Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-03-25
ECLI:NL:RBLIM:2026:2541
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Bodemzaak
15,188 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:2541 text/xml public 2026-04-02T10:50:57 2026-03-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-03-25 C/03/345764 / HA ZA 25-421 Uitspraak Bodemzaak NL Maastricht Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Civiel recht; Burgerlijk procesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:2541 text/html public 2026-04-02T10:49:54 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:2541 Rechtbank Limburg , 25-03-2026 / C/03/345764 / HA ZA 25-421 Vonnis in incidenten. Partijen vorderen over en weer afgifte van stukken. De rechtbank wijst beide vorderingen af. Artikelen 194 en 195 Rv. RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/345764 / HA ZA 25-421 Vonnis in incident van 25 maart 2026 in de zaak van 1 [vennoot 1] , te [plaats 1] (België), 2. de vennootschap onder firma [de VOF] , te [plaats 2] , eisende partijen in de hoofdzaak, verwerende partijen in de hoofdzaak in reconventie, verwerende partijen in het incident ex artikel 194 Rv van [vennoot 2] , eisende partijen in het incident ex artikel 194 Rv, hierna te noemen: [vennoot 1] en de VOF, advocaat: mr. K.J.P. Roufs en mr. P.P.M. Kerckhoffs, tegen 1 [vennoot 2] , te [plaats 3] (België), 2. [echtgenote vennoot 2] , te [plaats 3] (België), gedaagde partijen in de hoofdzaak, eisende partijen in de hoofdzaak in reconventie, eisende partijen in het incident ex artikel 194 Rv, verwerende partijen in het incident ex artikel 194 Rv van [vennoot 1] en de VOF, hierna te noemen: [vennoot 2] , [echtgenote vennoot 2] , dan wel samen [vennoot 2] c.s., advocaat: mr. G.J.J.A. van Zeijl. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 19 augustus 2025 met producties 1 t/m 58, de akte van uitreiking (ter hand stelling volgens Verordening 2020/1784) van 19 augustus 2025, de conclusie van antwoord, tevens incidentele conclusie ex artikel 194 Rv van [vennoot 2] , tevens conclusie van eis in reconventie, met producties A t/m G en 86 t/m 90, de conclusie van antwoord van [vennoot 1] en de VOF in het incident van [vennoot 2] , tevens eis in incident van [vennoot 1] en de VOF ex artikel 194 Rv met productie 59, de conclusie van antwoord van [vennoot 2] c.s. in het incident ex artikel 194 Rv van [vennoot 1] en de VOF, de conclusie van antwoord in reconventie, tevens akte eiswijziging in conventie met producties 59 t/m 68 (bedoeld zal zijn: producties 60 t/m 69). 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in de incidenten. 2 De feiten in de incidenten 2.1. [vennoot 1] en [vennoot 2] zijn met ingang van 1 juli 2018 de VOF aangegaan ter gezamenlijke uitoefening van een taxibedrijf. Zij hebben in verband daarmee op 12 augustus 2018 een ‘Overeenkomst Vennootschap onder Firma’ (hierna: de vof-overeenkomst ) gesloten. 2.2. Op 31 juli 2025 en op 4 augustus 2025 hebben [vennoot 1] en de VOF, ten laste van [vennoot 2] , bij deze rechtbank een (herzien) verzoek tot het leggen van conservatoire verhaalsbeslagen en een beslag tot afgifte roerende zaken ingediend. De voorzieningenrechter heeft bij beschikkingen van 4 augustus 2025 en 6 augustus 2025 verlof verleend tot het leggen van de verzochte beslagen. De conservatoire beslagen zijn op 5 en 7 augustus 2025 gelegd. 2.3. Op 4 augustus 2025 heeft [vennoot 1] € 84.000,00 overgeboekt van een bankrekening op naam van de VOF naar een bankrekening op zijn naam, onder vermelding van ‘Onttrekking tbv crediteuren’. 2.4. [vennoot 1] heeft bij brief van 5 augustus 2025 [vennoot 2] – kort gezegd – meegedeeld dat hij op de hoogte is geraakt van onrechtmatige overboekingen van [vennoot 2] . [vennoot 1] heeft [vennoot 2] gesommeerd om de uit het vennootschapsvermogen van de VOF onttrokken gelden binnen veertien dagen te voldoen op een bankrekeningnummer ten name van de Stichting Derdengelden Kerckhoffs Advocaten. [vennoot 1] heeft – met inachtneming van een opzegtermijn van één maand – de vof-overeenkomst aan [vennoot 2] opgezegd, waarbij hij [vennoot 2] heeft meegedeeld dat hij na die opzegtermijn uit de VOF wordt gestoten. Eveneens heeft [vennoot 1] [vennoot 2] per direct op non-actief gesteld en [vennoot 2] gesommeerd om te bevestigen dat hij die non-actiefstelling aanvaardt. 2.5. [vennoot 2] heeft op 8 augustus 2025 de twee sleutels van het bedrijfspand van de VOF en de bankpas en creditcard van de VOF ingeleverd bij de, bij de voornoemde beschikking van 6 augustus 2025 aangestelde, gerechtsdeurwaarder. 2.6. Op 9 september 2025 heeft [vennoot 1] € 86.000,00 overgeboekt van een bankrekening op naam van de VOF naar een bankrekening op zijn naam, wederom onder vermelding van ‘Onttrekking tbv crediteuren’. 2.7. Bij vonnis in kort geding van deze rechtbank van 25 september 2025 heeft de voorzieningenrechter – kort gezegd - [vennoot 2] veroordeeld om aan de VOF te betalen een bedrag van € 164.271,00 met rente en de hem ter beschikking staande voertuigen af te geven aan de VOF en bepaald dat [vennoot 1] de onderneming, die wordt gedreven door de VOF, met ingang van 5 augustus 2025 uit eigen naam mag voortzetten in afwachting van een beslissing in de bodemprocedure. 3 Het geschil In de hoofdzaak in conventie 3.1. [vennoot 1] en de VOF vorderen – na wijziging van eis, samengevat – dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad primair [vennoot 2] veroordeelt tot betaling van € 643.125,53 aan de VOF, althans aan de onderneming die door de VOF wordt gedreven, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige voldoening, subsidiair voor recht verklaart dat [vennoot 2] onrechtmatig heeft gehandeld ten opzichte van [vennoot 1] en [vennoot 2] veroordeelt alle schade te vergoeden die de VOF, althans [vennoot 1] hierdoor heeft geleden, nader op te maken bij staat, en voor recht verklaart dat [vennoot 2] tekort is geschoten in de nakoming van de VOF-overeenkomst en [vennoot 2] veroordeelt alle schade te vergoeden die de VOF, althans [vennoot 1] hierdoor heeft geleden, nader op te maken bij staat, 2. [echtgenote vennoot 2] veroordeelt tot betaling van € 74.491,54 aan de VOF, althans aan de onderneming die door de VOF wordt gedreven, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige voldoening, met dien verstande dat ter zake deze vordering [vennoot 2] en [echtgenote vennoot 2] hoofdelijk aansprakelijk zijn, dat als de een betaalt, de ander daarvan zal zijn bevrijd, primair voor recht verklaart dat [vennoot 1] de VOF rechtsgeldig heeft opgezegd jegens [vennoot 2] en dat de VOF ten opzichte van [vennoot 2] eindigt op 5 augustus 2025, subsidiair voor recht verklaart dat [vennoot 1] de VOF jegens [vennoot 2] rechtsgeldig heeft opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van één maand en dat derhalve de VOF ten opzichte van [vennoot 2] eindigt op 5 september 2025, meer subsidiair de VOF ontbindt uit hoofde van artikel 7A:1684 BW en voor recht verklaart dat de gewichtige reden uit hoofde van dat artikel gelegen is bij [vennoot 2] , 4. voor recht verklaart dat [vennoot 2] per 5 augustus 2025 ter zake de VOF door [vennoot 1] op non-actief is gesteld, 5. bepaalt dat [vennoot 1] de onderneming die wordt gedreven door de VOF uit eigen naam mag voortzetten en dat de goodwill en andere activa van de VOF toekomen aan [vennoot 1] , althans een afwikkeling van de VOF bepaalt op een door de rechtbank te bepalen wijze, 6. bepaalt dat het geldelijke VOF-vermogen op peildatum 5 augustus 2025 – dan wel subsidiair op 5 september 2025 – verminderd met betaling van alle schulden en crediteuren op deze peildatum, gelijk wordt verdeeld tussen de vennoten, inhoudende dat [vennoot 2] en [vennoot 1] beiden 50% van dit vermogen ontvangen, met dien verstande dat de onttrekkingen en betalingen van [vennoot 2] ter hoogte van € 643.125,53, tot het te verdelen VOF-vermogen behoren, dan wel een financiële afwikkeling bepaalt op een door de rechtbank te bepalen wijze, 7.
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:2541 text/xml public 2026-04-02T10:50:57 2026-03-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-03-25 C/03/345764 / HA ZA 25-421 Uitspraak Bodemzaak NL Maastricht Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Civiel recht; Burgerlijk procesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:2541 text/html public 2026-04-02T10:49:54 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:2541 Rechtbank Limburg , 25-03-2026 / C/03/345764 / HA ZA 25-421 Vonnis in incidenten. Partijen vorderen over en weer afgifte van stukken. De rechtbank wijst beide vorderingen af. Artikelen 194 en 195 Rv. RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/345764 / HA ZA 25-421 Vonnis in incident van 25 maart 2026 in de zaak van 1 [vennoot 1] , te [plaats 1] (België), 2. de vennootschap onder firma [de VOF] , te [plaats 2] , eisende partijen in de hoofdzaak, verwerende partijen in de hoofdzaak in reconventie, verwerende partijen in het incident ex artikel 194 Rv van [vennoot 2] , eisende partijen in het incident ex artikel 194 Rv, hierna te noemen: [vennoot 1] en de VOF, advocaat: mr. K.J.P. Roufs en mr. P.P.M. Kerckhoffs, tegen 1 [vennoot 2] , te [plaats 3] (België), 2. [echtgenote vennoot 2] , te [plaats 3] (België), gedaagde partijen in de hoofdzaak, eisende partijen in de hoofdzaak in reconventie, eisende partijen in het incident ex artikel 194 Rv, verwerende partijen in het incident ex artikel 194 Rv van [vennoot 1] en de VOF, hierna te noemen: [vennoot 2] , [echtgenote vennoot 2] , dan wel samen [vennoot 2] c.s., advocaat: mr. G.J.J.A. van Zeijl. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 19 augustus 2025 met producties 1 t/m 58, de akte van uitreiking (ter hand stelling volgens Verordening 2020/1784) van 19 augustus 2025, de conclusie van antwoord, tevens incidentele conclusie ex artikel 194 Rv van [vennoot 2] , tevens conclusie van eis in reconventie, met producties A t/m G en 86 t/m 90, de conclusie van antwoord van [vennoot 1] en de VOF in het incident van [vennoot 2] , tevens eis in incident van [vennoot 1] en de VOF ex artikel 194 Rv met productie 59, de conclusie van antwoord van [vennoot 2] c.s. in het incident ex artikel 194 Rv van [vennoot 1] en de VOF, de conclusie van antwoord in reconventie, tevens akte eiswijziging in conventie met producties 59 t/m 68 (bedoeld zal zijn: producties 60 t/m 69). 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in de incidenten. 2 De feiten in de incidenten 2.1. [vennoot 1] en [vennoot 2] zijn met ingang van 1 juli 2018 de VOF aangegaan ter gezamenlijke uitoefening van een taxibedrijf. Zij hebben in verband daarmee op 12 augustus 2018 een ‘Overeenkomst Vennootschap onder Firma’ (hierna: de vof-overeenkomst ) gesloten. 2.2. Op 31 juli 2025 en op 4 augustus 2025 hebben [vennoot 1] en de VOF, ten laste van [vennoot 2] , bij deze rechtbank een (herzien) verzoek tot het leggen van conservatoire verhaalsbeslagen en een beslag tot afgifte roerende zaken ingediend. De voorzieningenrechter heeft bij beschikkingen van 4 augustus 2025 en 6 augustus 2025 verlof verleend tot het leggen van de verzochte beslagen. De conservatoire beslagen zijn op 5 en 7 augustus 2025 gelegd. 2.3. Op 4 augustus 2025 heeft [vennoot 1] € 84.000,00 overgeboekt van een bankrekening op naam van de VOF naar een bankrekening op zijn naam, onder vermelding van ‘Onttrekking tbv crediteuren’. 2.4. [vennoot 1] heeft bij brief van 5 augustus 2025 [vennoot 2] – kort gezegd – meegedeeld dat hij op de hoogte is geraakt van onrechtmatige overboekingen van [vennoot 2] . [vennoot 1] heeft [vennoot 2] gesommeerd om de uit het vennootschapsvermogen van de VOF onttrokken gelden binnen veertien dagen te voldoen op een bankrekeningnummer ten name van de Stichting Derdengelden Kerckhoffs Advocaten. [vennoot 1] heeft – met inachtneming van een opzegtermijn van één maand – de vof-overeenkomst aan [vennoot 2] opgezegd, waarbij hij [vennoot 2] heeft meegedeeld dat hij na die opzegtermijn uit de VOF wordt gestoten. Eveneens heeft [vennoot 1] [vennoot 2] per direct op non-actief gesteld en [vennoot 2] gesommeerd om te bevestigen dat hij die non-actiefstelling aanvaardt. 2.5. [vennoot 2] heeft op 8 augustus 2025 de twee sleutels van het bedrijfspand van de VOF en de bankpas en creditcard van de VOF ingeleverd bij de, bij de voornoemde beschikking van 6 augustus 2025 aangestelde, gerechtsdeurwaarder. 2.6. Op 9 september 2025 heeft [vennoot 1] € 86.000,00 overgeboekt van een bankrekening op naam van de VOF naar een bankrekening op zijn naam, wederom onder vermelding van ‘Onttrekking tbv crediteuren’. 2.7. Bij vonnis in kort geding van deze rechtbank van 25 september 2025 heeft de voorzieningenrechter – kort gezegd - [vennoot 2] veroordeeld om aan de VOF te betalen een bedrag van € 164.271,00 met rente en de hem ter beschikking staande voertuigen af te geven aan de VOF en bepaald dat [vennoot 1] de onderneming, die wordt gedreven door de VOF, met ingang van 5 augustus 2025 uit eigen naam mag voortzetten in afwachting van een beslissing in de bodemprocedure. 3 Het geschil In de hoofdzaak in conventie 3.1. [vennoot 1] en de VOF vorderen – na wijziging van eis, samengevat – dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad primair [vennoot 2] veroordeelt tot betaling van € 643.125,53 aan de VOF, althans aan de onderneming die door de VOF wordt gedreven, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige voldoening, subsidiair voor recht verklaart dat [vennoot 2] onrechtmatig heeft gehandeld ten opzichte van [vennoot 1] en [vennoot 2] veroordeelt alle schade te vergoeden die de VOF, althans [vennoot 1] hierdoor heeft geleden, nader op te maken bij staat, en voor recht verklaart dat [vennoot 2] tekort is geschoten in de nakoming van de VOF-overeenkomst en [vennoot 2] veroordeelt alle schade te vergoeden die de VOF, althans [vennoot 1] hierdoor heeft geleden, nader op te maken bij staat, 2. [echtgenote vennoot 2] veroordeelt tot betaling van € 74.491,54 aan de VOF, althans aan de onderneming die door de VOF wordt gedreven, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige voldoening, met dien verstande dat ter zake deze vordering [vennoot 2] en [echtgenote vennoot 2] hoofdelijk aansprakelijk zijn, dat als de een betaalt, de ander daarvan zal zijn bevrijd, primair voor recht verklaart dat [vennoot 1] de VOF rechtsgeldig heeft opgezegd jegens [vennoot 2] en dat de VOF ten opzichte van [vennoot 2] eindigt op 5 augustus 2025, subsidiair voor recht verklaart dat [vennoot 1] de VOF jegens [vennoot 2] rechtsgeldig heeft opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van één maand en dat derhalve de VOF ten opzichte van [vennoot 2] eindigt op 5 september 2025, meer subsidiair de VOF ontbindt uit hoofde van artikel 7A:1684 BW en voor recht verklaart dat de gewichtige reden uit hoofde van dat artikel gelegen is bij [vennoot 2] , 4. voor recht verklaart dat [vennoot 2] per 5 augustus 2025 ter zake de VOF door [vennoot 1] op non-actief is gesteld, 5. bepaalt dat [vennoot 1] de onderneming die wordt gedreven door de VOF uit eigen naam mag voortzetten en dat de goodwill en andere activa van de VOF toekomen aan [vennoot 1] , althans een afwikkeling van de VOF bepaalt op een door de rechtbank te bepalen wijze, 6. bepaalt dat het geldelijke VOF-vermogen op peildatum 5 augustus 2025 – dan wel subsidiair op 5 september 2025 – verminderd met betaling van alle schulden en crediteuren op deze peildatum, gelijk wordt verdeeld tussen de vennoten, inhoudende dat [vennoot 2] en [vennoot 1] beiden 50% van dit vermogen ontvangen, met dien verstande dat de onttrekkingen en betalingen van [vennoot 2] ter hoogte van € 643.125,53, tot het te verdelen VOF-vermogen behoren, dan wel een financiële afwikkeling bepaalt op een door de rechtbank te bepalen wijze, 7.
