Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2024-06-05
ECLI:NL:RBLIM:2024:3163
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,455 tokens
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10915564 \ CV EXPL 24-653
Vonnis van 5 juni 2024
in de zaak van
WONINGSTICHTING HEEMWONEN,
gevestigd te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: Heemwonen,
gemachtigde: Woningstichting Heemwonen,
tegen
[gedaagde]
,
wonend te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding - de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord - de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald
- de door Heemwonen bij gelegenheid van de mondelinge behandeling in het geding gebrachte aanvullende productie
- de mondelinge behandeling van 16 mei 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Geschil
2.1.
Bij schriftelijke huurovereenkomst van 28 november 2000 huurt [gedaagde] met ingang van 1 december 2000 van Heemwonen de woonruimte met aanhorigheden, staande en gelegen aan de [adres] te [woonplaats] (verder: de woning), tegen een bij vooruitbetaling verschuldigde huurprijs van thans € 575,21 per maand.
2.2.
Tegen de achtergrond van deze vaststaande feiten vordert Heemwonen veroordeling van [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van een bedrag van € 2.441,34, bestaande uit € 2.154,67 aan huurachterstand tot en met januari 2024 en € 286,67 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten inclusief btw, vermeerderd met de wettelijke rente. Daarnaast vordert Heemwonen ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, alsmede betaling van een bedrag van € 575,21 per maand aan huur c.q. gebruiksvergoeding vanaf 1 februari 2024 tot de uiteindelijke ontruiming en veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure en de nakosten.
2.3.
[gedaagde] voert verweer.
2.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
3.1.
Nu [gedaagde] de betalingsregeling niet tijdig en correct is nagekomen en deze daardoor is komen te vervallen, staat het Heemwonen vrij [gedaagde] in rechte te betrekken om een executoriale titel voor haar vordering te verkrijgen.
3.2.
Uit het door Heemwonen bij gelegenheid van de mondelinge behandeling in het geding gebrachte overzicht blijkt dat de huurachterstand tot en met mei 2024 € 3.405,51 bedraagt. Nu [gedaagde] niet ter zitting is verschenen en het door Heemwonen in het geding gebrachte overzicht niet heeft weersproken, ligt de gevorderde huurachterstand tot en met mei 2024 van € 3.405,51 voor toewijzing gereed. De kantonrechter oordeelt dat met de door [gedaagde] geschetste persoonlijke situatie geen rekening kan worden gehouden. Het betreffen omstandigheden die voor rekening en risico van [gedaagde] komen en doen aan zijn betalingsverplichting jegens Heemwonen niet af. De achterstand rechtvaardigt de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. De huur c.q. gebruikersvergoeding over de periode vanaf 1 juni 2024 tot de uiteindelijke ontruiming kan eveneens worden toegewezen, tot vandaag op grond van de huurovereenkomst en hierna op grond van artikel 7:225 BW.
3.3.
Ten slotte maakt Heemwonen aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke kosten. De door Heemwonen aan [gedaagde] verstuurde aanmaning voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal dan ook worden toegewezen.
3.4.
[gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten van Heemwonen. De kosten aan de zijde van Heemwonen worden aldus tot de uitspraak van dit vonnis begroot op: - dagvaarding € 138,41
- nakosten € 119,00
- griffierecht € 372,00- salaris gemachtigde € 476,00 (2 punten x tarief € 238,00)
Totaal € 1.105,41
Dictum
4.1.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt [gedaagde] de woonruimte met aanhorigheden, staande en gelegen aan de [adres] te [woonplaats] , binnen twee weken na betekening van dit vonnis met al het zijne en de zijnen te verlaten, te ontruimen en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van Heemwonen te stellen,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om tegen bewijs van kwijting aan Heemwonen te betalen:
€ 3.405,51 aan huurachterstand tot en met mei 2024, vermeerderd met de wettelijke rente over € 2.154,67 vanaf 30 januari 2024 tot de dag van volledige betaling,
vanaf 1 juni 2024 voor elke maand of gedeelte hiervan, waarin [gedaagde] het gehuurde nog niet geheel ontruimd ter vrije beschikking van Heemwonen heeft gesteld, het bedrag van € 575,21 per maand,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 286,67 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten inclusief btw,
4.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten van Heemwonen tot op heden begroot op € 1.105,41,
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op
5 juni 2024.
CJ