Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2025-01-29
ECLI:NL:RBLIM:2025:625
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
13,791 tokens
Inleiding
RECHTBANK Limburg
Civiel recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: C/03/321031 / HA ZA 23-349
Vonnis van 29 januari 2025 (bij vervroeging)
In de hoofdzaak
in de zaak van
[bedrijfsnaam]
,
gevestigd te [plaatsnaam] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. C.J. Schipperus,
tegen
[notaris x]
,
in haar hoedanigheid van notaris,
wonende te [plaatsnaam] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de notaris,
advocaat: mr. J.D. Kraaikamp en mr. P. Wanders.
en in de vrijwaringszaak met zaaknummer: C/03/325524 / HA ZA 23-547 (hierna te noemen: de vrijwaringszaak) van
[notaris x]
,
in haar hoedanigheid van notaris,
wonende te [plaatsnaam] ,
eisende partij,
hierna te noemen: de notaris,
advocaten: mr. J.D. Kraaikamp en mr. P. Wanders,
tegen
1 [koper 1] ,
2. [koper 2],
beiden wonende te [plaatsnaam] ,
advocaat: mr. P.J.L. Tacx,3. ABC WONEN B.V.,
gevestigd te [plaatsnaam] ,
advocaat: mr. R.H.J.G. Borger,
gedaagde partijen,
hierna te noemen: [koper 1] , [koper 2] en ABC Wonen.
en in de vrijwaringszaak met zaaknummer: C/03/329648 / HA ZA 24-178 (hierna te noemen de ondervrijwaringszaak) van
1 [koper 1] ,
2. [koper 2],
beiden wonende te [plaatsnaam] ,
eisende partijen,
hierna te noemen: [koper 1] en [koper 2]
advocaat: mr. P.J.L. Tacx,
tegen
ABC WONEN B.V.,
gevestigd te Wanssum ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: ABC Wonen,
advocaat: mr. R.H.J.G. Borger.
1Inleiding
1.1.
[eiser] heeft bij gelegenheid van een executieveiling in 2011 twee percelen gekocht. Zij heeft de koopsom betaald, maar is geen eigenaar meer van de percelen. In de hoofdzaak draait het om de vraag of de notaris een beroepsfout heeft gemaakt door omstreeks maart/april 2021 de koopsom uit te betalen aan [koper 1] en [koper 2] . De vervolgvraag is of de notaris gehouden is om de daardoor door [eiser] geleden schade te vergoeden. De rechtbank oordeelt dat die vragen bevestigend moeten worden beantwoord.
In de vrijwaringszaak staat kort samengevat de vraag centraal of de notaris zich ter zake van haar veroordeling in de hoofdzaak kan verhalen op [koper 1] , [koper 2] en/of ABC Wonen. De rechtbank beantwoordt die vraag met “ja” en oordeelt dat de schade voor 1/3 aan de notaris, voor 1/3 aan [koper 1] en [koper 2] en voor 1/3 aan ABC Wonen kan worden toegerekend.
In de ondervrijwaringszaak gaat het kort gezegd om de vraag of [koper 1] en [koper 2] zich, voor het geval zij in de vrijwaringszaak enig bedrag verschuldigd zijn aan de notaris, kunnen verhalen op ABC Wonen. Omdat er geen grondslag bestaat voor toewijzing van deze vordering wordt de vordering in de ondervrijwaringszaak afgewezen.
Procesverloop
In de hoofdzaak
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis in incident van 22 november 2023, waarbij de notaris is toegestaan om
ABC Wonen, [koper 1] en [koper 2] in vrijwaring op te roepen, - de conclusie van antwoord,
- de ten behoeve van de mondelinge behandeling overgelegde productie van 26 november
2024 van de notaris,
- de mondelinge behandeling van 6 december 2024 en de tijdens de zitting overgelegde
spreekaantekeningen van [eiser] en de notaris.
In de vrijwaringszaak
2.2.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis in incident van 13 maart 2024, waarbij [koper 1] en [koper 2] is toegestaan om
ABC Wonen in vrijwaring op te roepen,
- de conclusie van antwoord van [koper 1] en [koper 2] ,
- de ten behoeve van de mondelinge behandeling op 8 augustus 2024 ingediende producties
van ABC Wonen en producties van 26 november 2024 van de notaris,
- de mondelinge behandeling van 6 december 2024 en de tijdens de zitting overgelegde
spreekaantekeningen van de notaris, [koper 1] en [koper 2] en van ABC Wonen.
In de ondervrijwaringszaak
2.3.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 april 2024,
- de conclusie van antwoord,
- de ten behoeve van de mondelinge behandeling ingediende productie 7 van [koper 1] en [koper 2]
,
- de mondelinge behandeling van 6 december 2024 en de tijdens de zitting overgelegde
spreekaantekeningen van [koper 1] en [koper 2] en van ABC Wonen.
In de hoofdzaak en in de vrijwaringszaken
2.4.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
3.1.
[eiser] heeft bij gelegenheid van een executieveiling op 11 oktober 2011 (hierna: de executieveiling) twee percelen gekocht kadastraal bekend als [perceel 1] en [perceel 2] (hierna: de percelen). De koopsom bedroeg € 260.000,-.
3.2.
De percelen behoorden op dat moment in eigendom toe aan ABC Wonen
3.3.
Op de percelen rustte een bij hypotheekakte van 17 mei 2010 gevestigd recht van hypotheek ten gunste van de vennootschap naar Belgisch recht All Technology Investment Group NV (hierna: ATI). ATI heeft de percelen als hypotheeknemer laten veilen op de executieveiling ten overstaan van notaris [notaris y] . ATI had de executie overgenomen van twee andere schuldeisers van ABC Wonen: [koper 1] en [koper 2] . [koper 1] en [koper 2] hadden ten laste van ABC Wonen (eerst conservatoir en daarna verworden in executoriaal) beslag laten leggen op de percelen.
3.4.
Bij akte van gunning van 12 oktober 2011 heeft [eiser] als veilingkoper van ATI een recht op levering verkregen ter zake de percelen.
3.5.
[eiser] heeft na de executieveiling een waarborgsom (€ 150.000,-) gestort onder [notaris y] . De in deze procedure betrokken notaris is (protocol)opvolger van [notaris y] .
3.6.
Voor het voltooien van de leveringshandeling is er door ABC Wonen (conservatoir) derdenbeslag gelegd onder de notaris en [eiser] en is (de geldigheid van) het recht van hypotheek van ATI door ABC Wonen betwist.
3.7.
ABC Wonen heeft een procedure aanhangig gemaakt bij deze rechtbank tegen ATI. Na het leggen van voornoemd conservatoir derdenbeslag door ABC Wonen heeft [notaris y] geen medewerking verleend aan de overdracht van de percelen aan [eiser] .
