Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2025-10-29
ECLI:NL:RBLIM:2025:10787
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,008 tokens
Inleiding
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11627494 \ CV EXPL 25-1629
Vonnis van 29 oktober 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BILLINK FINANCE B.V. h.o.d.n. BILLINK,
gevestigd te Gouda,
eisende partij,
hierna te noemen: Billink,
gemachtigde: Deurwaarderskantoor Van Lith B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
wonende [adres] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De verdere procedure
1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 30 juli 2025.- de aantekening van de griffier op de rol van 27 augustus 2025 dat [gedaagde] geen akte heeft genomen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
Ambtshalve toetsen: informatieplichten
2.1.
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter:
- overwogen voornemens te zijn de betalingsverplichting van [gedaagde] met 20% te verminderen
- [gedaagde] in de gelegenheid gesteld zich over de voorgenomen vernietiging uit
te laten, waarna Billink in de gelegenheid zal worden gesteld een antwoordakte te nemen.
2.2.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om terug te komen van hetgeen in het tussenvonnis is overwogen. [gedaagde] heeft niet gereageerd.
2.3.
Op grond van voorgaande overwegingen zal een bedrag van € 60,68 aan gesanctioneerde hoofdsom worden toegewezen.
Ambtshalve toetsing: algemene voorwaarden
2.4.
Billink vordert betaling van rente en buitengerechtelijke incassokosten.
De kantonrechter moet in beginsel ambtshalve vaststellen of in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt over deze gevorderde onderdelen en beoordelen of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het betreffende beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen, ook als Billink in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak. Dit alles volgt uit het Dexia-arrest (HvJ EU 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:69) en het Gupfinger-arrest (HvJ, EU 8 december 2022, ECLI:EU:2022:971).
2.5.
Op de overeenkomst zijn de Algemene Voorwaarden voor KvK handelsnaam: Islamitische Boekhandel Refah van toepassing.
Rente
2.6.
De kantonrechter heeft beoordeeld of in voormelde algemene voorwaarden ten aanzien van rente bedingen zijn opgenomen die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval.
2.7.
De gevorderde vervallen wettelijke rente tot 18 maart 2025 (= datum van dagvaarding) ten bedrage van € 4,10 is niet toewijsbaar aangezien deze over een te hoog bedrag is berekend.
De wettelijke rente zal worden toegewezen over een bedrag van € 60,68, vanaf de vervaldatum van de onderliggende factuur, tot de dag van volledige betaling,
Buitengerechtelijke incassokosten
2.8.
De kantonrechter heeft beoordeeld of in voormelde algemene voorwaarden ten aanzien van buitengerechtelijke incassokosten bepalingen zijn opgenomen die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval.
2.9.
De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Billink heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 40,00 worden toegewezen.
Conclusie
2.10.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- gesanctioneerde hoofdsom - buitengerechtelijke incassokosten
€€
60,6840,00
+
Totaal
€
100,68
Proceskosten
2.11.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Billink worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
120,78
- griffierecht
€
135,00
- salaris gemachtigde
€
40,00
(1 punt × € 40,00)
- nakosten
€
20,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
315,78
Dictum
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Billink te betalen een bedrag van € 100,68, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 60,68, vanaf de vervaldatum van de onderliggende factuur, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 315,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2025.
type: JEC