Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-05-06
ECLI:NL:RBGEL:2026:3715
Civiel recht
Bodemzaak
13,839 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3715 text/xml public 2026-05-15T15:01:59 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-05-06 455773 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3715 text/html public 2026-05-15T14:43:12 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3715 Rechtbank Gelderland , 06-05-2026 / 455773 Vordering van VVE tegen eigenaar van appartementsrecht tot ontzegging van het gebruik van het hem toekomende appartementsrecht toegewezen wegens ernstige overlast door die eigenaar en herhaalde overtreding van de regels van het Modelreglement van splitsing, ook na formele waarschuwingen. RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: C/05/455773 / HA ZA 25-339 Vonnis van 6 mei 2026 in de zaak van [naam eisend VVE] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eisende partij, hierna te noemen: de VVE, advocaat: mr. M.J.R. Elbers, tegen [naam gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [de gedaagde] , advocaat: mr. B. van Treijen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 5 november 2025 - het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 3 maart 2026. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Bij akte van splitsing van 20 december 2006 is het appartementengebouw aan de [adres] te [woonplaats] gesplitst in tien appartementsrechten. Bij die akte is de VVE opgericht. 2.2. [de gedaagde] is sinds 28 juni 2023 eigenaar van het appartementsrecht aan de [adres gedaagde] te [woonplaats] . Dit appartementsrecht geeft recht op het uitsluitend gebruik van een appartement in het souterrain van het gebouw en op het gebruik van bepaalde gemeenschappelijke gedeeltes en zaken. [de gedaagde] is van rechtswege lid van de VVE. 2.3. De VVE bestaat uit zeven appartementseigenaren. Eén eigenaar bezit drie appartementsrechten en één eigenaar bezit twee appartementsrechten. De overige vijf eigenaren, waar onder [de gedaagde] , zijn elk eigenaar van ieder één appartementsrecht. Van de tien appartementen zijn er zeven verhuurd. Met uitzondering van [de gedaagde] zijn alle eigenaren lid van het bestuur van de VVE. 2.4. In de akte van splitsing is het reglement van splitsing als bedoeld in artikel 5:111 sub d juncto artikel 5:112 BW vastgesteld, conform het Modelreglement van splitsing in appartementsrechten van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (vastgesteld op 17 januari 2006), met wijzigingen en aanvullingen als in de akte van splitsing vermeld. 2.5. In het Modelreglement is onder meer het volgende bepaald: Artikel 2 1. De eigenaars en de gebruikers moeten zich overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid jegens elkander gedragen. Iedere eigenaar en gebruiker dient voorts de bepalingen van het reglement, het eventuele huishoudelijk reglement, de eventuele regels als bedoeld in artikel 5:128 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek, en overige tussen hen krachtens wet of gewoonte bestaande regels voor zover die op hem betrekking hebben, na te leven. 2. Een eigenaar of gebruiker mag geen onredelijke hinder aan de andere eigenaars en gebruikers toebrengen. Beroepsmatige erotiek is niet toegestaan. Regels ter voorkoming van geluidshinder of andere vormen van hinder kunnen nader bij huishoudelijk reglement worden vastgesteld. 3. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht alle handelingen na te laten waardoor schade kan worden toegebracht aan de belangen van andere eigenaars en gebruikers, hypotheekhouders en andere beperkt gerechtigden of aan de belangen van de vereniging. Hij is verplicht alles te doen wat dienstig kan zijn ter voorkoming van die schade en hij is verplicht voor zover dit redelijk is om maatregelen te dulden die de strekking hebben bedoelde schade te voorkomen, te beperken dan wel op te heffen. (…) Artikel 3 Iedere eigenaar en gebruiker is aansprakelijk voor de door hem aan het gebouw, de grond of de gemeenschappelijke zaken toegebrachte schade en voor onredelijke hinder voor zover deze schade of hinder aan hemzelf, aan zijn huisgenoten of zijn personeel kan worden toegerekend. Hij is verplicht voor zover dit redelijk is maatregelen te nemen of te dulden die de strekking hebben bedoelde schade of hinder te voorkomen of te beperken. Artikel 21 1. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht zich te onthouden van luidruchtigheid, het onnodig verblijf in de gemeenschappelijke gedeelten, voor zover deze niet voor het verblijf voor korte of lange tijd bestemd zijn, en het plaatsen van voertuigen of andere voorwerpen op plaatsen die hiervoor niet zijn bestemd. (…) Artikel 25 (…) 2. Bij huishoudelijk reglement kan het gebruik, het beheer en het onderhoud van de privé gedeelten nader worden geregeld. (…) Artikel 39 1. Aan de eigenaar die zelf het recht van gebruik uitoefent en die: a. de bepalingen van het reglement, het huishoudelijk reglement, de eventuele regels bedoeld in artikel 5:128 van het Burgerlijk Wetboek of besluiten van de vergadering niet nakomt of overtreedt; b. zich schuldig maakt aan onbehoorlijk gedrag jegens andere eigenaars en/of gebruikers; c. door zijn aanwezigheid in het gebouw aanleiding geeft tot ernstige verstoring van de rust in het gebouw; d. zijn financiële verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt; kan door de vergadering een waarschuwing worden gegeven dat, indien hij ondanks deze waarschuwing een of meer van de genoemde gedragingen verricht of voortzet, de vergadering kan overgaan tot de in het volgende lid bedoelde maatregel. 