Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-02-04
ECLI:NL:RBLIM:2026:1047
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
14,922 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:1047 text/xml public 2026-05-08T13:43:28 2026-02-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-02-04 C/03/336609 / HA ZA 24-529 Uitspraak Bodemzaak NL Roermond Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:1047 text/html public 2026-05-08T13:43:09 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:1047 Rechtbank Limburg , 04-02-2026 / C/03/336609 / HA ZA 24-529 Overeenkomst van aanneming van werk. De vordering tot ontbinding van de opdrachtgever wordt afgewezen omdat geen sprake is van verzuim. Het beroep op het ontbreken van een ingebrekestelling is niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar (Fraanje-Alukon - arrest). De opdrachtgever moet alle facturen van de opdrachtnemer voldoen. RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: C/03/336609 / HA ZA 24-529 Vonnis van 4 februari 2026 in de zaak van [eisende partij] B.V. , te [plaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eisende partij] , advocaat: mr. M. Kortekaas, tegen ENERGIEKBOUW B.V. , te Venlo, gedaagde partij, hierna te noemen: Energiekbouw, advocaat: mr. W.M.J. Saes. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 tot en met 13; - de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in reconventie met producties 1 tot en met 9; - de conclusie van antwoord in reconventie; - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald; - de mondelinge behandeling van 2 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij aanwezig waren: namens [eisende partij] : [persoon 1] , bijgestaan door mr. Kortekaas voornoemd, namens Energiekbouw: [persoon 2] , bijgestaan door mr. Saes voornoemd. - de pleitnota van [eisende partij] ; - de pleitnota van Energiekbouw. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [eisende partij] is een onderneming gericht op de installatie en onderhoud van elektrotechnische en werktuigbouwkundige systemen. Daarnaast is [eisende partij] inzetbaar als toezichthouder of projectleider. [persoon 1] is indirect (via [eisende partij] Beheer BV) bestuurder en aandeelhouder van [eisende partij] . 2.2. Energiekbouw is een onderneming gericht op advisering met betrekking tot energie, bouw, aannemen en uitvoeren van energie- en bouwprojecten. [persoon 2] is bestuurder van Energiekbouw. 2.3. Energiekbouw voerde (in ieder geval) in 2024 een project uit in Reichenau, gelegen in Zuid-Duitsland, ten behoeve waarvan zij verschillende onderaannemers heeft ingeschakeld. Het project werd begeleid door externen, namelijk [persoon 3] (werkzaam bij Zonnepanelen Venlo BV) en diens oom [persoon 4] (van PHC Beheer BV). 2.4. De Duitse vennootschap J&J Verglasung GmbH (hierna [persoon 5] ) heeft in opdracht van Energiekbouw zonnepanelen aangelegd die zij met strings (zwart en rood) had verbonden met een aantal verzamelpunten. [persoon 5] had geen tijd meer om de strings vanuit de verzamelpunten door te trekken naar de hoofdaansluiting met omvormers met een totale lengte van circa 2.500 meter door reeds ingegraven buizen. 2.5. Energiekbouw was daarom medio 2024 op zoek naar iemand die deze klus spoedig kon klaren. Via [persoon 3] kwam Energiekbouw in contact met [eisende partij] . Het bedrijf van [persoon 3] was al langere tijd klant bij [eisende partij] . [eisende partij] kon de benodigde arbeidskrachten op korte termijn leveren. Via [persoon 3] werden nadere afspraken gemaakt en vervolgens kwam tussen partijen een overeenkomst van aanneming van werk tot stand. Contactpersoon namens Energiekbouw bij de totstandkoming van de overeenkomst was [persoon 3] . 2.6. [eisende partij] ontving op 6 juni 2024 het volgende e-mailbericht van [persoon 3] . Hoewel wordt verwezen naar een bijlage, blijkt uit de overgelegde stukken niet dat die bij de mail was gevoegd: “hierbij de informatie van project wagner reichenau Zie bijlage morgenvroeg even bellen svp, +- 5200 modules 890 kWp totaal in kas modules Tussen de 100 en 120 strings. (planning in bijlage) Ingegraven buizen 2 ieder 30cm diameter Opdracht zal worden gegeven vanuit Energiekbouw BV te venlo [persoon 4] (…) Met vriendelijke groet, [persoon 3] ” 2.7. [eisende partij] ontving op 12 juni 2024 vervolgens weer een e-mailbericht van [persoon 3] : “Zoals besproken de bevestiging voor het trekken van strings vanuit de kassen naar de container met de omvormers voor project Wagner Reichenau. Opdracht is goed gekeurd door Energiekbouw B.V. te Venlo deze verleend ook de opdracht. (…) [persoon 5] van [persoon 5] Verglasung die de modules heeft gelegd zal de eerste dag aanwezig zijn om te ondersteuner. En informeren hoe de strings zijn genummerd en verlegd. Het gaat zich om circa 100 strings die verlengd moeten worden vanuit de kassen naar de omvormers. Locatie: (…) Reichenau (…) Contactpersonen: [persoon 5] (…) [persoon 6] (…) [persoon 4] (…) Met vriendelijke groet, [persoon 3] ” 2.8. [eisende partij] heeft voor de uitvoering van de werkzaamheden het bedrijf Kecxwind ingeschakeld, een bedrijf dat zich ook bezig houdt met de aanleg van zonneparken. Het materiaal dat in het werk is verwerkt is deels afkomstig van Energiekbouw en deels van Kecxwind. Kecxwind heeft ook nog extra hotelkamers/overnachtingen voor de arbeidskrachten geregeld. Tijdens de uitvoering van het werk heeft Kecxwind contact onderhouden met [persoon 3] . Zowel [eisende partij] als Kecxwind hebben op 21 juni 2024 nog een mail ontvangen van [persoon 3] met contactgegevens en hotelreserveringsinformatie. 2.9. Op 12 juli 2024 is aan [persoon 3] telefonisch doorgegeven dat het werk klaar was. 2.10. [eisende partij] heeft de volgende facturen naar Energiekbouw gestuurd: factuur 4 juli 2024 ( [nummer 1] ) ter hoogte van € 32.249,79 inclusief btw; factuur 8 juli 2024 ( [nummer 2] ) ter hoogte van € 40.057,58 inclusief btw; factuur 15 juli 2024 ( [nummer 3] ) ter hoogte van € 36.346,15. 2.11. Naar aanleiding van vragen over de hoogte van de facturen heeft tussen partijen in augustus 2024 een overleg plaatsgevonden waarbij aanwezig waren: [persoon 1] (namens [eisende partij] ), [persoon 3] en [persoon 4] (namens Energiekbouw). 2.12. Dit overleg heeft tot resultaat gehad dat [eisende partij] de volgende creditnota’s aan Energiekbouw heeft gestuurd: factuur [nummer 1] werd bij creditfactuur van 7 augustus 2024 ( [nummer 4] ) gecrediteerd tot een bedrag van € 28.998,90, factuur [nummer 2] werd bij creditfactuur van 7 augustus 2024 ( [nummer 5] ) gecrediteerd tot een bedrag van € 34.390,01, factuur [nummer 3] werd bij factuur van 7 augustus 2024 ( [nummer 6] ) gecrediteerd tot een bedrag van € 30.383,90. 2.13. Energiekbouw heeft in totaal het bedrag van € 30.383,90, te weten de factuur met [nummer 6] , voldaan. De rest van de facturen (- [nummer 4] en - [nummer 5] ) heeft Energiekbouw - ondanks sommaties op 19 augustus 2024 en 5 september 2024 - onbetaald gelaten. 2.14. Per e-mail van 12 september 2024 heeft [eisende partij] Energiekbouw voor de laatste keer in gebreke gesteld waarbij een termijn van twee werkdagen werd gegeven om aan de betalingsverplichtingen te voldoen. 2.15. Bij e-mail van 13 september 2024 klaagde [persoon 4] over de kwaliteit van het werk en de hoogte van de creditnota’s. Aangekondigd werd dat het werk nog gecontroleerd zou worden en extra kosten bij [eisende partij] in rekening zouden worden gebracht. 2.16. Energiekbouw heeft in november 2024 het werk laten controleren door het bedrijf Congy GmbH & Co KG te Kevelaer (hierna Congy). Op 11 november 2024 heeft Congy een aanbod gedaan voor herstelwerkzaamheden. Deze waren volgens Congy nodig omdat de door [eisende partij] betrokken strings niet konden worden gebruikt als verbinding tussen de reeds aanwezige strings in de diverse verzamelpunten en de hoofdaansluiting (container met omvormers). Alle door [eisende partij] getrokken strings moesten volgens Congy opnieuw worden gelegd. 2.17. Op 20 december 2024 heeft Energiekbouw aan Congy opdracht gegeven om de strings opnieuw te trekken.
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:1047 text/xml public 2026-05-08T13:43:28 2026-02-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-02-04 C/03/336609 / HA ZA 24-529 Uitspraak Bodemzaak NL Roermond Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:1047 text/html public 2026-05-08T13:43:09 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:1047 Rechtbank Limburg , 04-02-2026 / C/03/336609 / HA ZA 24-529 Overeenkomst van aanneming van werk. De vordering tot ontbinding van de opdrachtgever wordt afgewezen omdat geen sprake is van verzuim. Het beroep op het ontbreken van een ingebrekestelling is niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar (Fraanje-Alukon - arrest). De opdrachtgever moet alle facturen van de opdrachtnemer voldoen. RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: C/03/336609 / HA ZA 24-529 Vonnis van 4 februari 2026 in de zaak van [eisende partij] B.V. , te [plaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eisende partij] , advocaat: mr. M. Kortekaas, tegen ENERGIEKBOUW B.V. , te Venlo, gedaagde partij, hierna te noemen: Energiekbouw, advocaat: mr. W.M.J. Saes. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 tot en met 13; - de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in reconventie met producties 1 tot en met 9; - de conclusie van antwoord in reconventie; - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald; - de mondelinge behandeling van 2 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij aanwezig waren: namens [eisende partij] : [persoon 1] , bijgestaan door mr. Kortekaas voornoemd, namens Energiekbouw: [persoon 2] , bijgestaan door mr. Saes voornoemd. - de pleitnota van [eisende partij] ; - de pleitnota van Energiekbouw. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [eisende partij] is een onderneming gericht op de installatie en onderhoud van elektrotechnische en werktuigbouwkundige systemen. Daarnaast is [eisende partij] inzetbaar als toezichthouder of projectleider. [persoon 1] is indirect (via [eisende partij] Beheer BV) bestuurder en aandeelhouder van [eisende partij] . 2.2. Energiekbouw is een onderneming gericht op advisering met betrekking tot energie, bouw, aannemen en uitvoeren van energie- en bouwprojecten. [persoon 2] is bestuurder van Energiekbouw. 2.3. Energiekbouw voerde (in ieder geval) in 2024 een project uit in Reichenau, gelegen in Zuid-Duitsland, ten behoeve waarvan zij verschillende onderaannemers heeft ingeschakeld. Het project werd begeleid door externen, namelijk [persoon 3] (werkzaam bij Zonnepanelen Venlo BV) en diens oom [persoon 4] (van PHC Beheer BV). 2.4. De Duitse vennootschap J&J Verglasung GmbH (hierna [persoon 5] ) heeft in opdracht van Energiekbouw zonnepanelen aangelegd die zij met strings (zwart en rood) had verbonden met een aantal verzamelpunten. [persoon 5] had geen tijd meer om de strings vanuit de verzamelpunten door te trekken naar de hoofdaansluiting met omvormers met een totale lengte van circa 2.500 meter door reeds ingegraven buizen. 2.5. Energiekbouw was daarom medio 2024 op zoek naar iemand die deze klus spoedig kon klaren. Via [persoon 3] kwam Energiekbouw in contact met [eisende partij] . Het bedrijf van [persoon 3] was al langere tijd klant bij [eisende partij] . [eisende partij] kon de benodigde arbeidskrachten op korte termijn leveren. Via [persoon 3] werden nadere afspraken gemaakt en vervolgens kwam tussen partijen een overeenkomst van aanneming van werk tot stand. Contactpersoon namens Energiekbouw bij de totstandkoming van de overeenkomst was [persoon 3] . 2.6. [eisende partij] ontving op 6 juni 2024 het volgende e-mailbericht van [persoon 3] . Hoewel wordt verwezen naar een bijlage, blijkt uit de overgelegde stukken niet dat die bij de mail was gevoegd: “hierbij de informatie van project wagner reichenau Zie bijlage morgenvroeg even bellen svp, +- 5200 modules 890 kWp totaal in kas modules Tussen de 100 en 120 strings. (planning in bijlage) Ingegraven buizen 2 ieder 30cm diameter Opdracht zal worden gegeven vanuit Energiekbouw BV te venlo [persoon 4] (…) Met vriendelijke groet, [persoon 3] ” 2.7. [eisende partij] ontving op 12 juni 2024 vervolgens weer een e-mailbericht van [persoon 3] : “Zoals besproken de bevestiging voor het trekken van strings vanuit de kassen naar de container met de omvormers voor project Wagner Reichenau. Opdracht is goed gekeurd door Energiekbouw B.V. te Venlo deze verleend ook de opdracht. (…) [persoon 5] van [persoon 5] Verglasung die de modules heeft gelegd zal de eerste dag aanwezig zijn om te ondersteuner. En informeren hoe de strings zijn genummerd en verlegd. Het gaat zich om circa 100 strings die verlengd moeten worden vanuit de kassen naar de omvormers. Locatie: (…) Reichenau (…) Contactpersonen: [persoon 5] (…) [persoon 6] (…) [persoon 4] (…) Met vriendelijke groet, [persoon 3] ” 2.8. [eisende partij] heeft voor de uitvoering van de werkzaamheden het bedrijf Kecxwind ingeschakeld, een bedrijf dat zich ook bezig houdt met de aanleg van zonneparken. Het materiaal dat in het werk is verwerkt is deels afkomstig van Energiekbouw en deels van Kecxwind. Kecxwind heeft ook nog extra hotelkamers/overnachtingen voor de arbeidskrachten geregeld. Tijdens de uitvoering van het werk heeft Kecxwind contact onderhouden met [persoon 3] . Zowel [eisende partij] als Kecxwind hebben op 21 juni 2024 nog een mail ontvangen van [persoon 3] met contactgegevens en hotelreserveringsinformatie. 2.9. Op 12 juli 2024 is aan [persoon 3] telefonisch doorgegeven dat het werk klaar was. 2.10. [eisende partij] heeft de volgende facturen naar Energiekbouw gestuurd: factuur 4 juli 2024 ( [nummer 1] ) ter hoogte van € 32.249,79 inclusief btw; factuur 8 juli 2024 ( [nummer 2] ) ter hoogte van € 40.057,58 inclusief btw; factuur 15 juli 2024 ( [nummer 3] ) ter hoogte van € 36.346,15. 2.11. Naar aanleiding van vragen over de hoogte van de facturen heeft tussen partijen in augustus 2024 een overleg plaatsgevonden waarbij aanwezig waren: [persoon 1] (namens [eisende partij] ), [persoon 3] en [persoon 4] (namens Energiekbouw). 2.12. Dit overleg heeft tot resultaat gehad dat [eisende partij] de volgende creditnota’s aan Energiekbouw heeft gestuurd: factuur [nummer 1] werd bij creditfactuur van 7 augustus 2024 ( [nummer 4] ) gecrediteerd tot een bedrag van € 28.998,90, factuur [nummer 2] werd bij creditfactuur van 7 augustus 2024 ( [nummer 5] ) gecrediteerd tot een bedrag van € 34.390,01, factuur [nummer 3] werd bij factuur van 7 augustus 2024 ( [nummer 6] ) gecrediteerd tot een bedrag van € 30.383,90. 2.13. Energiekbouw heeft in totaal het bedrag van € 30.383,90, te weten de factuur met [nummer 6] , voldaan. De rest van de facturen (- [nummer 4] en - [nummer 5] ) heeft Energiekbouw - ondanks sommaties op 19 augustus 2024 en 5 september 2024 - onbetaald gelaten. 2.14. Per e-mail van 12 september 2024 heeft [eisende partij] Energiekbouw voor de laatste keer in gebreke gesteld waarbij een termijn van twee werkdagen werd gegeven om aan de betalingsverplichtingen te voldoen. 2.15. Bij e-mail van 13 september 2024 klaagde [persoon 4] over de kwaliteit van het werk en de hoogte van de creditnota’s. Aangekondigd werd dat het werk nog gecontroleerd zou worden en extra kosten bij [eisende partij] in rekening zouden worden gebracht. 2.16. Energiekbouw heeft in november 2024 het werk laten controleren door het bedrijf Congy GmbH & Co KG te Kevelaer (hierna Congy). Op 11 november 2024 heeft Congy een aanbod gedaan voor herstelwerkzaamheden. Deze waren volgens Congy nodig omdat de door [eisende partij] betrokken strings niet konden worden gebruikt als verbinding tussen de reeds aanwezige strings in de diverse verzamelpunten en de hoofdaansluiting (container met omvormers). Alle door [eisende partij] getrokken strings moesten volgens Congy opnieuw worden gelegd. 2.17. Op 20 december 2024 heeft Energiekbouw aan Congy opdracht gegeven om de strings opnieuw te trekken.
