Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2024-02-14
ECLI:NL:RBLIM:2024:10322
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
7,027 tokens
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer: 03/253323-22
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 februari 2024
in de strafzaak tegen
[naam verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens verdachte] ,
gedetineerd in [detentiegegevens verdachte] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. L.M. van den Dungen, advocaat, kantoorhoudende te Venlo.
1Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 31 januari 2024. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
De benadeelde partij [naam benadeelde partij] is op de zitting gehoord, bijgestaan door mr. N.D. Geraads. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.
Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen medeverdachte [naam medeverdachte] met het parketnummer [parketnummer medeverdachte] .
2De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte samen met een ander [naam benadeelde partij] van haar vrijheid heeft beroofd.
Beoordeling
3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. De verklaringen van [naam benadeelde partij] zijn betrouwbaar en gedetailleerd en zij worden ondersteund door andere bewijsmiddelen, zoals het geconstateerde letsel, de banktransacties en de camerabeelden van het pinnen.
Door het handelen van de verdachte kon het slachtoffer zich niet onttrekken aan de bedreigende situatie die met name was veroorzaakt door de medeverdachte [naam medeverdachte] .
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van het tenlastegelegde feit moet worden vrijgesproken. De verklaring van aangeefster is onbetrouwbaar en kan daarom niet bijdragen aan het bewijs. Voorts had aangeefster de mogelijkheid om het raam te openen en om hulp te roepen of om via het dakterras de woning te verlaten. Dat heeft zij niet gedaan, hetgeen er toe leidt dat van een vrijheidsbenemende situatie geen sprake was.
3.3
Beoordeling
3.3.1.
De bewijsmiddelen
Verbalisanten [naam verbalisant 1] , [naam verbalisant 2] en [naam verbalisant 3]
relateerden – zakelijk weergegeven – als volgt:
Op dinsdag 30 augustus 2022, omstreeks 15.15 uur, waren wij, verbalisanten, in uniform gekleed. Wij bevonden ons in een opvallende politievoertuig en waren belast met de noodhulpdienst voor gebiedsdekking Venlo-Beesel. Op genoemde dag, datum en tijd, kregen wij het verzoek van het operationeel centrum van de politie, om te gaan naar de [straatnaam 1] te Venlo. Aldaar zou melder [naam benadeelde partij] staan. [naam benadeelde partij] was vastgebonden geweest en mishandeld. Tevens zouden haar meerdere spullen
afhandig zijn gemaakt.
Op dinsdag 30 augustus 2022, omstreeks 15.25 uur, kwamen wij ter plaatse op de
[straatnaam 1] te Venlo. Aldaar troffen wij mevrouw [naam benadeelde partij] aan. Mevrouw [naam benadeelde partij] had behoorlijk aangezichtsletsel en opgedroogd bloed. Wij zagen dat het opgedroogde bloed bij haar neus zat, op haar handen en op haar kleding. Wij zagen dat haar linker oog blauw van kleur was en was opgezwollen. Door de dikte kon haar oog niet open. Wij zagen dat de lippen van mevrouw [naam benadeelde partij] opgezwollen en blauw waren. Wij zagen dat ze meerdere schaafwonden in haar gezicht had. Wij zagen dat ze rode striemen in haar hals had.
Mevrouw [naam benadeelde partij] vertelde ons dat ze twee dagen had vastgezeten in een woning. Deze
woning bevond zich om de hoek van de [straatnaam 1] te Venlo. Zij kon ons deze woning
aanwijzen. Zij vertelde dat de woning boven een restaurant lag. Hierop langs de
woning gereden met mevrouw [naam benadeelde partij] . Wij zagen dat ze naar het adres [straatnaam 2] wees.
Aangeefster [naam benadeelde partij]
verklaarde – zakelijk weergegeven – als volgt:
Op maandag 29 augustus 2022 in de avond ben ik met [naam medeverdachte] en [naam verdachte] naar het huis van [naam verdachte] gegaan. [naam verdachte] heeft aangebeld en een jongen maakte toen de voordeur open. [naam verdachte] begon direct te zeggen dat hij geld nodig had van die jongen. Die jongen ging toen met [naam verdachte] naar buiten. Ik ben met [naam medeverdachte] binnen gebleven. Ik hoorde dat de deur heel hard dicht werd gesmeten. [naam verdachte] komt dan weer omhoog en begint met spullen te smijten. Hij schreeuwt heel hard. Hij keert zich dan ook tegen mij. Hij is helemaal gepikeerd. Hij was vooral heel boos.
