Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-05-07
ECLI:NL:RBGEL:2026:3718
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
22,795 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3718 text/xml public 2026-05-12T11:55:41 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-05-07 05.105605.25 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Arnhem Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3718 text/html public 2026-05-11T09:47:49 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3718 Rechtbank Gelderland , 07-05-2026 / 05.105605.25 Man veroordeeld voor vier bedrijfsinbraken en één poging daartoe. Vrijspraak van één bedrijfsinbraak. Opgelegd wordt een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05.105605.25 Datum uitspraak : 7 mei 2026 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats] (Joegoslavië), wonende aan de [adres], [postcode] [woonplaats]. Raadsman: mr. R. van Maaren, advocaat in Arnhem. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: feit 1 hij op of omstreeks 27 oktober 2024 te Elst, gemeente Overbetuwe tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om geld en/of goederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Intratuin (Nieuwe Aamsestraat nr. 94), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n), weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, heeft / hebben verdachte en/of zijn mededader(s) aldaar een hek(werk) open- en/of doorgeknipt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 27 oktober 2024 te Elst, gemeente Overbetuwe tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk een hek(werk), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Intratuin (Nieuwe Aamsestraat nr. 94), in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; (2024 509157) feit 2 hij op of omstreeks 27 oktober 2024 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een bistroset en/of een of meer sierbeelden en/of ornamenten en/of twee buitenstoelen en/of een (bijbehorende) tafel en/of (houten) sierverlichting en/of een of meer (rieten) manden en/of (bamboe) sierhangers en/of (houten) tuinafzetting rollen en/of een (plastic) kuip en/of een printer- / kopieermachine en/of een vuurkorf (met schoorsteen) en/of 3-4, althans een of meer dozen oppotten tafel / plantenbak, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan Intratuin (Beverweerdlaan nr. 1), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat / die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming; (registratienummer 2024 505777) feit 3 hij op of omstreeks 22 oktober 2024 te Lienden, gemeente Buren tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, 44, althans een of meer flessen butaangas en/of drie, althans een of meer kruiwagens en/of drie, althans een of meer vogelhuisjes, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan Welkoop (Adelsweg nr. 4), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat / die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;(registratienummer 2024 496485) feit 4 hij op of omstreeks 23 oktober 2024 te Wageningen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer kruiwagens en/of een of meer planten en/of een of meer gasflessen, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan Welkoop (Rijnhaven nr. 14), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat / die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;(registratienummer 2024 498982) feit 5 hij op of omstreeks 24 oktober 2024 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, twee computers en/of een accuboormachine en/of een of meer doosjes schroeven en/of bouten en/of een of meer (tuin)sierbeelden en/of een fontein (Buddha) en/of een koffer (EHBO), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Intratuin (Beverweerdlaan nr. 1), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat / die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;(registratienummer 2024 500334) feit 6 hij op of omstreeks 4 juli 2024 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een betonschaar en/of een computer en/of een slijpmachine en/of drie, althans een of meer dozen (met delen van een tuinset en/of bar), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Intratuin (Beverweerdlaan nr. 1), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat / die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde onder feit 1 tot en met 5. Bij feit 1 tot en met 5 is sprake van medeplegen, aldus de officier van justitie. Vanwege het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs dient verdachte te worden vrijgesproken van feit 6. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 3, 4 en 6. De verklaring van verdachte bij de politie is onbetrouwbaar te noemen, nu hij de verbalisanten naar de mond praatte, omdat hij zucht naar drugs had en te horen had gekregen dat hij naar huis mocht gaan als hij zou verklaren. Er is daarom onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte betrokken was bij deze inbraken. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van feit 1, 2 en 5. Beoordeling door de rechtbank Vrijspraak van feit 6 De rechtbank volgt de officier van justitie en de raadsman in hun standpunt dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte betrokken was bij de inbraak bij de Intratuin Presikhaaf van 4 juli 2024.
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3718 text/xml public 2026-05-12T11:55:41 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-05-07 05.105605.25 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Arnhem Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3718 text/html public 2026-05-11T09:47:49 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3718 Rechtbank Gelderland , 07-05-2026 / 05.105605.25 Man veroordeeld voor vier bedrijfsinbraken en één poging daartoe. Vrijspraak van één bedrijfsinbraak. Opgelegd wordt een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05.105605.25 Datum uitspraak : 7 mei 2026 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats] (Joegoslavië), wonende aan de [adres], [postcode] [woonplaats]. Raadsman: mr. R. van Maaren, advocaat in Arnhem. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: feit 1 hij op of omstreeks 27 oktober 2024 te Elst, gemeente Overbetuwe tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om geld en/of goederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Intratuin (Nieuwe Aamsestraat nr. 94), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n), weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, heeft / hebben verdachte en/of zijn mededader(s) aldaar een hek(werk) open- en/of doorgeknipt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 27 oktober 2024 te Elst, gemeente Overbetuwe tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk een hek(werk), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Intratuin (Nieuwe Aamsestraat nr. 94), in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; (2024 509157) feit 2 hij op of omstreeks 27 oktober 2024 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een bistroset en/of een of meer sierbeelden en/of ornamenten en/of twee buitenstoelen en/of een (bijbehorende) tafel en/of (houten) sierverlichting en/of een of meer (rieten) manden en/of (bamboe) sierhangers en/of (houten) tuinafzetting rollen en/of een (plastic) kuip en/of een printer- / kopieermachine en/of een vuurkorf (met schoorsteen) en/of 3-4, althans een of meer dozen oppotten tafel / plantenbak, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan Intratuin (Beverweerdlaan nr. 1), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat / die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming; (registratienummer 2024 505777) feit 3 hij op of omstreeks 22 oktober 2024 te Lienden, gemeente Buren tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, 44, althans een of meer flessen butaangas en/of drie, althans een of meer kruiwagens en/of drie, althans een of meer vogelhuisjes, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan Welkoop (Adelsweg nr. 4), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat / die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;(registratienummer 2024 496485) feit 4 hij op of omstreeks 23 oktober 2024 te Wageningen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer kruiwagens en/of een of meer planten en/of een of meer gasflessen, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan Welkoop (Rijnhaven nr. 14), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat / die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;(registratienummer 2024 498982) feit 5 hij op of omstreeks 24 oktober 2024 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, twee computers en/of een accuboormachine en/of een of meer doosjes schroeven en/of bouten en/of een of meer (tuin)sierbeelden en/of een fontein (Buddha) en/of een koffer (EHBO), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Intratuin (Beverweerdlaan nr. 1), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat / die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;(registratienummer 2024 500334) feit 6 hij op of omstreeks 4 juli 2024 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een betonschaar en/of een computer en/of een slijpmachine en/of drie, althans een of meer dozen (met delen van een tuinset en/of bar), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Intratuin (Beverweerdlaan nr. 1), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat / die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde onder feit 1 tot en met 5. Bij feit 1 tot en met 5 is sprake van medeplegen, aldus de officier van justitie. Vanwege het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs dient verdachte te worden vrijgesproken van feit 6. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 3, 4 en 6. De verklaring van verdachte bij de politie is onbetrouwbaar te noemen, nu hij de verbalisanten naar de mond praatte, omdat hij zucht naar drugs had en te horen had gekregen dat hij naar huis mocht gaan als hij zou verklaren. Er is daarom onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte betrokken was bij deze inbraken. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van feit 1, 2 en 5. Beoordeling door de rechtbank Vrijspraak van feit 6 De rechtbank volgt de officier van justitie en de raadsman in hun standpunt dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte betrokken was bij de inbraak bij de Intratuin Presikhaaf van 4 juli 2024.