Volledig
[vennoot 2] verbiedt om gedurende vijf jaar na 5 september 2025 alleen of met anderen werkzaam te zijn, of gedeeltelijk, in welke andere vorm ook, rechtstreeks of zijdelings deel te nemen in een soortgelijke onderneming, als door de VOF uitgeoefend (zijnde een onderneming in het personenvervoer, zoals een taxionderneming), op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of dagdeel waarop [vennoot 2] niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 75.000,00, 8. bepaalt dat [vennoot 2] : (1) niet is toegestaan betalingen of storneringen te verrichten ten laste en ten gunste van de VOF/de onderneming die door de VOF werd gedreven in welke vorm dan ook; (2) niet is toegestaan (rechts)handelingen voor of namens de VOF/de onderneming die door de VOF werd gedreven uit te voeren of aan te gaan; (3) per 5 augustus 2025 niet gerechtigd is de VOF/de onderneming die door de VOF werd gedreven te vertegenwoordigen; (4) volledige medewerking dient te verlenen aan [vennoot 1] ter zake van de overdracht van de onderneming die wordt gedreven door de VOF aan [vennoot 1] , waaronder tevens wordt verstaan de benodigde handelingen ter zake wijziging en/of aanvulling in het handelsregister van de Kamer van Koophandel; (5) niet meer is toegestaan toegang te zoeken tot de verschillende digitale systemen en omgevingen ter zake de VOF/de onderneming die door de VOF wordt gedreven; (6) zijn volledige medewerking dient te verlenen aan [vennoot 1] om de toegang tot al deze systemen over te dragen, op zodanige wijze dat [vennoot 2] geen toegang meer heeft tot deze systemen. Hieronder vallen onder meer (doch niet uitsluitend) de bank, Vodafone, de leasemaatschappij (ter zake de Porsche, Land Rover en Mini Cabrio) en Verisure; (7) de (zakelijke) telefoon en Ipad Pro die hij gebruikt, dient af te geven aan [vennoot 1] , althans aan de VOF, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel waarop niet aan deze veroordeling(en) wordt voldaan, met een maximum van € 50.000,00 per veroordeling, 9. bepaalt dat de gerechtelijk bewaarder, die de onderstaande bescheiden c.q. zaken onder zich heeft, uit hoofde van het beslag tot afgifte op roerende zaken, deze bescheiden dient af te geven aan [vennoot 1] : alle sleutels van het bedrijfspand van de VOF, zijnde de onroerende zaak staande en gelegen aan de [adres] , welke in het bezit zijn van [vennoot 2] en/of [echtgenote vennoot 2] , alle bankpassen en aanhorigheden (zoals eventuele bijbehorende cardreaders) die zien op de bankrekening van de VOF, zijnde de [rekening 1]-bankrekening , welke in het bezit zijn van [vennoot 2] en/of [echtgenote vennoot 2] , - creditcard, zijn de Rabo Business Card Mastercard, waarvan [vennoot 2] de kaarthouder is, met kaartnummer eindigend op [nummer 1] , welke in het bezit is van [vennoot 2] en/of [echtgenote vennoot 2] ; 10. voor recht verklaart dat [vennoot 2] onrechtmatig heeft gehandeld door op zakelijke titel, ten laste van de VOF, auto’s voor privégebruik te leasen, en één van deze auto’s, de Mini Cooper Cabrio, te verkopen, en dat [vennoot 2] gehouden is tot vergoeding van alle schade die de VOF en [vennoot 1] daardoor lijden, nader op te maken bij staat, 10. bepaalt dat [vennoot 2] gehouden is alle toekomstige kosten en/of schade te vergoeden die de VOF en/of de onderneming die door de VOF wordt gedreven en/of [vennoot 1] maken/lijden ter zake de drie leaseovereenkomsten , waaronder in ieder geval (doch niet uitsluitend) wordt verstaan de kosten als gevolg van de lopende verplichtingen uit hoofde van die overeenkomsten en de eventuele daaruit voortvloeiende afkoopsom(men), boetes en schadeclaim, 12. [vennoot 2] en [echtgenote vennoot 2] veroordeelt de twee voertuigen die zij (privé) gebruiken welke worden genoemd in de drie leaseovereenkomsten af te geven aan de VOF en/of de onderneming die door de VOF wordt gedreven en/of [vennoot 1] , op straffe van een dwangsom van € 2.000,00 per dag of dagdeel dat niet aan deze veroordeling wordt voldaan, met een maximum van € 160.000,00. Blijkens de leaseovereenkomsten gaat het om de onderstaande auto’s: Merk: Porsche, type: Taycan GTS, chassisnummer: [chassisnummer] , kenteken: [kenteken], bouwjaar: 2023, datum eerste inschrijving: 27.01.2023, km-stand: 16.650, bestelbonnummer d.d. 03.05.2024; Merk: Land Rover, type: Evoque, kenteken: [kenmerk 1] , bouwjaar: Nieuw, bestelbonnummer: [kenmerk 2] , 13. [vennoot 2] en [echtgenote vennoot 2] hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten en de kosten van de (conservatoire) beslagen. 3.2. [vennoot 1] en de VOF leggen aan hun vorderingen – samengevat – ten grondslag dat zij eind juli 2025 ervan op de hoogte zijn geraakt dat [vennoot 2] heimelijk en stelselmatig in totaal voor ruim € 600.000,00 uit de VOF heeft onttrokken en weggesluisd. [vennoot 2] is dus toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van de vof-overeenkomst en heeft ook onrechtmatig jegens de VOF en [vennoot 1] gehandeld. [vennoot 2] dient de onrechtmatige toestand op te heffen en de schade die de VOF en [vennoot 1] dientengevolge lijden en nog zullen lijden, te vergoeden. [echtgenote vennoot 2] , de echtgenote van [vennoot 2] , heeft meegewerkt aan de onrechtmatige daad, zodat ook zij gehouden is de daardoor ontstane schade aan de VOF en [vennoot 1] te vergoeden, aldus [vennoot 1] en de VOF. Bij brief van 5 augustus 2025 heeft [vennoot 1] , nu volgens hem is voldaan aan alle in artikel 2.3 van de vof-overeenkomst gestelde voorwaarden, [vennoot 2] uit de VOF gestoten en op non-actief gesteld. [vennoot 2] is verder leaseovereenkomsten aangegaan op naam van de VOF ter zake van een Porsche, een Land Rover en een Mini Cooper Cabrio. Daarbij heeft [vennoot 2] de handtekening van [vennoot 1] vervalst. Ook is gebleken dat [vennoot 2] in strijd met de leasevoorwaarden de Mini Cooper Cabrio heeft verkocht. 3.3. [vennoot 2] en [echtgenote vennoot 2] voeren verweer. In de hoofdzaak in reconventie 3.4. [vennoot 2] vordert – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor recht verklaart dat de VOF per 5 augustus 2025 is geëindigd, [vennoot 1] veroordeelt om medewerking te verlenen aan vereffening en verdeling van de VOF en met [vennoot 2] af te rekenen per 5 augustus 2025, [vennoot 1] (voorwaardelijk, indien de incidentele vordering wordt afgewezen) veroordeelt c.q. beveelt de bescheiden en overige informatie betreffende de VOF en de daarmee verbonden onderneming betreffende in ieder geval de periode van 1 januari 2022 tot 5 augustus 2025 over te leggen, [vennoot 1] veroordeelt tot het doen van behoorlijke rekening en verantwoording over genoemde periode ter zake onder meer: a. het bedrag van € 84.000,00 van de onttrekking op 4 augustus 2025, evenals het bedrag van € 86.000,00 vanaf 9 september 2025; b. alle mutaties in het vermogen van de VOF van 1 januari 2021 tot 5 augustus 2025 totdat vereffening en verdeling zal hebben plaatsgevonden; c. het aantal, welke, wanneer en ook overigens de verkoop van activa, waaronder de personenauto’s van de VOF en van [vennoot 2] (met kenteken op naam van de VOF), zoals ter zake de gerealiseerde prijzen; met betrekking tot het onder 3 en 4 gevorderde, zodanig dat de boekhouder met partijen, althans met [vennoot 2] , behoorlijk de balans, met resultatenrekeningen en kapitaalrekeningen over genoemde periode kan (laten) opmaken, 5. voor recht verklaart dat [vennoot 2] mag verrekenen hetgeen hij van [vennoot 1] te vorderen heeft met hetgeen [vennoot 1] van [vennoot 2] te vorderen mocht hebben en waartoe [vennoot 2] deswege in conventie veroordeeld mocht worden, 6. het bedrag bepaalt dat [vennoot 1] – per saldo – nadat de boeken over de periode tot 5 augustus 2025 zijn opgemaakt en nadat [vennoot 1] alle crediteuren van de vennootschap heeft voldaan – nog aan [vennoot 2] verschuldigd is en [vennoot 1] tot betaling daarvan veroordeelt, rekening houdend met het bedrag dat [vennoot 1] ten titel van goodwill aan [vennoot 2] verschuldigd is en dat goodwillbedrag ex aequo et bono vaststelt, tegen behoorlijk bewijs van kwijting en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 augustus 2025 tot de dag van volledige voldoening, 7.
