Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2025-06-11
ECLI:NL:RBLIM:2025:5672
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
970 tokens
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11498087 \ CV EXPL 25-496
Vonnis van de kantonrechter van 11 juni 2025
in de zaak van:
Stichting Woonpunt,
gevestigd te Maastricht,
eisende partij,
gemachtigde Agin Otten Gerechtsdeurwaarders,
tegen:
[gedaagde]
,
wonend [adres] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
procederende in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het antwoord van gedaagde partij
- een brief d.d. 22 mei 2025 zijdens eisende partij met als bijlage een actueel overzicht van de huurachterstand
- de mondelinge behandeling op 3 juni 2025, waarvan de griffier spreekaantekeningen heeft gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
Gedaagde partij betwist de ontstane huurachterstand niet. Ze geeft aan soms moeite te hebben de financiële eindjes aan elkaar te knopen. Zij staat open voor een betalingsregeling.
Eisende partij geeft aan weliswaar te persisteren bij de vorderingen en vonnis te wensen, doch is vooralsnog bereid met gedaagde partij een redelijke betalingsregeling overeen te komen, mits de lopende huur stipt wordt betaald en tevens wordt afgelost op de openstaande huur achterstand en kosten.
2.2.
Naast de huurachterstand van € 2.095,75 op het moment van dagvaarden, speelt dat tegen gedaagde partij reeds eerder op 16 juni 2021 een ontruimingsvonnis is gewezen. Dit rechtvaardigt de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. Nu de huurachterstand verder niet wordt betwist, wordt dit bedrag eveneens toegewezen, alsook de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente.
2.3.
Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
dagvaarding € 145,22
griffierecht € 385,00
salaris gemachtigde € 408,00
totaal € 938,22
Dictum
De kantonrechter
3.1.
ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres] ,
3.2.
veroordeelt gedaagde partij, om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van eisende partij te stellen,
3.3.
veroordeelt gedaagde partij voorts om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de somma van € 2.476,13, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 6 januari 2025 tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een vergoeding gelijk aan de huurprijs van € 651,36 behoudens huurverhogingen voor elke ingegane maand met ingang van 1 februari 2025 tot en met de maand waarin gedaagde partij het gehuurde heeft ontruimd,
3.5.
veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 938,22,
3.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.