Rechtspraak Rechtbank Limburg 2021-08-11
ECLI:NL:RBLIM:2021:6366
RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer : 03/108061-21 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 11 augustus 2021 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum] 2002, gedetineerd in [P.I.] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. R.D. Maessen, advocaat kantoorhoudende te [plaats 1] . 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 28 juli 2021. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte: 1. al dan niet tezamen met een ander of anderen 394,725 kilogram hennep heeft geteeld, bereid, bewerkt of verwerkt dan wel opzettelijk aanwezig heeft gehad; 2. al dan niet tezamen met een ander of anderen een geldbedrag van € 72.870,- euro en twee horloges heeft witgewassen; 3. al dan niet tezamen met een ander of anderen opzettelijk aanwezig heeft gehad 193,08 gram hasjiesj. 3 De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van: medeplegen van opzettelijk aanwezig hebben van de hennep en vrijspraak voor het overige onder 1. ten laste gelegde; medeplegen van het onder 2. ten laste gelegde witwassen van het geld en vrijspraak voor het witwassen van twee horloges; medeplegen van opzettelijk aanwezig hebben van de hasjiesj. 3.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft algehele vrijspraak bepleit en daartoe het volgende aangevoerd. Het dossier bevat geen bewijs voor actieve betrokkenheid van de verdachte bij het onder 1. ten laste gelegde, het telen, bereiden, bewerken of verwerken van hennep. Ook het bewijs voor het opzettelijk aanwezig hebben van de hennep ontbreekt, omdat de (feitelijke) beschikkingsmacht van de verdachte daarover niet uit de bewijsmiddelen volgt. Uit het dossier blijkt dat de horloges vrijwel waardeloos zijn. Voorts bevat het dossier geen bewijs dat de verdachte het geld heeft verworven, overgedragen, omgezet, dan wel daarvan gebruik heeft gemaakt. De verdachte had enkel het geld sinds korte tijd in bewaring voor een derde, welke gedraging hooguit is te kwalificeren als medeplichtigheid en niet als medeplegen van witwassen, zoals dat onder 2. aan hem is ten laste gelegd. Ten aanzien van het onder 3. ten laste gelegde ontbreekt bewijs dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de hasjiesj in de woning. Niet duidelijk is hoe lang deze middelen al in de woning lagen en niet kan worden vastgesteld dat deze open en bloot in de woning lagen. Bovendien hadden meerdere personen toegang tot de woning. 3.3 Het oordeel van de rechtbank Bewijsmiddelen Op 19 april 2021 werd de woning, gelegen aan de [adres 1] te [plaats 1] , in het kader van een doorzoeking op grond van de Opiumwet betreden. Er kwam een vrouw, genaamd [medeverdachte] , de trap afgelopen. Van haar werd in de Engelse taal de uitlevering van drugs gevorderd. [medeverdachte] antwoordde in de Engelse taal dat er drugs boven in de woning lagen; zij voegde daar aan toe dat zij niet wist hoe deze daar zijn gekomen. [medeverdachte] wenkte daarbij naar boven met haar hoofd. Op de eerste verdieping van de woning stond een vlizotrap geopend, welke toegang gaf tot de zolder. Deze trap was aanwezig op de centrale gang van de eerste verdieping. Het was zeer duidelijk dat deze trap aanwezig was en deze de normale looppatronen op de eerste verdieping in de weg stond. Op de eerste verdieping was de voor de verbalisanten bekende geur van hennep waarneembaar. Meteen na het betreden van de zolderverdieping werd een grote hoeveelheid doorzichtige zakken en zwarte ondoorzichtige tassen aangetroffen. Het was meteen duidelijk dat op deze zolder een grote hoeveelheid hennep was opgeslagen. Op de eerste verdieping werd de verdachte (met kledi De tassen zijn ongeveer twee weken voorafgaande aan het binnentreden door de politie door deze personen in de woning gebracht. De verdachte was op dat moment aanwezig in de woning. De personen, die deze voorwerpen in de woning hebben gebracht en van wie de verdachte de namen niet wil noemen, zijn ongeveer twee uren bezig geweest om alle voorwerpen op zolder te leggen. Overwegingen Verdovende middelen De verdachte wordt verweten dat hij medepleger is van - kort samengevat - het telen, bereiden, bewerken en verwerken dan wel opzettelijk aanwezig hebben van hennep (onder 1.). Daarnaast is aan de verdachte ten laste gelegd dat hij, al dan niet tezamen met een ander of anderen, opzettelijk hasjiesj aanwezig heeft gehad (onder 3.). Met de officier van justitie en de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat het er geen bewijs is dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan (het medeplegen van) het telen, bereiden, bewerken en verwerken van de hennep. De verdachte moet ten aanzien daarvan worden vrijgesproken. Om tot bewijs van het opzettelijk aanwezig hebben van de hennep en hasjiesj te komen, moet blijken dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van die middelen en dat hij er beschikkingsmacht over had. Hieromtrent overweegt de rechtbank het volgende. Wetenschap De verdachte en [medeverdachte] verbleven op 19 april 2021 in de woning aan de [adres 1] te [plaats 1] . De verdachte was, naar eigen zeggen, de huurder van de woning, en [medeverdachte] was verantwoordelijk voor de schoonmaak. De verdachte en [medeverdachte] hadden beiden hun slaapkamer op de eerste verdieping, waar volgens de verbalisanten duidelijk een hennepgeur waarneembaar was, en waar de vlizotrap aan normale looppatronen in de weg stond. De verdachte is op de eerste verdieping aangetroffen; [medeverdachte] kwam bij het binnentreden van de politie de trap af. Het kan op basis van het vorenstaande niet anders zijn dan dat de verdachte de geur van hennep heeft waargenomen. De twee plakken hasjiesj lagen voor de verdachte zichtbaar open en bloot op een kastje/dressoir in de woonkamer. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot het oordeel dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van de hennep en van de hasjiesj in de woning waar hij verbleef. Machtssfeer De verdachte had als huurder en feitelijk bewoner van de woning onbelemmerd toegang tot de woonkamer en ook tot de zolder. Er is niet gebleken van het bestaan van feiten of omstandigheden die zouden moeten leiden tot een ander oordeel, dan dat hij op het moment van aantreffen daarvan de beschikkingsmacht over deze verdovende middelen had. Het enkele gegeven dat deze middelen toebehoorden aan derden, zoals de verdachte heeft verklaard, is hiervoor onvoldoende. Partiële vrijspraak: witwassen horloges Aan de verdachte is onder 2. het medeplegen van witwassen van twee horloges en een geldbedrag van 72.870 euro ten laste gelegd. Het is komen vast te staan dat horloges imitaties betreft met een geringe waarde. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank daarom van oordeel dat de verdachte zich niet heeft schuldig gemaakt aan het witwassen van deze horloges, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken. Bewijs witwassen geldbedrag Bij de beoordeling van het onder 2. ten laste gelegde stelt de rechtbank het volgende voorop. Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘afkomstig uit enig misdrijf’ is niet vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Om te kwalificeren als witwassen is vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. Indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen tussen een voorwerp en een bepaald misdrijf, kan niettemin bewezen worden geacht dat een voorwerp ‘uit enig misdrijf’ afkomstig is, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat 4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op: feit 1: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel; feit 2: medeplegen van witwassen; feit 3: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. 5 De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6 De straf en/of de maatregel 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 24 maanden. 6.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft in het kader van de strafoplegging aangevoerd dat bij een bewezen-verklaring van het onder 2. ten laste gelegde, rekening dient te worden gehouden met de geringe rol van de verdachte, alsmede zijn jeugdige leeftijd en blanco strafblad. De raadsman heeft verzocht te volstaan met een gevangenisstraf gelijk aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft de rechtbank gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De verdachte heeft, samen met anderen, opzettelijk een zeer grote hoeveelheid hennep alsmede hasjiesj aanwezig gehad in een door hem gehuurde woning in [plaats 1] . De hennep heeft een verkoopwaarde van ongeveer 1,6 miljoen euro. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van softdrugs een gevaar voor de volksgezondheid vormt. Daarnaast heeft de verdachte een geldbedrag van 72.870 euro witgewassen. Dergelijke feiten spelen zich af in de wereld van criminaliteit, die gekenmerkt wordt door criminele organisaties, intimidatie en geweld. De woning werd gebruikt als zogenaamde ‘stash-locatie’; de verdachte levert daarmee een essentieel en niet te onderschatten onderdeel in een (veel) grotere criminele organisatie, gericht op de grootschalige handel in verdovende middelen (mogelijk) gerund door personen afkomstig uit het buitenland. Dergelijke personen hebben geen enkele binding met Nederland en vestigen zich hier alleen met de intentie om gemakkelijk en snel geld de verdienen. Dergelijk handelen is zeer ondermijnend voor de samenleving en de legale economie. De personen die daarbij betrokken zijn kunnen, naar het zich laat aanzien, enkel worden afgeschrikt door middel van zware straffen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat in deze zaak enkel een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is. Bij het bepalen van de strafmaat in zaken als deze, komt veel betekenis toe aan de aangetroffen hoeveelheid verdovende middelen. In de landelijke oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), die beogen een weergave te zijn van hetgeen voor vergelijkbare strafbare feiten in de verschillende gerechten gemiddeld aan straffen wordt opgelegd, is uitgangspunt voor het aanwezig hebben van 25 tot 250 kilo softdrugs een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. Voor grotere hoeveelheden zijn geen oriëntatiepunten voorhanden. In de onderhavige zaak gaat het om het in vereniging aanwezig hebben van bijna 400 kilo softdrugs. Alles afwegende, acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderd gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden passend. Daarbij heeft de rechtbank acht geslagen op de jeugdige leeftijd van de verdachte en het gegeven dat hij in Nederland niet eerder met justitie in aanraking is gekomen, ma BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat 1hij op of omstreeks 19 april 2021 te [plaats 1] , gemeente [plaats 3] , althans binnen het arrondissement Limburg, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 1] te [plaats 1] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 394,725 kilogram (gedroogde) hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet; ( art 11 lid 2 Opiumwet, art 3 ahf/ond B Opiumwet, art 3 ahf/ond C Opiumwet, art47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )2hij op of omstreeks 19 april 2021 te [plaats 1] , gemeente [plaats 3] , althans binnen het arrondissement Limburg, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, - een geldbedrag van 72.870,-- euro en/of- een Rolex horloge- een Vacheron Constantin horloge althans (een) gro(o)t(e) geldbedrag(en) en/ of voorwerp(en) heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van bovenomschreven voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig, althans eigen, misdrijf; ( art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht )3hij op of omstreeks 19 april 2021 te [plaats 1] , gemeente [plaats 3] , althans binnen het arrondissement Limburg tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 193,08 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van wet; ( art 11 lid 2 Opiumwet, art 3 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboekvan Strafrecht ) Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, Districtsrecherche Zuid-West-Limburg proces-verbaalnummer P2417-2021056429, gesloten d.d. 4 juni 2021, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 266. Proces-verbaal van binnentreden in woning d.d. 19 april 2021, pagina 135. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 april 2021, pagina 138. Proces-verbaal van doorzoeking d.d. 19 april 2021, pagina 42. Proces-verbaal van binnentreden in woning d.d. 19 april 2021, pagina 136-137. Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 9 april 2021, pagina 45. Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 9 april 2021, pagina 47. Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 9 april 2021, pagina 48. Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 9 april 2021, pagina 63. Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 9 april 2021, pagina 75. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 april 2021, pagina 139. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 mei 2021, pagina 141. Proces-verbaal van bevindingen forensisch onderzoek d.d. 20 april 2021, pagina 212-218. Deskundigenrapportage van The Maastricht Forensic Institute d.d. 22 april 2021 door dr. M. Moorlag en dr. P.J. Herbergs, die verklaren dit rapport naar waarheid, volledig en naar beste inzicht te hebben opgesteld als respectievelijk forensisch DNA-deskundige in opleiding en NRGD-geregistreerd forensisch DNA-deskundige, pagina 258-260. Deskundigenrapportage van The Maastricht Forensic Institute d.d. 4 mei 2021 door dr. M. Moorlag en drs. B.J. Blankers, die verklaren dit rapport naar waarheid, volledig en naar beste inzicht te hebben opgesteld als respectievelijk forensisch DNA-