2. Worden een of meer van de in het vorige lid bedoelde gedragingen nogmaals gepleegd of worden deze voortgezet, dan kan de vergadering besluiten tot ontzegging van het gebruik van het privé gedeelte dat aan de eigenaar toekomt alsmede van het gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken. 3. De vergadering besluit niet tot het geven van een waarschuwing of besluit niet tot ontzegging van het gebruik dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de eigenaar. De oproeping geschiedt tegelijkertijd met de bijeenroeping van de vergadering, en wel bij aangetekende brief met vermelding van de gerezen bezwaren. De eigenaar kan zich ter vergadering doen vertegenwoordigen of doen bijstaan door een raadsman. 4. De in dit artikel bedoelde besluiten moeten worden genomen met overeenkomstige toepassing van artikel 52 vijfde en zesde lid. 5. De in dit artikel bedoelde besluiten worden door het bestuur bij aangetekende brief ter kennis van de belanghebbende en van de op zijn appartementsrecht ingeschreven hypotheekhouders gebracht. De besluiten zullen de gronden vermelden die tot de maatregel hebben geleid. 6. Een besluit tot ontzegging van het hierboven bedoelde gebruik zal niet eerder ten uitvoer mogen worden gelegd dan na verloop van een maand na verzending van de kennisgeving als in het vijfde lid bedoeld. Beroep op de rechter ingevolge artikel 5:130 van het Burgerlijk Wetboek schorst de tenuitvoerlegging van het genomen besluit, tenzij de rechter anders bepaalt. (…) Artikel 41 1. Bij overtreding of niet-nakoming van een der bepalingen van de wet, van het reglement, van het huishoudelijk reglement of van een besluit van de vergadering door een eigenaar of door een gebruiker, zal het bestuur de betrokkene een schriftelijke waarschuwing doen toekomen per aangetekende brief en hem wijzen op de overtreding of niet-nakoming. 2. Indien de betrokkene binnen een maand geen gevolg geeft aan de waarschuwing kan het bestuur hem een eenmalige of dagboete opleggen van ten hoogste een bedrag dat door de vergadering voor zodanige overtredingen of niet-nakoming is bepaald voor elke overtreding of niet-nakoming, onverminderd de gehoudenheid van de betrokkene tot schadevergoeding, zo daartoe termen aanwezig zijn, en onverminderd de andere maatregelen, welke de vergadering kan nemen krachtens de wet of het reglement. 3. De te verbeuren boeten komen ten bate van de vereniging. 4. Indien het bedrag van de boete niet tijdig wordt voldaan is artikel 13 eerste lid van toepassing. 5.
Volledig
Voor de toepassing van dit artikel wordt een ondereigenaar gelijkgesteld aan een eigenaar. 2.6. Vanaf september 2023 zijn er problemen ontstaan tussen [de gedaagde] en de overige bewoners van het appartementengebouw. De overige bewoners ondervinden overlast door gedrag van [de gedaagde] . 2.7. De VVE heeft klachten van bewoners over [de gedaagde] ontvangen en heeft [de gedaagde] herhaaldelijk aangesproken op zijn gedrag en hem gevraagd zich aan de regels te houden en de andere bewoners en bezoekers met rust te laten. De VVE heeft [de gedaagde] meerdere malen verzocht om, onder meer, af te zien van zijn eigengereide acties en van het onheus bejegenen van andere bewoners en bezoekers, de regels van de splitsingsakte en de reglementen te respecteren, e-mailcontact en WhatsApp contact te beperken tot spoedeisende zaken, geen huisvredebreuk te plegen en geen bezittingen van anderen te vervreemden. Ook heeft de VVE hem meerdere keren uitleg gegeven over het functioneren van de VVE, de status van het Modelreglement, de splitsingsakte en het Huishoudelijk Reglement, en uitgelegd welke eigenaren toegang hebben tot welke gedeelten van het pand. De reacties van [de gedaagde] hierop waren onsamenhangend en beledigend. 2.8. De VVE heeft [de gedaagde] in de periode van 26 januari 2024 tot en met 10 september 2024 herhaaldelijk brieven gestuurd waarin hij wordt gewezen op de problemen die hij veroorzaakt bij de andere bewoners en bezoekers, waarin hem waarschuwingen zijn gegeven en hem is verzocht de geldende regels te respecteren 2.9. [de gedaagde] is uitgenodigd voor de Algemene Ledenvergadering (ALV) van de VVE op 13 mei 2024. [de gedaagde] heeft daarop gereageerd dat hij de uitnodiging als wc papier zal gebruiken. De VVE heeft hem vervolgens gewezen op het belang om de vergadering bij te wonen en ook dat hij zich mocht laten vergezellen van of laten vertegenwoordigen door een al dan niet juridisch geschoold persoon. [de gedaagde] is niet bij de vergadering aanwezig geweest. 2.10. De ALV heeft op 13 mei 2024 besloten om aan [de gedaagde] een formele waarschuwing te geven zoals vermeld in artikel 39 lid 1 van het Modelreglement. 