Volledig
De rechtbank acht de verklaring van verdachte over deze inbraak onvoldoende specifiek of concreet om als bewijsmiddel te kunnen worden gebezigd. Zij is dan ook van oordeel dat verdachte van voornoemd feit moet worden vrijgesproken. feit 1, 2 en 5 Er is ten aanzien van feit 1, 2 en 5 sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. feit 1 Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1], p. 96-97; - het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 115-118; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 april 2026. feit 2 Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2], p. 38-39; - het proces-verbaal van bevindingen, p. 49; - het proces-verbaal van bevindingen, p. 81-82; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 april 2026. feit 5 Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2], p. 31-32; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 april 2026. feit 3 en 4 Inbraak bij de Welkoop Lienden (feit 3) Aangever [aangever 3], bedrijfsleider bij de Welkoop in Lienden, heeft verklaard dat hij op 22 oktober 2024 zag dat de kooi waar butaangas werd opgeslagen, openstond. Hij zag dat beide kanten van de kooi waren opengebroken. [aangever 3] zag twee kapotte sloten op de grond liggen. Er waren 44 flessen butaangas weggenomen. [aangever 3] zag op de camerabeelden dat er om 02:00 uur drie personen in beeld kwamen. Hij zag op de beelden dat de drie mannen de kooi openmaakten. De mannen pakten kruiwagens die naast de kooi stonden en vulden deze met de gasflessen om vervolgens met de kruiwagens uit beeld te verdwijnen. Uiteindelijk hebben de mannen de drie kruiwagens niet meer teruggebracht en dus ook meegenomen. Op de camerabeelden was ook te zien dat de mannen drie vogelhuisjes meenamen. Verdachte heeft op 30 oktober 2024 bij de politie verklaard dat hij met medeverdachten [medeverdachte 1] (verder [medeverdachte 1]) en [medeverdachte 2] (verder: [medeverdachte 2]) was en dat zij in hetzelfde busje reden als tijdens de aanhouding (de rechtbank begrijpt: op 27 oktober 2024). Ze zagen die Welkoop en wilden er beeldjes weghalen. Ze namen er uiteindelijk gasflessen en kruiwagens weg. Verdachte heeft ter terechtzitting op de vraag “U verklaart over de Welkoop in Lienden Waren het 44 gasflessen?” geantwoord “het waren er 15, het zou kunnen, het waren er niet zoveel” . Inbraak bij de Welkoop Wageningen (feit 4) Aangever [aangever 4], werkzaam bij de Welkoop in Wageningen, werd op 23 oktober 2024 omstreeks 09:15 uur door een collega gebeld dat er was ingebroken. Er waren meerdere goederen weggenomen waaronder kruiwagens, planten en gasflessen. Het buitenterrein van de Welkoop is afgesloten met stalen hekken en een schaduwdoek. [aangever 4] zag dat er twee grote openingen in het schaduwdoek waren gemaakt. Een deel van het hek bleek opengebroken te zijn. Op camerabeelden zag [aangever 4] dat er op 23 oktober 2024 omstreeks 02:00 uur drie personen over het buitenterrein liepen. De personen liepen heen en weer met goederen. Verdachte heeft verklaard dat het klopt dat hij heeft ingebroken bij de Welkoop in Wageningen. Hij was samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1], met hetzelfde busje. Overige bewijsmiddelen feit 3 en 4 Op 27 oktober 2024 gingen verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] in verband met de inbraak bij de Intratuin Presikhaaf naar de woning van [medeverdachte 1]. Voor het hekje voor de tuin van de woning zagen de verbalisanten een tuinbeeld en een vogelhuisje staan. Beide voorwerpen waren voorzien van een prijskaartje. De verbalisanten zagen twee bezems en een hark staan die afkomstig waren van de Welkoop. Zij zagen dit aan de letters WELKOOP op de goederen. In de tuin van [medeverdachte 1] zagen de verbalisanten diverse vuurkorven, een tuinbeeld, een barbecue en drie trampolines staan. Er is onderzoek gedaan aan de telefoon van verdachte. In de veiliggestelde data van de telefoon is te zien dat verdachte rond de ten laste gelegde data meerdere zoekopdrachten op het internet heeft gedaan. Daarbij zijn de volgende zoekresultaten opgevallen: - Op 24 oktober 2024 om 06.02 uur: beelden intratuin - Op 25 oktober 2024 om 14.52 uur: vuurkorf welkoop - Op 25 oktober 2024 om 14.53 uur: vuurkorf intratuin - Op 25 oktober 2024 om 14.52 uur: compost welkoop Betrokkenheid verdachte bij de inbraken Verdachte heeft in zijn verhoor bij de politie bekend betrokken te zijn geweest bij de inbraken bij de Welkoop in Lienden en de Welkoop in Wageningen. De raadsman heeft gesteld dat verdachte de verbalisanten in dit verhoor naar de mond praatte, omdat hij snel weg wilde om drugs te kunnen gebruiken. De rechtbank acht de verklaring van verdachte bij de politie echter wel betrouwbaar en zal deze dan ook als bewijsmiddel bezigen. De rechtbank overweegt hiertoe dat de verklaring van verdachte concreet en specifiek is. Verdachte benoemde in zijn verklaring specifiek en op eigen initiatief dat ze bij de inbraak in Lienden gasflessen en kruiwagens hadden gestolen, goederen die daadwerkelijk bij deze inbraak zijn weggenomen. Daar komt bij dat verdachte ter terechtzitting met zijn antwoord op de vraag over de diefstal van 44 gasflessen bij de Welkoop in Lienden “het waren er 15, het zou kunnen, het waren er niet zoveel”, feitelijk bevestigt dat hij wel degelijk bij die diefstal betrokken was. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van verdachte voorts wordt ondersteund door de andere bewijsmiddelen. Op de camerabeelden van zowel de Welkoop in Lienden als de Welkoop in Wageningen werden steeds drie personen gezien die in het midden van de nacht heen en weer liepen met goederen. Uit onderzoek aan de telefoon van verdachte is daarnaast gebleken dat hij in de dagen na de inbraken in Lienden en Wageningen op het internet heeft gezocht naar goederen van de Welkoop. De rechtbank stelt daarnaast vast dat de inbraken bij de Welkoop in Lienden en de Welkoop in Wageningen eenzelfde modus operandi hebben als de andere (poging tot) inbraken die door de drie verdachten zijn gepleegd. Kenmerkend voor de werkwijze van verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] bij deze bewezenverklaarde inbraken is dat telkens de toegang via een hekwerk werd verschaft door dit hek of sloten hiervan open te knippen en vervolgens goederen van het buitenterrein van het tuincentrum mee te nemen. De goederen werden vervolgens met het busje van [medeverdachte 1] vervoerd. Deze modus operandi komt overeen met hetgeen aangevers [aangever 3] en [aangever 4], en verdachte hebben verklaard over de inbraken in Lienden en Wageningen. De rechtbank merkt op dat een soortgelijke werkwijze werd gezien bij de inbraak bij de Intratuin Presikhaaf van een paar dagen later, op 27 oktober 2024 (feit 2). Na de inbraak bij Intratuin Presikhaaf werden verdachte en de twee medeverdachten in het busje van medeverdachte [medeverdachte 1] aangehouden. Dat verdachte samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] bij de inbraken bij de Welkoop Lienden en de Welkoop Wageningen betrokken was, blijkt voor de rechtbank ten slotte ook uit het volgende. In de tuin van [medeverdachte 1] werden diverse goederen aangetroffen die afkomstig lijken te zijn uit tuincentra, waaronder een vogelhuisje met een aangehecht prijskaartje. De rechtbank wijst erop dat bij de inbraak in Lienden ook drie vogelhuisjes zijn weggenomen. Gelet op het vorenstaande en op grond van de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 3 en 4 ten laste gelegde bedrijfsinbraken in vereniging.
