Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2025-10-28
ECLI:NL:RBLIM:2025:10619
Civiel recht
Kort geding
3,525 tokens
Inleiding
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11930947 \ CV EXPL 25-4161
Vonnis in kort geding van 28 oktober 2025
in de zaak van
[eiser]
,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. D.G.A. Rossi,
tegen
STICHTING WELLER WONEN,
te Heerlen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Weller Wonen,
gemachtigde: mr. R.W. Janssen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 3
- de aanvullende productie 4 van [eiser] zoals ontvangen op 24 oktober 2025- de mondelinge behandeling van 27 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de pleitnota van Weller Wonen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[eiser] heeft van Weller Wonen met ingang van 15 juni 2023 de woning gehuurd aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning).
2.2.
In de zaak met zaaknummer 11760146 CV EXPL 25-2686 heeft de kantonrechter bij vonnis van 3 september 2025 de huurovereenkomst ontbonden en [eiser] veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, betaling van de huurachterstand ter hoogte van € 3.229,83 (huurachterstand tot en met juni 2025), vermeerderd met de wettelijke rente daarover, € 618,53 per maand vanaf 1 juli 2025 tot en met het einde van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. Tegen dit vonnis is door [eiser] (nog) geen appèl ingesteld. De appèltermijn is nog niet verstreken.
2.3.
Het vonnis is bij exploot van 16 september 2025 aan [eiser] betekend. In dit exploot is aangekondigd dat de ontruiming zal gaan plaatsvinden op 29 oktober 2025 om 10.00 uur.
2.4.
[eiser] heeft ook de huurpenningen over de maanden juli tot en met oktober 2025 onbetaald gelaten.
Geschil
3.1.
[eiser] vordert - samengevat - om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
primair
I. de tenuitvoerlegging van het vonnis van 3 september 2025, voor zover deze betrekking heeft op de aangezegde ontruiming van de woning te verbieden dan wel te schorsen (in afwachting van de uitkomst van het appèl;
II. Weller Wonen te veroordelen om een dwangsom aan [eiser] te betalen van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de hoofdveroordeling onder I voldoet, met een maximum van € 50.000,00;
subsidiair
III. Weller Wonen te veroordelen de tenuitvoerlegging van het vonnis op te schorten met minimaal 10 maanden na betekening van het vonnis, althans totdat de hulpverlening passende vervangende woonruimte voor [eiser] heeft gevonden, althans een door de kantonrechter te bepalen termijn;
IV. Weller Wonen te veroordelen om een dwangsom aan [eiser] te betalen van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de hoofdveroordeling onder III voldoet met een maximum van € 50.000,00;
in alle gevallen
V. Weller Wonen te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [eiser] kan zich met de inhoud van voornoemd vonnis niet verenigen en is voornemens om tegen dit vonnis appèl in te stellen. Tot het moment dat er in hoger beroep een uitspraak is gedaan, zal de tenuitvoerlegging van het vonnis, voor zover deze betrekking heeft op de ontruiming, geschorst dan wel verboden moeten worden omdat de belangen van [eiser] zwaarder wegen dan de belangen van Weller Wonen.
3.3.
Weller Wonen voert verweer. Weller Wonen concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
Spoedeisend belang
4.1.
Dit kort geding betreft een executiegeschil. Het spoedeisend belang bij het gevorderde volgt uit de aard daarvan.
Het beoordelingskader
4.2.
Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar moet zijn en zonder de voorwaarde van zekerheidstelling ten uitvoer kan worden gelegd. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op een door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, of diens belang bij zekerheidstelling, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen, bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan of bij deze uitvoerbaarheid zonder dat daaraan de voorwaarde van zekerheidstelling wordt verbonden. [eiser] heeft (nog) geen hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 3 september 2025. Omdat de appeltermijn nog niet is verstreken zal de kantonrechter toch dit beoordelingskader toepassen.
4.3.
De kantonrechter heeft het vonnis van 3 september 2025 uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De kantonrechter heeft deze beslissing niet gemotiveerd. In dat geval moet worden aangenomen dat nog geen afweging van de belangen van partijen heeft plaatsgevonden aan de hand van de daarvoor van belang zijnde feiten en omstandigheden. De kanonrechter in dit kort geding moet deze afweging daarom alsnog maken. Bij deze belangenafweging moet worden uitgegaan van de inhoud van de bestreden beslissing en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen. De kans van slagen van het hoger beroep moet buiten beschouwing worden gelaten. Wel kan de kantonrechter in haar oordeelsvorming betrekken of het ten uitvoer te leggen vonnis berust op een kennelijke (feitelijke of juridische) misslag.
Geen juridische of feitelijke misslag
4.4.
Gesteld noch gebleken is dat het vonnis op een juridische of feitelijke misslag berust.
De belangenafweging
4.5.
De kantonrechter heeft de huurovereenkomst ontbonden vanwege een huurachterstand die ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding vijf maandtermijnen bedroeg. Toen het vonnis was uitgesproken bedroeg de huurachterstand zeven maanden. De kantonrechter heeft overwogen dat deze huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te ontbinden. Ontbinding van een huurovereenkomst heeft tot gevolg dat de huurder dient te ontruimen. Na ontbinding wordt de woning immers zonder recht of titel bewoond. Reeds om die reden heeft Weller Wonen belang bij de tenuitvoerlegging van de eveneens toegewezen ontruiming.
4.6.