Volledig
Op 15 januari 2025 heeft Congy deze werkzaamheden uitgevoerd, waarvoor Congy € 26.434,40 bij Energiekbouw in rekening heeft gebracht. 3 Het geschil In conventie 3.1. [eisende partij] vordert - samengevat - betaling van haar facturen (- [nummer 4] en - [nummer 5] ) ter hoogte van € 63.388,91, vermeerderd met rente, een bedrag van € 975,00 aan buitengerechtelijke kosten en de proceskosten. 3.2. Energiekbouw voert verweer. Energiekbouw stelt kort samengevat primair dat zij niet is gehouden de facturen van [eisende partij] te voldoen omdat [eisende partij] ondeugdelijk werk heeft verricht en meer heeft gefactureerd dan afgesproken. Subsidiair voert Energiekbouw verweer tegen het uitvoerbaar bij voorraad verklaren van het vonnis. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. In reconventie 3.4. Energiekbouw vordert samengevat: primair : ontbinding van de overeenkomst tussen partijen; veroordeling van [eisende partij] tot betaling van € 25.110,66 exclusief btw aan Energiekbouw; de proceskosten, vermeerderd met rente; subsidiair : veroordeling van [eisende partij] tot betaling van € 26.434,40 exclusief btw; de proceskosten, vermeerderd met rente. 3.5. [eisende partij] voert verweer. Zij betwist primair dat zij tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en subsidiair voert zij als verweer niet dat zij in verzuim is komen te verkeren. Daarom kan Energiekbouw noch de overeenkomst ontbinden, noch schadevergoeding vorderen. 4 De beoordeling in reconventie 4.1. Om proces-economische redenen ziet de rechtbank aanleiding om eerst in te gaan op de reconventionele vorderingen. 4.2. Energiekbouw vordert ontbinding van de tussen partijen bestaande overeenkomst van aanneming van werk en een schadevergoeding op grond van artikel 6:74 Burgerlijk Wetboek (hierna BW), omdat [eisende partij] ondeugdelijk werk zou hebben geleverd. [eisende partij] had de rode en zwarte strings door elkaar gelegd, geen rekening gehouden met magnetische velden tussen de strings en geen tekening gemaakt van de aangelegde strings. Hierdoor moest het werk opnieuw worden gedaan. Ter onderbouwing van deze conclusies verwijst Energiekbouw naar de offerte van Congy. [eisende partij] betwist dat zij ondeugdelijk werk heeft geleverd en voert subsidiair aan dat dat geen grond bestaat voor ontbinding en schadevergoeding, omdat zij niet in verzuim is komen te verkeren. 4.3. Nog los van de vraag of sprake is van ondeugdelijk werk, de bevoegdheid tot ontbinding en het recht op schadevergoeding ontstaan pas wanneer de schuldenaar in verzuim is, behalve voor zover nakomend blijvend of tijdelijk onmogelijk is. In dat geval is geen verzuim vereist. De rechtbank is van oordeel dat nakoming door [eisende partij] nog mogelijk was en dat [eisende partij] niet in verzuim is komen te verkeren. Om die reden moeten de vorderingen van Energiekbouw worden afgewezen. De rechtbank zal dat hierna toelichten. Geen sprake van blijvende of tijdelijke onmogelijkheid 4.4. Wil er sprake zijn van onmogelijkheid, dan moet in de eerste plaats iedere door de verbintenis toegelaten wijze van nakoming verhinderd zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een situatie dat nakoming blijvend of tijdelijk onmogelijk was, omdat de gestelde (en weersproken) tekortkomingen nog te herstellen waren. Dat dit technisch mogelijk was, blijkt wel uit het feit dat Congy vanaf 15 januari 2025 de herstelwerkzaamheden heeft uitgevoerd. 4.5. Dat betekent dus dat voor het slagen van de vorderingen in reconventie het nodig is dat vast komt te staan dat [eisende partij] in verzuim is komen te verkeren. Geen sprake van verzuim 4.6. In de regel is voor het intreden van verzuim een ingebrekestelling vereist: een schriftelijke aanmaning, waarbij de crediteur de debiteur een redelijke termijn voor nakoming stelt (artikel 6:82 lid 1 BW). In sommige gevallen treedt verzuim in zonder ingebrekestelling. In artikel 6:83 BW staat een niet limitatieve opsomming wanneer dat het geval kan zijn. 4.7. Tussen partijen is niet in geschil dat Energiekbouw [eisende partij] nooit in gebreke heeft gesteld. Het ligt dan op de weg van Energiekbouw als schuldeiser om te stellen en onderbouwen dat verzuim is ingetreden zonder dat een ingebrekestelling nodig was. Energiekbouw heeft in dat kader, onder verwijzing naar HR 11 oktober 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1581, Fraanje/Alukon ), gesteld dat in bepaalde omstandigheden het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn dat een schuldenaar zich beroept op het ontbreken van een ingebrekestelling. Energiekbouw stelt dat zij er in alle redelijkheid van uit mocht gaan dat [eisende partij] de deskundigheid miste om de strings volledig opnieuw aan te leggen, althans dat zij daarin geen vertrouwen meer had gelet op de bevindingen van Congy. Bovendien was het hernieuwd aanleggen van deze strings vanwege reistijd en kosten praktisch ook niet haalbaar. Om die redenen is volgens Energiekbouw het verzuim zonder ingebrekestelling ingetreden. [eisende partij] heeft deze stellingen betwist en heeft gesteld dat zij in staat was geweest, indien was gebleken dat zij daadwerkelijk fouten had gemaakt bij de uitvoering van de werkzaamheden, om die fouten te herstellen. 4.8. De rechtbank verwerpt de stelling van Energiekbouw dat in casu het verzuim is ingetreden zonder een ingebrekestelling. Voor dat oordeel is allereerst van belang dat op grond van het partijdebat tussen partijen vaststaat dat geen termijn voor nakoming was bepaald. Na de oplevering van de werkzaamheden heeft geen overleg plaatsgevonden tussen partijen over de kwaliteit van de nakoming door [eisende partij] , laat staan dat het voor [eisende partij] duidelijk was wat het standpunt van Energiekbouw was over de kwaliteit van het werk en op basis waarvan. Pas na een half jaar heeft Energiekbouw het werk laten keuren (het werk werd op 12 juli 2024 klaar gemeld en medio november 2024 is het werk pas gecontroleerd door Congy) en Energiekbouw heeft direct Congy ingeschakeld om de strings opnieuw te leggen, zonder [eisende partij] op de hoogte te stellen van de bevindingen van Congy en de gelegenheid te geven daarover een standpunt in te nemen. 4.9. Nu tussen partijen geen termijn voor nakoming was bepaald, is het in een dergelijk geval de functie van een ingebrekestelling om de schuldenaar nog een laatste termijn voor deugdelijke nakoming te geven en aldus te bepalen tot welk tijdstip nakoming nog mogelijk is zonder dat van een tekortkoming sprake is, bij gebreke van welke nakoming de schuldenaar vanaf dat tijdstip in verzuim is. Zoals door Energiekbouw terecht is gesteld, kan onder omstandigheden een beroep op het ontbreken van een ingebrekestelling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn of kan worden aangenomen dat op grond van de redelijkheid en billijkheid een ingebrekestelling achterwege kan blijven en de schuldenaar zonder ingebrekestelling in verzuim is geraakt (HR 11 oktober 2019; ECLI:NL:HR:2019:1581, Fraanje/Alukon ). 4.10. Het is in dit geval aan Energiekbouw (die zich erop beroep dat een ingebrekestelling achterwege had kunnen blijven) om voldoende concrete feiten te stellen die het oordeel kunnen dragen dat in casu het verzuim zonder ingebrekestelling is ingetreden. Dergelijke feiten heeft Energiekbouw niet gesteld. De enkele omstandigheid dat het werk volgens Energiekbouw niet naar behoren was uitgevoerd, rechtvaardigt zonder nadere toelichting (die niet is gegeven) niet het oordeel dat [eisende partij] niet in staat was om de werkzaamheden alsnog deugdelijk, althans op de door Energiekbouw gewenst manier, uit te voeren. Ook het feit dat het een spoedklus betrof, brengt in casu niet mee dat een ingebrekestelling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet kon worden verlangd, aangezien ook Congy pas in januari 2025 de herstelwerkzaamheden heeft hoeven te verrichten. De rechtbank ziet ook niet in waarom reistijd en -kosten het onmogelijk zouden maken om de herstelwerkzaamheden door [eisende partij] te laten verrichten.