Volledig
[vennoot 2] verbiedt om gedurende vijf jaar na 5 september 2025 alleen of met anderen werkzaam te zijn, of gedeeltelijk, in welke andere vorm ook, rechtstreeks of zijdelings deel te nemen in een soortgelijke onderneming, als door de VOF uitgeoefend (zijnde een onderneming in het personenvervoer, zoals een taxionderneming), op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of dagdeel waarop [vennoot 2] niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 75.000,00, 8. bepaalt dat [vennoot 2] : (1) niet is toegestaan betalingen of storneringen te verrichten ten laste en ten gunste van de VOF/de onderneming die door de VOF werd gedreven in welke vorm dan ook; (2) niet is toegestaan (rechts)handelingen voor of namens de VOF/de onderneming die door de VOF werd gedreven uit te voeren of aan te gaan; (3) per 5 augustus 2025 niet gerechtigd is de VOF/de onderneming die door de VOF werd gedreven te vertegenwoordigen; (4) volledige medewerking dient te verlenen aan [vennoot 1] ter zake van de overdracht van de onderneming die wordt gedreven door de VOF aan [vennoot 1] , waaronder tevens wordt verstaan de benodigde handelingen ter zake wijziging en/of aanvulling in het handelsregister van de Kamer van Koophandel; (5) niet meer is toegestaan toegang te zoeken tot de verschillende digitale systemen en omgevingen ter zake de VOF/de onderneming die door de VOF wordt gedreven; (6) zijn volledige medewerking dient te verlenen aan [vennoot 1] om de toegang tot al deze systemen over te dragen, op zodanige wijze dat [vennoot 2] geen toegang meer heeft tot deze systemen. Hieronder vallen onder meer (doch niet uitsluitend) de bank, Vodafone, de leasemaatschappij (ter zake de Porsche, Land Rover en Mini Cabrio) en Verisure; (7) de (zakelijke) telefoon en Ipad Pro die hij gebruikt, dient af te geven aan [vennoot 1] , althans aan de VOF, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel waarop niet aan deze veroordeling(en) wordt voldaan, met een maximum van € 50.000,00 per veroordeling, 9. bepaalt dat de gerechtelijk bewaarder, die de onderstaande bescheiden c.q. zaken onder zich heeft, uit hoofde van het beslag tot afgifte op roerende zaken, deze bescheiden dient af te geven aan [vennoot 1] : alle sleutels van het bedrijfspand van de VOF, zijnde de onroerende zaak staande en gelegen aan de [adres] , welke in het bezit zijn van [vennoot 2] en/of [echtgenote vennoot 2] , alle bankpassen en aanhorigheden (zoals eventuele bijbehorende cardreaders) die zien op de bankrekening van de VOF, zijnde de [rekening 1]-bankrekening , welke in het bezit zijn van [vennoot 2] en/of [echtgenote vennoot 2] , - creditcard, zijn de Rabo Business Card Mastercard, waarvan [vennoot 2] de kaarthouder is, met kaartnummer eindigend op [nummer 1] , welke in het bezit is van [vennoot 2] en/of [echtgenote vennoot 2] ; 10. voor recht verklaart dat [vennoot 2] onrechtmatig heeft gehandeld door op zakelijke titel, ten laste van de VOF, auto’s voor privégebruik te leasen, en één van deze auto’s, de Mini Cooper Cabrio, te verkopen, en dat [vennoot 2] gehouden is tot vergoeding van alle schade die de VOF en [vennoot 1] daardoor lijden, nader op te maken bij staat, 10. bepaalt dat [vennoot 2] gehouden is alle toekomstige kosten en/of schade te vergoeden die de VOF en/of de onderneming die door de VOF wordt gedreven en/of [vennoot 1] maken/lijden ter zake de drie leaseovereenkomsten , waaronder in ieder geval (doch niet uitsluitend) wordt verstaan de kosten als gevolg van de lopende verplichtingen uit hoofde van die overeenkomsten en de eventuele daaruit voortvloeiende afkoopsom(men), boetes en schadeclaim, 12. [vennoot 2] en [echtgenote vennoot 2] veroordeelt de twee voertuigen die zij (privé) gebruiken welke worden genoemd in de drie leaseovereenkomsten af te geven aan de VOF en/of de onderneming die door de VOF wordt gedreven en/of [vennoot 1] , op straffe van een dwangsom van € 2.000,00 per dag of dagdeel dat niet aan deze veroordeling wordt voldaan, met een maximum van € 160.000,00. Blijkens de leaseovereenkomsten gaat het om de onderstaande auto’s: Merk: Porsche, type: Taycan GTS, chassisnummer: [chassisnummer] , kenteken: [kenteken], bouwjaar: 2023, datum eerste inschrijving: 27.01.2023, km-stand: 16.650, bestelbonnummer d.d. 03.05.2024; Merk: Land Rover, type: Evoque, kenteken: [kenmerk 1] , bouwjaar: Nieuw, bestelbonnummer: [kenmerk 2] , 13. [vennoot 2] en [echtgenote vennoot 2] hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten en de kosten van de (conservatoire) beslagen. 3.2. [vennoot 1] en de VOF leggen aan hun vorderingen – samengevat – ten grondslag dat zij eind juli 2025 ervan op de hoogte zijn geraakt dat [vennoot 2] heimelijk en stelselmatig in totaal voor ruim € 600.000,00 uit de VOF heeft onttrokken en weggesluisd. [vennoot 2] is dus toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van de vof-overeenkomst en heeft ook onrechtmatig jegens de VOF en [vennoot 1] gehandeld. [vennoot 2] dient de onrechtmatige toestand op te heffen en de schade die de VOF en [vennoot 1] dientengevolge lijden en nog zullen lijden, te vergoeden. [echtgenote vennoot 2] , de echtgenote van [vennoot 2] , heeft meegewerkt aan de onrechtmatige daad, zodat ook zij gehouden is de daardoor ontstane schade aan de VOF en [vennoot 1] te vergoeden, aldus [vennoot 1] en de VOF. Bij brief van 5 augustus 2025 heeft [vennoot 1] , nu volgens hem is voldaan aan alle in artikel 2.3 van de vof-overeenkomst gestelde voorwaarden, [vennoot 2] uit de VOF gestoten en op non-actief gesteld. [vennoot 2] is verder leaseovereenkomsten aangegaan op naam van de VOF ter zake van een Porsche, een Land Rover en een Mini Cooper Cabrio. Daarbij heeft [vennoot 2] de handtekening van [vennoot 1] vervalst. Ook is gebleken dat [vennoot 2] in strijd met de leasevoorwaarden de Mini Cooper Cabrio heeft verkocht. 3.3. [vennoot 2] en [echtgenote vennoot 2] voeren verweer. In de hoofdzaak in reconventie 3.4. [vennoot 2] vordert – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor recht verklaart dat de VOF per 5 augustus 2025 is geëindigd, [vennoot 1] veroordeelt om medewerking te verlenen aan vereffening en verdeling van de VOF en met [vennoot 2] af te rekenen per 5 augustus 2025, [vennoot 1] (voorwaardelijk, indien de incidentele vordering wordt afgewezen) veroordeelt c.q. beveelt de bescheiden en overige informatie betreffende de VOF en de daarmee verbonden onderneming betreffende in ieder geval de periode van 1 januari 2022 tot 5 augustus 2025 over te leggen, [vennoot 1] veroordeelt tot het doen van behoorlijke rekening en verantwoording over genoemde periode ter zake onder meer: a. het bedrag van € 84.000,00 van de onttrekking op 4 augustus 2025, evenals het bedrag van € 86.000,00 vanaf 9 september 2025; b. alle mutaties in het vermogen van de VOF van 1 januari 2021 tot 5 augustus 2025 totdat vereffening en verdeling zal hebben plaatsgevonden; c. het aantal, welke, wanneer en ook overigens de verkoop van activa, waaronder de personenauto’s van de VOF en van [vennoot 2] (met kenteken op naam van de VOF), zoals ter zake de gerealiseerde prijzen; met betrekking tot het onder 3 en 4 gevorderde, zodanig dat de boekhouder met partijen, althans met [vennoot 2] , behoorlijk de balans, met resultatenrekeningen en kapitaalrekeningen over genoemde periode kan (laten) opmaken, 5. voor recht verklaart dat [vennoot 2] mag verrekenen hetgeen hij van [vennoot 1] te vorderen heeft met hetgeen [vennoot 1] van [vennoot 2] te vorderen mocht hebben en waartoe [vennoot 2] deswege in conventie veroordeeld mocht worden, 6. het bedrag bepaalt dat [vennoot 1] – per saldo – nadat de boeken over de periode tot 5 augustus 2025 zijn opgemaakt en nadat [vennoot 1] alle crediteuren van de vennootschap heeft voldaan – nog aan [vennoot 2] verschuldigd is en [vennoot 1] tot betaling daarvan veroordeelt, rekening houdend met het bedrag dat [vennoot 1] ten titel van goodwill aan [vennoot 2] verschuldigd is en dat goodwillbedrag ex aequo et bono vaststelt, tegen behoorlijk bewijs van kwijting en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 augustus 2025 tot de dag van volledige voldoening, 7.
Volledig
[vennoot 1] veroordeelt de crediteuren van de vennootschap te voldoen, zo nodig uit eigen middelen, met name de Belastingdienst, de leasemaatschappijen en de developer Convisto, voor zover dit [vennoot 2] regardeert, 8. [vennoot 1] veroordeelt om [vennoot 2] te vrijwaren jegens de crediteuren, met name de leasemaatschappijen, 9. alle beslagen ten laste van [vennoot 2] opheft, alles op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,00 per overtreding c.q. per dag of gedeelte van een dag dat [vennoot 1] daarmee in verzuim mocht blijven, met veroordeling van [vennoot 1] , subsidiair de VOF, in de proceskosten waaronder de nakosten. 3.5. [vennoot 1] en de VOF voeren verweer. In het incident ex artikel 194 Rv van [vennoot 2] 3.6. [vennoot 2] vordert dat de rechtbank [vennoot 1] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad veroordeelt de bescheiden en overige informatie betreffende de VOF en de daarmee verbonden onderneming betreffende de periode van 1 januari 2022 tot 5 augustus 2025 over te leggen. Het gaat om de volgende bescheiden/documenten (die zijn vermeld in een e-mailbericht van [vennoot 2] aan zijn advocaat): De digitale administratie zoals bewaard/opgeslagen online in Moneybird, Loket, Lukoil, MKB Brandstof, MKBasics, Mollie, Payoneer, Bubble, Mercedese Financial, Verisure, Docusign, Pensioenfonds, Cabman Centrale, alsmede de papieren administratie zoals fysiek bewaard ten kantore [adres] bestaande uit: A. Ritadministratie en urenverantwoording chauffeurs B. Ritadministratie taxivoertuigen C. Juridische documenten: Uittreksel KVK, contracten met klanten, leveranciers en partners, algemene voorwaarden, vergunningen, arbeidsovereenkomsten, opdrachtovereenkomsten, correspondenties UWV, correspondenties arbodienst D. Zwart plakboek contante verdelingen E. Jaarrekeningen F. Bankafschriften G. Kasboeken (t/m 2021) H. Bonnen en kwitanties I. Leasecontracten J. Alle aangiftes belastingdienst K. Toeslagen, subsidies en regelingen documenten L. Salarisstroken, loonstaten, jaaropgaven, ziekte-en verlofregistraties, kopieën identiteitsbewijzen M. Verzekeringspolissen, voorwaarden, schadeclaims N. Huurovereenkomst O. Eigendomsbewijzen voertuigen Daaronder vallen tevens de personeelsadministratie, loonadministratie en alle communicatie met het personeel, facturatie (zowel inkomend als uitgaand), rittenadministraties, toegang tot de digitale gegevensdragers zoals het facturatiesysteem, de app, de emailaccounts waarin met klanten en intern wordt gecorrespondeerd, en de kas-administratie, de administratie met betrekking tot de verkoop van de auto’s (inclusief waardering, koopcontracten, namen en contactgegevens van kopende partijen en de (schriftelijke) communicatie met de kopende partijen), uitdraaien van de zakelijke bankafschriften van het jaar {jaar}. En de rekening en verantwoording van alle uitgaven en inkomsten vanaf het moment dat de banktegoeden op 4 augustus naar [vennoot 1] privé zijn overgeheveld, vergezeld met de onderliggende documentatie/bewijzen. Hardware : A. USB Stick ten behoeve van digitale ritadministratie B. Algemene desktop kantoor C. Ondernemerskaart KIWA Digitale ritadministratie : Elk voertuig dat geregistreerd staat als taxi heeft een boordcomputer. Deze computer registreert alle bewegingen van dat voertuig, zowel beladen als onbeladen. Maar ook ingelogd of uitgelogd (privé kilometers). Tot en met december 2023 werden de boordcomputers uitgelezen met een USB-stick en werden deze registraties opgeslagen op de stick. Op een gegeven moment heeft [vennoot 1] in 2022 een desktop voor het kantoor aangeschaft. [vennoot 1] bevestigt in een recent app bericht dat die er staat (productie 79). Alle ritgegevens, van alle voertuigen sinds 2018, zijn overgezet op deze PC. Sinds 2024 hebben wij de beschikking over Cabman Centrale. Dit is een online platform, waarmee op afstand de boordcomputer-bestanden kunnen worden gedownload op de computer. Om in te loggen in op dit platform is de desktop nodig (want daar staat de software op geïnstalleerd) en de KIWA ondernemerskaart. Belangrijk en spoedeisend is toegang tot deze USB-stick, PC en Cabman Centrale omdat met deze bestanden de bewegingen van [vennoot 1] met de zakelijke voertuigen te zien zijn, wat tot de conclusie zal leiden dat en hoeveel [vennoot 1] privé gebruik maakte van de zakelijke voertuigen sinds 2018. De administratie liep terug tot het jaar 2018, dus dat was aanwezig en dient beschikbaar te worden gesteld. Privémail : De toegang tot de privémail van [vennoot 2] : [e-mailadres] . 3.7. [vennoot 2] legt aan deze vordering ten grondslag dat [vennoot 1] hem volledig heeft buitengesloten van het reilen en zeilen van de VOF. [vennoot 2] heeft geen toegang meer tot de complete administratie en de schaduwadministratie, terwijl [vennoot 2] die informatie onmiskenbaar nodig heeft om behoorlijk verweer te kunnen voeren en de nodige tegenvorderingen in te kunnen stellen. Die tegenvorderingen betreffen de vereffening en verdeling waartoe partijen dienen over te gaan en in welk verband [vennoot 2] een beroep zal doen op verrekening. 3.8. [vennoot 1] voert verweer. 3.9. Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, worden ingegaan. In het incident ex artikel 194 Rv van [vennoot 1] en de VOF 3.10. [vennoot 1] en de VOF stellen eveneens een incidentele vordering in. Daaraan leggen zij het volgende ten grondslag. [vennoot 2] voert als reactie op de stellingen in conventie onder meer aan dat tussen [vennoot 1] en [vennoot 2] de afspraak gemaakt is dat de omgeleide omzetten uit de VOF over partijen verdeeld zouden worden en dus voor de helft bij [vennoot 1] terecht zouden komen. [vennoot 1] betwist het bestaan van deze gestelde afspraken uitdrukkelijk. De bankafschriften van de bankrekeningen op naam van [vennoot 2] en [echtgenote vennoot 2] dienen als bewijs van die betwisting, maar ook ter onderbouwing van de in conventie gestelde onrechtmatige daad. Met die bankafschriften kan achterhaald worden wat de uiteindelijke bestemming van de onttrokken gelden is geweest. Daaruit zal ook blijken dat geen (of weinig) van de onttrokken gelden uiteindelijk bij [vennoot 1] terecht zijn gekomen. Om die reden vorderen [vennoot 1] en de VOF dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: primair [vennoot 2] veroordeelt alle bankafschriften in het geding te brengen van de periode 1 januari 2021 tot en met 5 augustus 2025 waarop alle mutaties te zien zijn van de [rekening 2] -bankrekening, [rekening 3] -bankrekening, [rekening 4] -bankrekening en [rekening 5] -bankrekening, in papieren vorm of in digitale vorm, subsidiair [vennoot 2] beveelt een afschrift van deze gegevens te verstrekken aan [vennoot 1] binnen zeven dagen na het vonnis in incident, primair en subsidiair op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of dagdeel dat [vennoot 2] niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 75.000,00. 3.11. [vennoot 2] voert verweer. 3.12. Op de stellingen van partijen zal hierna – voor zover van belang – worden ingegaan. 4 De beoordeling Ontvankelijkheid VOF 4.1. [vennoot 2] stelt zich in de hoofdzaak op het standpunt dat de VOF per 5 augustus 2025 is beëindigd en dat per die datum vereffend en verdeeld dient te worden. Omdat de onderneming niet meer bestaat, kan de VOF volgens [vennoot 2] geen vorderingen instellen en is de VOF niet-ontvankelijk in haar vorderingen. [vennoot 2] heeft tegelijkertijd in het incident aangevoerd dat voor wat betreft de incidentele vordering van [vennoot 1] en de VOF het niet-ontvankelijkheidsverweer niet beoordeeld hoeft te worden. Gelet daarop zal de rechtbank in het incident niet vooruitlopen op dit verweer van [vennoot 2] in de hoofdzaak. Het toetsingskader in beide incidenten 4.2. In artikel 195 lid 1 Rv is bepaald dat de rechter op verzoek van de partij die daar op grond van artikel 194 lid 1 Rv recht op heeft, de wederpartij kan bevelen tot het verstrekken van inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens waarover de wederpartij beschikt. 4.3.
