Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-03-04
ECLI:NL:RBLIM:2026:2024
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,046 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBLIM:2026:2024 text/xml public 2026-03-20T13:01:48 2026-03-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-03-04 11939294 \ CV EXPL 25-4560 Uitspraak Bodemzaak NL Roermond Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:2024 text/html public 2026-03-20T10:49:02 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:2024 Rechtbank Limburg , 04-03-2026 / 11939294 \ CV EXPL 25-4560 Kantonrechter wijst de vordering af, eiser is geen contractspartij. Voor een veroordeling van eiser in de daadwerkelijk door gedaagde gemaakte proceskosten bestaat geen aanleiding. RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 11939294 \ CV EXPL 25-4560 Vonnis van 4 maart 2026 in de zaak van [eisende partij] , wonende te [plaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eisende partij] , gemachtigde: Bill Incasso B.V., tegen [gedaagde partij] , h.o.d.n. [bedrijf] , wonende te [plaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde partij] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, - de conclusie van antwoord, - de akte uitlating door [eisende partij] , - de conclusie van repliek, - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [persoon] (hierna: [persoon] ) heeft op 18 juni 2025 via de website van [gedaagde partij] een zogenoemd Battery Management System voor een fietsaccu (hierna: BMS) gekocht. De koopprijs bedroeg € 67,00, inclusief verzendkosten. De betaling van de koopprijs heeft plaatsgevonden via de bankrekening van [eisende partij]. Dit is een en/of-rekening. [persoon] is de echtgenote van [eisende partij] . 2.2. Bij het plaatsen van de bestelling heeft [persoon] zich akkoord verklaard met de algemene voorwaarden van [gedaagde partij] . 2.3. De BMS is op 21 juni 2025 door [gedaagde partij] aan [persoon] geleverd. 2.4. Op 26 juni 2025 heeft [persoon] aan [gedaagde partij] laten weten dat zij gebruik wenst te maken van haar herroepingsrecht en dat zij de BMS zal retourneren. Zij heeft [gedaagde partij] tevens te kennen gegeven het volledige aankoopbedrag, inclusief de verzendkosten, binnen 14 dagen na ontvangst van het geretourneerde terug te willen ontvangen. 2.5. Ondanks herhaalde sommaties heeft [gedaagde partij] het bedrag niet terugbetaald aan [persoon] . 2.6. Vervolgens heeft [eisende partij] deze procedure aanhangig gemaakt. 3 Het geschil 3.1. [eisende partij] vordert - samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, dat de kantonrechter [gedaagde partij] veroordeelt: tot betaling van € 117,21 (inclusief buitengerechtelijke incassokosten ad € 48,40 inclusief btw en wettelijke handelsrente tot 24 september 2025 ad € 1,81), vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 67,00 vanaf 22 september 2025, tot betaling van de proceskosten. 3.2. [gedaagde partij] voert verweer. [gedaagde partij] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eisende partij] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eisende partij] , met veroordeling van [eisende partij] in de kosten van deze procedure. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, ingegaan. 4 De beoordeling Is de kantonrechter in de rechtbank Limburg, locatie Roermond bevoegd? 