Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2025-06-11
ECLI:NL:RBLIM:2025:5669
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,368 tokens
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11406222 \ CV EXPL 24-5744
Vonnis van 11 juni 2025
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: Agin Otten Gerechtsdeurwaarders,
tegen
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING VOOR SOCIALE KREDIETVERLENING EN SCHULDHULPVERLENING IN LIMBURG H.O.D.N. KRDIETBANK LIMBURG, IN HAAR HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER IN HET BESCHERMINGSBEWIND VAN [naam onderbewindgestelde],
gevestigd te Geleen, gemeente Sittard-Geleen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de bewindvoerder resp. [naam onderbewindgestelde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- de mondelinge behandeling van 11 april 2025, waarvan aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Geschil
2.1.
[eiser] verhuurt aan [naam onderbewindgestelde] de woonruimte aan de [adres] te [woonplaats 2] tegen een huurprijs van laatstelijk € 500,00 per maand. [naam onderbewindgestelde] heeft een huurachterstand laten ontstaan die per 11 april 2025 € 6.650,00 bedraagt.
2.2.
De bewindvoerder is als zodanig benoemd over het vermogen van [naam onderbewindgestelde] .
2.3.
[eiser] vordert bij vonnis ontbinding van de huurovereenkomst, veroordeling van de bewindvoerder tot ontruiming en betaling van € 7.316,75 c.a. en € 500,00 per maand als huur dan wel gebruikersvergoeding voor iedere maand die vanaf 1 november 2024 tot aan de ontruiming, alsmede betaling van de proceskosten.
2.4.
De bewindvoerder voert verweer.
2.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
3.1.
Partijen hebben op de mondeling behandeling een regeling getroffen, die inhoudt dat de bewindvoerder aan [eiser] de lopende huur stipt zal voldoen, vermeerderd met een bedrag van € 200,00 per maand ter aflossing van de ontstane huurachterstand. Als de bewindvoerder die regeling onverkort nakomt zal [eiser] niet tot ontruiming van de woonruimte overgaan. Als de bewindvoerder de regeling niet nakomt kan [eiser] tot ontruiming van de woonruimte overgaan. Partijen hebben verder afgesproken dat ze over zes maanden (na 11 april 2025) zullen bekijken of er meer afgelost kan worden.
3.2.
Voor het overige heeft [eiser] vonnis gevraagd. De vordering tot ontbinding en ontruiming zal worden toegewezen, nu de achterstand de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Ook de vordering ten aanzien van de erkende huurachterstand zal worden toegewezen.
3.3.
De bewindvoerder heeft zich verzet tegen toewijzing van de buitengerechtelijke incassokosten ad € 816,75 incl. btw. Dit verweer wordt verworpen nu deze vordering voldoet aan de daarvoor geldende maatstaf.
3.4.
De bewindvoerder wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding € 136,72
- griffierecht € 248,00
- salaris gemachtigde € 678,00 (2,00 punten × € 339,00)
- nakosten € 119,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.181,72
Dictum
De kantonrechter
4.1.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt de bewindvoerder de woonruimte, staande en gelegen aan de [adres] te [woonplaats 2] , binnen twee weken na betekening van dit vonnis met al het zijne en de zijnen te verlaten, te ontruimen en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van [eiser] te stellen,
4.2.
veroordeelt de bewindvoerder om tegen bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen:
- € 7.316,75, € 7.316,75, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot die van algehele voldoening,
waarbij wordt verstaan dat de in de loop van de procedure door de bewindvoerder betaalde bedragen hierop in mindering strekken op de voet van art. 6:44 BW, zodanig dat de huurachterstand per 11 april 2025 een bedrag van € 6.650,00 beliep,
- € 500,00 € 500,00 per maand, een ingegane maand gerekend voor een hele maand, aan huur of gebruiksvergoeding vanaf 1 november 2024 tot aan de ontruiming,
4.3.
veroordeelt de bewindvoerder tot betaling van de proceskosten, die aan de zijde van [eiser] worden begroot op € 1.181,72, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de bewindvoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.5.
verstaat dat partijen de onder rov. 3.1. weergegeven regeling hebben getroffen,
4.6.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op
11 juni 2025.