Enkele jaren later is [eiser] , terwijl het geschil tussen ATI en ABC Wonen nog niet was beslecht, een procedure gestart tegen [notaris y] om levering van de percelen aan haar af te dwingen. Bij vonnis van 22 maart 2017 zijn de vorderingen van [eiser] grotendeels toegewezen. Na betaling van de restant koopsom op 27 maart 2017 heeft [notaris y] vervolgens meegewerkt aan levering van de percelen aan [eiser] .
Procesverloop
3.8.
Op 6 september 2017 heeft de rechtbank Limburg in de procedure tussen ABC Wonen en ATI eindvonnis gewezen. ABC Wonen vorderde in die procedure onder andere dat de hypotheken van ATI gevestigd op de geveilde onroerende zaken nietig worden verklaard c.q. worden vernietigd. De rechtbank heeft de vorderingen van ABC Wonen afgewezen.
3.9.
ABC Wonen heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 6 september 2017 van deze rechtbank. Bij arrest van 1 december 2020 heeft het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch onder andere vernietigd:
de investeringsovereenkomst tussen ABC Wonen en ATI (wegens bedrog);
de vestiging van de hypotheken door ABC Wonen, [appellant 1] en [appellant 2] op onder meer 17 mei 2010.
Daarnaast heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor recht verklaard dat de hypotheek van 17 mei 2010 wegens een ongeldige titel niet is gevestigd.
3.10.
Bij arrest van 15 juli 2022 is het door ATI tegen het arrest van het gerechtshof ingestelde beroep in cassatie door de Hoge Raad verworpen.
Executoriaal derdenbeslag door [koper 1] en [koper 2]
3.11.
[koper 1] en [koper 2] hebben op 14 januari 2021 executoriaal derdenbeslag gelegd op al hetgeen de notaris van ABC Wonen onder zich had uit hoofde van diverse executoriale titels. Achtergrond van dat beslag was de volgende:
De vorderingen van [koper 1] en [koper 2] op ABC Wonen
3.11.1.
Bij koopovereenkomst van 20 mei 2008 heeft ABC Wonen van [koper 1] en [koper 2] gekocht de boerderij en naastgelegen percelen aan [adres] in [plaatsnaam] (hierna: de boerderij). Bij onherroepelijk geworden arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 16 december 2014 is de koopovereenkomst, voor het geval ABC Wonen niet tot afname en betaling van de koopsom zou overgaan, ontbonden. Bij datzelfde arrest heeft het gerechtshof ABC Wonen, voor het geval er geen afname en betaling zou plaatsvinden, veroordeeld tot betaling van schadevergoeding nader op te maken bij staat wegens te late afname van de boerderij en ontbindingsschade. ABC Wonen nam de boerderij vervolgens niet af.
3.11.2.
Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard eindvonnis van 9 december 2020 heeft deze rechtbank (onder meer) ABC Wonen veroordeeld tot betaling van een bedrag aan schadevergoeding van € 455.653,15 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 29 mei 2016 aan [koper 1] en [koper 2] .
3.11.3.
Enkele weken na dit eindvonnis van de rechtbank hebben [koper 1] en [koper 2] (op 14 januari 2021) voornoemd executoriaal derdenbeslag gelegd onder de notaris uit hoofde van het vonnis van 9 december 2020 van deze rechtbank en diverse andere executoriale titels voor een bedrag van € 584.068,07 + P.M.
3.11.4.
Bij arrest van 26 juli 2022 heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch:
het eindvonnis van de rechtbank van 9 december 2020 vernietigd voor zover ABC Wonen is veroordeeld tot voldoening van € 455.653,15 vermeerderd met wettelijke rente en
ABC Wonen veroordeeld om aan [koper 1] en [koper 2] te voldoen een bedrag van € 427.233,78, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 29 mei 2016 tot de dag der algehele voldoening.
Derdenverklaringen van de notaris na derdenbeslag door [koper 1] en [koper 2]
3.12.
Op 5 februari 2021 heeft de notaris een derdenverklaring uitgebracht. Daarin verklaarde zij dat onduidelijk is of (een deel van) het bedrag dat zich op de kwaliteitsrekening bevindt aan ABC Wonen toekomt op grond van een vordering die ABC op de notaris heeft of uit een op het moment van beslaglegging bestaande rechtsverhouding rechtstreeks zal verkrijgen.
3.13.
De notaris heeft vervolgens advies ingewonnen bij [de hoofddocent burgerlijk recht] aan [universiteit x] (hierna: [de docent] ). [de docent] concludeerde in zijn opinie van 19 maart 2021 dat de notaris tot uitkering van een bedrag van € 420.859,40 aan [bedrijfsnaam] aan [koper 1] en [koper 2] kon overgaan.
3.14.
Bij brief van 26 maart 2021 wijzigde de notaris haar eerder uitgebrachte derdenverklaring en verklaarde over te zullen gaan tot uitkering aan (de deurwaarder van) [koper 1] en [koper 2] van een bedrag van € 418.938,57.
Uitbetaling van de koopsom aan [koper 1] en [koper 2]
3.15.
Omstreeks maart 2021 heeft de notaris vervolgens opdracht gegeven om onder meer de door [eiser] op de kwaliteitsrekening van de notaris betaalde koopsom uit te laten betalen aan [koper 1] en [koper 2] .
Procesverloop
3.16.
[eiser] is in januari 2021 een procedure gestart waarin zij heeft gevorderd dat de rechtbank voor recht verklaart dat [eiser] als eigenaar te goeder trouw jegens ABC Wonen wordt beschermd en dat de percelen aan haar moeten worden geleverd. ABC Wonen heeft in reconventie gevorderd dat de rechtbank voor recht verklaart dat zij eigenaar van de percelen is gebleven. Bij vonnis van 26 maart 2022 zijn de vorderingen van [eiser] afgewezen. De vorderingen van ABC Wonen zijn bij datzelfde vonnis toegewezen.
3.17.
[eiser] heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 26 maart 2022 van deze rechtbank, welk beroep later door [eiser] is ingetrokken.
3.18.
In mei 2023 is ATI failliet verklaard.
Geschil
In de hoofdzaak
4.1.
[eiser] vordert - samengevat - dat de rechtbank zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. de notaris veroordeelt om aan [eiser] te voldoen een bedrag van € 260.000,-, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag, vermeerderd met daarover gekweekte daadwerkelijke rente, althans wettelijke (handels)rente vanaf 27 maart 2017 althans 1 december 2020 althans een door de rechtbank te bepalen datum, tot de dag van volledige voldoening;
II. de notaris te veroordelen in de proceskosten inclusief nakosten en wettelijke rente.
4.2.