Volledig
Op 15 januari 2025 heeft Congy deze werkzaamheden uitgevoerd, waarvoor Congy € 26.434,40 bij Energiekbouw in rekening heeft gebracht. 3 Het geschil In conventie 3.1. [eisende partij] vordert - samengevat - betaling van haar facturen (- [nummer 4] en - [nummer 5] ) ter hoogte van € 63.388,91, vermeerderd met rente, een bedrag van € 975,00 aan buitengerechtelijke kosten en de proceskosten. 3.2. Energiekbouw voert verweer. Energiekbouw stelt kort samengevat primair dat zij niet is gehouden de facturen van [eisende partij] te voldoen omdat [eisende partij] ondeugdelijk werk heeft verricht en meer heeft gefactureerd dan afgesproken. Subsidiair voert Energiekbouw verweer tegen het uitvoerbaar bij voorraad verklaren van het vonnis. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. In reconventie 3.4. Energiekbouw vordert samengevat: primair : ontbinding van de overeenkomst tussen partijen; veroordeling van [eisende partij] tot betaling van € 25.110,66 exclusief btw aan Energiekbouw; de proceskosten, vermeerderd met rente; subsidiair : veroordeling van [eisende partij] tot betaling van € 26.434,40 exclusief btw; de proceskosten, vermeerderd met rente. 3.5. [eisende partij] voert verweer. Zij betwist primair dat zij tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en subsidiair voert zij als verweer niet dat zij in verzuim is komen te verkeren. Daarom kan Energiekbouw noch de overeenkomst ontbinden, noch schadevergoeding vorderen. 4 De beoordeling in reconventie 4.1. Om proces-economische redenen ziet de rechtbank aanleiding om eerst in te gaan op de reconventionele vorderingen. 4.2. Energiekbouw vordert ontbinding van de tussen partijen bestaande overeenkomst van aanneming van werk en een schadevergoeding op grond van artikel 6:74 Burgerlijk Wetboek (hierna BW), omdat [eisende partij] ondeugdelijk werk zou hebben geleverd. [eisende partij] had de rode en zwarte strings door elkaar gelegd, geen rekening gehouden met magnetische velden tussen de strings en geen tekening gemaakt van de aangelegde strings. Hierdoor moest het werk opnieuw worden gedaan. Ter onderbouwing van deze conclusies verwijst Energiekbouw naar de offerte van Congy. [eisende partij] betwist dat zij ondeugdelijk werk heeft geleverd en voert subsidiair aan dat dat geen grond bestaat voor ontbinding en schadevergoeding, omdat zij niet in verzuim is komen te verkeren. 4.3. Nog los van de vraag of sprake is van ondeugdelijk werk, de bevoegdheid tot ontbinding en het recht op schadevergoeding ontstaan pas wanneer de schuldenaar in verzuim is, behalve voor zover nakomend blijvend of tijdelijk onmogelijk is. In dat geval is geen verzuim vereist. De rechtbank is van oordeel dat nakoming door [eisende partij] nog mogelijk was en dat [eisende partij] niet in verzuim is komen te verkeren. Om die reden moeten de vorderingen van Energiekbouw worden afgewezen. De rechtbank zal dat hierna toelichten. Geen sprake van blijvende of tijdelijke onmogelijkheid 4.4. Wil er sprake zijn van onmogelijkheid, dan moet in de eerste plaats iedere door de verbintenis toegelaten wijze van nakoming verhinderd zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een situatie dat nakoming blijvend of tijdelijk onmogelijk was, omdat de gestelde (en weersproken) tekortkomingen nog te herstellen waren. Dat dit technisch mogelijk was, blijkt wel uit het feit dat Congy vanaf 15 januari 2025 de herstelwerkzaamheden heeft uitgevoerd. 4.5. Dat betekent dus dat voor het slagen van de vorderingen in reconventie het nodig is dat vast komt te staan dat [eisende partij] in verzuim is komen te verkeren. Geen sprake van verzuim 4.6. In de regel is voor het intreden van verzuim een ingebrekestelling vereist: een schriftelijke aanmaning, waarbij de crediteur de debiteur een redelijke termijn voor nakoming stelt (artikel 6:82 lid 1 BW). In sommige gevallen treedt verzuim in zonder ingebrekestelling. In artikel 6:83 BW staat een niet limitatieve opsomming wanneer dat het geval kan zijn. 4.7. Tussen partijen is niet in geschil dat Energiekbouw [eisende partij] nooit in gebreke heeft gesteld. Het ligt dan op de weg van Energiekbouw als schuldeiser om te stellen en onderbouwen dat verzuim is ingetreden zonder dat een ingebrekestelling nodig was. Energiekbouw heeft in dat kader, onder verwijzing naar HR 11 oktober 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1581, Fraanje/Alukon ), gesteld dat in bepaalde omstandigheden het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn dat een schuldenaar zich beroept op het ontbreken van een ingebrekestelling. Energiekbouw stelt dat zij er in alle redelijkheid van uit mocht gaan dat [eisende partij] de deskundigheid miste om de strings volledig opnieuw aan te leggen, althans dat zij daarin geen vertrouwen meer had gelet op de bevindingen van Congy. Bovendien was het hernieuwd aanleggen van deze strings vanwege reistijd en kosten praktisch ook niet haalbaar. Om die redenen is volgens Energiekbouw het verzuim zonder ingebrekestelling ingetreden. [eisende partij] heeft deze stellingen betwist en heeft gesteld dat zij in staat was geweest, indien was gebleken dat zij daadwerkelijk fouten had gemaakt bij de uitvoering van de werkzaamheden, om die fouten te herstellen. 4.8. De rechtbank verwerpt de stelling van Energiekbouw dat in casu het verzuim is ingetreden zonder een ingebrekestelling. Voor dat oordeel is allereerst van belang dat op grond van het partijdebat tussen partijen vaststaat dat geen termijn voor nakoming was bepaald. Na de oplevering van de werkzaamheden heeft geen overleg plaatsgevonden tussen partijen over de kwaliteit van de nakoming door [eisende partij] , laat staan dat het voor [eisende partij] duidelijk was wat het standpunt van Energiekbouw was over de kwaliteit van het werk en op basis waarvan. Pas na een half jaar heeft Energiekbouw het werk laten keuren (het werk werd op 12 juli 2024 klaar gemeld en medio november 2024 is het werk pas gecontroleerd door Congy) en Energiekbouw heeft direct Congy ingeschakeld om de strings opnieuw te leggen, zonder [eisende partij] op de hoogte te stellen van de bevindingen van Congy en de gelegenheid te geven daarover een standpunt in te nemen. 