minderjarig kind in het gehuurde woont, zodat dit vaststaat. Dit maakt dat de belangen van een minderjarig kind in deze procedure geen rol spelen. 4.8. De kantonrechter oordeelt als volgt. Artikel 6:265 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat iedere tekortkoming in de nakoming van een huurovereenkomst de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Een huurachterstand bij woonruimte van drie maanden wordt in beginsel zo ernstig geacht dat ontbinding van de huurovereenkomst is gerechtvaardigd. Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. heeft onweersproken gesteld dat [huurder] een huurachterstand van vier maanden heeft laten ontstaan. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat geen feiten en omstandigheden naar voren zijn gekomen op basis waarvan kan worden geoordeeld dat ontbinding van de huurovereenkomst in dit geval niet gerechtvaardigd is, acht de kantonrechter het voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst zal worden toegewezen. De ontruimingsvordering zal daarom worden toegewezen. Huurachterstand 4.9. Voor de vorderingen die ertoe strekken dat de huurachterstand wordt betaald en dat [huurder] wordt veroordeeld tot betaling van de toekomstige (tot aan het moment van ontruiming) verschuldigde termijnen geldt hetzelfde. Deze komen de kantonrechter gelet op het voorgaande niet onrechtmatig of ongegrond voor. Voor wat betreft de betaling van de huur merkt de kantonrechter op dat Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. in het petitum een bedrag van € 4.221,21 heeft gevorderd, terwijl uit de rest van de dagvaarding blijkt dat het om een bedrag van € 4.222,21 aan achterstallig huur gaat. Echter, de kantonrechter kan niet meer toewijzen dan gevorderd zodat het bedrag van € 4.221,21 voor toewijzing gereed ligt. Dat er in het petitum abusievelijk 2025 in plaats van 2026 staat, ziet de kantonrechter als een kennelijke verschrijving. Daardoor wordt de huurachterstand tot en met februari 2026 voor een bedrag van € 4.221,21 toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand wordt eveneens toegewezen. Buitengerechtelijke incassokosten 4.10. Veli Vastgoed en Projectontwikkeling B.V. vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [huurder] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. De door Veli Vastgoed en Projectontwikkeling B.V. verstuurde aanmaning voldoet niet aan de in artikel 6:96 lid 6 BW gestelde eisen. Er wordt daarin namelijk een hoger bedrag vermeld dan op grond van het Besluit is toegestaan. Daarom zal het bedrag van € 440,51 worden afgewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal daarom ook worden afgewezen. [huurder] wordt in de proceskosten veroordeeld 4.11. [huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Veli Vastgoed en Projectontwikkeling B.V. worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 126,46 - griffierecht € 529,00 - salaris gemachtigde € 577,00 - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.376,46 4.12. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. veroordeelt [huurder] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde aan [adres] te ontruimen en ontruimd te houden, onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V., met dien verstande dat het gehuurde onbeschadigd en bezemschoon wordt verlaten, 5.2. veroordeelt [huurder] om aan Veli Vastgoed en Projectontwikkeling B.V. te betalen een bedrag van € 4.221,21 aan huurpenningen tot en met februari 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de respectieve vervaldata van de huurtermijnen, tot de dag van volledige betaling, 5.3. veroordeelt [huurder] tot betaling aan Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. van € 1.067,06 per maand, zijnde huurpenningen/gebruiksvergoeding van het gehuurde vanaf 1 maart 2026 tot aan de dag van ontruiming, waarbij de reeds ingegane maand gerekend wordt voor een hele maand, 5.4. veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.376,46, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.6. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026. ECLI:NL:HR:2025:1799. Artikel 23 Rv.
