Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-03-18
ECLI:NL:RBLIM:2026:2377
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Beschikking
2,433 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:2377 text/xml public 2026-03-25T11:38:21 2026-03-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-03-18 11978519 \ HZ VERZ 25-59 Uitspraak Beschikking NL Roermond Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:2377 text/html public 2026-03-25T11:37:56 2026-03-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:2377 Rechtbank Limburg , 18-03-2026 / 11978519 \ HZ VERZ 25-59 Verzoek schorsing ontruiming 230a bedrijfsruimte afgewezen. Tijdstip ontruiming vastgesteld. RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Roermond Zaaknummer / rekestnummer: 11978519 \ HZ VERZ 25-59 Beschikking van 18 maart 2026 in de zaak van V.O.F. [huurder] , te [plaats ] , verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek, hierna te noemen: [huurder] , gemachtigde: mr. Q.J. van Riet, tegen [persoon] , h.od.n. [verhuurder] , te [plaats ] , verwerende partij, verzoekende partij in het tegenverzoek, hierna te noemen: [verhuurder] , gemachtigde: mr. J.H.J. Vleeshouwers. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift - het verweerschrift, met een tegenverzoek - de door [huurder] bij brief van 27 februari 2026 overgelegde producties - de mondelinge behandeling van 4 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt - de spreekaantekeningen van [verhuurder] - de op de mondelinge behandeling door [huurder] overgelegde e-mail. 1.2. De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. [huurder] huurde van [verhuurder] de loods aan [adres] . 2.2. [verhuurder] heeft bij brief van 29 augustus 2024 aan [huurder] bericht dat de huur per januari 2025 wordt opgezegd. 2.3. Bij beschikking van 1 september 2025 van de kantonrechter te Roermond is onder meer de ontruimingstermijn van het gehuurde verlengd tot 1 januari 2026. 3 Het verzoek en het verweer 3.1. [huurder] verzoekt de termijn waarbinnen de ontruiming van de loods gelegen aan [adres] moet plaatsvinden te verlengen tot 1 januari 2027. 3.2. [verhuurder] heeft verweer gevoerd en verzocht om [huurder] niet ontvankelijk te verklaren dan wel het verzoek af te wijzen. [verhuurder] heeft ook een voorwaardelijk tegenverzoek ingediend (voor het geval de gevraagde verlenging wordt verleend) waarin hij vraagt om te bepalen dat [huurder] met ingang van 1 januari 2026 tot de datum van de feitelijke ontruiming een (hogere) gebruiksvergoeding verschuldigd is ter hoogte van € 4.875,00 per jaar. 3.3. [huurder] heeft verweer gevoerd tegen het tegenverzoek. 4 De beoordeling 4.1. Op 4 maart 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen hebben hun stellingen mondeling toegelicht. 4.2. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [huurder] verklaard dat hij het bij hem in gebruik zijnde deel van de loods per 1 september 2026 kan hebben ontruimd. Gelet daarop acht de kantonrechter geen belang (meer) aanwezig bij [huurder] om de ontruiming van de loods uit te stellen tot 1 januari 2027. Dit verzoek zal daarom worden afgewezen. 4.3. Nu de kantonrechter het verzoek afwijst dient hij een datum te bepalen waarop de loods ontruimd dient te zijn. [verhuurder] heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die maken dat de ontruiming vóór 1 september 2026 uitgevoerd zou moeten zijn. Sterker, uit zijn betoog volgt dat de loods niet noodzakelijk beschikbaar moet zijn vóór 1 september 2026. Het ligt daarom voor de hand dat de kantonrechter aansluiting zoekt bij de belangen van beide partijen en de datum waarop de loods ontruimd moet zijn door [huurder] vaststelt op uiterlijk 1 september 2026. 4.4. Ter zitting heeft de kantonrechter [huurder] horen toezeggen dat uiterlijk op 1 september 2026 ook haar diverse eigendommen, die zich elders op het terrein van [verhuurder] bevinden, zullen zijn verwijderd. De kantonrechter verstaat daarom dat [huurder] al haar overige eigendommen, die zich bevinden op het erf van [verhuurder] , uiterlijk 1 september 2026 heeft verwijderd. 4.5. Omdat het verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn wordt afgewezen behoeft niet te worden beslist op het voorwaardelijk ingediende verzoek van [verhuurder] tot vaststelling van de (hogere) gebruiksvergoeding. 4.6. Partijen zijn familie van elkaar. De kantonrechter zal daarom de proceskosten compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. wijst het verzoek af, 5.2. veroordeelt [huurder] om uiterlijk 1 september 2026 het door hem in gebruik genomen deel van de opslagloods aan [adres] te ontruimen en ontruimd te houden en ter beschikking van [verhuurder] te stellen, 5.3. compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, 5.4. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. Van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:2377 text/xml public 2026-03-25T11:38:21 2026-03-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-03-18 11978519 \ HZ VERZ 25-59 Uitspraak Beschikking NL Roermond Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:2377 text/html public 2026-03-25T11:37:56 2026-03-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:2377 Rechtbank Limburg , 18-03-2026 / 11978519 \ HZ VERZ 25-59 Verzoek schorsing ontruiming 230a bedrijfsruimte afgewezen. Tijdstip ontruiming vastgesteld. RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Roermond Zaaknummer / rekestnummer: 11978519 \ HZ VERZ 25-59 Beschikking van 18 maart 2026 in de zaak van V.O.F. [huurder] , te [plaats ] , verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek, hierna te noemen: [huurder] , gemachtigde: mr. Q.J. van Riet, tegen [persoon] , h.od.n. [verhuurder] , te [plaats ] , verwerende partij, verzoekende partij in het tegenverzoek, hierna te noemen: [verhuurder] , gemachtigde: mr. J.H.J. Vleeshouwers. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift - het verweerschrift, met een tegenverzoek - de door [huurder] bij brief van 27 februari 2026 overgelegde producties - de mondelinge behandeling van 4 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt - de spreekaantekeningen van [verhuurder] - de op de mondelinge behandeling door [huurder] overgelegde e-mail. 1.2. De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. [huurder] huurde van [verhuurder] de loods aan [adres] . 2.2. [verhuurder] heeft bij brief van 29 augustus 2024 aan [huurder] bericht dat de huur per januari 2025 wordt opgezegd. 2.3. Bij beschikking van 1 september 2025 van de kantonrechter te Roermond is onder meer de ontruimingstermijn van het gehuurde verlengd tot 1 januari 2026. 3 Het verzoek en het verweer 3.1. [huurder] verzoekt de termijn waarbinnen de ontruiming van de loods gelegen aan [adres] moet plaatsvinden te verlengen tot 1 januari 2027. 3.2. [verhuurder] heeft verweer gevoerd en verzocht om [huurder] niet ontvankelijk te verklaren dan wel het verzoek af te wijzen. [verhuurder] heeft ook een voorwaardelijk tegenverzoek ingediend (voor het geval de gevraagde verlenging wordt verleend) waarin hij vraagt om te bepalen dat [huurder] met ingang van 1 januari 2026 tot de datum van de feitelijke ontruiming een (hogere) gebruiksvergoeding verschuldigd is ter hoogte van € 4.875,00 per jaar. 3.3. [huurder] heeft verweer gevoerd tegen het tegenverzoek. 4 De beoordeling 4.1. Op 4 maart 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen hebben hun stellingen mondeling toegelicht. 4.2. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [huurder] verklaard dat hij het bij hem in gebruik zijnde deel van de loods per 1 september 2026 kan hebben ontruimd. Gelet daarop acht de kantonrechter geen belang (meer) aanwezig bij [huurder] om de ontruiming van de loods uit te stellen tot 1 januari 2027. Dit verzoek zal daarom worden afgewezen. 4.3. Nu de kantonrechter het verzoek afwijst dient hij een datum te bepalen waarop de loods ontruimd dient te zijn. [verhuurder] heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die maken dat de ontruiming vóór 1 september 2026 uitgevoerd zou moeten zijn. Sterker, uit zijn betoog volgt dat de loods niet noodzakelijk beschikbaar moet zijn vóór 1 september 2026. Het ligt daarom voor de hand dat de kantonrechter aansluiting zoekt bij de belangen van beide partijen en de datum waarop de loods ontruimd moet zijn door [huurder] vaststelt op uiterlijk 1 september 2026. 4.4. Ter zitting heeft de kantonrechter [huurder] horen toezeggen dat uiterlijk op 1 september 2026 ook haar diverse eigendommen, die zich elders op het terrein van [verhuurder] bevinden, zullen zijn verwijderd. De kantonrechter verstaat daarom dat [huurder] al haar overige eigendommen, die zich bevinden op het erf van [verhuurder] , uiterlijk 1 september 2026 heeft verwijderd. 4.5. Omdat het verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn wordt afgewezen behoeft niet te worden beslist op het voorwaardelijk ingediende verzoek van [verhuurder] tot vaststelling van de (hogere) gebruiksvergoeding. 4.6. Partijen zijn familie van elkaar. De kantonrechter zal daarom de proceskosten compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. wijst het verzoek af, 5.2. veroordeelt [huurder] om uiterlijk 1 september 2026 het door hem in gebruik genomen deel van de opslagloods aan [adres] te ontruimen en ontruimd te houden en ter beschikking van [verhuurder] te stellen, 5.3. compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, 5.4. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. Van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.