Vervolgens ging [naam verdachte] me onder druk zitten om geld te pinnen. Dan zegt hij ook: “Ja luister, jij moet nog geld voor mij regelen. Ik heb daar gewoon recht op, wat voor kutwijf ben jij dat we hier nu zonder zitten.” Hij zei: “Ja luister, ik betaal jou dat geld ook terug kuthoer, dat ga je gewoon geven. Je gaat normaal doen hè. Durf je mij tegen te spreken.” Hij zette me heel erg onder druk samen met [naam medeverdachte] . [naam medeverdachte] begon toen ook mee te doen. Van: “Je gaat het gewoon geven.” En anders zou [naam verdachte] mijn tanden uit mijn mond slaan. Ik zou sowieso het huis niet meer uitkomen. [naam verdachte] zei: “Vanaf nu kom jij het huis niet meer uit. Jij gaat mij nu geld geven en als je het huis uit gaat maak ik je kapot. Maak ik je hartstikke dood.” Ik zei: “Ja luister ik wil gewoon naar huis. Laat me gewoon naar huis gaan.” “Jij gaat niet naar huis” en hij duwde me terug op de bank. Jij blijft hier en hij ging voor mij staan zo: “Je blijft hier!”Toen probeerde ik nog enigszins wel of ik gewoon naar buiten kon lopen, maar [naam verdachte] ging ervoor staan en duwde me terug op de bank. “Jij blijft hier.” Hij duwde me met twee handen weg tegen de bank aan. Vervolgens ging ik toch weer overstag en toen heb ik gezegd: “Oké ik ga nog wel een keer € 50,00 pinnen.” Ik was gewoon heel erg bang voor [naam verdachte] . Op dat moment was hij ook heel dreigend en hij zei: “Jij gaat hier ook absoluut niet weg. Je moet ook echt niet proberen weg te komen ik maak je kapot. Ik snij je tanden uit je smoel. Je maakt mij er echt kwaad mee. Dus je gaat er ook nu over ophouden, ik maak je kapot.” Toen moest ik dat geld pinnen zeg maar en [naam verdachte] die was de hele tijd bij mij zeg maar, die ging er naast staan zeg maar. Ik zie in mijn bankafschrift op de telefoon dat het geld op 29 augustus 2022 is gepind om 22.13 uur bij Geldmaat Venlo NLD. Die € 50,00 euro heb ik [naam verdachte] gegeven en we zijn lopend weer terug gaan naar dat huis.
[naam verdachte] heeft mij teruggebracht naar [naam medeverdachte] naar dat huis en hij heeft gezegd: “Jij blijft hier bij [naam medeverdachte] . [naam medeverdachte] hou haar in de gaten, als ze weggaat dan maak je haar kapot”. Toen zei [naam medeverdachte] : “Ja ze blijft hier. Ik zorg dat ze hier blijft”. Vervolgens is [naam verdachte] nog weggegaan om coke te halen. [naam medeverdachte] heeft hem tussendoor nog gebeld met de mededeling dat ik moeilijk deed. Ik wou gewoon naar huis. En ik zei tegen [naam medeverdachte] : “Ik wil gewoon naar huis, alsjeblieft. Laat me alsjeblieft naar buiten ik wil hier weg, ik voel me hier niet fijn, laat die auto maar zitten, ik wil weg”. Nou toen begon [naam medeverdachte] dus met hem te bellen en volgens mij nam die eerst niet op. Toen kreeg hij hem er aan en zei hij tegen [naam verdachte] : “Ze doet moeilijk, dus kom hier zo snel mogelijk naar toe”. Vervolgens kwam [naam verdachte] terug en had die coke bij zich. Dat hebben ze toen ook gebruikt.