Volledig
De rechtbank acht de verklaring van verdachte over deze inbraak onvoldoende specifiek of concreet om als bewijsmiddel te kunnen worden gebezigd. Zij is dan ook van oordeel dat verdachte van voornoemd feit moet worden vrijgesproken. feit 1, 2 en 5 Er is ten aanzien van feit 1, 2 en 5 sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. feit 1 Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1], p. 96-97; - het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 115-118; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 april 2026. feit 2 Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2], p. 38-39; - het proces-verbaal van bevindingen, p. 49; - het proces-verbaal van bevindingen, p. 81-82; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 april 2026. feit 5 Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2], p. 31-32; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 april 2026. feit 3 en 4 Inbraak bij de Welkoop Lienden (feit 3) Aangever [aangever 3], bedrijfsleider bij de Welkoop in Lienden, heeft verklaard dat hij op 22 oktober 2024 zag dat de kooi waar butaangas werd opgeslagen, openstond. Hij zag dat beide kanten van de kooi waren opengebroken. [aangever 3] zag twee kapotte sloten op de grond liggen. Er waren 44 flessen butaangas weggenomen. [aangever 3] zag op de camerabeelden dat er om 02:00 uur drie personen in beeld kwamen. Hij zag op de beelden dat de drie mannen de kooi openmaakten. De mannen pakten kruiwagens die naast de kooi stonden en vulden deze met de gasflessen om vervolgens met de kruiwagens uit beeld te verdwijnen. Uiteindelijk hebben de mannen de drie kruiwagens niet meer teruggebracht en dus ook meegenomen. Op de camerabeelden was ook te zien dat de mannen drie vogelhuisjes meenamen. Verdachte heeft op 30 oktober 2024 bij de politie verklaard dat hij met medeverdachten [medeverdachte 1] (verder [medeverdachte 1]) en [medeverdachte 2] (verder: [medeverdachte 2]) was en dat zij in hetzelfde busje reden als tijdens de aanhouding (de rechtbank begrijpt: op 27 oktober 2024). Ze zagen die Welkoop en wilden er beeldjes weghalen. Ze namen er uiteindelijk gasflessen en kruiwagens weg. Verdachte heeft ter terechtzitting op de vraag “U verklaart over de Welkoop in Lienden Waren het 44 gasflessen?” geantwoord “het waren er 15, het zou kunnen, het waren er niet zoveel” . Inbraak bij de Welkoop Wageningen (feit 4) Aangever [aangever 4], werkzaam bij de Welkoop in Wageningen, werd op 23 oktober 2024 omstreeks 09:15 uur door een collega gebeld dat er was ingebroken. Er waren meerdere goederen weggenomen waaronder kruiwagens, planten en gasflessen. Het buitenterrein van de Welkoop is afgesloten met stalen hekken en een schaduwdoek. [aangever 4] zag dat er twee grote openingen in het schaduwdoek waren gemaakt. Een deel van het hek bleek opengebroken te zijn. Op camerabeelden zag [aangever 4] dat er op 23 oktober 2024 omstreeks 02:00 uur drie personen over het buitenterrein liepen. De personen liepen heen en weer met goederen. Verdachte heeft verklaard dat het klopt dat hij heeft ingebroken bij de Welkoop in Wageningen. Hij was samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1], met hetzelfde busje. Overige bewijsmiddelen feit 3 en 4 Op 27 oktober 2024 gingen verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] in verband met de inbraak bij de Intratuin Presikhaaf naar de woning van [medeverdachte 1]. Voor het hekje voor de tuin van de woning zagen de verbalisanten een tuinbeeld en een vogelhuisje staan. Beide voorwerpen waren voorzien van een prijskaartje. De verbalisanten zagen twee bezems en een hark staan die afkomstig waren van de Welkoop. Zij zagen dit aan de letters WELKOOP op de goederen. In de tuin van [medeverdachte 1] zagen de verbalisanten diverse vuurkorven, een tuinbeeld, een barbecue en drie trampolines staan. Er is onderzoek gedaan aan de telefoon van verdachte. In de veiliggestelde data van de telefoon is te zien dat verdachte rond de ten laste gelegde data meerdere zoekopdrachten op het internet heeft gedaan. Daarbij zijn de volgende zoekresultaten opgevallen: - Op 24 oktober 2024 om 06.02 uur: beelden intratuin - Op 25 oktober 2024 om 14.52 uur: vuurkorf welkoop - Op 25 oktober 2024 om 14.53 uur: vuurkorf intratuin - Op 25 oktober 2024 om 14.52 uur: compost welkoop Betrokkenheid verdachte bij de inbraken Verdachte heeft in zijn verhoor bij de politie bekend betrokken te zijn geweest bij de inbraken bij de Welkoop in Lienden en de Welkoop in Wageningen. De raadsman heeft gesteld dat verdachte de verbalisanten in dit verhoor naar de mond praatte, omdat hij snel weg wilde om drugs te kunnen gebruiken. De rechtbank acht de verklaring van verdachte bij de politie echter wel betrouwbaar en zal deze dan ook als bewijsmiddel bezigen. De rechtbank overweegt hiertoe dat de verklaring van verdachte concreet en specifiek is. Verdachte benoemde in zijn verklaring specifiek en op eigen initiatief dat ze bij de inbraak in Lienden gasflessen en kruiwagens hadden gestolen, goederen die daadwerkelijk bij deze inbraak zijn weggenomen. Daar komt bij dat verdachte ter terechtzitting met zijn antwoord op de vraag over de diefstal van 44 gasflessen bij de Welkoop in Lienden “het waren er 15, het zou kunnen, het waren er niet zoveel”, feitelijk bevestigt dat hij wel degelijk bij die diefstal betrokken was. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van verdachte voorts wordt ondersteund door de andere bewijsmiddelen. Op de camerabeelden van zowel de Welkoop in Lienden als de Welkoop in Wageningen werden steeds drie personen gezien die in het midden van de nacht heen en weer liepen met goederen. Uit onderzoek aan de telefoon van verdachte is daarnaast gebleken dat hij in de dagen na de inbraken in Lienden en Wageningen op het internet heeft gezocht naar goederen van de Welkoop. De rechtbank stelt daarnaast vast dat de inbraken bij de Welkoop in Lienden en de Welkoop in Wageningen eenzelfde modus operandi hebben als de andere (poging tot) inbraken die door de drie verdachten zijn gepleegd. Kenmerkend voor de werkwijze van verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] bij deze bewezenverklaarde inbraken is dat telkens de toegang via een hekwerk werd verschaft door dit hek of sloten hiervan open te knippen en vervolgens goederen van het buitenterrein van het tuincentrum mee te nemen. De goederen werden vervolgens met het busje van [medeverdachte 1] vervoerd. Deze modus operandi komt overeen met hetgeen aangevers [aangever 3] en [aangever 4], en verdachte hebben verklaard over de inbraken in Lienden en Wageningen. De rechtbank merkt op dat een soortgelijke werkwijze werd gezien bij de inbraak bij de Intratuin Presikhaaf van een paar dagen later, op 27 oktober 2024 (feit 2). Na de inbraak bij Intratuin Presikhaaf werden verdachte en de twee medeverdachten in het busje van medeverdachte [medeverdachte 1] aangehouden. Dat verdachte samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] bij de inbraken bij de Welkoop Lienden en de Welkoop Wageningen betrokken was, blijkt voor de rechtbank ten slotte ook uit het volgende. In de tuin van [medeverdachte 1] werden diverse goederen aangetroffen die afkomstig lijken te zijn uit tuincentra, waaronder een vogelhuisje met een aangehecht prijskaartje. De rechtbank wijst erop dat bij de inbraak in Lienden ook drie vogelhuisjes zijn weggenomen. Gelet op het vorenstaande en op grond van de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 3 en 4 ten laste gelegde bedrijfsinbraken in vereniging.