Volledig
[vennoot 1] veroordeelt de crediteuren van de vennootschap te voldoen, zo nodig uit eigen middelen, met name de Belastingdienst, de leasemaatschappijen en de developer Convisto, voor zover dit [vennoot 2] regardeert, 8. [vennoot 1] veroordeelt om [vennoot 2] te vrijwaren jegens de crediteuren, met name de leasemaatschappijen, 9. alle beslagen ten laste van [vennoot 2] opheft, alles op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,00 per overtreding c.q. per dag of gedeelte van een dag dat [vennoot 1] daarmee in verzuim mocht blijven, met veroordeling van [vennoot 1] , subsidiair de VOF, in de proceskosten waaronder de nakosten. 3.5. [vennoot 1] en de VOF voeren verweer. In het incident ex artikel 194 Rv van [vennoot 2] 3.6. [vennoot 2] vordert dat de rechtbank [vennoot 1] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad veroordeelt de bescheiden en overige informatie betreffende de VOF en de daarmee verbonden onderneming betreffende de periode van 1 januari 2022 tot 5 augustus 2025 over te leggen. Het gaat om de volgende bescheiden/documenten (die zijn vermeld in een e-mailbericht van [vennoot 2] aan zijn advocaat): De digitale administratie zoals bewaard/opgeslagen online in Moneybird, Loket, Lukoil, MKB Brandstof, MKBasics, Mollie, Payoneer, Bubble, Mercedese Financial, Verisure, Docusign, Pensioenfonds, Cabman Centrale, alsmede de papieren administratie zoals fysiek bewaard ten kantore [adres] bestaande uit: A. Ritadministratie en urenverantwoording chauffeurs B. Ritadministratie taxivoertuigen C. Juridische documenten: Uittreksel KVK, contracten met klanten, leveranciers en partners, algemene voorwaarden, vergunningen, arbeidsovereenkomsten, opdrachtovereenkomsten, correspondenties UWV, correspondenties arbodienst D. Zwart plakboek contante verdelingen E. Jaarrekeningen F. Bankafschriften G. Kasboeken (t/m 2021) H. Bonnen en kwitanties I. Leasecontracten J. Alle aangiftes belastingdienst K. Toeslagen, subsidies en regelingen documenten L. Salarisstroken, loonstaten, jaaropgaven, ziekte-en verlofregistraties, kopieën identiteitsbewijzen M. Verzekeringspolissen, voorwaarden, schadeclaims N. Huurovereenkomst O. Eigendomsbewijzen voertuigen Daaronder vallen tevens de personeelsadministratie, loonadministratie en alle communicatie met het personeel, facturatie (zowel inkomend als uitgaand), rittenadministraties, toegang tot de digitale gegevensdragers zoals het facturatiesysteem, de app, de emailaccounts waarin met klanten en intern wordt gecorrespondeerd, en de kas-administratie, de administratie met betrekking tot de verkoop van de auto’s (inclusief waardering, koopcontracten, namen en contactgegevens van kopende partijen en de (schriftelijke) communicatie met de kopende partijen), uitdraaien van de zakelijke bankafschriften van het jaar {jaar}. En de rekening en verantwoording van alle uitgaven en inkomsten vanaf het moment dat de banktegoeden op 4 augustus naar [vennoot 1] privé zijn overgeheveld, vergezeld met de onderliggende documentatie/bewijzen. Hardware : A. USB Stick ten behoeve van digitale ritadministratie B. Algemene desktop kantoor C. Ondernemerskaart KIWA Digitale ritadministratie : Elk voertuig dat geregistreerd staat als taxi heeft een boordcomputer. Deze computer registreert alle bewegingen van dat voertuig, zowel beladen als onbeladen. Maar ook ingelogd of uitgelogd (privé kilometers). Tot en met december 2023 werden de boordcomputers uitgelezen met een USB-stick en werden deze registraties opgeslagen op de stick. Op een gegeven moment heeft [vennoot 1] in 2022 een desktop voor het kantoor aangeschaft. [vennoot 1] bevestigt in een recent app bericht dat die er staat (productie 79). Alle ritgegevens, van alle voertuigen sinds 2018, zijn overgezet op deze PC. Sinds 2024 hebben wij de beschikking over Cabman Centrale. Dit is een online platform, waarmee op afstand de boordcomputer-bestanden kunnen worden gedownload op de computer. Om in te loggen in op dit platform is de desktop nodig (want daar staat de software op geïnstalleerd) en de KIWA ondernemerskaart. Belangrijk en spoedeisend is toegang tot deze USB-stick, PC en Cabman Centrale omdat met deze bestanden de bewegingen van [vennoot 1] met de zakelijke voertuigen te zien zijn, wat tot de conclusie zal leiden dat en hoeveel [vennoot 1] privé gebruik maakte van de zakelijke voertuigen sinds 2018. De administratie liep terug tot het jaar 2018, dus dat was aanwezig en dient beschikbaar te worden gesteld. Privémail : De toegang tot de privémail van [vennoot 2] : [e-mailadres] . 3.7. [vennoot 2] legt aan deze vordering ten grondslag dat [vennoot 1] hem volledig heeft buitengesloten van het reilen en zeilen van de VOF. [vennoot 2] heeft geen toegang meer tot de complete administratie en de schaduwadministratie, terwijl [vennoot 2] die informatie onmiskenbaar nodig heeft om behoorlijk verweer te kunnen voeren en de nodige tegenvorderingen in te kunnen stellen. Die tegenvorderingen betreffen de vereffening en verdeling waartoe partijen dienen over te gaan en in welk verband [vennoot 2] een beroep zal doen op verrekening. 3.8. [vennoot 1] voert verweer. 3.9. Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, worden ingegaan. In het incident ex artikel 194 Rv van [vennoot 1] en de VOF 3.10. [vennoot 1] en de VOF stellen eveneens een incidentele vordering in. Daaraan leggen zij het volgende ten grondslag. [vennoot 2] voert als reactie op de stellingen in conventie onder meer aan dat tussen [vennoot 1] en [vennoot 2] de afspraak gemaakt is dat de omgeleide omzetten uit de VOF over partijen verdeeld zouden worden en dus voor de helft bij [vennoot 1] terecht zouden komen. [vennoot 1] betwist het bestaan van deze gestelde afspraken uitdrukkelijk. De bankafschriften van de bankrekeningen op naam van [vennoot 2] en [echtgenote vennoot 2] dienen als bewijs van die betwisting, maar ook ter onderbouwing van de in conventie gestelde onrechtmatige daad. Met die bankafschriften kan achterhaald worden wat de uiteindelijke bestemming van de onttrokken gelden is geweest. Daaruit zal ook blijken dat geen (of weinig) van de onttrokken gelden uiteindelijk bij [vennoot 1] terecht zijn gekomen. Om die reden vorderen [vennoot 1] en de VOF dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: primair [vennoot 2] veroordeelt alle bankafschriften in het geding te brengen van de periode 1 januari 2021 tot en met 5 augustus 2025 waarop alle mutaties te zien zijn van de [rekening 2] -bankrekening, [rekening 3] -bankrekening, [rekening 4] -bankrekening en [rekening 5] -bankrekening, in papieren vorm of in digitale vorm, subsidiair [vennoot 2] beveelt een afschrift van deze gegevens te verstrekken aan [vennoot 1] binnen zeven dagen na het vonnis in incident, primair en subsidiair op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of dagdeel dat [vennoot 2] niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 75.000,00. 