2.11. Bij brief van 21 mei 2024 heeft de VVE [de gedaagde] aangeschreven over onder meer geconstateerde overtredingen van de regels uit de splitsingsakte, het Modelreglement en het Huishoudelijk Reglement, bedreigingen jegens een andere appartementseigenaar en aantasting van het woongenot van de andere bewoners. Ook is [de gedaagde] erop gewezen dat hij zijn financiële verplichtingen jegens de VVE niet op tijd nakomt. [de gedaagde] is erop gewezen dat zijn gedrag, boosheid en agressie de andere bewoners verontrust en angstig maakt. In deze brief is aan [de gedaagde] meegedeeld dat de ALV op 13 mei 2024 heeft besloten om hem een formele waarschuwing te geven zoals vermeld in artikel 39 lid 1 van het Modelreglement. Deze waarschuwing bestaat uit tien onderdelen. Onderdeel 6 ziet op het uiten van beledigingen jegens andere eigenaren. Onderdeel 7 ziet op het versturen van ongevraagde e-mails en WhatsApp berichten voor zover het niet gaat om een inhoudelijke reactie op door [de gedaagde] ontvangen e-mails en WhatsApp berichten en spoedeisende zaken aangaande de VVE. Onderdeel 8 ziet op het ondernemen van controlerende, intimiderende of bemoeizuchtige acties aangaande andere bewoners en bezoekers, controle van de gemeenschappelijke ruimtes, bedreigingen, ongevraagd cadeaus geven en camera’s in de gemeenschappelijke binnen- en buitenruimtes. Onderdeel 10 ziet op het doen van aankopen en ondernemen van zelfstandige acties waarvoor overleg en/of toestemming van de VVE nodig is. In deze brief is aangekondigd dat in het geval de genoemde problemen zullen voortduren, het bestuur aan de ALV zal vragen om te besluiten [de gedaagde] het gebruik van het appartementsrecht te ontzeggen op grond van artikel 39 lid 2 van het Modelreglement. Deze brief is tevens aan de hypotheekhouder van [de gedaagde] gestuurd. 2.12. Bij brief van 27 juni 2024 heeft de VVE aan [de gedaagde] meegedeeld dat zij heeft moeten constateren dat de waarschuwing in de brief van 21 mei 2024 geen enkel effect heeft gehad en dat hij is doorgegaan met zijn hinderlijke gedrag. Daarom wordt hem een tweede waarschuwing gegeven en wordt aangekondigd dat bij voortdurende overtreding van het Modelreglement of het Huishoudelijk Reglement zal worden overgegaan tot het opleggen van een boete aan hem. 2.13. Bij brief van 7 juli 2024 heeft de VVE [de gedaagde] een derde waarschuwing gegeven. Bij brief van eveneens 7 juli 2024 heeft de VVE [de gedaagde] een boete opgelegd voor het herhaaldelijk overtreden van de regels van het Huishoudelijk Reglement artikel 3.8.1 tot en met 3.8.3 en het overtreden van waarschuwing 6, 7, 8 en 10 uit de brief van de VVE van 21 mei 2024. Een bedrag van € 300,00 (4 x € 75,00) moet binnen 14 dagen na dagtekening van deze brief worden betaald. [de gedaagde] heeft de boete niet betaald. 2.14. [de gedaagde] is uitgenodigd voor de ALV van 17 oktober 2024, waarbij hij is geïnformeerd over het voornemen om hem een officiële waarschuwing op te leggen en wat dat inhoudt. [de gedaagde] is daar niet verschenen 2.15. Op de ALV van 17 oktober 2024 is besloten om [de gedaagde] voor de tweede maal een officiële waarschuwing te geven zoals vermeld in artikel 39 lid 1 onderdeel 1 Modelreglement. 2.16. Bij aangetekende brief van 27 oktober 2024 is de waarschuwing aan [de gedaagde] en aan de hypotheekhouder medegedeeld. In deze brief wordt voorts een opsomming gegeven van overtredingen van de geldende regels door [de gedaagde] die dateren van na de vorige waarschuwing. Het betreft onder meer het lastigvallen van de bewoners door hen vele e-mails te sturen, het beschadigen van deuren, sloten en fietsen, het vervreemden van gemeenschappelijke goederen, mondelinge en fysieke agressie, laster en pestgedrag, het zelfstandig en zonder toestemming van de ledenvergadering contact opnemen met bedrijven over aanpassing van de meterkast en meetsystemen, het aanvragen van een energiemeter en het aanvragen van offertes voor onder andere zonnepanelen en rolluiken, het geven van opdracht aan een architect om een kozijn aan de voorzijde te vervangen, het geven van opdracht aan Liander om een aanpassing te doen in de centrale meterkast, het dichtplakken van een deur en het dichtsmeren van een slot van een appartement, het zich onnodig en stelselmatig bevinden in gemeenschappelijke ruimten en op het dakterras en het leeghalen van de centrale brievenbus terwijl die taak is toebedeeld aan een andere bewoner. 2.17. Op 18 december 2024 heeft [de gedaagde] het plafond in de gemeenschappelijke hal op de tweede verdieping beschadigd. 2.18. Bij brief van 19 december 2024 heeft de VVE aan [de gedaagde] in verband met de beschadiging van het plafond en het overtreden van artikel 22 lid 3 van het Modelreglement en op grond van artikel 3.8.3 van het Huishoudelijk Reglement een boete van € 100,00 opgelegd. [de gedaagde] heeft de boete niet betaald. 2.19. [de gedaagde] is uitgenodigd voor de ALV van 9 januari 2025. Hierbij is meegedeeld dat een besluit zou worden genomen over het ontzeggen van het gebruik door [de gedaagde] van zijn privégedeelte en de gemeenschappelijke gedeeltes en zaken. Hij is daar niet verschenen. 2.20. Op 9 januari 2025 heeft de ALV besloten om [de gedaagde] de toegang tot zijn woning en het gebruik van gemeenschappelijke gedeelten en gemeenschappelijke zaken te ontzeggen. 2.21.
