Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-02-05
ECLI:NL:RBLIM:2026:1198
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
2,044 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBLIM:2026:1198 text/xml public 2026-02-20T12:49:05 2026-02-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-02-05 C/03/349029 / KG ZA 26-29 Uitspraak Kort geding NL Roermond Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:1198 text/html public 2026-02-20T10:47:16 2026-02-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:1198 Rechtbank Limburg , 05-02-2026 / C/03/349029 / KG ZA 26-29 Straat- en contactverbod, onderbouwing door middel van producties, afwijzen dwangsom en tenuitvoerlegging met de sterke arm. RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: C/03/349029 / KG ZA 26-29 Vonnis in kort geding van 5 februari 2026 in de zaak van [eiseres] , te [plaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , advocaat: mr. C.A.M.J.M. Joosten, tegen [gedaagde] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , verschenen in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de mondelinge behandeling van 4 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 2 De feiten 2.1. [eiseres] heeft een affectieve relatie met de heer [naam] (hierna [naam] , de zoon van [gedaagde] . [eiseres] is momenteel zwanger. 2.2. [naam] woont op dit moment niet samen met [eiseres] . Hij staat ingeschreven op het adres van [gedaagde] . Hij verblijft bij familie en kennissen. 3 Het geschil 3.1. [eiseres] vordert samengevat: een contactverbod, direct danwel indirect waaronder begrepen via derden, telefonisch, schriftelijk via sociale media of fysiek, op straffe van een dwangsom, een straat verbod, inhoudende om zich te begeven binnen een straal van 100 meter van het [adres 1] en [adres 2] te [plaats] , op straffe van een dwangsom te bepalen dat de tenuitvoerlegging van het vonnis voor zover nodig zal geschieden met behulp van de sterke arm van politie en justitie, de proceskosten. 3.2. [eiseres] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [eiseres] is momenteel zwanger en bevindt zich door het structurele en opdringere gedrag van [gedaagde] in een aanhoudende toestand van stress en angst. Haar dagelijks leven en haar gevoel van veiligheid worden ernstig verstoord. Zij, haar ongeboren kind en haar dochter hebben behoefte aan rust. 3.3. [gedaagde] voert verweer en voert het volgende aan. [gedaagde] licht toe dat haar handelingen niet bedreigend zijn (althans niet zo zijn bedoeld) en enkel tot doel hebben om contact met haar zoon [naam] te krijgen. Zij weet niet waar [naam] op dit moment verblijft. Zij meent uit de schaarse contacten die zij met [naam] heeft af te leiden dat hij niet gelukkig is en dat zijn gedrag mede wordt beïnvloed door (de familie van) [eiseres] . [naam] is weliswaar 22 jaar maar bevindt zich in een kwetsbare positie sinds zijn geboorte. Hij heeft een IQ-score van 60. [gedaagde] voelt zich verantwoordelijk voor hem. Desondanks heeft [gedaagde] geen problemen met de gevorderde verboden, zij het dat haar eigen moeder woont op het [adres 3] . Dat is op de hoek van het [adres 2] te [plaats] . Aangezien [gedaagde] haar moeder dagelijks bezoekt belemmert dat deel van het gevorderde straatverbod haar te vergaand in haar bewegingsvrijheid. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. Een straatverbod zoals [eiseres] vordert, is een ingrijpende maatregel die inbreuk maakt op het recht op persoonlijke vrijheid, waaronder begrepen het recht dat iedereen heeft om zich vrij te verplaatsen. Een straat- en contactverbod kan alleen worden toegewezen als sprake is van ernstig onrechtmatig handelen en van concreet gevaar voor herhaling daarvan. De voorzieningenrechter moet vervolgens alle relevante omstandigheden van het geval in aanmerking nemen en de betrokken belangen van partijen afwegen om te beoordelen of dat verbod, zoals gevorderd, kan worden gerechtvaardigd. Het is daarbij aan [eiseres] om dat gevaar voor herhaling aannemelijk te maken. 