3.11. [vennoot 2] voert verweer. 3.12. Op de stellingen van partijen zal hierna – voor zover van belang – worden ingegaan. 4 De beoordeling Ontvankelijkheid VOF 4.1. [vennoot 2] stelt zich in de hoofdzaak op het standpunt dat de VOF per 5 augustus 2025 is beëindigd en dat per die datum vereffend en verdeeld dient te worden. Omdat de onderneming niet meer bestaat, kan de VOF volgens [vennoot 2] geen vorderingen instellen en is de VOF niet-ontvankelijk in haar vorderingen. [vennoot 2] heeft tegelijkertijd in het incident aangevoerd dat voor wat betreft de incidentele vordering van [vennoot 1] en de VOF het niet-ontvankelijkheidsverweer niet beoordeeld hoeft te worden. Gelet daarop zal de rechtbank in het incident niet vooruitlopen op dit verweer van [vennoot 2] in de hoofdzaak. Het toetsingskader in beide incidenten 4.2. In artikel 195 lid 1 Rv is bepaald dat de rechter op verzoek van de partij die daar op grond van artikel 194 lid 1 Rv recht op heeft, de wederpartij kan bevelen tot het verstrekken van inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens waarover de wederpartij beschikt. 4.3.
Volledig
Op grond van artikel 194 lid 1 Rv komt het recht op inzage, afschrift of uittreksel van a) bepaalde gegevens toe aan b) een partij bij een rechtsbetrekking, als zij c) daarbij voldoende belang heeft en d) degene van wie inzage wordt verlangd over de gevraagde informatie beschikt. Degene die inzage, afschrift of uittreksel verzoekt, moet zijn belang duidelijk omschrijven en zo nodig onderbouwen. In het incident van [vennoot 2] 4.4. [vennoot 2] stelt de gevraagde informatie en stukken nodig te hebben om behoorlijk verweer te kunnen voeren en om tegenvorderingen te kunnen instellen. 4.5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [vennoot 2] niet concreet toegelicht tegen welke stellingen van [vennoot 1] en de VOF het verweer en/of de betwisting zich richt en welke concrete informatie hij in verband daarmee nodig heeft. Wat betreft het instellen van tegenvorderingen heeft [vennoot 2] evenmin toegelicht waarom hij de betreffende stukken of informatie nodig heeft in het kader van de afwikkeling van de VOF en waarom specifiek over de periode 1 januari 2022 tot 5 augustus 2025. [vennoot 2] heeft zijn belang bij de gevraagde informatie en stukken daarom onvoldoende onderbouwd. De vordering van [vennoot 2] zal worden afgewezen. In het incident van [vennoot 1] en de VOF 4.6. [vennoot 1] en de VOF stellen dat afschrift van de gevraagde bankafschriften duidelijkheid zal bieden over de door [vennoot 2] gestelde afspraken over omgeleide omzetten. [vennoot 1] stelt dat deze stukken dienen als bewijs van de betwisting van het bestaan van dergelijke afspraken. 4.7. De rechtbank stelt het volgende voorop. Artikel 150 Rv bepaalt dat de partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten, de bewijslast draagt van die feiten of rechten. Ingevolge deze regel rust op degene die zich beroept op een rechtsgevolg verbonden aan door hem gestelde feiten het bewijs van die feiten; uit deze regel volgt niet dat degene die die feiten betwist de bewijslast heeft van de in dat verband ter motivering gestelde feiten. De stelplicht heeft, zo blijkt uit artikel 150 Rv, (enkel) betrekking op feiten of rechten waaraan een door de betrokken partij beoogd rechtsgevolg is verbonden dat weer voortvloeit uit een (geschreven of ongeschreven) rechtsregel. De (omvang van de) stelplicht wordt dus bepaald door het beoogde rechtsgevolg dat op een rechtsregel is gebaseerd. Die stellingen moeten gemotiveerd en zo concreet mogelijk zijn. Voldoet een partij niet aan haar stelplicht, dan wordt zij niet toegelaten tot bewijslevering. Heeft zij wel aan haar stelplicht voldaan, dan komt de (eventuele) betwisting door de wederpartij in beeld. De wederpartij die in rechte geconfronteerd wordt met een bepaalde vordering, zal de rechtsfeiten die aan die vordering ten grondslag liggen, gemotiveerd moeten weerspreken om te voorkomen dat deze als onweersproken komen vast te staan. Ook de betwisting moet voldoende concreet zijn. Daarvoor zal de wederpartij vaak aan haar kant ook feiten moeten aanvoeren. Voor die feiten draagt zij evenwel geen bewijslast. Als de wederpartij de rechtsfeiten die de andere partij aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd niet in voldoende mate betwist, wordt aan bewijslevering door die partij niet toe gekomen, omdat de gestelde feiten in dat geval al vanwege onvoldoende betwisting zijn komen vast te staan. 4.8. De rechtbank begrijpt dat [vennoot 2] in de hoofdzaak in conventie met zijn stelling over de afspraken die gemaakt zouden zijn over omgeleide omzetten, wil betwisten dat hij tekortgeschoten is in de nakoming van de vof-overeenkomst en dat hij onrechtmatig gehandeld heeft jegens [vennoot 1] en de VOF. 4.9. Het is aan de rechter in de hoofdzaak om in conventie eerst te beoordelen of [vennoot 1] en de VOF voldaan hebben aan hun stelplicht en daarna, als de rechtbank daaraan toekomt, of er sprake is van een gemotiveerde betwisting door [vennoot 2] . Het is aan [vennoot 2] om die betwisting concreet te maken en te onderbouwen. Tegen de achtergrond van hetgeen de rechtbank in rov. 4.7 heeft overwogen, is er geen grond om [vennoot 2] te verplichten stukken te verstrekken, zodat [vennoot 1] en de VOF de betwisting door [vennoot 2] – waarvan nog niet vaststaat of die voldoende gemotiveerd is – te kunnen controleren. Gelet daarop zal de incidentele vordering van [vennoot 1] en de VOF worden afgewezen. De proceskosten in beide incidenten 4.10. Aangezien partijen ieder in het eigen incident in het ongelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten in beide incidenten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij zijn eigen kosten draagt. 5 In de hoofdzaak 5.1. Partijen hebben in november-december 2025 verhinderdata opgegeven voor het plannen van een mondelinge behandeling. Gelet op het tijdsverloop sindsdien tot de datum van dit vonnis zijn deze verhinderdata inmiddels gedateerd. De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen om actuele verhinderdata door te geven over de periode mei tot en met november 2026. 5.2. De rechtbank houdt verder iedere beslissing aan. 6 De beslissing De rechtbank in het incident van [vennoot 2] 6.1. wijst het gevorderde af, in het incident van [vennoot 1] en de VOF 6.2. wijst het gevorderde af, in beide incidenten 6.3. compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, in de hoofdzaak 6.4. verwijst de zaak naar de rol van 8 april 2026 voor opgave verhinderdata aan de zijde van beide partijen over de periode mei tot en met november 2026, 6.5. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. Etman en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026. Productie 1 dagvaarding Productie 35 dagvaarding Producties 36 en 37 dagvaarding Productie 38 dagvaarding Productie 43 dagvaarding Productie G conclusie van antwoord Voor het volledige bankrekeningnummer zie p. 34 conclusie van antwoord in reconventie tevens akte eiswijziging in conventie Voor het volledige nummer zie p. 34 conclusie van antwoord in reconventie tevens akte eiswijziging in conventie Productie 30, 31 en 32 dagvaarding Productie 30, 31 en 32 dagvaarding Productie 43 dagvaarding Productie 50 dagvaarding Conclusie van antwoord in zelfstandig incident van [vennoot 1] , randnummer 20 Zie conclusie AG bij HR 16 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:53.
