Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-03-04
ECLI:NL:RBLIM:2026:1816
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,007 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBLIM:2026:1816 text/xml public 2026-03-20T13:46:19 2026-02-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-03-04 11974363 \ CV EXPL 25-4997 Uitspraak Bodemzaak NL Roermond Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:1816 text/html public 2026-03-20T12:02:28 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:1816 Rechtbank Limburg , 04-03-2026 / 11974363 \ CV EXPL 25-4997 Gemengde koop-/aanneemovereenkomst. Vorderingen tot ontbinding en subsidiair tot nakoming worden afgewezen. RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 11974363 \ CV EXPL 25-4997 Vonnis van 4 maart 2026 in de zaak van [eiser] , te [plaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. T.A.F.M. Mortier, ARAG SE Rechtsbijstand, tegen 1 de vennootschap onder firma [gedaagde 1] , te [plaats 2] , 2. [gedaagde 2] , te [plaats 2] , 3. [gedaagde 3] , te [plaats 2] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagden] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de conclusie van repliek - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [eiser] heeft bij [gedaagden] glas besteld in mei 2021. Daarvoor heeft hij € 11.7000,00 inclusief btw betaald. 2.2. Het glas is nog niet geleverd. 3 Het geschil 3.1. [eiser] vordert - samengevat - : Primair: Ontbinding van de overeenkomst; veroordeling van [gedaagden] tot terugbetaling van een bedrag van € 11.700,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; [gedaagden] te bevelen medewerking te verlenen aan de ongedaanmakingsverbintenis op straffe van een dwangsom; Subsidiair: [gedaagden] te veroordelen tot nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst door het glaswerk te leveren, op straffe van een dwangsom; te bepalen dat bij niet nakoming de overeenkomst per die datum is ontbonden met de daaruit voortvloeiende ongedaanmakingsverbintenissen; Meer subsidiair: - Een verklaring voor recht dat het prijswijzigingsbeding onduidelijk en onbegrijpelijk is en buiten toepassing moet worden gelaten; Voorts: - Veroordeling van [gedaagden] in de proceskosten. 3.2. [gedaagden] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] . 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter is van oordeel dat de vorderingen van [eiser] moeten worden afgewezen. Dit zal hierna worden uitgelegd. De primaire vordering 4.2. [eiser] vordert in de eerste plaats ontbinding van de koopovereenkomst omdat er niet geleverd is. Uit het dossier kan het volgende worden afgeleid: [gedaagden] stuurt op 10 mei 2021 een offerte aan [eiser] . Deze offerte vermeldt een prijs van € 7.900,00 exclusief btw. Volgens de offerte is deze prijs geldig tot en met 31 mei 2021 waarna een algehele prijsherziening van ten minste 6,65% zal worden toegepast. De offerte noemt verder aantallen en afmetingen en er werd ook aangegeven dat afwijkende maten en aantallen tot een andere prijs zullen leiden. Op 15 juni 2021 stuurt [gedaagden] per e-mail een aanvulling waarbij zij aangeeft dat er een toeslag geldt in verband met het Sun – vierseizoenenglas en dat dit leidt tot een koopprijs van € 9.395,00 exclusief btw. Deze prijs is geldig tot en met 31 december 2021. Voor de rest wordt verwezen naar de eerdere offerte van 10 mei 2021. 4.3. De vraag die gesteld kan worden is of er met die offerte en het accepteren een perfecte overeenkomst tot stand is gekomen. De kantonrechter is van oordeel dat dit niet het geval is. Daarbij wijst de kantonrechter op de e-mail van 25 juni 2021. In deze e-mail schrijft [gedaagden] dat de glasmaten zijn ontvangen, maar dat een elektronisch dossier pas kan worden opgemaakt als alle glasmaten definitief zijn. Ook wordt in die e-mail de volgende vraag gesteld: “Wanneer zijn alle maten bekend, zodat de order dan ook in productie kan gaan?” In de reactie daarop vermeldt [eiser] dat op de definitieve maten nog teruggekomen moet worden. Dit houdt in dat op 25 juni 2021 nog geen definitieve perfecte overeenkomst tot stand was gekomen. 