4.2. In de dagvaarding omschrijft [eiseres] een aantal gedragingen: het versturen van herhaalde berichten via facebook Messenger en of andere sociale media met dringende en soms dwingende of vijandige toon; het meermalen verschijnen bij de woning van eiseres, waarbij zij aanbelt en/of langdurig voor de deur blijft staan; - het sturen van brieven en kaartjes naar [eiseres] met inhoud die als psychisch belastend ervaren wordt; - het herhaaldelijk bellen naar eiseres en toeteren voor haar woning alsmede de woning van haar ouders; - pogingen om indirect contact te leggen via gemeenschappelijke kennissen of familieleden. 4.3. [eiseres] stelt dat er door de politie tevergeefs een zogenaamd “stopgesprek” is gevoerd en dat er aangifte is gedaan bij de politie. Bij de dagvaarding zijn weliswaar producties gevoegd, maar in de dagvaarding zelf wordt daar verder niet naar verwezen, laat staan dat een toelichting op de producties wordt gegeven. 4.4. De eisen van een behoorlijke rechtspleging brengen mee dat een partij die een beroep wil doen op uit bepaalde producties blijkende feiten en omstandigheden, dit op een zodanige wijze dient te doen dat voor de rechter duidelijk is welke stellingen hem ter beoordeling worden voorgelegd en dat voor de wederpartij duidelijk is waartegen zij zich dient te verweren . De rechter heeft slechts te letten op de feiten waarop een partij ter ondersteuning van haar standpunt een beroep heeft gedaan, en de enkele omstandigheid dat uit door een partij overgelegde stukken een bepaald feit blijkt, impliceert niet dat zij zich ter ondersteuning van haar standpunt op dat feit beroept. 4.5. Het enkel in het geding brengen van stukken volstaat daarom niet, een advocaat zal duidelijk moeten maken op welk in die stukken genoemd feit een partij zich ter ondersteuning van haar standpunt beroept. Op zitting heeft de voorzieningenrechter [eiseres] op de onduidelijkheden gewezen, maar volgens de advocaat van [eiseres] waren de producties duidelijk. Dat is naar het oordeel niet voor alle producties het geval. Productie 5 is een facebookbericht (niet zijnde een Messenger-bericht), waarvan zonder toelichting niet duidelijk is met welk doel dit is overgelegd. Productie 6 zijn screenshots van belgegevens, maar wie verzender is en wie ontvanger blijkt er niet uit. Productie 7 is een kaart afkomstig van onder meer [gedaagde] gericht aan [eiseres] en [naam] met zwangerschapsfelicitaties en waarop een uitnodiging staat om in gesprek te treden. Wat met die productie wordt beoogt is niet duidelijk. Als productie 8 zijn videobeelden en geluidsfragmenten overgelegd, zonder nadere toelichting over wie er spreekt, wie er te zien zijn en op welk adres. 4.6. De voorzieningenrechter acht de onderbouwing van de stellingen van [eiseres] niet bijzonder duidelijk maar wat ter zitting wel duidelijk is geworden is dat [gedaagde] vele pogingen doet om contact te leggen met haar zoon [naam] , terwijl [eiseres] behoefte heeft aan een time-out in het contact met [gedaagde] . Hoewel [gedaagde] zich zorgen maakt over haar zoon geeft zij aan dat zij op dit moment (mede gelet op de aflopende zwangerschap) begrijpt dat het beter is dat partijen voorlopig wat afstand van elkaar nemen. Zij geeft ook aan geen moeite te hebben met het opleggen van de verboden, waarbij zij opmerkt dat zij niet gehinderd wil worden om haar eigen moeder te bezoeken die in de buurt van de ouders van [eiseres] woont. Nu het voor de voorzieningenrechter wel duidelijk is dat er vanalles speelt tussen partijen en [naam] daarin een sleutelrol speelt, maar onvoldoende in staat is de contacten tussen partijen te managen, lijkt een beperkt contact- en straatverbod partijen de ruimte te bieden die zij op dit moment nodig hebben. Het belang van [eiseres] bij het verkrijgen van het contact- en straatverbod weegt op dit moment zwaarder dan het belang van [gedaagde] bij afwijzing. Daarbij acht de voorzieningenrechter doorslaggevend dat [gedaagde] zelf ter zitting meerdere keren heeft aangegeven dat zij begrijpt dat rust belangrijk is voor [eiseres] en haar ongeboren kind en dat zij geen moeite heeft met een beperkt contact- en straatverbod. 4.7.