Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-02-06
ECLI:NL:RBGEL:2026:869
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
4,007 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:869 text/xml public 2026-02-12T11:21:51 2026-02-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-02-06 05/179400-25 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:869 text/html public 2026-02-09T12:00:47 2026-02-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:869 Rechtbank Gelderland , 06-02-2026 / 05/179400-25 Veroordeling wegens overtreding van art. 6 WVW 1994 tot een taakstraf van 150 uur en een voorwaardelijke rijontzegging van 9 maanden. RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/179400-25 Datum uitspraak : 6 februari 2026 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1999 in [geboorteplaats] (Roemenië), wonende aan [adres] , raadsman: mr. M. Sculic, advocaat in Rotterdam. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 5 februari 2025 te Zuilichem, gemeente Zaltbommel als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting van Zeedijk te Zuilichem, daarmede rijdende over de weg, de Uilkerweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, - terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of - terwijl hij ter plaatse goed bekend is en/of - terwijl het donker was en/of (zeer) mistig was, - niet of in onvoldoende mate te letten en/of te blijven letten op het direct voor hem, verdachte, gelegen weggedeelte van die weg (de Uilkerweg) en/of - bij het inhalen gebruik heeft gemaakt van de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer, terwijl een hem tegemoetkomende bromfiets reeds (kort) genaderd was en/of - niet de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig (personenauto) zodanig te regelen dat hij in staat was dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg (de Uilkerweg) kon overzien en waarover deze vrij was en/of is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere motorrijtuig (bromfiets) en/of de bestuurder van dat andere motorrijtuig (bromfiets), ten gevolge waarvan die bestuurder en zijn passagier van dat andere motorrijtuig (bromfiets) ten val is/zijn gekomen, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor aan/een ander(en) ( [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 5 februari 2025 te Zuilichem, gemeente Zaltbommel als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting van Zeedijk te Zuilichem, daarmede rijdende over de weg, de Uilkerweg, - terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of - terwijl hij ter plaatse goed bekend is en/of - terwijl het donker was en/of (zeer) mistig was, - niet of in onvoldoende mate te letten en/of te blijven letten op het direct voor hem, verdachte, gelegen weggedeelte van die weg (de Uilkerweg) en/of - bij het inhalen gebruik heeft gemaakt van de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer, terwijl een hem tegemoetkomende bromfiets reeds (kort) genaderd was en/of - niet de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig (personenauto) zodanig te regelen dat hij in staat was dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg (de Uilkerweg) kon overzien en waarover deze vrij was en/of is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere motorrijtuig (bromfiets) en/of de bestuurder van dat andere motorrijtuig (bromfiets), ten gevolge waarvan die bestuurder en zijn passagier van dat andere motorrijtuig (bromfiets) ten val is/zijn gekomen, en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 5 februari 2025 te Zuilichem, gemeente Zaltbommel als bestuurder van een voertuig (personenauto) rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Uilkerweg, zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers is hij gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere motorrijtuig (bromfiets) en/of de bestuurder van dat andere motorrijtuig (bromfiets), ten gevolge waarvan die bestuurder en zijn passagier van dat andere motorrijtuig (bromfiets) ten val is/zijn gekomen. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs De feiten Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Op 5 februari 2025 was verdachte bestuurder van een personenauto (BMW) en reed hij op de Uilkerweg in Zuilichem, gemeente Zaltbommel. Hij kwam uit de richting van de Zeedijk. Het was donker en zeer mistig en verdachte had slecht zicht. Hij was beginnend bestuurder en ter plaatse bekend. Verdachte besloot de auto die voor hem reed en die volgens hem te langzaam reed, in te halen. Terwijl hij dit deed en op de rijbaan voor tegemoetkomend verkeer reed, kwam hij in botsing met een hem tegemoet komende bromfiets, als gevolg waarvan de bestuurder van die bromfiets ( [slachtoffer 1] ) en de passagier ( [slachtoffer 2] ) ten val kwamen en zij lichamelijk letsel opliepen. Bij [slachtoffer 1] was onder meer sprake van een gebroken onderarm, waarvoor hij is geopereerd. Verder is sprake van een bloeding in de milt, met als gevolg daarvan een beperkte miltfunctie. De milt zal afsterven en verwijderd worden. Bij [slachtoffer 2] was sprake van een gecompliceerde onderbeenfractuur, waarvoor een operatie is ondergaan. De geschatte genezingsduur bedraagt 1 jaar. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde. De officier van justitie gaat daarbij uit van de laagste schuldgradatie, te weten aanmerkelijke onvoorzichtigheid. Het letsel van de slachtoffers is volgens de officier van justitie aan te merken als zwaar lichamelijk letsel. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak ten aanzien van het primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde bepleit. Daartoe is bepleit dat geen sprake is van enig strafrechtelijk te verwijten gedraging. Beoordeling door de rechtbank [slachtoffer 1] heeft verklaard dat een vriend bij hem achterop de bromfiets zat. Hij had het licht op de bromfiets aan. Hij zag twee auto’s die hem tegemoet reden, zij reden dicht achter elkaar. Toen [slachtoffer 1] bijna gelijk met de voorste auto was, gooide de achterste auto zijn voertuig ineens ernaast, recht voor de bromfiets van [slachtoffer 1] . De auto kwam bij het inhalen op de weghelft van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] had geen tijd meer om weg te sturen. De inhalende auto heeft [slachtoffer 1] nooit kunnen zien, zo zegt [slachtoffer 1] , omdat de inhalende auto zo dicht achter de andere auto reed. Hij reed zelf rond de 50 km/h. Getuige [getuige] reed met haar dochter in de auto. Omdat het zo mistig was, reed zij 45-50 kilometer per uur. Achter haar reed een auto die dicht op haar achterbumper reed. Ze kreeg het vermoeden dat ze te langzaam reed voor hem.
