Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2023-07-21
ECLI:NL:RBLIM:2023:4574
Civiel recht; Arbeidsrecht
Beschikking
1,066 tokens
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10548007 AZ VERZ 23-62
Beschikking van de kantonrechter van 21 juli 2023
in de zaak van
[verzoeker]
,
wonend te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
gemachtigde mr. R.P.H.W. Haas,
tegen
[verweerster]
,
gevestigd en kantoorhoudend te [vestigingsplaats] ,
verwerende partij,
gemachtigde mr. J.J.M. Goltstein.
Partijen zullen hierna [verzoeker] en [verweerster] genoemd worden.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift met bijlagen 1 tot en met 7
de mondelinge behandeling van 20 juli 2023
1.2.
Ten slotte is beschikking bepaald.
Feiten
2.1.
Tussen partijen staat vast dat [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1987, sedert 2 mei 2022 in dienst is van [verweerster] op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in de functie van logistiek medewerker tegen een loon van laatstelijk € 2.467,50 bruto per maand exclusief 8% vakantiebijslag.
2.2.
Bij brief van 3 mei 2023 is [verzoeker] op staande voet ontslagen.
2.3.
Bij brief van 11 mei 2023 heeft (de gemachtigde van) [verzoeker] meegedeeld dat er geen sprake is van een dringende reden, zich op het standpunt gesteld dat [verweerster] schadeplichtig is en berust in het ontslag op staande voet.
Geschil
3.1.
[verzoeker] verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
te verklaren voor recht dat het door [verweerster] gegeven ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven en [verweerster] op grond daarvan schadeplichtig is,
[verweerster] te veroordelen tot betaling van € 5.066,96 bruto (inclusief vakantiebijslag) aan gefixeerde schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente,
[verweerster] te veroordelen tot betaling van € 1.055,54 bruto aan transitievergoeding,
althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente,
- [verweerster] te veroordelen tot betaling van € 7.994,70 bruto aan billijke vergoeding,
althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente,
- [verweerster] te veroordelen tot het verstrekken van een deugdelijke bruto / netto specificatie aan [verzoeker] van de hiervoor genoemde bedragen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 per dag dat [verweerster] daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 7.500,00,
- [verweerster] te veroordelen tot betaling van de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente en nakosten.
3.2.
[verweerster] heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd.
Beoordeling
4.1.
[verweerster] heeft het ontslag op staande voet ingetrokken. Partijen zijn het erover eens, en dus staat vast, dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden is geëindigd per 1 juli 2023. Partijen hebben het geschil in der minne geregeld, zoals hierna in de beslissing weergegeven.
Dictum
De kantonrechter
5.1.
verstaat dat het ontslag op staande voet is ingetrokken en de arbeidsovereenkomst tussen partijen met wederzijds goedvinden is geëindigd per 1 juli 2023,
5.2.
veroordeelt [verweerster] om binnen veertien dagen na deze beschikking aan [verzoeker] te betalen:
€ 5.066,96 bruto aan loon inclusief vakantiebijslag,
€ 1.055,54 bruto aan transitievergoeding,
€ 3.701,25 bruto aan billijke vergoeding,
€ 500,00 exclusief btw aan vergoeding proceskosten.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.H.J. Otto en is in het openbaar uitgesproken.
CJ