4.9. Nu tussen partijen geen termijn voor nakoming was bepaald, is het in een dergelijk geval de functie van een ingebrekestelling om de schuldenaar nog een laatste termijn voor deugdelijke nakoming te geven en aldus te bepalen tot welk tijdstip nakoming nog mogelijk is zonder dat van een tekortkoming sprake is, bij gebreke van welke nakoming de schuldenaar vanaf dat tijdstip in verzuim is. Zoals door Energiekbouw terecht is gesteld, kan onder omstandigheden een beroep op het ontbreken van een ingebrekestelling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn of kan worden aangenomen dat op grond van de redelijkheid en billijkheid een ingebrekestelling achterwege kan blijven en de schuldenaar zonder ingebrekestelling in verzuim is geraakt (HR 11 oktober 2019; ECLI:NL:HR:2019:1581, Fraanje/Alukon ). 4.10. Het is in dit geval aan Energiekbouw (die zich erop beroep dat een ingebrekestelling achterwege had kunnen blijven) om voldoende concrete feiten te stellen die het oordeel kunnen dragen dat in casu het verzuim zonder ingebrekestelling is ingetreden. Dergelijke feiten heeft Energiekbouw niet gesteld. De enkele omstandigheid dat het werk volgens Energiekbouw niet naar behoren was uitgevoerd, rechtvaardigt zonder nadere toelichting (die niet is gegeven) niet het oordeel dat [eisende partij] niet in staat was om de werkzaamheden alsnog deugdelijk, althans op de door Energiekbouw gewenst manier, uit te voeren. Ook het feit dat het een spoedklus betrof, brengt in casu niet mee dat een ingebrekestelling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet kon worden verlangd, aangezien ook Congy pas in januari 2025 de herstelwerkzaamheden heeft hoeven te verrichten. De rechtbank ziet ook niet in waarom reistijd en -kosten het onmogelijk zouden maken om de herstelwerkzaamheden door [eisende partij] te laten verrichten.
Volledig
Toen Energiekbouw met [eisende partij] contracteerde, deed ze dit in de wetenschap dat [eisende partij] een grote reisafstand had tot de plaats van de werkzaamheden en dit werd niet als een probleem gezien. Reistijd en -kosten hebben bovendien ook geen belemmering gevormd om de herstelwerkzaamheden door Congy te laten uitvoeren, die daartoe van Kevelaer (Duitsland) de reis naar Reichenau moest reizen (uit de factuur van Congy blijkt dat bijna € 8.000,00 aan reis- en verblijfkosten in rekening zijn gebracht). 4.11. De rechtbank is van oordeel dat van Energiekbouw in de gegeven omstandigheden mocht worden gevergd dat zij [eisende partij] door middel van een ingebrekestelling in de gelegenheid had gesteld om over te gaan tot herstel. Uit hetgeen gesteld is over de aard van de werkzaamheden en de aard van de gebreken volgt niet dat [eisende partij] niet in staat zou zijn geweest de herstelwerkzaamheden uit te voeren. 4.12. Dat verzuim om andere reden is ingetreden, zonder dat een ingebrekestelling is vereist, is niet gesteld of gebleken. Dit betekent dat Energiekbouw [eisende partij] eerst in gebreke had moeten stellen. Dat heeft zij niet gedaan, reden waarom geen grond bestaat voor ontbinding of schadevergoeding. De primaire en subsidiaire vorderingen in reconventie zullen dan ook worden afgewezen. 5 De beoordeling in conventie 5.1. In conventie vordert [eisende partij] betaling van de niet betaalde en gecorrigeerde facturen eindigend op nummers - [nummer 4] en - [nummer 5] . Deze facturen zijn volgens [eisende partij] opgesteld conform de afspraken die partijen hebben gemaakt tijdens een overleg in augustus 2024 naar aanleiding van bezwaren van Energiekbouw tegen de hoogte van de oorspronkelijke facturen. [eisende partij] stelt dat [persoon 3] en [persoon 4] tijdens dit overleg alleen bezwaar maakten tegen de hoogte van het gehanteerde uurtarief en tegen het in rekening gebrachte snijverlies van het materiaal. Partijen zouden hebben afgesproken dat [eisende partij] haar facturen op deze punten zou aanpassen en dat Energiekbouw vervolgens de gecrediteerde facturen zou betalen. 5.2. Over de gang van zaken voorafgaande aan de facturering heeft [eisende partij] nog gesteld dat zij door [persoon 3] werd benaderd voor een spoedklus, die in opdracht van Energiekbouw zou moeten worden uitgevoerd. Met de hulp van Kecxwind was [eisende partij] in staat deze klus uit te voeren. [eisende partij] is met een bus vol materiaal naar Reichenau gereden en heeft van [persoon 5] (werkzaam bij [persoon 5] ) te horen gekregen wat zij moest doen, waarna [persoon 5] op vakantie is gegaan. Zij heeft de door Energiekbouw geleverde kabels in het werk gebruikt, maar aangezien dat te weinig was heeft zij daarnaast nog eigen materiaal (materiaal van Kecxwind) moeten gebruiken. [eisende partij] is drie keer vijf dagen bezig geweest om de klus te klaren. In het weekend gingen de arbeidskrachten naar huis, anders zou een dubbel uurtarief gerekend moeten worden. Hoewel door of namens Energiekbouw hotelkamers waren geboekt heeft [eisende partij] kamers bij moeten boeken, zodat iedere arbeidskracht een eigen kamer had. Op 12 juli 2024 heeft [persoon 1] [persoon 3] gebeld en aangegeven dat het werk klaar was. [persoon 3] was tevreden. 5.3. Energiekbouw betwist dat zij gehouden is de facturen te voldoen. Zij stelt dat zij met betaling van factuur eindigend op - [nummer 6] voldoende heeft betaald voor de door [eisende partij] verrichtte werkzaamheden. Energiekbouw stelt dat zou zijn afgesproken dat [eisende partij] 6-7 dagen aangesloten zou werken. Nu dat niet is gebeurd heeft [eisende partij] teveel reistijd en reiskosten in rekening gebracht. Verder zouden kilometers ten onrechte dubbel zijn gedeclareerd, worden kosten voor restaurant- en hotelovernachtingen gedeclareerd die niet op voorhand door Energiekbouw zijn gereserveerd en worden er kosten voor sneltransport gedeclareerd terwijl daar geen noodzaak voor bestond. Ook zou zijn afgesproken dat [eisende partij] maximaal 250 uren zou werken, terwijl [eisende partij] 318,65 uren in rekening heeft gebracht. Daarnaast wijst Energiekbouw erop dat er andere (hogere) uurtarieven in rekening worden gebracht dat het overeengekomen tarief van € 62,50 ex BTW. Daarnaast stelt Energiekbouw dat er namen op de facturen staan vermeld van arbeidskrachten waarvan onduidelijk is of deze überhaupt wel op het project aanwezig zijn geweest. Verder wijst Energiekbouw erop dat op de facturen materiaal staat vermeld, terwijl was afgesproken dat [eisende partij] de materialen en kabelrollen van Energiekbouw zou gebruiken en is het gebruikte materiaal bovenmatig veel. Energiekbouw is van oordeel dat volledig aan voormelde bezwaren van Energiekbouw had moeten worden tegemoetgekomen. 