Volledig
Op de ALV van 9 januari 2025 is tevens besloten en in de opgemaakte notulen vastgelegd dat het bestuur van de VVE wordt gemachtigd om namens de VVE een of meer (spoed)procedures te starten jegens [de gedaagde] , waaronder nadrukkelijk doch niet uitsluitend begrepen de procedure(s) die nodig zijn om de ontzeggingsprocedure van artikel 39 te kunnen (laten) uitvoeren, wegens overtreding en niet-nakoming van de bepalingen in de splitsingsakte en het huishoudelijk reglement wegens onder andere het veroorzaken van (ernstige) onredelijke hinder, onbehoorlijk gedrag jegens andere eigenaars, gebruikers en bezoekers, het ernstig verstoren van de rust in het gebouw, het veroorzaken van schade aan het gebouw alsmede aan de belangen van de overige eigenaars en gebruikers en het niet nakomen van zijn financiële verplichtingen jegens de VVE, alles in de ruimste zin van het woord, en in dat kader om namens de VVE in rechte te verschijnen, ter zake verweer te voeren en tenslotte al dan gene te doen wat rechtens noodzakelijk is, waaronder het verstrekken van inlichtingen, het beproeven en zo nodig tot stand brengen van een minnelijke regeling en het instellen van hoger beroep. 2.22. Bij aangetekende brief van 22 januari 2025 van de VVE aan [de gedaagde] is het besluit van 9 januari 2025 aan hem meegedeeld en zijn de gronden waarop het besluit tot ontzegging is gebaseerd vermeld. Het besluit tot ontzegging is tevens aan de hypotheekhouder gestuurd. 2.23. Bij brief van de advocaat van de VVE van 6 mei 2025 is [de gedaagde] gesommeerd om per direct geen gebruik meer te maken van zijn appartement en de gemeenschappelijke gedeelten van het gebouw en om een bedrag van € 6.846,11 te betalen. Dit bedrag ziet op schadevergoeding wegens door [de gedaagde] aan gemeenschappelijke gedeelten en zaken toegebrachte schade, een betalingsachterstand in de bijdrage aan de VVE en verbeurde boetes. 2.24. Bij brief van 18 juni 2025 van de advocaat van de VVE aan [de gedaagde] is hem, gelet op het ontzeggingsbesluit van 9 januari 2025, nogmaals meegedeeld dat hij per direct geen toegang meer heeft tot zijn appartement en de overige gemeenschappelijke gedeelten van het gebouw en wordt [de gedaagde] gesommeerd per direct geen gebruik meer te maken van zijn appartementsrecht en de overige gedeelten van het gebouw. In deze brief wordt [de gedaagde] verder gesommeerd een bedrag van € 5.512,10 te betalen wegens door hem veroorzaakte schade in het gebouw en verbeurde boetes. 2.25. [de gedaagde] heeft aan de advocaat van de VVE telefonisch te kennen gegeven niet te zullen vertrekken. 2.26. Na ontvangst van de dagvaarding heeft [de gedaagde] bij brief van 2 september 2025 aan de andere bewoners voorgesteld om afspraken te maken, omdat hij in zijn eigen appartement wil blijven wonen. Hij schrijft bereid te zijn om niet meer de gezamenlijke ruimtes te betreden, zelf geen contact meer te zullen zoeken en iedereen uit de weg te zullen gaan. Hij zal zich niet meer bemoeien met de taken en verantwoordelijkheden van de VVE en stoppen met het versturen van e-mails en WhatsApp berichten over het onderhoud van het pand. De VVE heeft laten weten niet op het voorstel in te gaan. 2.27. Bij brief van 12 januari 2026 heeft de VVE aan [de gedaagde] een boete opgelegd van € 100,00 wegens het op 11 september 2025 toebrengen van schade aan het plafond van de bovenste verdieping van het gebouw. 2.28. Door verschillende appartementseigenaren is bij de politie aangifte gedaan tegen [de gedaagde] : op 4 april 2024 van bedreiging met de dood, op 29 april 2024 van belediging, op 16 september 2024 van stalking over de periode van 23 oktober 2023 tot 16 september 2024, op 17 oktober 2024 van smaad, stalking en belediging over de periode van 1 september 2023 tot 17 oktober 2024, op 16 december 2024 van vernieling van de gezamenlijke brievenbus, op 18 december 2024 van vernieling van het plafond in de gezamenlijke hal en op 16 augustus 2025 van vernieling van een deur. 2.29. [de gedaagde] heeft een grote hoeveelheid e-mails gezonden aan de VVE en de bewoners over verschillende onderwerpen (in de periode van 15 november 2023 tot en met 6 maart 2025 al ruim 1.200). Ook stuurt hij veelvuldig e-mails met foto’s over aangelegenheden die de VVE betreffen aan verschillende publieke instanties. 3 Het geschil 3.1. De VVE vordert, na wijziging van eis, om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut en alle dagen en uren; primair: [de gedaagde] (bedoeld zal zijn:) met ingang van 14 dagen na betekening van het vonnis het gebruik van het hem in eigendom toebehorende appartementsrecht aan de [adres gedaagde] te [woonplaats] , kadastraal bekend [kadasterkenmerk] alsmede van de gemeenschappelijke gedeelten, zaken en rechten betreffende het gesplitste gebouw aan de [adres] te [woonplaats] te ontzeggen, een en ander met machtiging van de VVE om die ontzegging zo nodig zelf te doen uitvoeren, desnoods met behulp van de sterke arm van justitie en politie en op kosten van [de gedaagde] , subsidiair: hem te veroordelen zich (bedoeld zal zijn:) met ingang van 14 dagen na betekening van het vonnis van elke hinder en overlast, als in het splitsingsreglement en het huishoudelijk reglement bedoeld, te onthouden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000 voor iedere dag of dagdeel dat hij aan deze veroordeling geen gevolg geeft, en [de gedaagde] te veroordelen tot betaling van (i) een bedrag van € 3.227,10 voor herstel van de door hem veroorzaakte schade aan de gemeenschappelijke plafonds, deuren en de brievenbus, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding, en (ii) een bedrag van € 500,00 aan boetes, eveneens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding, met veroordeling van [de gedaagde] in de kosten van de procedure. 