Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2024-03-21
ECLI:NL:RBLIM:2024:2510
Civiel recht
Wraking
631 tokens
Dictum
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht, wrakingskamer
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: C/03/ 328602 /HA RK 24-60
Dictum
op het verzoek van
[verzoeker] ,
verzoeker,
dat strekt tot wraking van mr. T. Dohmen, rechter in de rechtbank Limburg, hierna de rechter.
Procesverloop
Op 13 maart 2024 heeft verzoeker bij de aanvang van de rolzitting, alvorens de rechter kon starten met de algemene uitleg over de rolzitting, de rechter gewraakt in de zaak met nummer 10980960 CV EXPL 24-1230 tussen de Stichting Mooiland als eisende en verzoeker als gedaagde partij.
Beoordeling
Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij staat voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een partij vooringenomen is, althans dat de bij die partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Het subjectieve standpunt van een verzoeker daarover is belangrijk, maar niet doorslaggevend: de vrees voor partijdigheid van de rechter moet objectief gerechtvaardigd zijn.
Verzoeker heeft een dagvaarding ontvangen. Op de dag van de rolzitting heeft verzoeker, na binnenkomst in de zittingszaal, geconstateerd dat eiser niet aanwezig was en heeft hij, zonder de algemene uitleg over de rolzitting af te wachten, de rechter gewraakt omdat deze bevooroordeeld zou zijn.
Een rolzitting is geen gewone zitting. Op de rolzitting kunnen partijen hun visie op de zaak geven, maar zij kunnen er ook voor kiezen om niet naar de zitting te komen en geen toelichting te geven. Eiser heeft er blijkbaar voor gekozen om niet naar de zitting te komen.
De wrakingskamer stelt vast dat het niet aan de rechter is of eiser wel of niet ter zitting aanwezig is. Omdat de afwezigheid van eiser geen grond voor wraking is en er overigens geen gronden voor wraking zijn aangevoerd, wordt het verzoek zonder verdere mondelinge behandeling kennelijk ongegrond verklaard.
Dictum
De wrakingskamer:
- verklaart het verzoek ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. R.A.J. van Leeuwen en
mr. A.K. Kleine, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2024.