5.4. De rechtbank overweegt dat tussen partijen (waarbij Energiekbouw werd vertegenwoordigd door [persoon 3] en [persoon 4] ) vast staat dat zij in augustus 2024 overleg hebben gevoerd over de hoogte van de in eerste instantie door [eisende partij] toegestuurde facturen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Energiekbouw niet betwist dat er tijdens dat overleg wilsovereenstemming is bereikt over de betalingen die Energiekbouw nog zou moeten verrichten. Het uurtarief zou worden bijgesteld en het snijverlies van het materiaal zou worden gecrediteerd. Als Energiekbouw van oordeel is dat een creditering met deze inhoud niet was afgesproken, dan had het op haar weg gelegen om te stellen en te onderbouwen dat in augustus 2024 (i) hetzij wilsovereenstemming was bereikt over een andere wijze van creditering danwel betaling van een ander bedrag (ii) hetzij in het geheel geen wilsovereenstemming was bereikt. Het had in dat geval voor de hand gelegen om uit te leggen hoe partijen dan waren verbleven na het overleg in augustus 2024. In ieder geval is niet gesteld of gebleken dat zou zijn afgesproken dat Energiekbouw enkel factuur - [nummer 6] hoefde te betalen. Weliswaar stelt Energiekbouw (met een beroep op de schriftelijke verklaringen van de heren Bakker) dat Ton en [persoon 3] in augustus 2024 alle onder alinea 5.3. vermelde bezwaren tegen de facturen hebben besproken (hetgeen overigens door [eisende partij] wordt betwist), maar Energiekbouw stelt niet (ook niet op zitting) dat het resultaat van het overleg was dat in augustus 2024 wilsovereenstemming zou zijn bereikt over een afspraak dat [eisende partij] aan al haar bezwaren tegemoet zou komen. 5.5. De rechtbank is dan ook van oordeel dat Energiekbouw is gehouden alle facturen (- [nummer 4] , - [nummer 5] , - [nummer 6] ) van [eisende partij] te voldoen. Aan het voorbehoud dat Energiekbouw zou hebben gemaakt bij de betaling van factuur met [nummer 6] behoeft dan ook geen bespreking meer. 6 De overige beslispunten Buitengerechtelijke incassokosten 6.1. [eisende partij] vordert een bedrag van € 975,00 aan buitengerechtelijke incassokosten conform Rapport Voorwerk II. Zij stelt dat zij deze kosten daadwerkelijk heeft moeten maken voor de door haar en door de advocaat verrichte buitengerechtelijke werkzaamheden ter incassering van onderhavige vordering. De advocaat heeft meer omvattende, als buitengerechtelijke aan te merken werkzaamheden verricht, anders dan die ter voorbereiding van de gedingstukken en ter instructie van de zaak. Het gaat onder meer om het aanmaken van een dossier, het voeren van overleg, het verzenden van diverse aanmaningen en een briefwisseling met Energiekbouw teneinde deze te bewegen over te gaan tot betaling. 6.2. Energiekbouw betwist dat sprake is van buitengerechtelijke kosten, nu de e-mail van 12 september 2024 van de advocaat van [eisende partij] moet worden aangemerkt als kosten ter inleiding van deze procedure. 6.3. De rechtbank is van oordeel dat voldoende grond bestaat voor toewijzing van de gevorderde buitengerechtelijke kosten, aangezien [eisende partij] zelf en haar advocaat veel moeite hebben moeten doen om haar facturen buiten rechte betaald te krijgen. De gevorderde kosten zijn conform het gebruikelijke tarief en daarmee redelijk. Rente 6.4. [eisende partij] vordert primair de wettelijke rente over de facturen "vanaf het moment dat zij verschuldigd zijn".
Volledig
Toen Energiekbouw met [eisende partij] contracteerde, deed ze dit in de wetenschap dat [eisende partij] een grote reisafstand had tot de plaats van de werkzaamheden en dit werd niet als een probleem gezien. Reistijd en -kosten hebben bovendien ook geen belemmering gevormd om de herstelwerkzaamheden door Congy te laten uitvoeren, die daartoe van Kevelaer (Duitsland) de reis naar Reichenau moest reizen (uit de factuur van Congy blijkt dat bijna € 8.000,00 aan reis- en verblijfkosten in rekening zijn gebracht). 4.11. De rechtbank is van oordeel dat van Energiekbouw in de gegeven omstandigheden mocht worden gevergd dat zij [eisende partij] door middel van een ingebrekestelling in de gelegenheid had gesteld om over te gaan tot herstel. Uit hetgeen gesteld is over de aard van de werkzaamheden en de aard van de gebreken volgt niet dat [eisende partij] niet in staat zou zijn geweest de herstelwerkzaamheden uit te voeren. 4.12. Dat verzuim om andere reden is ingetreden, zonder dat een ingebrekestelling is vereist, is niet gesteld of gebleken. Dit betekent dat Energiekbouw [eisende partij] eerst in gebreke had moeten stellen. Dat heeft zij niet gedaan, reden waarom geen grond bestaat voor ontbinding of schadevergoeding. De primaire en subsidiaire vorderingen in reconventie zullen dan ook worden afgewezen. 5 De beoordeling in conventie 5.1. In conventie vordert [eisende partij] betaling van de niet betaalde en gecorrigeerde facturen eindigend op nummers - [nummer 4] en - [nummer 5] . Deze facturen zijn volgens [eisende partij] opgesteld conform de afspraken die partijen hebben gemaakt tijdens een overleg in augustus 2024 naar aanleiding van bezwaren van Energiekbouw tegen de hoogte van de oorspronkelijke facturen. [eisende partij] stelt dat [persoon 3] en [persoon 4] tijdens dit overleg alleen bezwaar maakten tegen de hoogte van het gehanteerde uurtarief en tegen het in rekening gebrachte snijverlies van het materiaal. Partijen zouden hebben afgesproken dat [eisende partij] haar facturen op deze punten zou aanpassen en dat Energiekbouw vervolgens de gecrediteerde facturen zou betalen. 5.2. Over de gang van zaken voorafgaande aan de facturering heeft [eisende partij] nog gesteld dat zij door [persoon 3] werd benaderd voor een spoedklus, die in opdracht van Energiekbouw zou moeten worden uitgevoerd. Met de hulp van Kecxwind was [eisende partij] in staat deze klus uit te voeren. [eisende partij] is met een bus vol materiaal naar Reichenau gereden en heeft van [persoon 5] (werkzaam bij [persoon 5] ) te horen gekregen wat zij moest doen, waarna [persoon 5] op vakantie is gegaan. Zij heeft de door Energiekbouw geleverde kabels in het werk gebruikt, maar aangezien dat te weinig was heeft zij daarnaast nog eigen materiaal (materiaal van Kecxwind) moeten gebruiken. [eisende partij] is drie keer vijf dagen bezig geweest om de klus te klaren. In het weekend gingen de arbeidskrachten naar huis, anders zou een dubbel uurtarief gerekend moeten worden. Hoewel door of namens Energiekbouw hotelkamers waren geboekt heeft [eisende partij] kamers bij moeten boeken, zodat iedere arbeidskracht een eigen kamer had. Op 12 juli 2024 heeft [persoon 1] [persoon 3] gebeld en aangegeven dat het werk klaar was. [persoon 3] was tevreden. 5.3. Energiekbouw betwist dat zij gehouden is de facturen te voldoen. Zij stelt dat zij met betaling van factuur eindigend op - [nummer 6] voldoende heeft betaald voor de door [eisende partij] verrichtte werkzaamheden. Energiekbouw stelt dat zou zijn afgesproken dat [eisende partij] 6-7 dagen aangesloten zou werken. Nu dat niet is gebeurd heeft [eisende partij] teveel reistijd en reiskosten in rekening gebracht. Verder zouden kilometers ten onrechte dubbel zijn gedeclareerd, worden kosten voor restaurant- en hotelovernachtingen gedeclareerd die niet op voorhand door Energiekbouw zijn gereserveerd en worden er kosten voor sneltransport gedeclareerd terwijl daar geen noodzaak voor bestond. Ook zou zijn afgesproken dat [eisende partij] maximaal 250 uren zou werken, terwijl [eisende partij] 318,65 uren in rekening heeft gebracht. Daarnaast wijst Energiekbouw erop dat er andere (hogere) uurtarieven in rekening worden gebracht dat het overeengekomen tarief van € 62,50 ex BTW. Daarnaast stelt Energiekbouw dat er namen op de facturen staan vermeld van arbeidskrachten waarvan onduidelijk is of deze überhaupt wel op het project aanwezig zijn geweest. Verder wijst Energiekbouw erop dat op de facturen materiaal staat vermeld, terwijl was afgesproken dat [eisende partij] de materialen en kabelrollen van Energiekbouw zou gebruiken en is het gebruikte materiaal bovenmatig veel. Energiekbouw is van oordeel dat volledig aan voormelde bezwaren van Energiekbouw had moeten worden tegemoetgekomen. 