[eiser] legt aan haar vorderingen, kort samengevat, het volgende ten grondslag. [eiser] stelt dat de notaris een beroepsfout heeft gemaakt door omstreeks maart/april 2021 de door haar voor de percelen betaalde koopsom uit te betalen aan [koper 1] en [koper 2] . Er bestond voor die betaling geen (rechts)grond. [koper 1] en [koper 2] hadden weliswaar beslag gelegd onder de notaris ten laste van ABC Wonen, maar de notaris was niets verschuldigd aan ABC Wonen met betrekking tot de door [eiser] betaalde koopsom. Die koopsom kwam immers toe aan ATI als verkoper op grond van zijn recht van parate executie als hypotheekhouder. De koopsom valt dan ook niet onder het door [koper 1] en [koper 2] gelegde beslag. [eiser] wijst ter onderbouwing daarvan op het arrest van de Hoge Raad van 16 april 2021. Op basis van dat arrest concludeert [eiser] dat de ontbindende voorwaarde waaronder zij gerechtigd is tot het saldo van de kwaliteitsrekening is ingetreden. ATI heeft de percelen immers niet vrij en onbezwaard aan haar geleverd. [eiser] stelt dat zij daarom aanspraak kan maken op dit saldo. Volgens [eiser] heeft de notaris haar zorgplicht geschonden, wetende dat [eiser] als gevolg van het arrest van het gerechtshof geleverd had gekregen van een beschikkingsonbevoegde (ATI). Gezien de vele haken en ogen die aan de kwestie kleefden, met name na het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 1 december 2020, had de notaris een meer terughoudende houding moeten betrachten en niet tot uitbetaling van de koopsom aan [koper 1] en [koper 2] mogen overgaan.
4.3.
De notaris voert verweer. De notaris stelt dat zij zorgvuldig heeft geopereerd ter zake de uitkering van de koopsom aan [koper 1] en [koper 2] in maart 2021 in vervolg op het door [koper 1] en [koper 2] gelegde executoriaal derdenbeslag. De notaris heeft de koopsom uitgekeerd nadat [eiser] in 2017 via een procedure zelf de levering van het perceel had afgedwongen. [eiser] heeft daarmee zelf ook veroorzaakt dat de koopsom aan ABC Wonen zou worden overgemaakt, althans dat die zou worden aangewend ter delging van schulden van ABC Wonen. Reeds hierom valt niet in te zien dat [eiser] de notaris enig verwijt kan maken. De notaris wijst er verder op dat zij niet bepaald over één nacht ijs is gegaan. Zij heeft advies ingewonnen bij [de docent] over de vraag of zij tot uitkering van de koopsom mocht overgaan aan [koper 1] en [koper 2] . [de docent] is een autoriteit op het gebied van beslag- en executierecht en concludeerde dat de notaris de koopsom aan [koper 1] en [koper 2] kon uitkeren uit hoofde van meerdere grondslagen. De notaris stelt dat zij geen aanleiding had om aan de bevindingen van [de docent] te twijfelen. Van een volstrekt vrijwillige uitkering was geen sprake. [koper 1] en [koper 2] hadden executoriale beslagen gelegd en zij hielden de notaris aansprakelijk voor het geval zij niet tot uitkering zou overgaan. Er is aldus geen sprake van onzorgvuldig handelen en dus ook niet van een beroepsfout. Ook is volgens de notaris niet voldaan aan het relativiteitsvereiste. [eiser] heeft zich zelf dusdanig onvoorzichtig gedragen dat zij zich heeft onttrokken aan de bescherming van de norm. De notaris beroept zich verder op eigen schuld aan de zijde van [eiser] en op schending van de schadebeperkingsplicht.
In de vrijwaringszaak
In conventie
4.4.
In de vrijwaringszaak vordert de notaris in conventie samengevat om zowel [koper 1] en [koper 2] als ABC Wonen bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis (zo mogelijk gelijktijdig met het te wijzen vonnis in de hoofdzaak) te veroordelen om aan de notaris te betalen datgene waartoe de notaris als gedaagde in de hoofdzaak jegens [eiser] mocht worden veroordeeld met inbegrip van de kostenveroordeling.
4.5.
Aan haar vorderingen legt de notaris kort samengevat het volgende ten grondslag. De notaris stelt dat als de vorderingen van [eiser] in de hoofdzaak worden toegewezen, dit betekent dat de notaris de koopsom ten onrechte heeft uitbetaald aan [koper 1] en [koper 2] ter delging van een schuld van ABC Wonen. Daarmee staat dan ook vast dat de koopsom onverschuldigd is betaald aan [koper 1] en [koper 2] , althans dat [koper 1] en [koper 2] en ABC Wonen ongerechtvaardigd zijn verrijkt door de ontvangst van de koopsom c.q. doordat een schuld van ABC Wonen is afgelost. De notaris heeft dan een zelfstandige vordering op [koper 1] en [koper 2] en/of ABC Wonen tot (terug)betaling van dit bedrag wegens ongerechtvaardigde verrijking dan wel onverschuldigde betaling.
4.6.
ABC Wonen voert kort samengevat het volgende verweer. De notaris heeft een ernstige beroepsfout gemaakt door willens en wetens (met alle seinen op rood) het risico te nemen om het geld van een cliënt uit te betalen aan de schuldeiser van een ander. De notaris heeft, door uitbetaling van de gelden, terwijl zij niet wist aan wie het geld toebehoorde, de uitbetalingsregels voor notarissen geschonden. Er mogen geen gelden worden overgeboekt aan anderen dan aan wie deze toebehoren. De notaris heeft zelf voor rechter gespeeld en daarmee haar zorgplicht geschonden. De gevolgen daarvan kunnen niet op ABC Wonen worden afgewenteld. Bovendien heeft de notaris 100% eigen schuld aan de eventuele schade. ABC Wonen betwist dat zij ongerechtvaardigd zou zijn verrijkt en dat [eiser] onverschuldigd aan ABC Wonen heeft betaald. [eiser] spreekt ABC Wonen hier bovendien helemaal niet op aan. De notaris heeft zelf een beroepsfout gemaakt, waarvoor [eiser] (enkel) haar aanspreekt.
4.7.