4.1. Allereerst ligt de, ook de ambtshalve te beantwoorden, vraag voor of de kantonrechter in de rechtbank Limburg in relatieve zin bevoegd is van de vordering kennis te nemen. [gedaagde partij] heeft zich beroepen op een bepaling in de leveringsvoorwaarden waarin is opgenomen dat uitsluitend de kantonrechter te Maastricht bevoegd is van eventuele geschillen kennis te nemen. [eisende partij] heeft onder verwijzing naar artikel 108 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) betoogd dat de kantonrechter te Roermond wel degelijk bevoegd is. 4.2. Tussen partijen is niet in geschil dat de algemene voorwaarden van [gedaagde partij] op de koopovereenkomst van toepassing zijn en dat daarin is bepaald dat geschillen worden beslecht door de kantonrechter in Maastricht. In artikel 108 lid 2 Rv is echter, voor zover hier van belang, bepaald dat in zaken met een vordering die maximaal € 25.000,00 beloopt, zoals hier het geval is, een forumkeuzebeding geen gevolg heeft (en dus niet rechtsgeldig is), tenzij deze is aangegaan na het ontstaan van het geschil of in het geval de partij die niet handelt in de uitoefening van beroep of bedrijf zich tot de aangewezen rechter wendt. Geen van deze situaties doet zich hier voor. Het forumkeuzebeding is immers tot stand gekomen bij het aangaan van de koopovereenkomst en het is ook niet zo dat [eisende partij] zich tot de in het forumkeuzebeding aangewezen rechter heeft gewend. De kantonrechter te Roermond is dus bevoegd van de vordering kennis te nemen. De inhoudelijke beoordeling 4.3. [eisende partij] vordert dat [gedaagde partij] wordt veroordeeld tot terugbetaling van het aankoopbedrag van de BMS. [eisende partij] legt aan de vordering ten grondslag dat de koopovereenkomst tijdig is herroepen en dat de BMS retour is gestuurd. Volgens [eisende partij] is [gedaagde partij] daarom gehouden tot terugbetaling van het aankoopbedrag, vermeerderd met rente en incassokosten. 4.4. [gedaagde partij] betwist dat [eisende partij] een vorderingsrecht jegens hem heeft, aangezien hij ( [eisende partij] ) geen partij is bij de koopovereenkomst. [gedaagde partij] heeft daartoe aangevoerd dat de bestelling is geplaatst door [persoon] . Ter onderbouwing heeft [gedaagde partij] de bestelgegevens en het besteloverzicht overgelegd, waaruit volgens hem volgt dat de overeenkomst op naam van [persoon] tot stand is gekomen. 4.5. [eisende partij] heeft de juistheid van deze gegevens niet bestreden en hij heeft ook niet bestreden dat hij geen partij is bij de overeenkomst. Alleen al hierom kan hij geen aanspraak maken op terugbetaling van de aankoopprijs. De enkele omstandigheid dat [eisende partij] de echtgenoot is van [persoon] en dat de koopprijs is voldaan door middel van overboeking van de en/of-rekening (“CJ”) op naam van [eisende partij] naar [gedaagde partij] , is daartoe onvoldoende. Een verbintenis tot betaling kan ook door een ander dan de schuldenaar worden nagekomen . Dit betekent echter niet dat deze dan partij wordt bij de overeenkomst. Met andere woorden, zelfs als het zo is dat de aankoopprijs door [eisende partij] is betaald dan maakt dat nog niet dat hij partij wordt bij de overeenkomst en / of dat hij uit hoofde van die overeenkomst een vorderingsrecht heeft. De omstandigheid dat hij de echtgenoot is van [persoon] kan ook niet tot een ander oordeel leiden. De vordering tot terugbetaling van de aankoopprijs zal daarom worden afgewezen. In het verlengde hiervan treffen de vorderingen die strekken tot betaling van rente en incassokosten hetzelfde lot. De proceskosten 4.6. [eisende partij] is in het ongelijk gesteld. Hij wordt daarom veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde partij] . [gedaagde partij] wenst, zo begrijpt de kantonrechter, dat [eisende partij] in de daadwerkelijk door hem gemaakte proceskosten, die volgens hem € 370,00 bedragen, wordt veroordeeld. 4.7. Dit kan alleen als sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Dat is pas aan de orde als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Hiervan kan pas sprake zijn als de eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden (HR 29 juni 2007, LJN BA3516, NJ 2007/353). Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door artikel 6 EVRM . In deze zaak is geen sprake van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Voor een veroordeling van [eisende partij] in de daadwerkelijk door [gedaagde partij] gemaakte proceskosten bestaat dan ook geen aanleiding.