Volledig
3 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 (primair), en feit 2 tot en met 5 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: feit 1 (primair) hij op of omstreeks 27 oktober 2024 te Elst, gemeente Overbetuwe tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en /of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om geld en/of goederen, in elk geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan Intratuin (Nieuwe Aamsestraat nr. 94), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde ( n ) , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming , heeft / hebben verdachte en /of zijn mededader ( s ) aldaar een hek(werk) open- en /of doorgeknipt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; feit 2 hij op of omstreeks 27 oktober 2024 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een bistroset en /of een of meer sierbeelden en /of ornamenten en /of twee buitenstoelen en /of een (bijbehorende) tafel en /of (houten) sierverlichting en /of een of meer (rieten) manden en /of (bamboe) sierhangers en /of (houten) tuinafzetting rollen en /of een (plastic) kuip en /of een printer- / kopieermachine en /of een vuurkorf (met schoorsteen) en /of 3-4, althans een of meer dozen oppotten tafel / plantenbak, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/ die geheel of ten dele aan Intratuin (Beverweerdlaan nr. 1), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en /of zijn mededader ( s ) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/ hebben verschaft en/of dat / die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming ; ( registratienummer 2024 505777) feit 3 hij op of omstreeks 22 oktober 2024 te Lienden, gemeente Buren tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, 44, althans een of meer flessen butaangas en /of drie , althans een of meer kruiwagens en /of drie , althans een of meer vogelhuisjes, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/ die geheel of ten dele aan Welkoop (Adelsweg nr. 4), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde ( n ) , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en /of zijn mededader ( s ) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/ hebben verschaft en/of dat / die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebrach t door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming ; (registratienummer 2024 496485) feit 4 hij op of omstreeks 23 oktober 2024 te Wageningen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer kruiwagens en/of een of meer planten en/of een of meer gasflessen, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/ die geheel of ten dele aan Welkoop (Rijnhaven nr. 14), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde ( n ) , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en /of zijn mededader ( s ) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/ hebben verschaft en/of dat / die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming ; (registratienummer 2024 498982) feit 5 hij op of omstreeks 24 oktober 2024 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, twee computers en /of een accuboormachine en /of een of meer doosjes schroeven en /of bouten en /of een of meer (tuin)sierbeelden en /of een fontein (Buddha) en /of een koffer (EHBO), in elk geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan Intratuin (Beverweerdlaan nr. 1), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde ( n ) , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en /of zijn mededader ( s ) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/ hebben verschaft en/of dat / die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming ; (registratienummer 2024 500334) Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1 (primair): poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak feit 2, 3, 4 en 5, telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak 5 De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6 De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7 De overwegingen ten aanzien van straf Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 19 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft gevraagd dat de rechtbank bij de strafoplegging rekening houdt met het feit dat het inmiddels beter gaat met verdachte. Hij is naar [woonplaats] verhuisd om bij zijn kinderen en partner te gaan wonen. Verdachte wil niet meer in de omgeving van Arnhem zijn. Hij heeft spijt van de strafbare feiten die hij daar pleegde en wil deze omgeving, waarin hij ook veel te maken heeft gehad met drugsgebruik, uit de weg gaan. De raadsman heeft betoogd dat de bijzondere voorwaarden, zoals door de reclassering geadviseerd, aangepast nog steeds uitgevoerd kunnen worden in de omgeving van Leeuwarden. De raadsman heeft erop gewezen dat art. 63 Sr van toepassing is. De raadsman heeft de rechtbank gevraagd te volstaan met het opleggen van een taakstraf, gecombineerd met een forse voorwaardelijke gevangenisstraf. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zich in een periode van een aantal dagen samen met steeds de zelfde twee medeverdachten schuldig gemaakt aan het plegen van meerdere inbraken en een poging daartoe bij verschillende tuincentra. Verdachte heeft daarmee blijk gegeven geen respect te hebben voor het eigendom van anderen en de getroffen ondernemingen steeds overlast, extra werk en schade toegebracht. Dergelijke feiten veroorzaken bovendien gevoelens van onveiligheid in de samenleving en met name bij de benadeelden en hun werknemers. Uit het uittreksel uit het justitiële documentatieregister van 14 april 2026 van verdachte blijkt dat hij in de afgelopen jaren eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten. In het reclasseringsadvies d.d. 4 september 2025 van Leger des Heils Jeugdbescherming en reclassering benoemt de reclassering de verslaving van verdachte als grootste delictgerelateerde factor, aangezien verdachte geld nodig heeft om zijn verslaving te kunnen bekostigen. Daarnaast vormt het sociale netwerk van verdachte een belangrijke delictgerelateerde factor.
Volledig
3 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 (primair), en feit 2 tot en met 5 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: feit 1 (primair) hij op of omstreeks 27 oktober 2024 te Elst, gemeente Overbetuwe tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en /of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om geld en/of goederen, in elk geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan Intratuin (Nieuwe Aamsestraat nr. 94), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde ( n ) , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming , heeft / hebben verdachte en /of zijn mededader ( s ) aldaar een hek(werk) open- en /of doorgeknipt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; feit 2 hij op of omstreeks 27 oktober 2024 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een bistroset en /of een of meer sierbeelden en /of ornamenten en /of twee buitenstoelen en /of een (bijbehorende) tafel en /of (houten) sierverlichting en /of een of meer (rieten) manden en /of (bamboe) sierhangers en /of (houten) tuinafzetting rollen en /of een (plastic) kuip en /of een printer- / kopieermachine en /of een vuurkorf (met schoorsteen) en /of 3-4, althans een of meer dozen oppotten tafel / plantenbak, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/ die geheel of ten dele aan Intratuin (Beverweerdlaan nr. 1), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en /of zijn mededader ( s ) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/ hebben verschaft en/of dat / die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming ; ( registratienummer 2024 505777) feit 3 hij op of omstreeks 22 oktober 2024 te Lienden, gemeente Buren tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, 44, althans een of meer flessen butaangas en /of drie , althans een of meer kruiwagens en /of drie , althans een of meer vogelhuisjes, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/ die geheel of ten dele aan Welkoop (Adelsweg nr. 4), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde ( n ) , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en /of zijn mededader ( s ) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/ hebben verschaft en/of dat / die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebrach t door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming ; (registratienummer 2024 496485) feit 4 hij op of omstreeks 23 oktober 2024 te Wageningen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer kruiwagens en/of een of meer planten en/of een of meer gasflessen, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/ die geheel of ten dele aan Welkoop (Rijnhaven nr. 14), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde ( n ) , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en /of zijn mededader ( s ) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/ hebben verschaft en/of dat / die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming ; (registratienummer 2024 498982) feit 5 hij op of omstreeks 24 oktober 2024 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, twee computers en /of een accuboormachine en /of een of meer doosjes schroeven en /of bouten en /of een of meer (tuin)sierbeelden en /of een fontein (Buddha) en /of een koffer (EHBO), in elk geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan Intratuin (Beverweerdlaan nr. 1), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde ( n ) , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en /of zijn mededader ( s ) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/ hebben verschaft en/of dat / die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming ; (registratienummer 2024 500334) Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1 (primair): poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak feit 2, 3, 4 en 5, telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak 5 De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6 De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7 De overwegingen ten aanzien van straf Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 19 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft gevraagd dat de rechtbank bij de strafoplegging rekening houdt met het feit dat het inmiddels beter gaat met verdachte. Hij is naar [woonplaats] verhuisd om bij zijn kinderen en partner te gaan wonen. Verdachte wil niet meer in de omgeving van Arnhem zijn. Hij heeft spijt van de strafbare feiten die hij daar pleegde en wil deze omgeving, waarin hij ook veel te maken heeft gehad met drugsgebruik, uit de weg gaan. De raadsman heeft betoogd dat de bijzondere voorwaarden, zoals door de reclassering geadviseerd, aangepast nog steeds uitgevoerd kunnen worden in de omgeving van Leeuwarden. De raadsman heeft erop gewezen dat art. 63 Sr van toepassing is. De raadsman heeft de rechtbank gevraagd te volstaan met het opleggen van een taakstraf, gecombineerd met een forse voorwaardelijke gevangenisstraf. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zich in een periode van een aantal dagen samen met steeds de zelfde twee medeverdachten schuldig gemaakt aan het plegen van meerdere inbraken en een poging daartoe bij verschillende tuincentra. Verdachte heeft daarmee blijk gegeven geen respect te hebben voor het eigendom van anderen en de getroffen ondernemingen steeds overlast, extra werk en schade toegebracht. Dergelijke feiten veroorzaken bovendien gevoelens van onveiligheid in de samenleving en met name bij de benadeelden en hun werknemers. Uit het uittreksel uit het justitiële documentatieregister van 14 april 2026 van verdachte blijkt dat hij in de afgelopen jaren eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten. In het reclasseringsadvies d.d. 4 september 2025 van Leger des Heils Jeugdbescherming en reclassering benoemt de reclassering de verslaving van verdachte als grootste delictgerelateerde factor, aangezien verdachte geld nodig heeft om zijn verslaving te kunnen bekostigen. Daarnaast vormt het sociale netwerk van verdachte een belangrijke delictgerelateerde factor.