[koper 1] en [koper 2] voeren kort samengevat het volgende verweer. [koper 1] en [koper 2] stellen dat de notaris geen beroepsfout heeft gemaakt door opdracht te geven om de van [eiser] afkomstige koopsom aan hen uit te laten keren. De notaris heeft alvorens daartoe over te gaan advies ingewonnen bij [de docent] , zijnde een autoriteit op het gebied van beslag- en executierecht. [eiser] heeft zelf op meerdere tijdstippen in de afgelopen jaren bepaald niet handig geopereerd, hetgeen voor rekening en risico van [eiser] komt. Voor zover er sprake zou zijn van een beroepsfout van de notaris, dan kan de notaris de gevolgen daarvan niet op [koper 1] en [koper 2] afwentelen omdat zij niet instaan voor een beroepsfout van de notaris. [koper 1] en [koper 2] stellen dat zij bovendien zeker niet zijn verrijkt nu met de uitkering van € 260.000,- aan hen enkel de schuld die ABC Wonen aan hen had gedeeltelijk werd gedelgd. De notaris kan hooguit een vordering op ABC Wonen hebben, maar niet op [koper 1] en [koper 2] .
In voorwaardelijke reconventie
4.8.
In voorwaardelijke reconventie vordert ABC Wonen om, ingeval ABC Wonen tot betaling van enig bedrag mocht worden veroordeeld, de notaris te veroordelen om aan ABC Wonen bij wijze van schadevergoeding te betalen de proceskosten in conventie.
4.9.
ABC Wonen legt aan deze vordering kort gezegd het volgende ten grondslag. ABC Wonen stelt dat zij als geëxecuteerde nergens in is gekend, ondanks haar talloze toelichtingen en waarschuwingen richting de notaris en ondanks het aanbod zaken zo nodig nader te willen toelichten.
Beoordeling
In de hoofdzaak
5.1.
[eiser] verwijt de notaris dat zij een beroepsfout heeft gemaakt door de koopsom in 2021 vanuit haar kwaliteitsrekening uit te betalen aan [koper 1] en [koper 2] . Die koopsom viel volgens [eiser] namelijk niet onder het door [koper 1] en [koper 2] gelegde executoriaal derdenbeslag.
Uitbetaling van de koopsom aan [koper 1] en [koper 2] na executoriaal derdenbeslag
5.2.
Vast staat dat [eiser] de koopsom in 2017 heeft gestort op de kwaliteitsrekening van de notaris en dat de notaris die koopsom in 2021 heeft uitbetaald aan [koper 1] en [koper 2] , nadat laatstgenoemde executoriaal derdenbeslag hadden gelegd op alle vorderingen die ABC Wonen op de notaris en [notaris y] heeft en zal verkrijgen. Op grond van de wet was de notaris als derde-beslagene verplicht om de geldsommen die zij als derde aan ABC Wonen verschuldigd was aan de deurwaarder ter beschikking te stellen.
Voor wie houdt een notaris de op de kwaliteitsrekening gestorte koopsom?
5.3.
Tussen partijen is in geschil wie gerechtigd was tot de koopsom ten tijde van de uitbetaling van de koopsom aan [koper 1] en [koper 2] . Om te kunnen beoordelen of die uitbetaling al dan niet terecht was, moet worden beoordeeld voor wie de notaris de op de kwaliteitsrekening gestorte koopsom hield ten tijde van de uitbetaling in 2021. In de Wet op het notarisambt zijn regels opgenomen die betrekking hebben op de kwaliteitsrekening van de notaris. De notaris is bij uitsluiting bevoegd tot het beheer en de beschikking daarvan. De notaris mocht de koopsom slechts aan [koper 1] en [koper 2] uitkeren voor zover ABC Wonen ten tijde van de uitbetaling rechthebbende was op die koopsom. Of een partij kwalificeert als rechthebbende hangt bij een koopovereenkomst af van de rechtsverhouding tussen de betrokken partijen. Die rechtsverhouding wordt bij koop en verkoop van een registergoed in beginsel bepaald door het stelsel van art. 7:26 lid 3 BW. Dit stelsel brengt volgens rechtspraak van de Hoge Raad mee dat na storting van de koopsom op de kwaliteitsrekening zowel de koper als de verkoper tot het beloop van het bedrag van de koopsom voorwaardelijk gerechtigd is tot het saldo op de kwaliteitsrekening. De verkoper is daartoe gerechtigd onder de opschortende voorwaarde van een vrije en onbezwaarde levering (in de veronderstelling dat daarmee ook de overdracht is bewerkstelligd), en de koper onder dezelfde maar dan ontbindende voorwaarde.
De taak van de notaris in relatie tot uitbetaling van de koopsom
5.4.
Uit rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat de taak van de notaris meebrengt dat de koopsom pas wordt uitbetaald als de voorwaarde is vervuld waaronder de verkoper gerechtigd is tot het bedrag van de koopsom op de kwaliteitsrekening. Wegens de uit zijn taak voortvloeiende zorgplicht mag de notaris daarom bij een koopovereenkomst met betrekking tot registergoederen niet eerder tot uitbetaling aan de verkoper overgaan dan wanneer zekerheid bestaat dat sprake is van een vrije en onbezwaarde levering. Ook volgt uit die rechtspraak van de Hoge Raad dat de notaris niet tot uitbetaling aan de verkoper mag overgaan indien tegen het moment van uitbetaling de veronderstelling dat de vrije en onbezwaarde levering tot eigendomsoverdracht heeft geleid, onjuist is gebleken.
De notaris mocht niet tot uitbetaling van de koopsom aan [koper 1] en [koper 2] overgaan
5.5.
De rechtbank is van oordeel dat de notaris in maart 2021 niet tot uitbetaling van de koopsom aan [koper 1] en [koper 2] had mogen overgaan. Zij is als volgt tot dat oordeel gekomen.
5.6.
