Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2024-08-28
ECLI:NL:RBLIM:2024:6057
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
784 tokens
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11075417 \ CV EXPL 24-2155
Vonnis van de kantonrechter van 28 augustus 2024
in de zaak van:
[eiser]
,
wonend te [woonplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde mr. S.X.J. Zuidema,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EL CABALLO B.V. h.o.d.n. FAST & FURIOUS SCOOTERS,
gevestigd te Alphen aan den Rijn,
gedaagde partij,
vertegenwoordigd door [naam] , mede eigenaar,
.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het antwoord van gedaagde partij
- akte uitlating eisende partij.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
Uit de reactie van gedaagde volgt dat zij de vordering erkent en dat zij in contact zou zijn met eiser teneinde een betalingsregeling te treffen. Eiser ontkent zulks echter en persisteert bij diens vorderingen. Nu gedaagde de vorderingen van eisende partij verder niet betwist, dienen deze te worden toegewezen.
2.2.
Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
dagvaarding € 139,42
griffierecht € 87,00
salaris gemachtigde € 357,00 (1,5 x € 238,00)
totaal € 583,42
Dictum
De kantonrechter
3.1.
verklaart voor recht dat de koop op afstand door eisende partij op 31 januari 2024 rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden,
3.2.
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 2.187,35, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 maart 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 328,10 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 maart 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 583,42, te vermeerderen met de nakosten ad € 135,00, een en ander voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis, en – voor het geval voldoening niet binnen de termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.