Volledig
Verdachte verkeerde voor zijn opname in verslavingskliniek [kliniek] in het gebruikerscircuit. De reclassering heeft geen goed zicht op het huidige psychosociale functioneren van verdachte. Zelf geeft hij aan vroeger te zijn gediagnosticeerd met borderline persoonlijkheidsstoornis en posttraumatisch stresssyndroom. Hoewel verdachte eerder bij de reclassering heeft aangegeven gemotiveerd te zijn om clean te worden, wil de reclassering dit graag middels een toezicht met bijzondere voorwaarden bestendigen. Het vertrek van verdachte bij verslavingskliniek [kliniek] heeft er bij de reclassering voor gezorgd dat het plan van aanpak op losse schroeven is komen te staan. De reclassering twijfelt sterk aan de motivatie van verdachte om clean te worden en mee te werken met de hulpverlening en het opgestelde plan van aanpak. De reclassering schat het risico op recidive in als hoog. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij reclassering, een ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname), een drugsverbod, het hebben van dagbesteding, het meewerken aan schuldhulpverlening en het krijgen van ambulante begeleiding. De rechtbank neemt dit advies in zoverre over dat zij een voorwaardelijk strafdeel zal opleggen met de geadviseerde bijzondere voorwaarden, nu zij het in het belang van verdachte, zijn gezin en de maatschappij acht dat verdachte nogmaals de kans krijgt om zijn verslavingsproblematiek aan te pakken. In de LOVS-oriëntatiepunten wordt er voor één bedrijfsinbraak, waarbij er sprake is van recidive, een gevangenisstraf vermeld voor de duur van 10 weken. In dit geval gaat het om 4 inbraken en een poging daartoe. Strafverzwarend is hier nog dat verdachte steeds in groepsverband opereerde en dat het steeds gaat om een aanzienlijke buit en/of schade. Gelet op enerzijds de ernst van de feiten en anderzijds het belang van maatregelen om het herhalingsgevaar te beperken Alles overwegende acht de rechtbank al met al een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren passend en geboden. Aan het voorwaardelijke strafdeel worden de bijzondere voorwaarden uit het reclasseringsadvies van 4 september 2025 verbonden. De rechtbank merkt daarbij op dat de bijzondere voorwaarden toelaten dat de reclassering instellingen en hulpverleningsinstanties aanwijst die in de nieuwe woonplaats van verdachte hulpverlening kunnen uitvoeren. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. 8 De beoordeling van de civiele vorderingen De benadeelde partij Intratuin Elst heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 2.007,88 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. De benadeelde partij Intratuin Arnhem heeft in verband met feit 2 en 5 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 10.571,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. De benadeelde partij Agruniek Rijnvallei Winkels BV (Welkoop) heeft in verband met feit 4 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.540,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Door de benadeelde partijen is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en hoofdelijke toewijzing verzocht. Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen Intratuin Arnhem en Intratuin Elst kunnen worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de schadepost ‘Schade hekwerk’ van de vordering van de benadeelde partij Agruniek Rijnvallei Winkels BV (Welkoop) heeft de officier van justitie gesteld dat deze post kan worden toegewezen tot een hoogte van € 408,-. De schadepost ‘diefstal’ kan volledig worden toegewezen, aldus de officier van justitie. Beide schadeposten kunnen worden toegewezen met toekenning van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie heeft gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen hoofdelijk dienen te worden toegewezen. De raadsman heeft primair betoogd dat de volmachten voor de Intratuin Arnhem en de Intratuin Elst zijn opgemaakt nadat de vorderingen zijn ingediend. Volgens de raadsman zijn de vorderingen daarom niet bevoegd ingediend, wat moet leiden tot niet-ontvankelijkheid. Ten aanzien van de vordering van de Intratuin Elst heeft de raadsman subsidiair betoogd dat uit de offerte naar voren lijkt te komen dat het herstel van de beukenhaag heeft plaatsgevonden door een aan de Intratuin gelieerd bedrijf. Ten aanzien van alle schadeposten van deze vordering heeft de raadsman betoogd dat deze onvoldoende gespecificeerd en onderbouwd zijn. De benadeelde partij Intratuin Elst dient daarom niet-ontvankelijk in de vordering te worden verklaard. Ten aanzien van de vordering van de Intratuin Arnhem heeft de raadsman subsidiair betoogd dat uit de onderbouwing van de schadepost ‘Gestolen goederen op 24 okt 24 en niet teruggevonden’ geen rechtstreeks verband blijkt tussen de genoemde goederen en het dossier. De gevorderde schade van schadepost ‘Gestolen op 27-10-2024, beschadigde goederen’ volgt volgens de raadsman niet uit het dossier. Ook is niet gebleken dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen het bewezenverklaarde onder feit 5 en de gevorderde schade. De raadsman heeft ten slotte betoogd dat de schadeposten ‘besteedde uren’ en ‘schade hekwerk’ onvoldoende onderbouwd zijn. De vordering van benadeelde partij Intratuin Arnhem moet op grond van het voorgaande niet-ontvankelijk worden verklaard, dan wel worden afgewezen. Over de vordering van de benadeelde partij Agruniek Rijnvallei Winkels BV heeft de raadsman primair betoogd dat deze gelet op de bepleite vrijspraak niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat de schadepost ‘Diefstal’ onvoldoende onderbouwd is, waardoor voor deze schadepost niet-ontvankelijkheid dient te volgen. De raadsman heeft ten slotte betoogd dat er uitgegaan dient te worden van de bedragen ex btw, nu de benadeelde partijen rechtspersonen zijn die btw kunnen verrekenen. Overweging van de rechtbank Algemene overweging ten aanzien van de volmachten Door ieder van de benadeelde partijen is een volmacht en/of een uittreksel van het Handelsregister aangeleverd. Daaruit blijkt, zoals ook verder niet is weersproken, dat de indieners van de vordering de benadeelde rechtspersonen bevoegd vertegenwoordigden. Dat de volmachten en uittreksels pas zijn aangeleverd nadat de formulieren waarin de schadevergoeding werd gevorderd, zijn ingediend, doet daaraan niet af, nu eventuele gebreken in (de onderbouwing van) de vertegenwoordingsbevoegdheid nog ter terechtzitting kunnen worden hersteld (Hoge Raad 17 december 2019 ECLI:NL:HR:2019:1963; ECLI:NL:PHR:2019:813). Benadeelde partij Intratuin Elst Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij Intratuin Elst als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden, bestaande uit schade aan de haag en het hekwerk. De schadepost ‘vervangen beukenhaag’ is voldoende onderbouwd en komt de rechtbank redelijk voor. De offerte voor het vervangen van de haag, die ter onderbouwing van deze schadepost is aangeleverd, is afkomstig van Uwtuin.nl Hoveniers. Hoewel het Intratuin logo op deze offerte is vermeld, betekent dit niet de schade door de benadeelde partij zelf is hersteld noch dat daarin geen reëel bedrag van de schade, te weten de herstelkosten, is genoemd. De rechtbank zal deze schadepost ex btw toewijzen (€ 173,55).