Op het moment dat ik op wilde staan zei [naam verdachte] : “Zitten jij en jij blijft hier. Ik maak je kapot he je komt hier de deur niet uit. Wat denk je wel niet. Je kent mij nog niet he. Je kent mij niet”. Ik zei dat ik weg wilde en [naam verdachte] zei: “Jij blijft hier, je komt hier niet weg”. Hij zei dat hij coke wilde halen. [naam medeverdachte] was erbij. Hij zei: “Ik heb het nu nodig en jij gaat dat nu betalen en je komt het huis niet uit en als je dat niet doet stamp ik je helemaal kapot”. Hij begon hard te schreeuwen dat hij mij kapot sloeg en mijn tanden uit mijn smoel zou slaan en hij stond met een vuist heel intimiderend voor mij. [naam verdachte] zei: je gaat me nu je rekening laten zien, anders knijp ik je keel door. Hij pakte toen letterlijk mijn keel vast en kneep, waardoor ik geen lucht kreeg. [naam medeverdachte] zat op de bank en deed niet veel. Ik zei tegen [naam verdachte] dat hij mijn pincode niet kreeg, [naam verdachte] sloeg me toen drie keer hard met zijn vuist tegen mijn gezicht. Ik was bang en toen zei [naam medeverdachte] dat ik maar gewoon die code moest geven, want dan ben je er van af. Ik heb ook nog geprobeerd en gezegd: “Laat me gaan, ik geef dat geld wel gewoon”. [naam verdachte] zei: “Je gaat nergens heen en ik maak je kapot”. Toen heeft hij me geslagen en heb ik de pincode afgegeven. Ik viel bijna flauw, ik was helemaal in shock. Ik zei: “Ja hier heb je alles, mijn pasjes”. Hij is alleen naar buiten gelopen met al mijn pasjes. Ik bleef toen achter bij [naam medeverdachte] . Hij zei ook weer tegen [naam medeverdachte] : “Zorg dat ze hier blijft”. Ik was op dat moment helemaal ontdaan en niet helder bij kennis. Op een gegeven moment probeer ik nog naar de wc te lopen om over te geven, en om weg te komen, [naam medeverdachte] was best wel snel weer daar. En toen moest ik overgegeven en gelijk weer terug naar de bank. Hij zei: Jij blijft hier”. [naam verdachte] heeft mij super vaak geslagen, heel hard. Ik kon niks meer, ik lag op de bank, ik moest overgeven op dat moment ook nog. Ik durfde op een gegeven moment ook niet meer toen [naam medeverdachte] daar alleen was. Ik merkte ook heel erg, hij ging er echt voor staan, voor de trap zo van jij gaat hier echt niet weg: “Anders heb je echt een probleem”.
Beoordeling
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving van [naam benadeelde partij] . Hoewel de verdachte zelf geen geweld heeft toegepast, was hij wel aanwezig toen de medeverdachte dit deed en heeft hij vervolgens, toen de medeverdachte de woning verlaten had om met de pas van [naam benadeelde partij] geld te gaan pinnen, [naam benadeelde partij] bewaakt en ervoor gezorgd dat zij de woning niet kon verlaten. Daarbij heeft de verdachte gelijksoortige bedreigingen geuit als de medeverdachte eerder. Dat deze situatie voor [naam benadeelde partij] zeer bedreigend is geweest, spreekt voor zich. Het moet voor [naam benadeelde partij] verdrietig en schokkend zijn geweest dat de verdachte – met wie zij vriendschappelijk omging en die dag voor de gezelligheid had afgesproken – in plaats van voor haar op te komen zich juist tegen haar keerde en partij koos voor de agressieve medeverdachte.
Gelet op de bewezenverklaarde feiten en de rol die de verdachte daarbij heeft gespeeld, is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de orde.
Bij vonnis van gelijke datum is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 11 maanden. De rechtbank houdt hiermee rekening bij de huidige strafoplegging.
Alles afwegende zal de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden opleggen.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering.
7De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
7.1
De vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij [naam benadeelde partij] vordert een schadevergoeding ter zake immateriële schade voor een bedrag van € 12.000,00. Deze schade ziet op de gehele immateriële schade van de benadeelde partij, dus ook veroorzaakt door de andere feiten die alleen aan de medeverdachte zijn ten laste gelegd. In de vordering van de benadeelde partij wordt de schade die voortkomt uit de wederrechtelijke vrijheidsberoving gesteld op € 2.000,00. Ter zitting heeft de raadsvrouw dit genuanceerd en de rechtbank geadviseerd deze schade naar eigen inzicht te schatten.
7.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vordert de toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 2.000,00, hoofdelijk met de medeverdachte, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.3
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard, nu zij heeft aangevoerd dat de verdachte integraal dient te worden vrijgesproken. Subsidiair heeft zij aangevoerd dat niet het gehele schadebedrag aan verdachte kan worden toegerekend.
7.4
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat vaststaat dat aan de benadeelde partij [naam benadeelde partij] als gevolg van het bewezenverklaarde strafbare feit schade is toegebracht en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het door verdachte gepleegde strafbare feit. De vraag is welk deel van de schade toegerekend kan worden aan het feit dat ook aan de verdachte is tenlastegelegd, nu een groot deel van de schade juist is veroorzaakt door feiten die alleen aan de medeverdachte zijn ten laste gelegd.
In dit geval brengen de aard en de ernst van de normschending mee dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. De benadeelde is wederrechtelijk van haar vrijheid beroofd. Dat is een zodanig ernstige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer dat daardoor immateriële schade is ontstaan. De rechtbank zal deze schade naar redelijkheid schatten op € 2.000,00.
De verdachte is met zijn medeverdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade. De rechtbank zal de verdachte daarom hoofdelijk veroordelen tot betaling van dat bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf 30 augustus 2022 tot de dag der algehele voldoening.
Daarbij zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte opleggen, zodat de Staat het innen van de vordering op zich zal nemen.
De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot tot op heden op nihil.
8De wettelijke voorschriften
Dictum
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden,
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
wijst de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde partij] ten aanzien van feit 1 gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen 2.000,00 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 30 augustus 2022 tot aan de dag van de volledige voldoening;
wijst de vordering voor het overige af;
veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
legt aan de verdachte de verplichting op om, ten behoeve van de benadeelde partij, aan de Staat te betalen een bedrag van 2.000,00 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 30 augustus 2022 tot de dag der algehele voldoening, en in dier voege, dat in zoverre dit bedrag door zijn mededader geheel of gedeeltelijk is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van deze betalingsverplichting;
bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 30 dagen, met dien verstande dat de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.A.G. van Baal, voorzitter, mr. L. Feuth en
mr. G.L.A.M. van Doveren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.F. Stuurman, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 februari 2024.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
hij in of omstreeks de periode van 29 augustus 2022 tot en met 30 augustus 2022 in
de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [naam benadeelde partij]
wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben
verdachte en zijn mededader met dat opzet
- die [naam benadeelde partij] in een of meer kamers van de woning (adres: [straatnaam 2] te Venlo)
– in bijzijn van verdachte en/of zijn mededader - van haar vrijheid beroofd
gehouden en/of
- die [naam benadeelde partij] geduwd en/of getrokken richting een kamer en/of
- ( daarbij) tegen die [naam benadeelde partij] gezegd dat zij niet weg mocht anders zou ze kapot
geslagen worden, althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van districtsrecherche Noord- en Midden-Limburg, proces-verbaalnummer LB1R022086-122, gesloten d.d. 20 december 2022, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 595.
Proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 augustus 2022 met bijlagen, p. 29-59.
Proces-verbaal van verhoor slachtoffer d.d. 30 augustus 2022, p. 52-58, proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 31 augustus 2022, p. 61-70, proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 september 2022, p. 74-103, proces-verbaal van aangifte d.d. 8 september 2022, p. 104-120, proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 23 november 2022, p. 122-128.
p. 68, p. 78.
p. 68.
p. 78.
p. 79.
p. 54.
p. 79.
p. 80.
p. 81.
p. 54.
p. 54.
p. 84.
p .85.
Proces-verbaal van bevindingen d.d.17 september 2022, p. 279-280 en proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 september 2022, p. 291-347.
Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam medeverdachte] d.d. 4 oktober 2022 met bijlagen, p. 559-591.
Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam medeverdachte] d.d. 4 oktober 2022, p. 517 – 525.
Proces-verbaal verhoor getuige [naam getuige] d.d. 18 juli 2023, doorgenummerd p. 1-5.
Beoordeling
[naam medeverdachte] heeft verbaal geweld gebruikt. Zo van: “Jij gaat hier echt niet weg.” Dat zei hij ook: “Dan sla ik je kapot”. [naam medeverdachte] zei: “Je gaat daar niet wegkomen, anders moet ik je echt kapotslaan. Ik meen het hè meisje, jij blijft hier”. En omdat [naam verdachte] al zoveel geweld gebruikt had, was ik ook bang dat [naam medeverdachte] ook nog geweld zou gebruiken en dan was ik helemaal kapot. [naam medeverdachte] heeft me onder dwang daar gehouden. Hij heeft geen geweld gebruikt, maar hij heeft me wel onder dwang daar gehouden.
De politie heeft onderzoek gedaan naar het pinnen waar aangeefster over verklaart. De bankgegevens van aangeefster zijn opgevraagd en de camerabeelden van de desbetreffende geldautomaten en/of stadstoezicht zijn bekeken. Daaruit volgt dat er op 29 augustus 2022 om 22.13 uur 50 euro is gepind bij de geldautomaat op de [straatnaam 4] . Op de beelden is te zien dat [naam medeverdachte] pint in aanwezigheid van aangeefster. Voorts is er op 29 augustus 2022 om 23.33 50 euro en op 30 augustus 2022 om 1.57 uur 80 euro gepind op de [straatnaam 3] Venlo. Op de beelden is alleen verdachte [naam medeverdachte] te zien.
Medeverdachte [naam medeverdachte]
verklaarde – zakelijk weergegeven – als volgt:
Op 29 augustus 2022 was [naam benadeelde partij] bij mij in huis, op mijn kamer op het [straatnaam 2] . [naam medeverdachte] was er die maandag op dinsdagnacht, toen is [naam medeverdachte] weggegaan in de nacht. [naam medeverdachte] is gegaan toen wij naar de kamer gingen.
De verdachte verklaarde – zakelijk weergegeven – als volgt
Op maandag 29 augustus 2022 heb ik afgesproken met [naam benadeelde partij] . [naam verdachte] was er ook. Later die dag zijn we naar de woning van [naam verdachte] gegaan.
3.3.2.
De bewijsoverwegingen
De verklaring van [naam benadeelde partij] is consistent en gedetailleerd en vindt op meerdere onderdelen bevestiging in andere bewijsmiddelen, zoals het geconstateerde letsel en de gegevens rondom de pintransacties. Het verweer dat de verklaringen van [naam benadeelde partij] onbetrouwbaar zouden zijn en daardoor niet aan het bewijs zouden kunnen bijdragen, wordt dan ook verworpen.
Het is in deze zaak juist de verdachte die wisselende verklaringen heeft afgelegd en pas heeft toegegeven in de woning van [naam medeverdachte] aanwezig te zijn geweest, nadat [naam medeverdachte] de verklaring van [naam benadeelde partij] dienaangaande bevestigde.
Uit de bewijsmiddelen komt naar voren dat in de avond van 29 augustus 2022 [naam medeverdachte] geld nodig had en de druk op [naam benadeelde partij] opvoerde om hem dit geld te verstrekken. De situatie in de woning werd steeds bedreigender voor [naam benadeelde partij] en haar werd niet toegestaan de woning te verlaten, ondanks smeekbedes daartoe. Ook werd door [naam medeverdachte] daadwerkelijk geweld toegepast. De verdachte was hierbij aanwezig en deed niets om [naam benadeelde partij] te ontzetten of om dit geweld jegens [naam benadeelde partij] te voorkomen. Toen [naam medeverdachte] de woning verliet om te gaan pinnen op de [straatnaam 3] , was de verdachte alleen met [naam benadeelde partij] in de woning en ook toen heeft hij haar belet om de woning te verlaten. Hierbij heeft de verdachte ook dreigementen geuit. Gezien deze feitelijke gang van zaken is de rechtbank van oordeel dat de verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met de medeverdachte.
De rechtbank acht dan ook op grond van voornoemde bewijsmiddelen – in onderling verband en samenhang bezien – wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte en zijn medeverdachte zich in de periode van 29 augustus 2022 tot en met 30 augustus 2022 schuldig hebben gemaakt aan het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
in de periode van 29 augustus 2022 tot en met 30 augustus 2022 in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [naam benadeelde partij] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben verdachte en zijn mededader met dat opzet die [naam benadeelde partij] in een woning (adres: [straatnaam 2] te Venlo) van haar vrijheid beroofd
gehouden en tegen die [naam benadeelde partij] gezegd dat zij niet weg mocht anders zou ze kapot
geslagen worden, althans woorden van gelijke aard en/of strekking.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:
medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroofd houden
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
5De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6De straf
6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van het voorarrest.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen standpunt ingenomen voor wat betreft de strafmaat, nu integrale vrijspraak is bepleit.
6.3