4.4. Uit de daarop volgende correspondentie komt daarin geen verandering. Zo schrijft [eiser] op 13 juli 2021 dat op de definitieve maten nog teruggekomen wordt. Op 31 augustus 2021 stelt [gedaagden] per e-mail een tussenoplossing voor in het geval dat de definitieve glasmaten van de schuifpui nog op zich laten wachten. Uit de stukken leidt de kantonrechter af dat voor deze tussenoplossing is gekozen. Zo blijkt uit het bestelformulier en de vermeldingen daarop dat de posten 1 tot en met 5 definitief zijn en de posten 6, 7 en 8 nog niet. Maar ook dit blijkt toch niet het geval te zijn, want [eiser] geeft in zijn e-mail van 3 september 2021 aan dat de glasmaten van de posten 1 tot en met 5 geenszins vastliggen. Ook geeft [eiser] aan dat wellicht aanpassing van de overige kozijnen noodzakelijk zal zijn. 4.5. Het voorgaande leidt tot geen andere conclusie dat er nooit een perfecte overeenkomst tot stand is gekomen. De definitieve maten stonden nog steeds niet vast, althans hiervan is in deze procedure niet gebleken. Dit houdt in dat [gedaagden] haar verplichting tot levering feitelijk niet heeft kunnen nakomen. Dit kan niet aan haar toegerekend worden. Omdat er geen sprake is van een tekortkoming aan de kant van [gedaagden] , althans dit is door [eiser] niet aangetoond, is er ook geen grond voor ontbinding van de overeenkomst. Logischerwijs strandt dan ook de vordering tot ongedaanmaking en tot de veroordeling van [gedaagden] tot terugbetaling van het al betaalde bedrag aan [eiser] en het verlenen van medewerking. 4.6. Omdat de primaire vordering wordt afgewezen, wordt toegekomen aan de beoordeling van de subsidiaire vordering De subsidiaire vordering 4.7. [eiser] vordert subsidiair nakoming door [gedaagden] van de verplichtingen uit de overeenkomst en voor het geval [gedaagden] dit niet nakomt te bepalen dat de overeenkomst ontbonden is. De kantonrechter wijst ook deze vordering af. Hier geldt immers hetzelfde als bij de beoordeling van de gevorderde ontbinding van de overeenkomst. [gedaagden] kan nog niet nakomen omdat [eiser] de definitieve maten van het glas nog niet heeft doorgegeven. De meer subsidiaire vordering 4.8. [eiser] vordert een verklaring voor recht dat het ingeroepen prijswijzigingsbeding onduidelijk en onbegrijpelijk is en daarom buiten toepassing moet worden gelaten. Ter onderbouwing stelt [eiser] dat partijen een vaste prijs van € 9.395,00 overeengekomen zijn. Ondanks deze vaste prijs heeft [gedaagden] voor hetzelfde glas de prijs verhoogd naar € 10.019,00. Aan de wettelijke voorwaarden voor een eenzijdig wijzigingsbeding is volgens [eiser] niet voldaan. 4.9. [gedaagden] voert aan dat [eiser] de doorgevoerde prijswijziging zonder enig voorbehoud heeft betaald. [eiser] was er bovendien van op de hoogte dat de vastgestelde prijs tot een bepaalde datum gold. 4.10. De kantonrechter overweegt op dit punt als volgt. In de basisofferte zijn partijen een prijs van € 7.900,00 overeengekomen. Deze prijs gold tot maximaal 31 mei 2021 en daarna zou een prijsherziening van minimaal 6,65% doorgevoerd worden. Daarna bevestigt [gedaagden] per e-mail op 15 juni 2021 dat er een prijswijziging is doorgevoerd in verband met de keuze van het sun- vierseizoenenglas. De prijs is hierbij vastgesteld op € 9.395,00 exclusief btw, dus € 11.367,95 inclusief btw. Dit was een vaste prijs die gold tot en met 31 december 2021. [eiser] heeft hiertegen niet geprotesteerd. Integendeel, hij heeft diverse betalingen verricht. Bij de betalingen van 30 september 2021 vermeldt [eiser] bij de omschrijving dat het om een restbetaling gaat na aanbetaling op een totaalbedrag van € 11.367,95. Dit kan niet anders geduid worden dat ook [eiser] is uitgegaan van de herziene prijs. Zoals [gedaagden] terecht opmerkt is er betaald zonder dat enig voorbehoud is gemaakt. 4.11.