Volledig
Opeens haalde de auto in. Toen de auto achter haar vandaan was en schuin achter haar reed, hoorde ze haar dochter zeggen: “oh een lampje”. [getuige] zag toen dat er iets aan kwam rijden met een lichtje op, een bromfiets. De bromfiets passeerde [getuige] , waarna er een hoop kabaal was. De auto had haar nog niet ingehaald, dus het ongeval heeft zich dus naast haar of achter haar afgespeeld. De verbalisanten die ter plaatse kwamen zagen dat er plaatselijk dichte mistbanken waren. Het was daarbij ook donker, de zon was al onder en er was geen straatverlichting aanwezig op de plaats van het ongeval . Uit de verkeersongevallenanalyse blijkt het volgende. Op de bromfiets waren twee standen voor licht aanwezig: dimlicht en grootlicht. De verlichting kon niet uitgeschakeld worden. Er was één lamp voor het dim- en grootlicht en één voor het stadslicht. Op beide lampjes werden warmtesporen gezien. Gezien de sporen aan de twee lampjes is het aannemelijk dat zowel het stadslicht als het dimlicht aan de voorzijde werd gevoerd tijdens het botsmoment met de BMW. Letsel in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 Door het verkeersongeval hebben beide slachtoffers breuken opgelopen. Voor het herstel hiervan was in beide gevallen een operatie noodzakelijk. Deze fracturen worden, vanwege onder meer de noodzaak en aard van medisch ingrijpen, door de rechtbank als zwaar lichamelijk letsel aangemerkt. Schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat verdachte, terwijl het donker en zeer mistig was, als beginnend bestuurder van een personenauto, op een voor hem bekende weg de auto voor hem dicht heeft genaderd en deze auto vervolgens heeft ingehaald, waarbij hij gebruik heeft gemaakt van de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer. Op dat moment is hij in aanrijding gekomen met de hem tegemoetkomende bromfiets die hij niet had gezien. De rechtbank leidt uit deze omstandigheden af dat verdachte niet, dan wel in onvoldoende mate heeft gelet op de weg en dat hij niet in staat was zijn auto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien, terwijl het zicht zeer beperkt was. Onder deze omstandigheden had verdachte extra oplettend en voorzichtig moeten zijn en had hij zich er bewust van moeten zijn dat de inhaalmanoeuvre op dat moment onder die omstandigheden gevaarlijk zou zijn. Verdachte had zich moeten realiseren dat hij ten behoeve van de inhaalmanoeuvre een bepaalde afstand zou moeten overbruggen, terwijl hij die afstand door het zeer beperkte zicht niet geheel kon overzien. Doordat hij dicht op de voorganger is gaan rijden, heeft hij bovendien het beperkte zicht dat hij al had nog verder verslechterd. De aard en de ernst van de voornoemde gedragingen van verdachte, onder deze omstandigheden, maken dat de rechtbank bewezen acht dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend is geweest en dat het daarom aan zijn schuld te wijten is dat het verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor de slachtoffers zwaar lichamelijk letsel hebben opgelopen. De rechtbank acht het primair tenlastegelegde wettig en overtuigd bewezen. 3 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: hij op of omstreeks 5 februari 2025 te Zuilichem, gemeente Zaltbommel als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting van Zeedijk te Zuilichem, daarmede rijdende over de weg, de Uilkerweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en /of onoplettend, - terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en /of - terwijl hij ter plaatse goed bekend is en /of - terwijl het donker was en /of ( zeer ) mistig was, - niet of in onvoldoende mate te letten en /of te blijven letten op het direct voor hem, verdachte, gelegen weggedeelte van die weg (de Uilkerweg) en /of - bij het inhalen gebruik heeft gemaakt van de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer, terwijl een hem tegemoetkomende bromfiets reeds (kort) genaderd was en /of - niet de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig (personenauto) zodanig te regelen dat hij in staat was dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg (de Uilkerweg) kon overzien en waarover deze vrij was en /of is gebotst tegen , althans in aanrijding is gekomen met dat andere motorrijtuig (bromfiets) en /of de bestuurder van dat andere motorrijtuig (bromfiets), ten gevolge waarvan die bestuurder en zijn passagier van dat andere motorrijtuig (bromfiets) ten val is/ zijn gekomen, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor aan /een ander(en) ( [slachtoffer 1] en /of [slachtoffer 2] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht , dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan . Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: primair: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht, meermalen gepleegd. 5. De strafbaarheid van het feit Het feit is strafbaar. 6 De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit geen onvoorwaardelijke rijontzegging aan verdachte op te leggen. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft als bestuurder van een personenauto door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag een ernstig verkeersongeval veroorzaakt, waarbij hij is gaan inhalen en een tegemoetkomende bromfiets heeft geraakt. De beide personen op de bromfiets hebben zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op zijn strafblad van 9 december 2025, waaruit blijkt dat hij in 2023 een strafbeschikking heeft opgelegd gekregen voor rijden onder invloed. In het voordeel van de verdachte weegt de rechtbank mee dat verdachte (onder meer) ter terechtzitting een schuldbewuste houding heeft aangenomen en er blijk van heeft gegeven het ondoordachte van zijn handelen in te zien. De rechtbank weegt voorts in het voordeel van verdachte mee dat hij heeft geprobeerd met de slachtoffers in contact te komen en hen een brief heeft geschreven. De LOVS-oriëntatiepunten voor straftoemeting hanteren in het geval van aanmerkelijke schuld aan een ongeval met zwaar lichamelijk letsel een taakstraf van 120 uur en een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden.