Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-02-18
ECLI:NL:RBLIM:2026:1304
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,022 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBLIM:2026:1304 text/xml public 2026-03-05T12:14:16 2026-02-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-02-18 11991810 \ CV EXPL 25-5013 Uitspraak Bodemzaak NL Maastricht Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:1304 text/html public 2026-03-05T10:14:00 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:1304 Rechtbank Limburg , 18-02-2026 / 11991810 \ CV EXPL 25-5013 Huur woonruimte. Ontbinding en ontruiming wegens huurachterstand toegewezen. Betaling huurachterstand tevens toegewezen. Oneerlijk bik-beding vernietigd. RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 11991810 \ CV EXPL 25-5013 Vonnis van 18 februari 2026 in de zaak van STICHTING WONEN LIMBURG , te Roermond, eisende partij, hierna te noemen: Wonen Limburg, gemachtigde: Agin Otten Gerechtsdeurwaarders, tegen [huurder] , te [plaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [huurder], procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 tot en met 6 - de schriftelijke weergave van het antwoord - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald - de mondelinge behandeling van 19 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt - een actueel huuroverzicht. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Wonen Limburg verhuurt met ingang van 6 juni 2018 aan [huurder] de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 594,47 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn de “algemene huurvoorwaarden Huurovereenkomst zelfstandige woonruimte Stichting Wonen Limburg” (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing. 2.2. Wonen Limburg heeft eerder een dagvaarding uitgebracht met betrekking tot een huurachterstand. Op 17 februari 2021 is een verstekvonnis gewezen waarin de huurovereenkomst is ontbonden en waarbij [huurder] onder meer veroordeeld is om het gehuurde te verlaten en te ontruimen en de betalingsachterstand aan Wonen Limburg te voldoen. [huurder] heeft daaropvolgend de vordering volledig voldaan. 2.3. [huurder] heeft wederom (een deel van) de huur niet betaald. Wonen Limburg heeft [huurder] bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering. Daaruit is naar voren gekomen dat [huurder] reeds bekend was bij de gemeentelijke schuldhulpverlening. 2.4. Wonen Limburg heeft [huurder] op 6 oktober 2025 aangemaand om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen. 2.5. [huurder] heeft na dagvaarding de volgende betalingen verricht aan Wonen Limburg: € 125,00 op 5 december 2025, € 100,00 op 14 december 2025, € 125,00 op 22 december 2025, € 100,00 op 4 januari 2026 en op 13 januari 2026 en € 125,00 op 15 januari 2026. 3 Het geschil 3.1. Wonen Limburg vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde binnen drie dagen na betekening van het vonnis en betaling van € 3.980,03 (€ 3.468,88 aan huurachterstand en € 511,15 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 18 november 2025 (datum dagvaarding), een bedrag van € 594,47 per maand voor iedere maand behoudens huurverhogingen die vanaf 30 november 2025 tot het tijdstip van de ontruiming mocht verstrijken en de proceskosten. 3.2. Wonen Limburg legt aan de vorderingen het volgende ten grondslag. [huurder] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Wonen Limburg de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. 3.3. [huurder] erkent de huurachterstand, maar voert aan dat hij de huur niet kan betalen wegens betalingsonmacht door persoonlijke omstandigheden. [huurder] is sinds begin 2025 ziek en hij voert aan dat zijn huidige gezondheid het niet toelaat om te kunnen werken. [huurder] ontvangt momenteel een WW-uitkering. Er is sprake van een langdurige (bijna 30 jaar) schuldenproblematiek. [huurder] heeft in de zomer van 2025 schuldhulpverlening bij de gemeente Heerlen aangevraagd. [huurder] heeft ter mondelinge behandeling aangevoerd dat hij een week na de mondelinge behandeling terecht kon voor een intakegesprek voor bewindvoering. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). 4.2. Het voor de vordering relevante beding in artikel 13 van de algemene voorwaarden is getoetst en oneerlijk bevonden. De bedongen vergoeding is namelijk altijd ten minste 15% van de vordering. De vergoeding kan daarmee dus hoger uitvallen dan de vergoeding die geldt conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter is van oordeel dat het beding daardoor aanzienlijk ten nadele van de consument afwijkt. Het beding is dus oneerlijk ten opzichte van [huurder] en wordt daarom vernietigd. Het gevolg hiervan is dat de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. 4.3. [huurder] heeft de huurachterstand niet betwist. De kantonrechter zal de gevorderde betaling daarvan toewijzen, waarbij de onder 2.5. genoemde betalingen in mindering strekken. 4.4. [huurder] is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen. 4.5. De kantonrechter heeft vastgesteld dat Wonen Limburg heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening. 4.6. Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. 4.7. Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand bijna zes maanden. Daarna is de huurachterstand opgelopen en bedroeg de huurachterstand op het moment van de mondelinge behandeling bijna zeven maanden. [huurder] heeft na dagvaarding een aantal betalingen verricht (in totaal € 675,00) ter aflossing van de huurachterstand, maar de lopende huur wordt niet betaald. De huurachterstand bedraagt (veel) meer dan drie maanden. Daar komt bij dat [huurder] al eerder een betalingsachterstand heeft laten ontstaan die ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigde. De huurachterstand is op grond van het voorgaande ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. [huurder] heeft geen omstandigheden aangevoerd waarom dat in dit geval anders zou zijn. Ter mondelinge behandeling is gesproken over de persoonlijke omstandigheden van [huurder]. Wonen Limburg heeft toegelicht dat ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming niet haar primaire doel is en dat zij in overleg wil treden met [huurder], maar wel graag een vonnis als stok achter de deur wil hebben. Zodra [huurder] onder bewind is gesteld is zij bereid mee te werken aan een betalingsregeling voor de huurachterstand, als de lopende huur dan in ieder geval wordt voldaan. 4.8. De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen.