Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2024-05-15
ECLI:NL:RBLIM:2024:2527
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
939 tokens
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10981784 \ CV EXPL 24-1264
Vonnis van de kantonrechter van 15 mei 2024
in de zaak van:
STICHTING WOONPUNT,
gevestigd te Maastricht,
eisende partij,
gemachtigde Agin Otten Gerechtsdeurwaarders,
tegen:
[gedaagde]
,
wonend [adres] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
procederende in persoon.
Partijen worden hierna (ook) respectievelijk ‘Woonpunt’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het antwoord van gedaagde partij
- de op 7 mei 2024 om 9:30 uur gehouden mondelinge behandeling.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
[gedaagde] erkent de ontstane huurachterstand. Zij heeft inmiddels hulp gezocht om haar zaken financieel op orde te krijgen. Inmiddels wordt de lopende huur (weliswaar met enige vertraging) betaald, evenals een aflossing op de ontstane achterstand en kosten.
2.2.
Woonpunt bevestigt de betalingen, maar wijst er op dat er al eerder afspraken zijn gemaakt, die [gedaagde] niet is nagekomen. Om die reden vraagt Woonpunt toch een vonnis, onder toezegging dat zij dit vonnis niet zal executeren zolang [gedaagde] zich aan de nu gemaakte afspraken houdt.
2.3.
Nu vordering niet wordt betwist, zal deze worden toegewezen. De ontstane achterstand rechtvaardigt de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.
2.4.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van Woonpunt worden begroot op:
dagvaarding € 136,72
griffierecht € 496,00
salaris gemachtigde € 476,00
totaal € 1.108,72
Dictum
De kantonrechter
3.1.
ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres] ,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] , om binnen vier weken na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van eisende partij te stellen,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] verder om aan Woonpunt tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen het bedrag van € 3.346,90 (bestaande uit een bedrag van € 2.850,72 aan huurachterstand tot en met februari 2024 en een bedrag van € 496,18 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 maart 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan Woonpunt te betalen een vergoeding gelijk aan de huurprijs van € 639,75 voor elke ingegane maand met ingang van 1 maart 2024 tot en met de maand waarin [gedaagde] het gehuurde heeft ontruimd,
3.5.
veroordeelt [gedaagde] voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van Woonpunt gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van €1.108,72 ,
3.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.