Vast staat dat de percelen in 2017 zijn geleverd aan [eiser] , nadat [eiser] via een procedure die levering aan haarzelf had afgedwongen. [eiser] heeft toen de koopsom aan ATI betaald via storting daarvan op de kwaliteitsrekening van de notaris. Ingevolge artikel 3:273 BW zijn door die levering krachtens executoriale verkoop en voldoening van de koopprijs de hypotheken vervallen en de ingeschreven beslagen teniet gegaan. Daarmee was in 2017 sprake van een vrije en onbezwaarde levering aan [eiser] . De uitbetaling door de notaris van de koopsom aan [koper 1] en [koper 2] vond echter niet plaats in 2017, maar pas in maart 2021. Enkele maanden vóór die uitbetaling, op 1 december 2020, had het gerechtshof ’s-Hertogenbosch de hypotheken van ATI op basis waarvan de executieveiling in kwestie was ingezet althans overgenomen vernietigd. Vast staat dat de notaris daarmee ook bekend was. Zij heeft immers juridisch advies ingewonnen bij [de docent] , mede naar aanleiding van dat arrest van het hof. De vernietiging van de hypotheken heeft terugwerkende kracht. Met het arrest van het gerechtshof stond vast dat [eiser] geleverd had gekregen van een beschikkingsonbevoegde (ATI) en dat daarmee niet is voldaan aan (één van) de constitutieve vereisten van overdracht. Levering van een registergoed door een beschikkingsonbevoegde vervreemder leidt in beginsel niet tot overdracht, behoudens wanneer de verkrijger derdenbescherming toekomt. De notaris mocht er in dit specifieke geval naar het oordeel van de rechtbank evenwel niet zonder meer van uitgaan dat [eiser] ten tijde van de levering te goeder trouw was (zie hierna onder r.o. 5.7.1.). Naar het oordeel van de rechtbank moest de notaris er daarom in dit geval in maart 2021 van uitgaan dat [eiser] geleverd had gekregen van een beschikkingsonbevoegde (ATI) en dat daarmee niet is voldaan aan (één van) de vereisten voor rechtsgeldige overdracht. Daarmee is de voorwaarde waaronder ABC Wonen gerechtigd was tot de koopsom op de kwaliteitsrekening (een levering die overdracht heeft bewerkstelligd) achteraf bezien toch niet in vervulling gegaan. De veronderstelling dat vrije en onbezwaarde levering tot eigendomsoverdracht heeft geleid, is daarmee onjuist gebleken. Op het moment dat [koper 1] en [koper 2] executoriaal derdenbeslag onder de notaris hadden gelegd, was niet ABC Wonen gerechtigd tot de koopsom, maar [eiser] . Daaruit volgt dat de notaris de gelden niet had mogen uitkeren aan [koper 1] en [koper 2] .
5.7.
De notaris stelt dat zij heeft gehandeld conform het advies van [de docent] en dat zij zich op dat advies mocht baseren. De rechtbank volgt de notaris daarin niet omdat de twee argumenten die ten grondslag liggen aan het advies om tot uitkering van de koopsom aan [koper 1] en [koper 2] over te gaan, in dit geval geen doel treffen.
5.7.1.
Het eerste argument hield in dat de veilingkopers tegen de beschikkingsonbevoegdheid van ATI werden beschermd op grond van de goede trouw ex artikel 3:88 BW. De vraag of [eiser] een beroep toekomt op derdenbescherming was door [eiser] in januari 2021 voorgelegd aan deze rechtbank. Ten tijde van de uitbetaling van de koopsom door de notaris aan [koper 1] en [koper 2] was daarover nog geen uitspraak gedaan door de rechtbank.
De rechtbank is van oordeel dat de notaris in de periode 2021 gezien de concrete omstandigheden van dit geval, had moeten betwijfelen of [eiser] ten tijde van de levering in 2017 te goeder trouw was in de zin van de wet. Zowel [eiser] als de notaris waren er namelijk mee bekend dat er al sinds 2011 procedures werden gevoerd tussen ABC Wonen en ATI, waarin ABC Wonen onder andere de geldigheid van het hypotheekrecht ter discussie stelde. Juist vanwege die procedures stelde [notaris y] zich ten opzichte van [eiser] eerder op het standpunt dat hij zich, mede op basis van een advies van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, niet vrij achtte om mee te werken aan het ontvangen van het restant van de koopsom van [eiser] en het inschrijven van het proces-verbaal van toewijzing in de openbare registers.
Conclusie
5.14.
Dit leidt tot de conclusie dat de vordering van [eiser] kan worden toegewezen. Ook de daadwerkelijk gekweekte rente kan zoals gevorderd worden toegewezen vanaf datum 27 maart 2017.
Proceskosten
5.15.
De notaris is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
109,44
- griffierecht
€
5.737,00
- salaris advocaat
€
5.428,00
(2 punten × € 2.714,00)
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
11.452,44
In de vrijwaringszaak
in conventie
5.16.
De eis in de vrijwaringszaak strekt tot veroordeling van ABC Wonen en [koper 1] en [koper 2] (de waarborgen) tot voldoening van al hetgeen waartoe de notaris in de hoofdzaak (de gewaarborgde) mocht worden veroordeeld.
5.17.
Voor toewijzing van de vrijwaringszaak is nodig dat kan worden aangenomen dat ABC Wonen en/of [koper 1] en [koper 2] jegens de notaris aansprakelijk is c.q. zijn voor de nadelige gevolgen van de veroordeling in de hoofdzaak. Deze aansprakelijkheid moet berusten op een rechtsverhouding tussen de gewaarborgde en de derde en kan van dezelfde of een geheel andere aard zijn dan die waarop de vordering in de hoofdzaak is gegrond.
5.18.
De notaris stelt dat ABC Wonen en [koper 1] en [koper 2] als hoofdelijk medeschuldenaren in de onderlinge verhouding tot de notaris gehouden zijn de schade geheel te dragen.
Regres op medeschuldenaar
5.19.
De rechtbank stelt voorop dat op grond van de wet twee of meer personen op wie een verplichting tot vergoeding van dezelfde schade rust, hoofdelijk aansprakelijk zijn. Een hoofdelijk schuldenaar kan regres nemen op een medeschuldenaar. Het artikel vereist dat op ieder van twee of meer personen een verplichting tot vergoeding van dezelfde schade rust. Daarvoor is niet nodig dat de aansprakelijkheid van deze personen dezelfde rechtsgrond heeft. Op de hoofdelijk schuldenaar die regres neemt op een medeschuldenaar rusten de stelplicht en bewijslast dat de aangesprokene naast hem (ten opzichte van de schuldeiser) aansprakelijk is voor dezelfde schuld.
5.20.
De notaris grondt de medeschuld van ABC Wonen, [koper 1] en [koper 2] op onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking.
Onverschuldigde betaling
5.21.
Het beroep op onverschuldigde betaling baat de notaris niet. De regeling van regres op basis van medeschuld (artikel 6:102 BW) staat in afdeling 6.1.10 en is daarom slechts van toepassing op schadevergoedingsacties. Een onverschuldigde betalingsvordering is geen schadevergoedingsvordering. Een eventueel succesvol beroep op onverschuldigde betaling brengt mee dat er recht bestaat op teruggave en niet op schadevergoeding.
Ongerechtvaardigde verrijking
5.22.
Naar het oordeel van de rechtbank slaagt het beroep op regres op basis van artikel 6:102 BW ten opzichte van ABC Wonen wegens ongerechtvaardigde verrijking wel. Zij is als volgt tot dat oordeel gekomen.
Ten aanzien van ABC Wonen
5.23.
