Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2025-04-10
ECLI:NL:RBLIM:2025:3391
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
3,024 tokens
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 25/504
uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 april 2025 in de zaak tussen
[naam] , uit Landgraaf, verzoeker
(gemachtigde: mr. R.D. Maessen),
en
de burgemeester van de gemeente Landgraaf, de burgemeester
(gemachtigde: mr. L.M.E. Embregts).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de sluiting van de woning voor de duur van drie maanden.
1.1.
Met het bestreden besluit van 17 februari 2025 heeft de burgemeester op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet aan verzoeker voornoemde last onder bestuursdwang opgelegd. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De burgemeester heeft de griffie van de rechtbank schriftelijk laten weten dat de sluiting van de woning wordt opgeschort in afwachting van de uitspraak van de voorzieningenrechter.
1.3.
De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 27 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de burgemeester. Ook was aanwezig de partner van verzoeker, mevrouw [naam] .
Totstandkoming van het besluit
2. Verzoeker is huurder van de woning. Hij woont daar samen met zijn partner. Eigenaar van de woning is [naam] te Heerlen.
2.1.
Op 13 januari 2025 heeft de politie een onderzoek verricht in de woning en op het bijbehorende erf. Op de zolder van de woning heeft de politie een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen met in totaal 147 oogstrijpe hennepplanten en kweekmaterialen. De politie heeft de burgemeester hierover geïnformeerd in een op ambtseed opgemaakte bestuurlijke rapportage van 15 januari 2025. Hieruit blijkt dat de hennepkwekerij meteen is ontmanteld en dat alle relevante goederen in beslag zijn genomen. Ook blijkt uit de bestuurlijke rapportage dat er sprake is van gevaar door manipulatie aan de elektriciteitsinstallatie. Verder zijn er omstandigheden aangetroffen die wijzen op eerdere gerealiseerde hennepoogsten.
2.2.
Naar aanleiding van de bevindingen van de politie heeft de burgemeester verzoeker laten weten voornemens te zijn de woning voor een periode van drie maanden te sluiten. Van de gelegenheid om een zienswijze tegen het voornemen kenbaar te maken heeft verzoeker geen gebruik gemaakt. Hierna heeft de burgemeester het bestreden besluit genomen.
Beoordeling
3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Spoedeisendheid?
4. Gelet op de aard van de zaak, een sluiting van een woning, neemt de voorzieningenrechter het spoedeisend belang aan en gaat over tot inhoudelijke behandeling van het bestreden besluit.
Wat is het beoordelings- en het toetsingskader?
5. Voor de beoordeling geldt artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet als wettelijk kader. Hierin is bepaald dat de burgemeester bevoegd is de woning of het lokaal te sluiten als – voor zover hier van belang – daarin een middel als bedoeld in lijst I en II van deze wet wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Hennep is vermeld in lijst II van de Opiumwet (softdrugs).
5.1.
De burgemeester voert het beleid om handel in drugs in Landgraaf tegen te gaan. In het beleid staat in welke gevallen de burgemeester in principe overgaat tot sluiting van een woning en een lokaal. Uit het beleid volgt dat bij een eerste constatering van een handelshoeveelheid softdrugs dan wel het telen, bereiden of vervaardigen van softdrugs in een woning en/of bijbehorend erf dan wel lokaal en/of bijbehorende erf, de burgemeester de woning sluit voor een periode van drie maanden en het lokaal voor een periode van zes maanden.
5.2.
De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Zij doet dat aan de hand van de gronden van verzoeker.
Is er een noodzaak om de woning te sluiten?
6. Bij de beoordeling van de noodzaak van een sluiting is de vraag aan de orde of de burgemeester met een minder ingrijpend middel had kunnen of moeten volstaan, omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. Aan de hand van de ernst en de omvang van de overtreding moet worden beoordeeld of sluiting van een woning noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij die woning en het herstel van de openbare orde.
6.1.
Verzoeker heeft naar voren gebracht dat het binnentreden in de woning door de politie niet was ingegeven door melding(en) over de aanwezigheid en/of handel in verdovende middelen. Het binnentreden vond plaats naar aanleiding van het feit dat de politie een persoon buiten heterdaad wilde aanhouden. De aan te houden persoon betrof niet een van de bewoners. Er zijn geen mutaties vanuit de politie voorhanden, waaruit volgt dat er bij de woning sprake zou zijn geweest van overlast en/of handel dan wel een loop naar de woning.
6.2.