3.2. [de gedaagde] voert verweer. [de gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de VVE, met veroordeling van de VVE in de kosten van deze procedure. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Juridische grondslag voor de ontzegging 4.1. Hiervoor bij de feiten is onder 2.5 weergegeven dat in artikel 39 van het splitsingsreglement is bepaald dat de vergadering ten aanzien van de eigenaar van een appartementsrecht die het recht zelf uitoefent, kan besluiten tot ontzegging van het gebruik van het privé gedeelte dat aan de eigenaar toekomt, alsmede van het gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken. Dat kan onder meer als de bepalingen van het reglement, het huishoudelijk reglement, de eventuele regels bedoeld in artikel 5:128 van het Burgerlijk Wetboek of besluiten van de vergadering niet worden nagekomen of worden overtreden, als die eigenaar zich schuldig maakt aan onbehoorlijk gedrag jegens andere eigenaars en/of gebruikers of door zijn aanwezigheid in het gebouw aanleiding geeft tot ernstige verstoring van de rust in het gebouw of zijn financiële verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt, nadat de vergadering een waarschuwing heeft gegeven en hij, ondanks deze waarschuwing, een of meer van de genoemde gedragingen verricht of voortzet In artikel 2 van het splitsingsreglement is bepaald dat de eigenaars en de gebruikers zich overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid jegens elkander moeten gedragen en dat een eigenaar of gebruiker geen onredelijke hinder aan de andere eigenaars en gebruikers mag toebrengen. Ook is iedere eigenaar en gebruiker verplicht alle handelingen na te laten waardoor schade kan worden toegebracht aan de belangen van andere eigenaars en gebruikers. In artikel 21 lid 1 is bepaald dat iedere eigenaar en gebruiker verplicht is zich te onthouden van luidruchtigheid, het onnodig verblijf in de gemeenschappelijke gedeelten, voor zover deze niet voor het verblijf voor korte of lange tijd bestemd zijn, en het plaatsen van voertuigen of andere voorwerpen op plaatsen die hiervoor niet zijn bestemd. 4.2.
Volledig
De VVE heeft [de gedaagde] het gebruik van zijn appartementsrecht ontzegd op grond van het herhaald, ook nadat twee formele waarschuwingen zijn gegeven, overtreden van de regels van met modelreglement en het Huishoudelijk Reglement. Het gaat onder meer om het veroorzaken van hinder aan medebewoners, waaronder begrepen het versturen van een grote hoeveelheid e-mails, het ondanks aanmaningen niet betalen van een achterstand in de servicekosten, het inbreuk maken op eigendomsrechten van mede-eigenaren, vernieling/beschadiging van gemeenschappelijke zaken en het zich onnodig (lang) ophouden in gemeenschappelijke gedeelten. Is het besluit tot ontzegging rechtsgeldig? 4.3. Beoordeeld moet worden of [de gedaagde] het gebruik van zijn appartement en de gemeenschappelijke gedeeltes en zaken rechtsgeldig is ontzegd. [de gedaagde] betwist de hem verweten gedragingen en voert aan dat deze niet strafrechtelijk zijn vastgesteld. Hij voert verder aan dat het besluit van de VVE om hem het gebruik van zijn appartement en de gezamenlijke ruimtes te ontzeggen nietig is, misbruik van recht oplevert en dat het besluit is genomen in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Hij wil graag in zijn appartement blijven wonen. 4.4. De VVE heeft een lijvig dossier overgelegd waarin zij de gebeurtenissen rond het gedrag van [de gedaagde] vanaf de zomer van 2023 tot en met juni 2025 heeft bijgehouden, de klachten van andere bewoners over hem heeft verzameld en onderliggende stukken zoals e-mails en politie-aangiften heeft bijgevoegd (producties 6 en 7). Dit is daarna aangevuld met een beschrijving van gebeurtenissen in de periode van 11 augustus 2025 tot en met 31 december 2025 (productie 20). [de gedaagde] betwist dat sprake was van opzettelijke vernieling, bedreiging of agressie, diefstal, misdraging, stalking, huisvredebreuk, laster en privacy schending. 4.5. Dat de door de VVE gestelde verwijten niet strafrechtelijk zijn vastgesteld, zoals [de gedaagde] aanvoert, is niet van belang voor de beoordeling van de vraag of er gronden zijn om [de gedaagde] het gebruik van zijn appartementsrecht te ontzeggen. De civiele rechter maakt namelijk een eigen afweging op basis van het in de civiele procedure vastgestelde feitencomplex. [de gedaagde] betwist weliswaar dat sprake was van opzettelijke vernieling, bedreiging of agressie, diefstal, misdraging, stalking, huisvredebreuk, laster en privacy schending, maar in het licht van de inhoud van het door de VVE aangelegde dossier is moeilijk vol te houden dat geen sprake is geweest van bijzonder hinderlijk gedrag over een lange periode. [de gedaagde] heeft niet betwist dat hij de in het dossier weergegeven e-mails met de vermelde inhoud heeft verstuurd en evenmin dat de vermelde gebeurtenissen hebben plaatsgevonden, zodat vaststaat dat hij die e-mails heeft verstuurd, ook aan externe instanties, en dat de in het dossier vermelde voorvallen hebben plaatsgevonden. 