Volledig
Op grond van artikel 194 lid 1 Rv komt het recht op inzage, afschrift of uittreksel van a) bepaalde gegevens toe aan b) een partij bij een rechtsbetrekking, als zij c) daarbij voldoende belang heeft en d) degene van wie inzage wordt verlangd over de gevraagde informatie beschikt. Degene die inzage, afschrift of uittreksel verzoekt, moet zijn belang duidelijk omschrijven en zo nodig onderbouwen. In het incident van [vennoot 2] 4.4. [vennoot 2] stelt de gevraagde informatie en stukken nodig te hebben om behoorlijk verweer te kunnen voeren en om tegenvorderingen te kunnen instellen. 4.5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [vennoot 2] niet concreet toegelicht tegen welke stellingen van [vennoot 1] en de VOF het verweer en/of de betwisting zich richt en welke concrete informatie hij in verband daarmee nodig heeft. Wat betreft het instellen van tegenvorderingen heeft [vennoot 2] evenmin toegelicht waarom hij de betreffende stukken of informatie nodig heeft in het kader van de afwikkeling van de VOF en waarom specifiek over de periode 1 januari 2022 tot 5 augustus 2025. [vennoot 2] heeft zijn belang bij de gevraagde informatie en stukken daarom onvoldoende onderbouwd. De vordering van [vennoot 2] zal worden afgewezen. In het incident van [vennoot 1] en de VOF 4.6. [vennoot 1] en de VOF stellen dat afschrift van de gevraagde bankafschriften duidelijkheid zal bieden over de door [vennoot 2] gestelde afspraken over omgeleide omzetten. [vennoot 1] stelt dat deze stukken dienen als bewijs van de betwisting van het bestaan van dergelijke afspraken. 4.7. De rechtbank stelt het volgende voorop. Artikel 150 Rv bepaalt dat de partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten, de bewijslast draagt van die feiten of rechten. Ingevolge deze regel rust op degene die zich beroept op een rechtsgevolg verbonden aan door hem gestelde feiten het bewijs van die feiten; uit deze regel volgt niet dat degene die die feiten betwist de bewijslast heeft van de in dat verband ter motivering gestelde feiten. De stelplicht heeft, zo blijkt uit artikel 150 Rv, (enkel) betrekking op feiten of rechten waaraan een door de betrokken partij beoogd rechtsgevolg is verbonden dat weer voortvloeit uit een (geschreven of ongeschreven) rechtsregel. De (omvang van de) stelplicht wordt dus bepaald door het beoogde rechtsgevolg dat op een rechtsregel is gebaseerd. Die stellingen moeten gemotiveerd en zo concreet mogelijk zijn. Voldoet een partij niet aan haar stelplicht, dan wordt zij niet toegelaten tot bewijslevering. Heeft zij wel aan haar stelplicht voldaan, dan komt de (eventuele) betwisting door de wederpartij in beeld. De wederpartij die in rechte geconfronteerd wordt met een bepaalde vordering, zal de rechtsfeiten die aan die vordering ten grondslag liggen, gemotiveerd moeten weerspreken om te voorkomen dat deze als onweersproken komen vast te staan. Ook de betwisting moet voldoende concreet zijn. Daarvoor zal de wederpartij vaak aan haar kant ook feiten moeten aanvoeren. Voor die feiten draagt zij evenwel geen bewijslast. Als de wederpartij de rechtsfeiten die de andere partij aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd niet in voldoende mate betwist, wordt aan bewijslevering door die partij niet toe gekomen, omdat de gestelde feiten in dat geval al vanwege onvoldoende betwisting zijn komen vast te staan. 4.8. De rechtbank begrijpt dat [vennoot 2] in de hoofdzaak in conventie met zijn stelling over de afspraken die gemaakt zouden zijn over omgeleide omzetten, wil betwisten dat hij tekortgeschoten is in de nakoming van de vof-overeenkomst en dat hij onrechtmatig gehandeld heeft jegens [vennoot 1] en de VOF. 4.9. Het is aan de rechter in de hoofdzaak om in conventie eerst te beoordelen of [vennoot 1] en de VOF voldaan hebben aan hun stelplicht en daarna, als de rechtbank daaraan toekomt, of er sprake is van een gemotiveerde betwisting door [vennoot 2] . Het is aan [vennoot 2] om die betwisting concreet te maken en te onderbouwen. Tegen de achtergrond van hetgeen de rechtbank in rov. 4.7 heeft overwogen, is er geen grond om [vennoot 2] te verplichten stukken te verstrekken, zodat [vennoot 1] en de VOF de betwisting door [vennoot 2] – waarvan nog niet vaststaat of die voldoende gemotiveerd is – te kunnen controleren. Gelet daarop zal de incidentele vordering van [vennoot 1] en de VOF worden afgewezen. De proceskosten in beide incidenten 4.10. Aangezien partijen ieder in het eigen incident in het ongelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten in beide incidenten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij zijn eigen kosten draagt. 5 In de hoofdzaak 5.1. Partijen hebben in november-december 2025 verhinderdata opgegeven voor het plannen van een mondelinge behandeling. Gelet op het tijdsverloop sindsdien tot de datum van dit vonnis zijn deze verhinderdata inmiddels gedateerd. De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen om actuele verhinderdata door te geven over de periode mei tot en met november 2026. 5.2. De rechtbank houdt verder iedere beslissing aan. 6 De beslissing De rechtbank in het incident van [vennoot 2] 6.1. wijst het gevorderde af, in het incident van [vennoot 1] en de VOF 6.2. wijst het gevorderde af, in beide incidenten 6.3. compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, in de hoofdzaak 6.4. verwijst de zaak naar de rol van 8 april 2026 voor opgave verhinderdata aan de zijde van beide partijen over de periode mei tot en met november 2026, 6.5. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. Etman en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026. Productie 1 dagvaarding Productie 35 dagvaarding Producties 36 en 37 dagvaarding Productie 38 dagvaarding Productie 43 dagvaarding Productie G conclusie van antwoord Voor het volledige bankrekeningnummer zie p. 34 conclusie van antwoord in reconventie tevens akte eiswijziging in conventie Voor het volledige nummer zie p. 34 conclusie van antwoord in reconventie tevens akte eiswijziging in conventie Productie 30, 31 en 32 dagvaarding Productie 30, 31 en 32 dagvaarding Productie 43 dagvaarding Productie 50 dagvaarding Conclusie van antwoord in zelfstandig incident van [vennoot 1] , randnummer 20 Zie conclusie AG bij HR 16 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:53.