Uit het voorgaande volgt dat de notaris de koopsom niet aan [koper 1] en [koper 2] had mogen uitkeren omdat niet ABC Wonen ten tijde van de uitbetaling gerechtigd was tot de koopsom, maar [eiser] . Doordat de uitkering niettemin is gedaan aan [koper 1] en [koper 2] , is de schuld van ABC Wonen aan [koper 1] en [koper 2] afgenomen. Daarmee is ABC Wonen verrijkt ten koste van [eiser] , die daardoor is verarmd. De verrijking wordt niet gerechtvaardigd door een rechtshandeling tussen [eiser] en ABC Wonen en evenmin is er een wettelijke regeling op basis waarvan de verrijking is gebaseerd. Voor die verrijking is dan ook geen redelijke grond aanwezig, zodat deze ongerechtvaardigd is. Tussen de verrijking en de verarming bestaat bovendien causaal verband. De schuld van ABC Wonen aan [koper 1] en [koper 2] is immers in omvang verminderd als gevolg van de uitbetaling van de koopsom waarop [eiser] in maart 2021 rechthebbende was. Daarmee is voldaan aan de wettelijke vereisten die gelden voor ongerechtvaardigde verrijking. Dat brengt mee dat ABC Wonen verplicht is om de schade van [eiser] te vergoeden tot het bedrag van zijn verrijking, zijnde de koopsom vermeerderd met rente.
Het verweer van ABC Wonen dat de notaris geen terugbetaling kan vorderen omdat Modipan B.V. de entiteit is die de betaling heeft verricht, wordt verworpen. Een notaris is op grond van de wet verplicht om bij een bank een kwaliteitsrekening aan te houden. Niet in geschil is dat de betaling van de koopsom in opdracht van de notaris is verricht vanuit de kwaliteitsrekening van de notaris. Dat die kwaliteitsrekening werd gehouden door een derde partij, doet er niet aan af dat de notaris daartoe opdracht heeft gegeven en brengt niet mee dat de derde op wiens naam de kwaliteitsrekening staat, de juridische procespartij zou moeten zijn die de vordering instelt.
Ten aanzien van [koper 1] en [koper 2]
5.24.
De rechtbank is van oordeel dat het voorgaande ook geldt voor [koper 1] en [koper 2] . Geoordeeld is dat de notaris de koopsom ten onrechte heeft uitgekeerd aan [koper 1] en [koper 2] omdat ABC Wonen niet gerechtigd was tot de koopsom, maar [eiser] . Daarmee viel de koopsom niet onder het door [koper 1] en [koper 2] gelegde derdenbeslag. Ook [koper 1] en [koper 2] zijn daardoor ongerechtvaardigd verrijkt, terwijl [eiser] daardoor is verarmd. Het enkele feit dat er een rechtvaardiging bestaat voor die betaling vanuit een andere rechtsverhouding tussen ABC Wonen en [koper 1] en [koper 2] , doet niet af aan het feit dat de van [eiser] afkomstige koopsom niet werd bestreken door het beslag en daarmee ten onrechte is uitgekeerd aan [koper 1] en [koper 2] . Daarmee is ook ten aanzien van [koper 1] en [koper 2] voldaan aan de wettelijke vereisten die gelden voor ongerechtvaardigde verrijking. Het verweer van [koper 1] en [koper 2] dat de notaris geen terugbetaling kan vorderen omdat Modipan B.V. de entiteit is die de betaling heeft verricht, slaagt niet om dezelfde redenen als hierboven onder 5.23 overwogen..
Conclusie
5.25.
Dit brengt mee dat ABC Wonen en [koper 1] en [koper 2] verplicht zijn om de schade van [eiser] te vergoeden tot het bedrag van hun verrijking, zijnde de koopsom vermeerderd met rente. Dit leidt tot de conclusie dat ABC Wonen en [koper 1] en [koper 2] naast de notaris ten opzichte van [eiser] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor dezelfde schuld. Bovenstaand is immers al geoordeeld dat (ook) de notaris de schade bestaande uit de koopsom vermeerderd met rente moet vergoeden aan [eiser] in verband met de gemaakte beroepsfout.
Interne draagplicht
5.26.
Vervolgens is het de vraag voor welk deel de notaris, voor welk deel ABC Wonen en voor welk deel [koper 1] en [koper 2] intern draagplichtig zijn. Volgens de wet is het bepaalde in artikel 6:101 BW het uitgangspunt bij de verdeling van de onderlinge draagplicht tussen de hoofdelijk aansprakelijke medeschuldenaren. Op grond van dat artikel dient de schade over de medeschuldenaren te worden verdeeld in evenredigheid met de mate waarin de aan hen toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen (de zogenaamde causaliteitsafweging). Dit alles met dien verstande dat een andere verdeling plaatsvindt of de vergoedingsplicht van een medeschuldenaar geheel vervalt of in stand blijft, indien de billijkheid dit wegens de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten of andere omstandigheden van het geval eist (de zogenaamde billijkheidscorrectie).
5.27.
De rechtbank is van oordeel dat in dit geval in de interne (regres)verhouding tussen de drie hoofdelijk aansprakelijke partijen ieder voor 1/3 deel draagplichtig is voor de schade. Zij is als volgt tot dat oordeel gekomen.
5.27.1.
De rechtbank overweegt dat de causaliteitsafweging ertoe leidt dat de schade in een verhouding ½ is toe te rekenen aan de notaris, ½ aan [koper 1] en [koper 2] en 0 aan ABC Wonen. De notaris heeft een fout gemaakt door de koopsom (ten onrechte) uit te keren aan [koper 1] en [koper 2] en heeft daarom voor ½ bijgedragen tot de schade. Die uitbetaling vond niet vrijwillig plaats maar vond plaats na door [koper 1] en [koper 2] gelegd derdenbeslag en aansprakelijkheidstelling door [koper 1] en [koper 2] van de notaris. Daarmee hebben [koper 1] en [koper 2] ook bijgedragen aan het ontstaan van de schade voor ½ deel. ABC Wonen heeft zelf niet bijgedragen aan het ontstaan van de schade (bestaande uit de koopsom).
5.27.2.
Naar het oordeel van de rechtbank brengt de billijkheid in dit geval echter mee dat ieder van de hoofdelijk aansprakelijke partijen voor 1/3 deel draagplicht is. ABC Wonen beschikt op dit moment zowel over de percelen als over de koopsom voor de percelen omdat de koopsom is aangewend ter delging van een schuld van haar aan [koper 1] en [koper 2] . Gelet op die omstandigheid brengt de billijkheid daarom mee de schade ook voor 1/3 wordt toegerekend aan ABC Wonen. Een andere uitkomst dan deze zou impliceren dat ABC Wonen zou profiteren van de beroepsfout van de notaris, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank onwenselijk is. Het op beroep van ABC Wonen op eigen schuld aan de zijde van de notaris leidt niet tot een andere uitkomst, omdat de eigen schuld van de notaris al in de interne draagplicht is meegenomen. . . Dit alles leidt ertoe dat de notaris voor 1/3 van de schade (€ 86.666,70) regres kan nemen op ABC Wonen en voor 1/3 (€ 86.666,70) op [koper 1] en [koper 2] .