4.6. Het dossier laat een patroon zien van het langdurig lastigvallen van medebewoners door hen stelselmatig te overstelpen met een stortvloed aan e-mails, waarin de bewoners met scheldwoorden worden belaagd zoals kankermongool, crackjunk en zieke hond en denigrerende opmerkingen worden gemaakt over bijvoorbeeld het uiterlijk, ondanks verzoeken om daarmee op te houden. In veel e-mails laat [de gedaagde] zich uit over volgens hem bestaande misstanden in het gebouw, zoals vuilnis en rotzooi en gebrek aan onderhoud. Uit de e-mails blijkt dat [de gedaagde] naar zijn mening geen gehoor vindt over zijn bezwaren, waarna de toonzetting van zijn e-mails agressiever en bedreigender wordt. Vele e-mails zijn irrelevant, die gaan bijvoorbeeld over de kermis, fietsroutes, een foto van een Mexicaan en gezonde bijenpopulaties. Ook blijkt uit de e-mails dat hij de bewoners blijft lastigvallen over zaken die hem niet aangaan, ook nadat hij daarop herhaald is gewezen. [de gedaagde] heeft allerlei externe instanties e-mails gestuurd met onduidelijke berichten, waarin medebewoners van het pand bij naam worden genoemd. Hij stuurt aan instanties ook interne stukken van de VVE mee, zoals notulen van de ledenvergadering, en foto’s van bewoners en de vermeende vervuiling in het pand. Hij heeft e-mails gestuurd aan onder meer de politie, de gemeente Amersfoort, het Ministerie van Binnenlandse Zaken, de provincie Gelderland, de helpdesk van de rechtbank Gelderland, het Ministerie van Justitie een verwarmingsbedrijf, Liander, de ING Bank en aan verschillende instellingen op het gebied van verslavingszorg. Een voorbeeld van zo’n email is van 2 april 2024, verstuurd aan onder andere de brandweer, de politie, de provincie en het ODRN (toezicht vergunningen) met de tekst: ‘Het feit dat [naam 1] en [naam 2] geen schimmel rotzooi en ongedierte zien op de foto’s bewijst nogmaals hun struisvogelgedrag’. Ook blijkt uit het dossier dat [de gedaagde] zonder toestemming het appartement van een mede-eigenaar is binnengedrongen waarbij de deur is vernield, dat hij een deur van een ander appartement heeft dichtgeplakt en een deur heeft ingezeept en dat hij zich zonder toestemming op het dakterras bevindt dat voor hem niet toegankelijk is en houdt hij zich vaak onnodig en hinderlijk op in gemeenschappelijke ruimtes. [de gedaagde] heeft zich bovendien dreigend uitgelaten richting bewoners en bezoekers, zoals blijkt uit de getuigenverklaringen die zich in het dossier bevinden. Het dossier beslaat een veelheid aan voorvallen, die hier niet allemaal afzonderlijk hoeven te worden besproken. 4.7. [de gedaagde] heeft als gezegd niet betwist dat in het dossier vermelde zaken zo zijn gelopen, maar heeft aangevoerd dat zijn gedrag voortkwam uit het feit dat hij zich stoorde aan bepaalde zaken in het gebouw. Volgens hem is er onder andere een gebrek aan onderhoud van het gebouw, worden dakgoten niet regelmatig gereinigd, worden er vuilcontainers op het dakterras geplaatst wat volgens hem gevaarlijk is, en hij heeft last van stinkende vuilniszakken. Omdat hij zelf erg netjes is, stoorde hij zich aan chaos die andere eigenaren en gebruikers volgens hem van hun appartement maken. Een huurder van een van de appartementen zet elke dag zijn fiets in de voortuin om bier uit te laden bij de voordeur, wat bij [de gedaagde] voor grote ergernis zorgde. 4.8. Zelfs als de verwijten die [de gedaagde] richting bewoners, bezoekers en de VVE maakt terecht zouden zijn, rechtvaardigt dit op geen enkele manier zijn gedrag. Afgezien daarvan zijn die verwijten niet terecht gebleken. [de gedaagde] heeft immers het recht niet om zich te bemoeien met hoeveel bier een bewoner drinkt, zolang deze niet voor overlast zorgt en daarvan is niet gebleken, of een bewoner rommel in zijn appartement heeft en dat appartementen worden verhuurd, want dat is toegestaan. Hij mag zich evenmin bemoeien met wie er bij een bewoner op bezoek komt. Het verwijt dat de VVE nalaat om (tijdig) onderhoud aan het gebouw te verrichten is evenmin terecht gebleken. Dat de dakgoten niet schoon worden gemaakt is gemotiveerd weersproken. De VVE heeft in dit verband onweersproken verklaard dat de dakgoten op regelmatige basis door een bedrijf worden gereinigd. [de gedaagde] erkent dat zijn e-mails soms een verkeerde toonzetting hadden, maar een vervelende e-mail is volgens hem geen reden om iemand uit zijn appartement te zetten. Deze stelling getuigt van weinig inzicht in zijn eigen handelen en de gevolgen die dat voor de ontvanger van het bericht kan hebben, mede gelet op de overvloed aan e-mails en de veelal smalende en beledigende inhoud van die e-mails en de talloze verzoeken en waarschuwingen aan zijn adres om op te houden met het versturen van die e-mails. Bovendien is er veel meer aan de hand dan alleen het overstelpen van de medebewoners met e-mails. 4.9. Uit het door de VVE overgelegde dossier blijkt genoegzaam dat het gedrag van [de gedaagde] zodanig is dat dit ernstige overlast geeft voor de andere eigenaren en bewoners van de appartementen.