Volledig
Verdachte verkeerde voor zijn opname in verslavingskliniek [kliniek] in het gebruikerscircuit. De reclassering heeft geen goed zicht op het huidige psychosociale functioneren van verdachte. Zelf geeft hij aan vroeger te zijn gediagnosticeerd met borderline persoonlijkheidsstoornis en posttraumatisch stresssyndroom. Hoewel verdachte eerder bij de reclassering heeft aangegeven gemotiveerd te zijn om clean te worden, wil de reclassering dit graag middels een toezicht met bijzondere voorwaarden bestendigen. Het vertrek van verdachte bij verslavingskliniek [kliniek] heeft er bij de reclassering voor gezorgd dat het plan van aanpak op losse schroeven is komen te staan. De reclassering twijfelt sterk aan de motivatie van verdachte om clean te worden en mee te werken met de hulpverlening en het opgestelde plan van aanpak. De reclassering schat het risico op recidive in als hoog. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij reclassering, een ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname), een drugsverbod, het hebben van dagbesteding, het meewerken aan schuldhulpverlening en het krijgen van ambulante begeleiding. De rechtbank neemt dit advies in zoverre over dat zij een voorwaardelijk strafdeel zal opleggen met de geadviseerde bijzondere voorwaarden, nu zij het in het belang van verdachte, zijn gezin en de maatschappij acht dat verdachte nogmaals de kans krijgt om zijn verslavingsproblematiek aan te pakken. In de LOVS-oriëntatiepunten wordt er voor één bedrijfsinbraak, waarbij er sprake is van recidive, een gevangenisstraf vermeld voor de duur van 10 weken. In dit geval gaat het om 4 inbraken en een poging daartoe. Strafverzwarend is hier nog dat verdachte steeds in groepsverband opereerde en dat het steeds gaat om een aanzienlijke buit en/of schade. Gelet op enerzijds de ernst van de feiten en anderzijds het belang van maatregelen om het herhalingsgevaar te beperken Alles overwegende acht de rechtbank al met al een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren passend en geboden. Aan het voorwaardelijke strafdeel worden de bijzondere voorwaarden uit het reclasseringsadvies van 4 september 2025 verbonden. De rechtbank merkt daarbij op dat de bijzondere voorwaarden toelaten dat de reclassering instellingen en hulpverleningsinstanties aanwijst die in de nieuwe woonplaats van verdachte hulpverlening kunnen uitvoeren. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. 8 De beoordeling van de civiele vorderingen De benadeelde partij Intratuin Elst heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 2.007,88 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. De benadeelde partij Intratuin Arnhem heeft in verband met feit 2 en 5 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 10.571,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. De benadeelde partij Agruniek Rijnvallei Winkels BV (Welkoop) heeft in verband met feit 4 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.540,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Door de benadeelde partijen is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en hoofdelijke toewijzing verzocht. Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen Intratuin Arnhem en Intratuin Elst kunnen worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de schadepost ‘Schade hekwerk’ van de vordering van de benadeelde partij Agruniek Rijnvallei Winkels BV (Welkoop) heeft de officier van justitie gesteld dat deze post kan worden toegewezen tot een hoogte van € 408,-. De schadepost ‘diefstal’ kan volledig worden toegewezen, aldus de officier van justitie. Beide schadeposten kunnen worden toegewezen met toekenning van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie heeft gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen hoofdelijk dienen te worden toegewezen. De raadsman heeft primair betoogd dat de volmachten voor de Intratuin Arnhem en de Intratuin Elst zijn opgemaakt nadat de vorderingen zijn ingediend. Volgens de raadsman zijn de vorderingen daarom niet bevoegd ingediend, wat moet leiden tot niet-ontvankelijkheid. Ten aanzien van de vordering van de Intratuin Elst heeft de raadsman subsidiair betoogd dat uit de offerte naar voren lijkt te komen dat het herstel van de beukenhaag heeft plaatsgevonden door een aan de Intratuin gelieerd bedrijf. Ten aanzien van alle schadeposten van deze vordering heeft de raadsman betoogd dat deze onvoldoende gespecificeerd en onderbouwd zijn. De benadeelde partij Intratuin Elst dient daarom niet-ontvankelijk in de vordering te worden verklaard. Ten aanzien van de vordering van de Intratuin Arnhem heeft de raadsman subsidiair betoogd dat uit de onderbouwing van de schadepost ‘Gestolen goederen op 24 okt 24 en niet teruggevonden’ geen rechtstreeks verband blijkt tussen de genoemde goederen en het dossier. De gevorderde schade van schadepost ‘Gestolen op 27-10-2024, beschadigde goederen’ volgt volgens de raadsman niet uit het dossier. Ook is niet gebleken dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen het bewezenverklaarde onder feit 5 en de gevorderde schade. De raadsman heeft ten slotte betoogd dat de schadeposten ‘besteedde uren’ en ‘schade hekwerk’ onvoldoende onderbouwd zijn. De vordering van benadeelde partij Intratuin Arnhem moet op grond van het voorgaande niet-ontvankelijk worden verklaard, dan wel worden afgewezen. Over de vordering van de benadeelde partij Agruniek Rijnvallei Winkels BV heeft de raadsman primair betoogd dat deze gelet op de bepleite vrijspraak niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat de schadepost ‘Diefstal’ onvoldoende onderbouwd is, waardoor voor deze schadepost niet-ontvankelijkheid dient te volgen. De raadsman heeft ten slotte betoogd dat er uitgegaan dient te worden van de bedragen ex btw, nu de benadeelde partijen rechtspersonen zijn die btw kunnen verrekenen. Overweging van de rechtbank Algemene overweging ten aanzien van de volmachten Door ieder van de benadeelde partijen is een volmacht en/of een uittreksel van het Handelsregister aangeleverd. Daaruit blijkt, zoals ook verder niet is weersproken, dat de indieners van de vordering de benadeelde rechtspersonen bevoegd vertegenwoordigden. Dat de volmachten en uittreksels pas zijn aangeleverd nadat de formulieren waarin de schadevergoeding werd gevorderd, zijn ingediend, doet daaraan niet af, nu eventuele gebreken in (de onderbouwing van) de vertegenwoordingsbevoegdheid nog ter terechtzitting kunnen worden hersteld (Hoge Raad 17 december 2019 ECLI:NL:HR:2019:1963; ECLI:NL:PHR:2019:813). Benadeelde partij Intratuin Elst Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij Intratuin Elst als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden, bestaande uit schade aan de haag en het hekwerk. De schadepost ‘vervangen beukenhaag’ is voldoende onderbouwd en komt de rechtbank redelijk voor. De offerte voor het vervangen van de haag, die ter onderbouwing van deze schadepost is aangeleverd, is afkomstig van Uwtuin.nl Hoveniers. Hoewel het Intratuin logo op deze offerte is vermeld, betekent dit niet de schade door de benadeelde partij zelf is hersteld noch dat daarin geen reëel bedrag van de schade, te weten de herstelkosten, is genoemd. De rechtbank zal deze schadepost ex btw toewijzen (€ 173,55).
Volledig
Ten aanzien van de schadepost ‘herstelwerkzaamheden hekwerk’ is een offerte overgelegd van BTG Beveiligingsinstallaties van € 1.397,84 exclusief btw, die ziet op “Plaatsen detectiedraad in herkwerk incl levering na eerste inbraak” en op “Herstelwerkzaamheden draad na inbraak poging”. Ten aanzien van de eerst genoemde post ‘na eerste inbraak’ kan zonder nadere onderbouwing – waarvoor hier geen plaats is, nu dat een onevenredige belasting van het strafproces zou opleveren - niet worden vast gesteld dat die ziet op schade die rechtstreeks verband houdt met de onder feit 1 bewezenverklaarde inbraakpoging. Nu het geoffreerde bedrag ziet op beide posten kan dat bedrag ook niet worden overgenomen als de herstelkosten van het hek. Voor de begroting van die post zal de rechtbank daarom gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid en het schadebedrag vaststellen op de helft van dat geoffreerde bedrag, € 698,92 (€ 1.397,84/2). Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Ten aanzien van de post “Plaatsen detectiedraad in hekwerk incl levering na eerste inbraak” is de vordering gelet op het vorenstaande niet-ontvankelijk. De rechtbank zal de vordering ook ten aanzien van de schadepost ‘spandraad’ niet-ontvankelijk verklaren, nu gelet op de datum van de offerte, ook hiervan zonder nadere onderbouwing niet kan worden vastgesteld of er een rechtstreeks verband bestaat tussen de schade en het bewezenverklaarde en nu ook hier geldt dat nadere onderbouwing en zonodig bewijslevering een onevenredige belasting van het strafproces oplevert. De rechtbank is bij toewijzing van de schadebedragen uitgegaan van de herstelkosten ex btw, nu de benadeelde partij een rechtspersoon is die de btw kan verrekenen. De vordering zal daarom tot een totaalbedrag van € 872,47 worden toegewezen. Voor het meerdere is de vordering niet-ontvankelijk. Benadeelde kan dit deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Verdachte is vanaf 27 oktober 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. Benadeelde partij Intratuin Arnhem Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij Intratuin Arnhem als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De schadeposten ‘Gestolen goederen op 24 okt 24 en niet teruggevonden’(€ 4.731,00) ‘besteedde uren medewerkers’ (€ 767,00) en ‘schade hekwerk’ zijn voldoende onderbouwd zijn en komen de rechtbank redelijk voor (€ 2.104,00) . Uit de overgelegde offertes blijkt genoegzaam wat de hoogte van de geleden schade is. Uit de onderbouwing bij de vordering blijkt dat de gevorderde bedragen steeds ex btw zijn gevorderd. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De conclusie is dat de vordering tot een totaalbedrag van € 7.602,00 kan worden toegewezen. Ten aanzien van de schadepost ‘Gestolen op 27-10-2024, beschadigde goederen’ kan zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, niet worden vastgesteld waaruit die schade precies bestaat. Een verdere onderbouwing, standpuntuitwisseling en, zo nodig, bewijslevering op dit punt levert een onevenredige belasting van het strafproces op. De vordering is wat betreft deze schadepost niet-ontvankelijk. Benadeelde kan dit deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Verdachte is vanaf 27 oktober 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. Benadeelde partij Agruniek Rijnvallei Winkels BV (Welkoop) Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank overweegt dat uit de onderbouwing van de schadepost ‘schade hekwerk’ blijkt dat er (slechts) een bedrag van € 337,50 ex btw is betaald voor de herstelwerkzaamheden aan het hek. De rechtbank zal deze schadepost daarom tot een bedrag van € 337,50 toewijzen en voor het meerdere afwijzen. De schadepost ‘Diefstal’ (€ 1040,00) is voldoende onderbouwd en komt redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot een hoogte van € 1.377,50 kan worden toegewezen. Voor het meerdere zal de vordering worden afgewezen. Verdachte is vanaf 23 oktober 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. Hoofdelijke toewijzing De rechtbank overweegt dat verdachte en zijn medeverdachte(n) ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed. Oplegging schadevergoedingsmaatregel De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Immers betreffen de benadeelde partijen kleine rechtspersonen, waarvan niet zonder meer kan worden aangenomen dat zij mogelijkheden hebben tot het incasseren van de vorderingen. Verdachte wordt verplicht de aan de benadeelde partijen toegewezen bedragen aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. 9 De beoordeling van het beslag De rechtbank zal de teruggave van de omsmelter, de grasmaaier en de bosmaaier aan verdachte gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet. 10 De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. 11 De beslissing De rechtbank: spreekt verdachte vrij van het onder feit 6 ten laste gelegde feit; verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden ; bepaalt dat deze een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 5 maanden , niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit; stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; stelt als bijzondere voorwaarden dat: verdachte zich binnen vier kantoordagen na het vonnis meldt bij de reclassering Leger des Heils aan de Van Pallandtstraat 11, 6814 GM Arnhem of zich telefonisch meldt op telefoonnummer 026-4430146. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; verdachte zich laat behandelen door Iriszorg of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt. Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal verdachte zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling.