Conclusie
5.28.
Het voorgaande leidt ertoe dat de vordering van de notaris in de vrijwaringszaak kan worden toegewezen tot een bedrag van € 86.666,66, vermeerderd met de over dat bedrag daadwerkelijk gekweekte rente jegens ABC Wonen en ook voor hetzelfde bedrag met dezelfde rente jegens [koper 1] en [koper 2] .
Proceskosten
5.29.
Omdat ieder van partijen op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, ziet de rechtbank aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.
in voorwaardelijke reconventie ingesteld door ABC Wonen
5.30.
In voorwaardelijke reconventie vordert ABC Wonen om, ingeval ABC Wonen tot enig bedrag mocht worden veroordeeld, de notaris te veroordelen om aan ABC Wonen bij wijze van schadevergoeding te betalen de proceskosten in conventie. ABC Wonen legt aan die vordering ten grondslag dat de notaris ook ten opzichte van haar een beroepsfout heeft gemaakt.
5.31.
De rechtbank stelt vast dat de aan de in reconventie ingestelde vordering gekoppelde voorwaarde is ingetreden. ABC Wonen wordt immers veroordeeld tot betaling van enig bedrag waartoe de notaris in de hoofdzaak ten opzichte van [eiser] wordt veroordeeld. De rechtbank komt daarom toe aan de beoordeling van deze voorwaardelijk ingestelde vordering.
5.32.
De rechtbank is van oordeel dat deze vordering moet worden afgewezen.
Bovenstaand is geoordeeld dat de notaris ten opzichte van [eiser] een beroepsfout heeft gemaakt door het bedrag aan [koper 1] en [koper 2] uit te keren. Als gevolg van die uitkering is de koopsom (via [koper 1] en [koper 2] ) ten goede gekomen aan ABC Wonen, terwijl ABC Wonen ook beschikt over de percelen. Door de beroepsfout van de notaris heeft ABC Wonen geen schade geleden, maar is zij juist verrijkt. Onder die omstandigheden is van aansprakelijkheid op grond waarvan de notaris de proceskosten van ABC Wonen zou moeten betalen geen sprake.
5.33.
ABC Wonen zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de notaris worden begroot op € 792,- (1 punt x tarief € 614 aan salaris advocaat en € 178,- aan nakosten).
In de ondervrijwaringsszaak
5.34.
De ondervrijwaringszaak is ingesteld door [koper 1] en [koper 2] . De eis in een vrijwaringszaak strekt tot veroordeling van de in ondervrijwaring opgeroepen derde (de waarborg) tot voldoening van al hetgeen waartoe [koper 1] en [koper 2] in de vrijwaringszaak mocht worden veroordeeld. In de vrijwaringszaak is overwogen dat de schade voor 1/3 aan de notaris, voor 1/3 aan [koper 1] en [koper 2] en voor 1/3 aan ABC Wonen kan worden toegerekend. Daarmee bestaat geen grondslag om ABC Wonen te veroordelen tot betaling van enig bedrag aan [koper 1] en [koper 2] . De vorderingen in de ondervrijwaringszaak worden daarom afgewezen.
Proceskosten
5.35.
De vorderingen van [koper 1] en [koper 2] in de ondervrijwaringszaak worden afgewezen zodat zij de in het ongelijk gestelde partij zijn. Zij worden daarom in de proceskosten van ABC Wonen veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van ABC Wonen begroot op: € 4.249,- (1,5 punt x tarief € 2.714,- aan salaris advocaat en € 178,- aan nakosten).
Dictum
De rechtbank
in de hoofdzaak
6.1.
veroordeelt de notaris om binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis aan [eiser] te betalen een bedrag van € 260.000,-, vermeerderd met de daarover gekweekte daadwerkelijke rente vanaf de dag dat [eiser] de koopsom heeft voldaan (27 maart 2017) tot de dag van volledige voldoening,
6.2.
veroordeelt de notaris in de proceskosten van [eiser] tot op heden begroot op € 11.452,44, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als de notaris niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt de notaris tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
in de vrijwaringszaak
in conventie
6.5.
veroordeelt ABC Wonen om aan de notaris te betalen een bedrag van € 86.666,70, vermeerderd met de daarover gekweekte daadwerkelijke rente vanaf de dag dat [eiser] de koopsom heeft voldaan (27 maart 2017) tot de dag van volledige voldoening, met inbegrip van 1/3 deel van de proceskostenveroordeling in de hoofdzaak,
6.6.
veroordeelt [koper 1] en [koper 2] om aan de notaris te betalen een bedrag van € 86.666,70, vermeerderd met de daarover gekweekte daadwerkelijke rente vanaf de dag dat [eiser] de koopsom heeft voldaan (27 maart 2017) tot de dag van volledige voldoening, met inbegrip van 1/3 deel van de proceskostenveroordeling in de hoofdzaak,
6.7.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de onder 6.5. en 6.6. uitgesproken veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
6.8.
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
6.9.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in voorwaardelijke reconventie ingesteld door ABC Wonen
6.10.
wijst de vorderingen af,
6.11.
veroordeelt ABC Wonen in de proceskosten van de notaris, tot op heden begroot op € 792,- te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in de ondervrijwaringszaak
6.12.
wijst de vorderingen af,
6.13.
veroordeelt [koper 1] en [koper 2] in de proceskosten van ABC Wonen van € 4.249,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [koper 1] en [koper 2] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.14.
veroordeelt [koper 1] en [koper 2] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.15.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen onder 6.13 en 6.14 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr A.M. Koster-van der Linden en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2025.
type: KB
zaaknummer C/03/224929 HA ZA 16-498, niet gepubliceerd
ECLI:NL:RBLIM:2017:8677
ECLI:NL:GHSHE:2020:3685
ECLI:NL:HR:2022:1108
zaaknummer C/03/223552 / HA ZA 16-429, niet gepubliceerd
ECLI:NL:GHSHE:2547
ECLI:NL:RBLIM:2022:1908
ECLI:NL:HR:2021:588 (Centavos)
ex artikel 17 Wet op het notarisambt (hierna: Wna)
van artikel 6:163 van het Burgerlijk Wetboek (BW)
ex artikel 6:101 BW
op grond van de artikelen 6:102 jo. 6:6 jo. 6:10 BW en 6:203 BW en/of 6:212 BW
op grond van artikel 6:101 BW
artikel 477 Rv
als bedoeld in art 25 lid 1 Wna
arrtikel 25 lid 2 Wna
HR 16 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:588, r.o. 3.1.5.