5.4. De rechtbank overweegt dat tussen partijen (waarbij Energiekbouw werd vertegenwoordigd door [persoon 3] en [persoon 4] ) vast staat dat zij in augustus 2024 overleg hebben gevoerd over de hoogte van de in eerste instantie door [eisende partij] toegestuurde facturen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Energiekbouw niet betwist dat er tijdens dat overleg wilsovereenstemming is bereikt over de betalingen die Energiekbouw nog zou moeten verrichten. Het uurtarief zou worden bijgesteld en het snijverlies van het materiaal zou worden gecrediteerd. Als Energiekbouw van oordeel is dat een creditering met deze inhoud niet was afgesproken, dan had het op haar weg gelegen om te stellen en te onderbouwen dat in augustus 2024 (i) hetzij wilsovereenstemming was bereikt over een andere wijze van creditering danwel betaling van een ander bedrag (ii) hetzij in het geheel geen wilsovereenstemming was bereikt. Het had in dat geval voor de hand gelegen om uit te leggen hoe partijen dan waren verbleven na het overleg in augustus 2024. In ieder geval is niet gesteld of gebleken dat zou zijn afgesproken dat Energiekbouw enkel factuur - [nummer 6] hoefde te betalen. Weliswaar stelt Energiekbouw (met een beroep op de schriftelijke verklaringen van de heren Bakker) dat Ton en [persoon 3] in augustus 2024 alle onder alinea 5.3. vermelde bezwaren tegen de facturen hebben besproken (hetgeen overigens door [eisende partij] wordt betwist), maar Energiekbouw stelt niet (ook niet op zitting) dat het resultaat van het overleg was dat in augustus 2024 wilsovereenstemming zou zijn bereikt over een afspraak dat [eisende partij] aan al haar bezwaren tegemoet zou komen. 5.5. De rechtbank is dan ook van oordeel dat Energiekbouw is gehouden alle facturen (- [nummer 4] , - [nummer 5] , - [nummer 6] ) van [eisende partij] te voldoen. Aan het voorbehoud dat Energiekbouw zou hebben gemaakt bij de betaling van factuur met [nummer 6] behoeft dan ook geen bespreking meer. 6 De overige beslispunten Buitengerechtelijke incassokosten 6.1. [eisende partij] vordert een bedrag van € 975,00 aan buitengerechtelijke incassokosten conform Rapport Voorwerk II. Zij stelt dat zij deze kosten daadwerkelijk heeft moeten maken voor de door haar en door de advocaat verrichte buitengerechtelijke werkzaamheden ter incassering van onderhavige vordering. De advocaat heeft meer omvattende, als buitengerechtelijke aan te merken werkzaamheden verricht, anders dan die ter voorbereiding van de gedingstukken en ter instructie van de zaak. Het gaat onder meer om het aanmaken van een dossier, het voeren van overleg, het verzenden van diverse aanmaningen en een briefwisseling met Energiekbouw teneinde deze te bewegen over te gaan tot betaling. 6.2. Energiekbouw betwist dat sprake is van buitengerechtelijke kosten, nu de e-mail van 12 september 2024 van de advocaat van [eisende partij] moet worden aangemerkt als kosten ter inleiding van deze procedure. 6.3. De rechtbank is van oordeel dat voldoende grond bestaat voor toewijzing van de gevorderde buitengerechtelijke kosten, aangezien [eisende partij] zelf en haar advocaat veel moeite hebben moeten doen om haar facturen buiten rechte betaald te krijgen. De gevorderde kosten zijn conform het gebruikelijke tarief en daarmee redelijk. Rente 6.4. [eisende partij] vordert primair de wettelijke rente over de facturen "vanaf het moment dat zij verschuldigd zijn".
Volledig
Energiekbouw stelt dat die vordering moet worden afgewezen omdat deze te onbepaald is. Verder wijst zij erop dat in punt 21 van de dagvaarding “De Raadgevers” staat vermeld, een partij die niet gelijk kan worden gesteld met [eisende partij] . 6.5. De rechtbank is van oordeel dat er voldoende grond bestaat om de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW toe te wijzen. In het petitum van de dagvaarding staat dat [eisende partij] de wettelijke rente vordert. Weliswaar wordt in punt 21 “De Raadgevers” genoemd, maar de rechtbank begrijpt dat dit een schrijffout is, omdat “De Raadgevers” verder in dit dossier niet voorkomt. 6.6. Energiekbouw is bij brief van donderdag 12 september 2024 in gebreke gesteld. Zij kreeg een termijn van twee werkdagen om de nog openstaande facturen met nummers - [nummer 4] en - [nummer 5] te betalen, zodat de bedragen van € 28.998,90 respectievelijk € 34.390,01 uiterlijk maandag 16 september 2024 betaald hadden moeten worden. Nu Energiekbouw niet tot betaling is overgegaan zal de rechtbank de wettelijke rente vanaf 17 september 2024 toewijzen. De proceskosten 6.7. Energiekbouw is zowel in conventie als in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 115,22; - griffierecht € 2.889,00; - salaris advocaat € 3.214,00 (2 punten € 1.214,00 1 punt × € 786,00 ); - nakosten € 278,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing); totaal € 6.496,22. 6.8. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen, zoals hierna bepaald. De uitvoerbaar bij voorraad verklaring 6.9. Energiekbouw voert verweer tegen het uitvoerbaar bij voorraad verklaren van het vonnis, vanwege een bestaand restitutierisico.De rechtbank gaat aan dat verweer als onvoldoende onderbouwd voorbij. Evenmin ziet de rechtbank aanleiding om aan de uitvoerbaarbijvoorraad-verklaring op de voet van artikel 233 lid 3 Rv de voorwaarde te verbinden dat door [eisende partij] zekerheid wordt gesteld, zoals door Energiekbouw gevorderd. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. 6.10. Indien op de gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad verweer wordt gevoerd moet een belangafweging plaatsvinden. De maatstaf daarbij is of het belang van degene die de uitvoerbaarheid bij voorraad vordert, zwaarder weegt dan het belang van de wederpartij bij behoud van de bestaande toestand totdat de uitspraak kracht van gewijsde heeft of op een eventueel rechtsmiddel is beslist (Hoge Raad 29 november 1996, ECLI:NL:HR:1996: ZC2215, NJ 1997/684). Een tussenoplossing kan zijn om aan bij uitvoerbaarbijvoorraad-verklaring aan de executant de verplichting op te leggen om zekerheid te stellen (artikel 233 lid 3 Rv). 6.11. Ter toelichting op het gestelde restitutierisico voert Energiekbouw aan dat [eisende partij] pas in 2022 is opgericht met een klein kapitaal en geen werknemers heeft. Daarnaast wijst zij op het feit dat zij factuur - [nummer 6] heeft voldaan op verzoek van [eisende partij] vanwege financiële druk. Energiekbouw stelt dat [eisende partij] insolvabel zal zijn nadat een toewijzend vonnis in hoger beroep zal worden vernietigd. Ter onderbouwing van de vordering tot zekerheidstelling heeft Energiekbouw niet meer of iets anders gesteld. 6.12. [eisende partij] heeft het restitutierisico betwist en heeft gesteld dat haar belang bij directe betaling zwaar weegt, nu zij reeds de tegenprestatie heeft geleverd en derden heeft betaald. 