Weller Wonen heeft ook nog andere belangen aangevoerd. Zij heeft gesteld dat zij een toegelaten instelling in de zin van de Woningwet is en dat het haar kerntaak is om aan mensen met een kleine beurs betaalbare woonruimte te bieden. Er is een wachtlijst voor mensen die in aanmerking willen komen voor woonruimte. Als [eiser] de woning verlaat, kan Weller Wonen deze woning aanbieden aan iemand anders op de wachtlijst die wel de huur betaalt.
4.7.
Weller Wonen heeft er geen vertrouwen in dat [eiser] in de toekomst wel aan zijn betalingsverplichtingen zal voldoen. Zij heeft erop gewezen dat [eiser] niet heeft gereageerd op de diverse sommatiebrieven, die al sinds juli 2024 aan hem zijn verstuurd. Op 13 januari 2025 heeft Weller Wonen Weller Wonen gewezen op het loket schuldhulpverlening bij de gemeente. [eiser] heeft daar volgens Weller Wonen geen gebruik van gemaakt. Er heeft in ieder geval (tot 13 oktober 2025) niemand van de schuldhulpverlening contact met haar opgenomen. Nadat [eiser] de dagvaarding in de ontbindingsprocedure had ontvangen heeft hij in zijn conclusie van antwoord gezegd dat hij hulp had gezocht, maar Weller Wonen heeft ook toen van geen enkele (schuld)hulpverlener iets vernomen. [eiser] is in de ontbindingsprocedure niet verschenen op de mondelinge behandeling. Hij heeft niet gereageerd nadat het vonnis was gewezen en ook niet meteen na de betekening daarvan.
4.8.
Al die tijd heeft [eiser] géén huur betaald en is de achterstand niet ingelopen. Die huurachterstand bedraagt inmiddels tien maanden huur. Pas op het allerlaatste moment, namelijk nadat de termijn om vrijwillig tot ontruiming over te gaan is verstreken, heeft [eiser] actie ondernomen. Pas op 13 oktober 2025 heeft een medewerker van de schuldhulpverlening contact opgenomen met het aanbod om een deel van de huurschuld te betalen, als Weller Wonen de rest zou willen kwijtschelden. Ook heeft [eiser] het onderhavige kort geding aangespannen. Weller Wonen heeft geen vertrouwen meer in [eiser] als huurder gezien de aard en ernst van zijn tekortkomingen in de nakoming van zijn verplichtingen. Deze tekortkomingen kunnen niet meer ongedaan worden gemaakt. Weller Wonen heeft dan ook belang bij ontruiming van de woning, zodat zij die aan een ander kan verhuren.
4.9.
De kantonrechter is van oordeel dat Weller Wonen met het voorgaande voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een zwaarwegend belang heeft bij de ontruiming van de woning door [eiser] , zodat zij de woning kan aanbieden aan een andere woningzoekende die wel de huur betaalt. Met name het feit dat [eiser] ondanks de diverse aanmaningen en de aanhangig gemaakte ontbindingsprocedure de huurachterstand alleen maar heeft laten oplopen tot op dit moment tien maanden, weegt naar het oordeel van de kantonrechter zeer zwaar.
[eiser] heeft weliswaar op de zitting aangevoerd dat hij na ontvangst van de dagvaarding heeft aangeboden om (met hulp van zijn moeder) de huurachterstand te betalen, maar dat Weller Wonen de procedure wilde doorzetten, maar [eiser] heeft geen toestemming nodig van Weller Wonen om zijn schuld te voldoen. Dat hij ervoor heeft gekozen helemaal niets te betalen, en ook de lopende huur onbetaald te laten, komt voor zijn eigen rekening en risico.
4.10.
Gelet op het zwaarwegende belang van Weller Wonen bij ontruiming, moeten aan de kant van [eiser] wel zeer zwaarwegende belangen blijken om de door de kantonrechter te maken belangenafweging in zijn voordeel te laten uitvallen. De kantonrechter zal hieronder de door [eiser] aangevoerde belangen bespreken.
4.11.
[eiser] stelt dat in geval van ontruiming een noodtoestand ontstaat. [eiser] kan namelijk nergens anders heen en kan gezien de moeilijke situatie op de woningmarkt nergens anders een woning huren. De kantonrechter is echter van oordeel dat het enkele feit dat [eiser] als gevolg van de ontruiming op straat zal komen te staan, onvoldoende is om een noodtoestand aan zijn zijde aan te kunnen nemen. Dit gevolg is immers inherent aan een ontruiming.
4.12.
[eiser] heeft ook gesteld dat zijn minderjarige kind (geboren op 20 april 2023) iedere vrijdagavond tot zondagavond bij hem in de woning verblijft. Deze regeling is met het oog op het onderhavige kort geding nog niet formeel vastgelegd. [eiser] stelt dat hij in het kader van het uitvoeren van de zorgregeling dient te beschikken over zijn woning. Bij een ontruiming beschikt [eiser] niet meer over een voor zijn dochter geschikte woning. Ontruiming treft dan ook de dochter van [eiser] en het recht op family-life.
Conclusie
4.17.
De kantonrechter is op grond van het hiervoor overwoge van oordeel dat Weller Wonen een in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van haar bevoegdheid tot zo spoedig mogelijke tenuitvoerlegging van het vonnis. De door [eiser] aangevoerde belangen prevaleren niet boven de belangen van Weller Wonen. De primaire vordering van [eiser] wordt dan ook afgewezen. De subsidiaire vordering, inhoudende dat de executie voor de duur van tien maanden wordt opgeschort, deelt hetzelfde lot.
4.18.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Weller Wonen worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
814,00
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
949,00
Dictum
De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 949,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.P.A. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025.
SH