Volledig
Ten aanzien van de schadepost ‘herstelwerkzaamheden hekwerk’ is een offerte overgelegd van BTG Beveiligingsinstallaties van € 1.397,84 exclusief btw, die ziet op “Plaatsen detectiedraad in herkwerk incl levering na eerste inbraak” en op “Herstelwerkzaamheden draad na inbraak poging”. Ten aanzien van de eerst genoemde post ‘na eerste inbraak’ kan zonder nadere onderbouwing – waarvoor hier geen plaats is, nu dat een onevenredige belasting van het strafproces zou opleveren - niet worden vast gesteld dat die ziet op schade die rechtstreeks verband houdt met de onder feit 1 bewezenverklaarde inbraakpoging. Nu het geoffreerde bedrag ziet op beide posten kan dat bedrag ook niet worden overgenomen als de herstelkosten van het hek. Voor de begroting van die post zal de rechtbank daarom gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid en het schadebedrag vaststellen op de helft van dat geoffreerde bedrag, € 698,92 (€ 1.397,84/2). Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Ten aanzien van de post “Plaatsen detectiedraad in hekwerk incl levering na eerste inbraak” is de vordering gelet op het vorenstaande niet-ontvankelijk. De rechtbank zal de vordering ook ten aanzien van de schadepost ‘spandraad’ niet-ontvankelijk verklaren, nu gelet op de datum van de offerte, ook hiervan zonder nadere onderbouwing niet kan worden vastgesteld of er een rechtstreeks verband bestaat tussen de schade en het bewezenverklaarde en nu ook hier geldt dat nadere onderbouwing en zonodig bewijslevering een onevenredige belasting van het strafproces oplevert. De rechtbank is bij toewijzing van de schadebedragen uitgegaan van de herstelkosten ex btw, nu de benadeelde partij een rechtspersoon is die de btw kan verrekenen. De vordering zal daarom tot een totaalbedrag van € 872,47 worden toegewezen. Voor het meerdere is de vordering niet-ontvankelijk. Benadeelde kan dit deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Verdachte is vanaf 27 oktober 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. Benadeelde partij Intratuin Arnhem Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij Intratuin Arnhem als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De schadeposten ‘Gestolen goederen op 24 okt 24 en niet teruggevonden’(€ 4.731,00) ‘besteedde uren medewerkers’ (€ 767,00) en ‘schade hekwerk’ zijn voldoende onderbouwd zijn en komen de rechtbank redelijk voor (€ 2.104,00) . Uit de overgelegde offertes blijkt genoegzaam wat de hoogte van de geleden schade is. Uit de onderbouwing bij de vordering blijkt dat de gevorderde bedragen steeds ex btw zijn gevorderd. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De conclusie is dat de vordering tot een totaalbedrag van € 7.602,00 kan worden toegewezen. Ten aanzien van de schadepost ‘Gestolen op 27-10-2024, beschadigde goederen’ kan zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, niet worden vastgesteld waaruit die schade precies bestaat. Een verdere onderbouwing, standpuntuitwisseling en, zo nodig, bewijslevering op dit punt levert een onevenredige belasting van het strafproces op. De vordering is wat betreft deze schadepost niet-ontvankelijk. Benadeelde kan dit deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Verdachte is vanaf 27 oktober 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. Benadeelde partij Agruniek Rijnvallei Winkels BV (Welkoop) Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank overweegt dat uit de onderbouwing van de schadepost ‘schade hekwerk’ blijkt dat er (slechts) een bedrag van € 337,50 ex btw is betaald voor de herstelwerkzaamheden aan het hek. De rechtbank zal deze schadepost daarom tot een bedrag van € 337,50 toewijzen en voor het meerdere afwijzen. De schadepost ‘Diefstal’ (€ 1040,00) is voldoende onderbouwd en komt redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot een hoogte van € 1.377,50 kan worden toegewezen. Voor het meerdere zal de vordering worden afgewezen. Verdachte is vanaf 23 oktober 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. Hoofdelijke toewijzing De rechtbank overweegt dat verdachte en zijn medeverdachte(n) ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed. Oplegging schadevergoedingsmaatregel De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Immers betreffen de benadeelde partijen kleine rechtspersonen, waarvan niet zonder meer kan worden aangenomen dat zij mogelijkheden hebben tot het incasseren van de vorderingen. Verdachte wordt verplicht de aan de benadeelde partijen toegewezen bedragen aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. 9 De beoordeling van het beslag De rechtbank zal de teruggave van de omsmelter, de grasmaaier en de bosmaaier aan verdachte gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet. 10 De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. 11 De beslissing De rechtbank: spreekt verdachte vrij van het onder feit 6 ten laste gelegde feit; verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden ; bepaalt dat deze een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 5 maanden , niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit; stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; stelt als bijzondere voorwaarden dat: verdachte zich binnen vier kantoordagen na het vonnis meldt bij de reclassering Leger des Heils aan de Van Pallandtstraat 11, 6814 GM Arnhem of zich telefonisch meldt op telefoonnummer 026-4430146. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; verdachte zich laat behandelen door Iriszorg of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt. Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal verdachte zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling.
Volledig
Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt; verdachte geen drugs gebruikt en meewerkt aan controle op dit verbod indien de reclassering dit nodig acht. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd; verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van dagbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag; verdachte meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden; verdachte ambulante begeleiding krijgt bij praktische zaken van het Leger des Heils of soortgelijke instantie, indien de reclassering dit nodig acht. Hij houdt zich hierbij aan de afspraken van de instantie; geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; beveelt dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt; beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; gelast de teruggave van de omsmelter, de grasmaaier en de bosmaaier aan verdachte; veroordeelt verdachte in verband met feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij Intratuin Elst van € 872,47 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 oktober 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; verklaart de benadeelde partij Intratuin Elst voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade; veroordeelt verdachte in verband met feit 2 en 5 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij Intratuin Arnhem van € 7.602,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 oktober 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; verklaart de benadeelde partij Intratuin Arnhem voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade; veroordeelt verdachte in verband met feit 4 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij Agruniek Rijnvallei Winkels BV (Welkoop) van € 1.377,50 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 oktober 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; wijst de vordering van Agruniek Rijnvallei Winkels BV (Welkoop) voor het meerdere af; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de volgende benadeelde partijen de hier na te noemen bedragen aan materiële schade te betalen. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als het bedrag niet wordt betaald, kan gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; Benadeelde partij Bedrag Datum wettelijke rente Gijzeling 1. Intratuin Elst € 872,47 27 oktober 2024 8 dagen; 2. Intratuin Arnhem € 7.602,00 27 oktober 2024 76 dagen; 3. Agruniek Rijnvallei € 1.377,50 23 oktober 2024 13 dagen; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partijen in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd; bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr. M.A. van Leeuwen en mr. S.H.W. Martens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V. Buscop, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 mei 2026. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 3] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024506617, gesloten op 18 februari 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van aangifte [aangever 3] namens Welkoop Lienden, p. 26-27. Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], p. 113, 119-120. Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 april 2026. Proces-verbaal van aangifte [aangever 4] namens Welkoop Wageningen, p. 29-30. Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], p. 120. Proces-verbaal van bevindingen, p. 55. Proces-verbaal van bevindingen, p. 88.
Volledig
Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt; verdachte geen drugs gebruikt en meewerkt aan controle op dit verbod indien de reclassering dit nodig acht. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd; verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van dagbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag; verdachte meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden; verdachte ambulante begeleiding krijgt bij praktische zaken van het Leger des Heils of soortgelijke instantie, indien de reclassering dit nodig acht. Hij houdt zich hierbij aan de afspraken van de instantie; geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; beveelt dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt; beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; gelast de teruggave van de omsmelter, de grasmaaier en de bosmaaier aan verdachte; veroordeelt verdachte in verband met feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij Intratuin Elst van € 872,47 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 oktober 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; verklaart de benadeelde partij Intratuin Elst voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade; veroordeelt verdachte in verband met feit 2 en 5 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij Intratuin Arnhem van € 7.602,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 oktober 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; verklaart de benadeelde partij Intratuin Arnhem voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade; veroordeelt verdachte in verband met feit 4 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij Agruniek Rijnvallei Winkels BV (Welkoop) van € 1.377,50 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 oktober 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; wijst de vordering van Agruniek Rijnvallei Winkels BV (Welkoop) voor het meerdere af; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de volgende benadeelde partijen de hier na te noemen bedragen aan materiële schade te betalen. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als het bedrag niet wordt betaald, kan gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; Benadeelde partij Bedrag Datum wettelijke rente Gijzeling 1. Intratuin Elst € 872,47 27 oktober 2024 8 dagen; 2. Intratuin Arnhem € 7.602,00 27 oktober 2024 76 dagen; 3. Agruniek Rijnvallei € 1.377,50 23 oktober 2024 13 dagen; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partijen in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd; bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr. M.A. van Leeuwen en mr. S.H.W. Martens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V. Buscop, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 mei 2026. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 3] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024506617, gesloten op 18 februari 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van aangifte [aangever 3] namens Welkoop Lienden, p. 26-27. Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], p. 113, 119-120. Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 april 2026. Proces-verbaal van aangifte [aangever 4] namens Welkoop Wageningen, p. 29-30. Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], p. 120. Proces-verbaal van bevindingen, p. 55. Proces-verbaal van bevindingen, p. 88.