6.13. De rechtbank is het eens met [eisende partij] . Het feit dat [eisende partij] een relatief jonge onderneming is en het aantal werknemers zegt niets (althans niet zonder meer iets) over een restitutierisico. Het argument dat [eisende partij] zou hebben aangedrongen op betaling zegt daar ook niets over. Het is in zakelijke verhoudingen volstrekt normaal dat wordt aangedrongen op betaling van facturen voor geleverd werk, zeker als daarvan nog onderaannemers betaald moeten worden. Energiekbouw heeft naar het oordeel van de rechtbank niet onderbouwd dat zij een onaanvaardbaar risico loopt indien onderhavig vonnis in hoger beroep zou worden vernietigd. Enig ander belang bij het achterwege laten van de uitvoerbaar bij voorraad verklaring of bij zekerheidsstelling heeft Energiekbouw niet gesteld. Daarom zullen de veroordelingen in dit vonnis (onvoorwaardelijk) uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. 7 De beslissing De rechtbank in conventie en in reconventie 7.1. veroordeelt Energiekbouw tot betaling van € 63.388,91, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2024 tot aan de dag van volledige betaling, 7.2. veroordeelt Energiekbouw tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 975,00, 7.3. veroordeelt Energiekbouw in de proceskosten van € 6.496,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Energiekbouw niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 7.4. veroordeelt Energiekbouw tot betaling van de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over de proceskosten, indien deze niet binnen de hiervoor genoemde termijn van veertien dagen worden voldaan, met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, 7.5. verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen onder 7.1 tot en met 7.4 uitvoerbaar bij voorraad, 7.6. wijst af het anders of meer gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. dr. Verhoeven en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.
Volledig
Energiekbouw stelt dat die vordering moet worden afgewezen omdat deze te onbepaald is. Verder wijst zij erop dat in punt 21 van de dagvaarding “De Raadgevers” staat vermeld, een partij die niet gelijk kan worden gesteld met [eisende partij] . 6.5. De rechtbank is van oordeel dat er voldoende grond bestaat om de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW toe te wijzen. In het petitum van de dagvaarding staat dat [eisende partij] de wettelijke rente vordert. Weliswaar wordt in punt 21 “De Raadgevers” genoemd, maar de rechtbank begrijpt dat dit een schrijffout is, omdat “De Raadgevers” verder in dit dossier niet voorkomt. 6.6. Energiekbouw is bij brief van donderdag 12 september 2024 in gebreke gesteld. Zij kreeg een termijn van twee werkdagen om de nog openstaande facturen met nummers - [nummer 4] en - [nummer 5] te betalen, zodat de bedragen van € 28.998,90 respectievelijk € 34.390,01 uiterlijk maandag 16 september 2024 betaald hadden moeten worden. Nu Energiekbouw niet tot betaling is overgegaan zal de rechtbank de wettelijke rente vanaf 17 september 2024 toewijzen. De proceskosten 6.7. Energiekbouw is zowel in conventie als in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 115,22; - griffierecht € 2.889,00; - salaris advocaat € 3.214,00 (2 punten € 1.214,00 1 punt × € 786,00 ); - nakosten € 278,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing); totaal € 6.496,22. 6.8. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen, zoals hierna bepaald. De uitvoerbaar bij voorraad verklaring 6.9. Energiekbouw voert verweer tegen het uitvoerbaar bij voorraad verklaren van het vonnis, vanwege een bestaand restitutierisico.De rechtbank gaat aan dat verweer als onvoldoende onderbouwd voorbij. Evenmin ziet de rechtbank aanleiding om aan de uitvoerbaarbijvoorraad-verklaring op de voet van artikel 233 lid 3 Rv de voorwaarde te verbinden dat door [eisende partij] zekerheid wordt gesteld, zoals door Energiekbouw gevorderd. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. 6.10. Indien op de gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad verweer wordt gevoerd moet een belangafweging plaatsvinden. De maatstaf daarbij is of het belang van degene die de uitvoerbaarheid bij voorraad vordert, zwaarder weegt dan het belang van de wederpartij bij behoud van de bestaande toestand totdat de uitspraak kracht van gewijsde heeft of op een eventueel rechtsmiddel is beslist (Hoge Raad 29 november 1996, ECLI:NL:HR:1996: ZC2215, NJ 1997/684). Een tussenoplossing kan zijn om aan bij uitvoerbaarbijvoorraad-verklaring aan de executant de verplichting op te leggen om zekerheid te stellen (artikel 233 lid 3 Rv). 6.11. Ter toelichting op het gestelde restitutierisico voert Energiekbouw aan dat [eisende partij] pas in 2022 is opgericht met een klein kapitaal en geen werknemers heeft. Daarnaast wijst zij op het feit dat zij factuur - [nummer 6] heeft voldaan op verzoek van [eisende partij] vanwege financiële druk. Energiekbouw stelt dat [eisende partij] insolvabel zal zijn nadat een toewijzend vonnis in hoger beroep zal worden vernietigd. Ter onderbouwing van de vordering tot zekerheidstelling heeft Energiekbouw niet meer of iets anders gesteld. 6.12. [eisende partij] heeft het restitutierisico betwist en heeft gesteld dat haar belang bij directe betaling zwaar weegt, nu zij reeds de tegenprestatie heeft geleverd en derden heeft betaald. 6.13. De rechtbank is het eens met [eisende partij] . Het feit dat [eisende partij] een relatief jonge onderneming is en het aantal werknemers zegt niets (althans niet zonder meer iets) over een restitutierisico. Het argument dat [eisende partij] zou hebben aangedrongen op betaling zegt daar ook niets over. Het is in zakelijke verhoudingen volstrekt normaal dat wordt aangedrongen op betaling van facturen voor geleverd werk, zeker als daarvan nog onderaannemers betaald moeten worden. Energiekbouw heeft naar het oordeel van de rechtbank niet onderbouwd dat zij een onaanvaardbaar risico loopt indien onderhavig vonnis in hoger beroep zou worden vernietigd. Enig ander belang bij het achterwege laten van de uitvoerbaar bij voorraad verklaring of bij zekerheidsstelling heeft Energiekbouw niet gesteld. Daarom zullen de veroordelingen in dit vonnis (onvoorwaardelijk) uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. 7 De beslissing De rechtbank in conventie en in reconventie 7.1. veroordeelt Energiekbouw tot betaling van € 63.388,91, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2024 tot aan de dag van volledige betaling, 7.2. veroordeelt Energiekbouw tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 975,00, 7.3. veroordeelt Energiekbouw in de proceskosten van € 6.496,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Energiekbouw niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 7.4. veroordeelt Energiekbouw tot betaling van de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over de proceskosten, indien deze niet binnen de hiervoor genoemde termijn van veertien dagen worden voldaan, met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, 7.5. verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen onder 7.1 tot en met 7.4 uitvoerbaar bij voorraad, 7.6. wijst af het anders of meer gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. dr. Verhoeven en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.