Volledig
De kantonrechter stelt voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet – volgens vaste jurisprudentie – grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een diepgaand onderzoek naar de bestreden feiten en gezien de verdergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is. 4.7. Voorts merkt de kantonrechter op dat artikel 3 lid 1 van het IVRK met zich meebrengt dat bij de beoordeling door de rechter of de tekortkoming van de huurder ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt, de belangen van in het gehuurde wonende kinderen als ‘eerste overweging’ in aanmerking moeten worden genomen. Dat betekent dat daaraan een hoge prioriteit toekomt. Er is onweersproken door Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. gesteld dat er geen minderjarig kind in het gehuurde woont, zodat dit vaststaat. Dit maakt dat de belangen van een minderjarig kind in deze procedure geen rol spelen. 4.8. De kantonrechter oordeelt als volgt. Artikel 6:265 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat iedere tekortkoming in de nakoming van een huurovereenkomst de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Een huurachterstand bij woonruimte van drie maanden wordt in beginsel zo ernstig geacht dat ontbinding van de huurovereenkomst is gerechtvaardigd. Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. heeft onweersproken gesteld dat [huurder] een huurachterstand van vier maanden heeft laten ontstaan. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat geen feiten en omstandigheden naar voren zijn gekomen op basis waarvan kan worden geoordeeld dat ontbinding van de huurovereenkomst in dit geval niet gerechtvaardigd is, acht de kantonrechter het voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst zal worden toegewezen. De ontruimingsvordering zal daarom worden toegewezen. Huurachterstand 4.9. Voor de vorderingen die ertoe strekken dat de huurachterstand wordt betaald en dat [huurder] wordt veroordeeld tot betaling van de toekomstige (tot aan het moment van ontruiming) verschuldigde termijnen geldt hetzelfde. Deze komen de kantonrechter gelet op het voorgaande niet onrechtmatig of ongegrond voor. Voor wat betreft de betaling van de huur merkt de kantonrechter op dat Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. in het petitum een bedrag van € 4.221,21 heeft gevorderd, terwijl uit de rest van de dagvaarding blijkt dat het om een bedrag van € 4.222,21 aan achterstallig huur gaat. Echter, de kantonrechter kan niet meer toewijzen dan gevorderd zodat het bedrag van € 4.221,21 voor toewijzing gereed ligt. Dat er in het petitum abusievelijk 2025 in plaats van 2026 staat, ziet de kantonrechter als een kennelijke verschrijving. Daardoor wordt de huurachterstand tot en met februari 2026 voor een bedrag van € 4.221,21 toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand wordt eveneens toegewezen. Buitengerechtelijke incassokosten 4.10. Veli Vastgoed en Projectontwikkeling B.V. vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [huurder] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. De door Veli Vastgoed en Projectontwikkeling B.V. verstuurde aanmaning voldoet niet aan de in artikel 6:96 lid 6 BW gestelde eisen. Er wordt daarin namelijk een hoger bedrag vermeld dan op grond van het Besluit is toegestaan. Daarom zal het bedrag van € 440,51 worden afgewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal daarom ook worden afgewezen. [huurder] wordt in de proceskosten veroordeeld 4.11. [huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Veli Vastgoed en Projectontwikkeling B.V. worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 126,46 - griffierecht € 529,00 - salaris gemachtigde € 577,00 - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.376,46 4.12. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. veroordeelt [huurder] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde aan [adres] te ontruimen en ontruimd te houden, onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V., met dien verstande dat het gehuurde onbeschadigd en bezemschoon wordt verlaten, 5.2. veroordeelt [huurder] om aan Veli Vastgoed en Projectontwikkeling B.V. te betalen een bedrag van € 4.221,21 aan huurpenningen tot en met februari 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de respectieve vervaldata van de huurtermijnen, tot de dag van volledige betaling, 5.3. veroordeelt [huurder] tot betaling aan Veli Vastgoed en Projectonwikkeling B.V. van € 1.067,06 per maand, zijnde huurpenningen/gebruiksvergoeding van het gehuurde vanaf 1 maart 2026 tot aan de dag van ontruiming, waarbij de reeds ingegane maand gerekend wordt voor een hele maand, 5.4. veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.376,46, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.6. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026. ECLI:NL:HR:2025:1799. Artikel 23 Rv.