HR 16 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:588, r.o. 3.1.6. en 3.1.7.
artikel 3:53 BW
van artikel 3:84 BW
in de zin van artikel 3:84 BW
op de voet van artikel 477a lid 2 Rv
ex artikel 477a Rv
in de zin van artikel 6:101 BW
artikel 6:102 BW, jo. 6:6 BW jo. 6:10 BW
artikel 6:102 BW
TM, Parl. Gesch. BW Boek 6 1981, p. 354, zie Tekst en Commentaar Vermogensrecht bij artikel
6:102 BW
artikel 6:203 BW
artikel 6:212 BW
artikel 25 lid 1 Wna
in de zin van artikel 6:102 BW
artikel 6:102 lid 1 BW
Beoordeling
Gelet op deze bij de notaris bekende omstandigheden had de notaris naar het oordeel van de rechtbank ten tijde van de uitbetaling van de koopsom aan [koper 2] en [koper 1] er niet zonder meer van uit mogen gaan dat [eiser] te goeder trouw was op het moment van levering. Daaruit volgt dat de notaris er evenmin zonder meer vanuit mocht gaan dat daarmee sprake was van beschikkingsonbevoegdheid van ATI die door derdenbescherming werd geheeld, waarmee alsnog sprake was van een rechtsgeldige eigendomsoverdracht.
5.7.2.
De tweede pijler van het advies hield in dat [eiser] ook tegen beschikkingsonbevoegdheid van ATI zou worden beschermd als [koper 1] en [koper 2] de executie van ATI zou overnemen. In die situatie zou ook rechtsgeldig geleverd kunnen worden aan [eiser] . De rechtbank overweegt dat [koper 1] en [koper 2] ten tijde van de uitbetaling van de koopsom aan hen geen aanspraak hadden gemaakt op overname van de executie. Overname van de executie was ook geenszins een verplichting voor [koper 1] en [koper 2] . Omdat ten tijde van het uitbetalen van de koopsom in dit geval niet zeker was of [koper 1] en [koper 2] daadwerkelijk tot die overname zouden overgaan, had de notaris, alvorens de koopsom uit te betalen, minst genomen bij [koper 1] en [koper 2] moeten navragen of zij daartoe voornemens waren. De notaris heeft dit niet nagevraagd bij [koper 1] en [koper 2] . [koper 1] en [koper 2] hebben de executie uiteindelijk ook niet overgenomen.
5.8.
Dit leidt tot de conclusie dat de notaris niet (op basis van het advies van [de docent] ) tot uitbetaling van de koopsom aan [koper 1] en [koper 2] had mogen overgaan. Art. 17 lid 1 Wna bepaalt dat de notaris zijn ambt in onafhankelijkheid uitoefent. De notaris behartigt de belangen van alle bij de rechtshandeling betrokken partijen op onpartijdige wijze en met de grootst mogelijke zorgvuldigheid. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de notaris door de koopsom niettemin in 2021 uit te betalen aan [koper 1] en [koper 2] ten opzichte van [eiser] onvoldoende zorgvuldigheid betracht en een beroepsfout gemaakt.
De rechtbank heeft daarbij mede in acht genomen dat er voor de notaris nog andere (relatief laagdrempelige) mogelijkheden voorhanden waren dan tot uitbetaling aan [koper 1] en [koper 2] over te gaan. Zo had de notaris het bij de eerste door haar uitgebrachte derdenverklaring kunnen laten. [koper 1] en [koper 2] hadden dan de juistheid van die derdenverklaring kunnen betwisten en het kunnen laten aankomen op een verklaringsprocedure bij de rechtbank. In die situatie zou het uiteindelijk aan de rechter zijn geweest om de inhoud van de verklaring van de derde-beslagene vast te stellen en te beslissen over de vraag of de koopsom al dan niet onder het beslag viel.
5.9.
De rechtbank hecht eraan ten overvloede te overwegen dat zij er oog voor heeft dat de notaris zich ervoor heeft ingezet om deze ingewikkelde juridische kluwen te ontwarren en dat de notaris zeker niet moreel laakbaar heeft gehandeld. Alles afwegend komt de rechtbank tot de conclusie dat de notaris evenwel een beroepsfout heeft gemaakt waarvoor zij aansprakelijk is ten opzichte van [eiser] .
5.10.
Omdat de notaris een beroepsfout heeft gemaakt, is zij aansprakelijk voor de schade die [eiser] als gevolg daarvan lijdt. Deze schade bestaat uit de koopsom, vermeerderd met de aangekweekte rente sinds 27 maart 2017.
Voornoemde zorgvuldigheidsnorm strekt ter bescherming van onder meer het belang van [eiser] als koper. De relativiteit is hiermee tevens gegeven, zodat het verweer dat niet is voldaan aan het relativiteitsvereiste wordt verworpen.
Geen eigen schuld en geen schending van de schadebeperkingsplicht
5.11.
De notaris beroept zich op eigen schuld aan de zijde van [eiser] . Zij stelt kort gezegd dat [eiser] zelf de levering van de percelen aan haar heeft afgedwongen en daarmee zelf heeft veroorzaakt dat de koopsom ten goede zou komen aan ABC Wonen.
5.12.
De rechtbank concludeert dat weliswaar juist is dat [eiser] zelf in 2017 via een procedure de levering van de percelen aan haar heeft afgedwongen. Dit maakt echter niet dat [eiser] eigen schuld treft van het gegeven dat de notaris jaren later in 2021 - terwijl het hof kort daarvoor de hypotheken op basis waarvan de executieveilingkoop plaatsvond had vernietigd - tot uitbetaling van de koopsom aan [koper 1] en [koper 2] is overgegaan.
Datzelfde geldt voor het verwijt dat de notaris aan [eiser] maakt met betrekking tot het ten opzichte van ABC Wonen niet ook (subsidiair) aanspraak maken op terugbetaling uit hoofde van onverschuldigde betaling. De schade is daarmee in dit geval niet mede het gevolg van een omstandigheid die aan [eiser] kan worden toegerekend.
5.13.
Ook van schending van de schadebeperkingsplicht is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Voor zover [eiser] een claim heeft op twee afzonderlijke partijen ten aanzien van dezelfde schade staat het [eiser] immers vrij om te kiezen wie zij aanspreekt. Door ervoor te kiezen om enkel de notaris aan te spreken, is geen sprake van een schending van de schadebeperkingsplicht. Dat geldt ook voor het niet doorzetten van hoger beroep tegen het vonnis van 16 maart 2022 in de procedure van [eiser] tegen ABC Wonen.