In het geval van verzoeker is in de woning een professionele hennepkwekerij met onder meer 147 oogstrijpe hennepplanten aangetroffen en materialen die worden gebruikt voor de versnelde kweek van hennep. Uit de bestuurlijke rapportage blijkt dat er aanwijzingen zijn om aan te nemen dat er eerdere oogsten hebben plaatsgevonden in de woning. Daarnaast heeft er manipulatie van de elektriciteitsmeter plaatsgevonden en was er sprake van gevaar als gevolg van deze manipulatie. Gelet op het voorgaande, heeft de burgemeester deze situatie als een ernstig geval mogen aanmerken, die de openbare orde aantast. De woning vervulde een rol binnen de keten van drugshandel, wat op zichzelf al een belang bij sluiting oplevert, ook als er geen overlast en/of feitelijke drugshandel is gemeld en/of geconstateerd. Dat er geen loop is geconstateerd, geen meldingen zijn geweest van overlast en/of handel en dat dit niet de reden was voor de binnentreding, maakt dus niet dat de noodzaak van sluiten er dan niet is. Ook heeft de burgemeester daarbij kunnen betrekken dat de woning is gelegen in een voor drugscriminaliteit kwetsbare woonwijk. De sluiting was een signaal voor de buurtbewoners en drugscriminelen dat de overheid optreedt tegen drugscriminaliteit in woningen, wat leidt tot grotere meldingsbereidheid bij buurtbewoners bijdraagt aan hun gevoel van veiligheid. De voorzieningenrechter ziet in hetgeen verzoeker naar voren heeft gebracht geen reden om te twijfelen aan de noodzaak om de woning te sluiten. Uit voorgaande omstandigheden volgt dat de burgemeester het noodzakelijk mocht achten de woning te sluiten. De burgemeester was niet gehouden om met een minder ingrijpend middel te volstaan, zoals een waarschuwing of een voorwaardelijke sluiting.
Is de sluiting van de woning evenredig?
7. Als sluiting van een woning in beginsel noodzakelijk wordt geacht, neemt dat niet weg dat de sluiting ook evenredig moet zijn. Voor de beoordeling van de evenredigheid zijn onder meer van belang de mate van verwijtbaarheid en de gevolgen van de sluiting.
7.1.
Verzoeker heeft aangevoerd dat de sluiting van de woning verregaande financiële gevolgen heeft voor verzoeker en zijn partner, aangezien ze voor in ieder geval drie maanden een andere woonruimte zullen moeten vinden. Verder is bij brief van 20 februari 2025 aan verzoeker en zijn partner bericht dat de eigenaar van de woning gelijktijdig met de sluiting van de woning de huurovereenkomst zal ontbinden. De sluiting heeft ook verregaande medische gevolgen voor verzoeker. Zo heeft hij als gevolg van nierfalen acuut een nieuwe nier nodig en moet hij tot die tijd drie keer per week dialyseren. Daarnaast is verzoeker blind aan zijn linkeroog en heeft hij verminderd zicht in zijn rechteroog. Hij is dan ook erg bang om volledig blind te worden. Het voorgaande brengt met zich dat verzoeker al jarenlang last heeft van depressies en slapeloosheid. Ook heeft hij wel eens een doodswens. Ter onderbouwing van zijn gezondheidstoestand heeft verzoeker medische informatie overgelegd.
7.2.
De voorzieningenrechter is met de burgmeester van oordeel dat verzoeker een verwijt kan worden gemaakt, dat wordt ook niet door verzoeker betwist. Dat de sluiting van de woning overduidelijk grote gevolgen voor verzoeker en zijn partner heeft, is inherent aan de sluiting. De burgemeester heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende rekening gehouden met de belangen van verzoeker en zijn partner. De burgemeester heeft kunnen overwegen dat onvoldoende is gebleken dat verzoeker en zijn partner niet in staat zouden zijn om gedurende de sluiting zelf in een ander onderkomen te voorzien. Verzoeker heeft niet aan de hand van (financiële) stukken onderbouwd dat hij door de sluiting van de woning voor drie maanden onevenredig financieel worden geraakt. De burgemeester heeft kunnen overwegen dat verzoeker geen financiële stukken heeft overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat hij niet in staat zou zijn om tijdelijk ergens anders vervangend verblijf te bekostigen. De situatie dat sprake is van bewindvoering betekent niet automatisch dat er sprake is van onvoldoende middelen om in een ander verblijf te voorzien. Verzoeker heeft evenmin aannemelijk gemaakt dat hij heeft geprobeerd vervangende woonruimte te vinden bij familie of vrienden of bij anderen en dat dit niet is gelukt. De enkele stelling dat hij niet bij zijn dochter kan verblijven is daarvoor onvoldoende. De voorzieningenrechter acht het onvoldoende aannemelijk dat verzoeker geen vervangende woonruimte in de buurt van de woning kan vinden en bekostigen om de sluitingsduur van drie maanden te overbruggen.
Conclusie
8. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en wijst het verzoek voor het treffen van een voorlopige voorziening daarom af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D. Kock, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.M.A.W. Kusters-van Mulken, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 april 2025.
griffier
De voorzieningenrechter is niet in de gelegenheid mede te ondertekenen.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 10 april 2025.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Beleidsregels wet Damocles en wet Victoria gemeente Landgraaf 2020.
Zie artikel 5, eerste en tweede lid, van het beleid.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 25 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:277.
Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van 6 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2243 en 6 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:719.