Volledig
Gebleken is bovendien dat één bewoner, die in het bijzonder veelvuldig door [de gedaagde] langdurig werd lastiggevallen en zelfs bedreigd, al anderhalf jaar niet in zijn eigen appartement durft te verblijven en bij zijn moeder woont. Een andere eigenaar van drie appartementen in het complex verhuurt thans nog maar één appartement, omdat hij vindt dat de andere twee appartementen vanwege het gedrag van [de gedaagde] niet te verhuren zijn. Alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, is de conclusie dat [de gedaagde] de bepalingen van het Modelreglement stelselmatig overtreedt, onder meer doordat hij zich schuldig maakt aan onbehoorlijk gedrag jegens andere eigenaars en/of gebruikers en bezoekers en doordat zijn aanwezigheid in het gebouw aanleiding geeft tot ernstige verstoring van de rust in het gebouw, dat hij zich niet overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid jegens andere eigenaren en bewoners gedraagt, dat hij onredelijke hinder aan de andere eigenaars en gebruikers toebrengt en dat hij onnodig verblijft in de gemeenschappelijke gedeeltes. 4.10. Naar het oordeel van de rechtbank is er voldoende grond om [de gedaagde] het gebruik van zijn appartement en de gemeenschappelijk ruimtes en zaken te ontzeggen. Het gedrag van [de gedaagde] geeft zodanige overlast dat de andere eigenaren en bewoners niet meer ongestoord in hun appartement kunnen wonen. Dat volgt klip en klaar uit het door de VVE opgebouwde dossier. Ook van belang is dat het gedrag van [de gedaagde] al vrij snel nadat hij het appartement in de zomer van 2023 betrok begon en tot op heden voortduurt. Daarnaast is meegewogen dat de VVE en ook individuele appartementseigenaren veel moeite hebben gedaan om [de gedaagde] tot rede te bewegen. Er is door de VVE onweersproken gesteld dat in het verleden veel moeite is gedaan om in gesprek te gaan met [de gedaagde] , onder meer via de afdeling bijzondere zorg van de gemeente en via de wijkagent, maar dat dat niet tot een verbetering van zijn gedrag heeft geleid. Er zijn bovendien door de VVE aan [de gedaagde] talloze brieven gestuurd met verzoeken om zijn gedrag te veranderen, waarin uitleg van de regels werd gegeven en waarin waarschuwingen zijn gegeven. De (formele) waarschuwingen hebben niet geleid tot een verandering in het gedrag van [de gedaagde] . Ook nadat de vergadering het besluit tot ontzegging had genomen ging het gedrag van [de gedaagde] door en een sommatie van de advocaat van de VVE heeft evenmin geleid tot ander gedrag. [de gedaagde] stelt weliswaar dat het vanaf september 2025 rustig is, maar dit is door de VVE betwist, waarbij zij heeft verwezen naar het dossier met voorvallen vanaf 11 augustus 2025 tot en met 31 december 2025. Daarin staan nog ettelijke voorvallen beschreven, die op zichzelf door [de gedaagde] niet zijn weersproken. Dat het vanaf september 2025 rustig is, kan dan ook niet worden aangenomen. Ook op de mondelinge behandeling is gebleken dat [de gedaagde] niet in staat is zich te onthouden van verbale uitlatingen tegen mensen die iets doen wat hem niet zint. 4.11. De vraag of [de gedaagde] opzettelijk zaken van de VVE of in het gebouw heeft beschadigd kan voor de beantwoording van de vraag of er gronden zijn om hem het gebruik van zijn appartement en de gemeenschappelijke zaken te ontzeggen, onbesproken blijven. Wat hiervoor is overwogen over zijn gedrag, is op zichzelf al voldoende grond voor het besluit. De door de VVE gestelde beschadigingen veroorzaakt door [de gedaagde] zullen hierna worden besproken in het kader van de schadevorderingen. Is het besluit tot ontzegging nietig of in strijd met wettelijke- en verdragsbepalingen? 4.12. [de gedaagde] voert nog een aantal formele verweren tegen het besluit tot ontzegging aan. Zo stelt hij dat het besluit nietig is in de zin van artikel 2:14 BW omdat het in strijd met de wet en de statuten is genomen, waarbij de splitsingsakte gelijk wordt gesteld met statuten. 4.13. De rechtbank constateert dat het formele traject om tot het besluit tot ontzegging te komen, zoals bepaald in artikel 39 van het reglement, op juiste wijze is gevolgd, zoals ook bij de feiten is weergegeven. Het besluit is niet vernietigd (artikel 5:130 BW), zodat het onherroepelijk is geworden. [de gedaagde] heeft verder niet onderbouwd waarom het besluit in strijd is met de wet of statuten, zodat hieraan verder voorbij wordt gegaan. 4.14. [de gedaagde] voert verder aan dat het besluit tot ontzegging inbreuk maakt op zijn eigendomsrecht en op zijn persoonlijke levenssfeer. Hij verwijst daartoe naar artikel 8 EVRM (respect voor privéleven en woning), artikel 1 Protocol bij het verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (ongestoord genot van eigendom), artikel 10 Grondwet (eerbiediging persoonlijke levenssfeer), artikel 12 Grondwet (geen binnentreden woning) en artikel 5:1 BW (recht op gebruik van eigendom) en het recht op gebruik van zijn appartementsrecht uit de splitsingsakte. 4.15. Op zichzelf is juist dat [de gedaagde] recht heeft op het ongestoord gebruik van zijn appartementsrecht en dat de ontzegging daarop aanzienlijke inbreuk maakt. Daar tegenover staat echter dat de andere eigenaren en bewoners van het appartementencomplex eveneens recht hebben op het ongestoord gebruik van hun appartementsrecht of gehuurde appartement. Het recht van [de gedaagde] gaat niet zo ver dat hij met een beroep op eerbiediging van zijn eigendomsrecht de in artikel 39 van het reglement vastgelegde gronden voor ontzegging hun werking kan onthouden. Dat zou immers betekenen dat hij met zijn gedrag het woongenot van de andere eigenaren en bewoners kan blijven frustreren, zonder dat zij daartegen kunnen optreden. In die zin is het eigendomsrecht dus begrensd. 4.16. [de gedaagde] heeft zijn stelling dat het besluit in strijd is met dwingende wetsbepalingen en de goede zeden en openbare orde niet nader onderbouwd. Ook overigens valt niet in te zien waarom dit zo zou zijn, zodat deze stelling niet verder hoeft te worden besproken. 4.17. Anders dan [de gedaagde] meent, is ontzegging van het gebruik van zijn privéwoning wel een doeltreffend middel. Dat zijn privéwoning niet betrokken was bij de voorvallen doet immers niet ter zake. Het gaat erom dat het gedrag van [de gedaagde] niet kan worden getolereerd en gebleken is dat hij niet met dit gedrag ophoudt, ondanks vele pogingen van de VVE om hem daartoe te bewegen. Het belang van [de gedaagde] bij het behouden van het gebruik van zijn appartement is begrijpelijkerwijze heel groot. Maar dat belang wordt gelimiteerd doordat hij het woongenot van de andere bewoners frustreert. Door het gedrag van [de gedaagde] is er feitelijk niet met hem in één gebouw te wonen. Als hij zich alleen om zijn eigen appartement zou bekommeren zou dat anders kunnen zijn, maar dat doet hij juist niet. Daaruit volgt dat het ongestoord woongenot van de andere bewoners alleen mogelijk is als [de gedaagde] zich niet langer in het complex bevindt. Dat betekent ook dat de door [de gedaagde] voorgestelde minder bezwarende maatregel om niet langer gemeenschappelijke ruimtes te betreden, als niet afdoende wordt aangemerkt. Een minder zware maatregel zal er niet toe leiden dat [de gedaagde] zijn gedrag ten goede wijzigt. Hij is immers niet in staat gebleken zich te onthouden van hinderlijke gedragingen. Dat in de rechtspraak voorbeelden te vinden zijn waar het gedrag van de eigenaar (volgens [de gedaagde] ) veel ernstiger was dan hier het geval is, is geen reden om anders te beslissen. Elke zaak moet op zijn eigen merites worden beoordeeld en hier is geoordeeld dat het gedrag van [de gedaagde] dermate veel structurele overlast geeft dat ontzegging een geëigend middel is. Van misbruik van recht door de VVE, omdat met een minder vergaand middel had kunnen worden volstaan, is dan ook geen sprake. Evenmin is gebleken dat het besluit in strijd met de redelijkheid en billijkheid is genomen. [de gedaagde] heeft daartoe tegenover het door de VVE overgelegde dossier onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld. Een belangenafweging valt daarom uit in het voordeel van de VVE. 4.18.
Volledig
De primaire vordering tot ontzegging van het gebruik van het appartementsrecht en de gemeenschappelijke gedeelten en zaken in het complex zal daarom worden toegewezen. Sterke arm 4.19. De VVE heeft verzocht om de tenuitvoerlegging van de veroordeling tot ontzegging zo nodig met de sterke arm van justitie en politie op kosten van [de gedaagde] uit te mogen voeren. Uit artikel 556 Rv in relatie met artikel 444 Rv volgt dat de executerende deurwaarder zich van bijstand door de politie kan laten voorzien. Een aparte machtiging daartoe is dus niet nodig. Uitvoerbaar bij voorraad verklaring 4.20. [de gedaagde] heeft verzocht een veroordelend vonnis wat betreft de ontzegging van het gebruik van zijn appartementsrecht niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dit omdat hij dan in hoger beroep zal gaan en zijn belang bij wonen in zijn koopwoning zwaarder weegt dan dat van de VVE bij eerdere ontruiming, waarbij het risico van onrechtmatige executie speelt. 4.21. De rechtbank is van oordeel dat het belang van de VVE bij toewijzing van de verzochte uitvoerbaar bij voorraadverklaring zwaarder weegt dan het belang van [de gedaagde] om de veroordeling niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Hierbij is doorslaggevend dat de overlast door [de gedaagde] en de ernstige hinder die de medebewoners daarvan ondervinden al tweeëneenhalf jaar duurt en dat er geen zicht is op een positieve verandering in het gedrag. [de gedaagde] is meerdere keren gewaarschuwd en op de mogelijke consequenties van zijn gedrag gewezen (ontzegging van het gebruik van zijn appartement), maar tot enige positieve verandering in zijn gedrag heeft dat niet geleid. Van de VVE kan niet worden gevergd dat deze situatie voortduurt totdat in hoger beroep zal zijn beslist, ook omdat met die procedure in het algemeen geruime tijd gemoeid zal zijn. Het risico van onrechtmatige executie in het geval in hoger beroep anders wordt beslist is voor de VVE, dus dat is geen argument om in het voordeel van [de gedaagde] te beslissen. De veroordeling zal dus uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. De vordering om het vonnis uitvoerbaar op de minuut en op alle dagen en uren te verklaren wordt afgewezen. Er is niet gesteld dat de noodzaak bestaat het vonnis ook gedurende avonduren, weekend en feestdagen ten uitvoer te kunnen leggen. Bij een uitvoerbaarverklaring op de minuut bestaat geen belang. De VVE beschikt immers over een uitvoerbare grosse. Termijn tot de ontzegging 4.22. De gevorderde termijn van 14 dagen ten aanzien van de ontzegging van het gebruik van het appartementsrecht en de gemeenschappelijke zaken is naar het oordeel van de rechtbank te kort. Weliswaar weet [de gedaagde] al geruime tijd dat hem het gebruik van het appartementsrecht is ontzegd en is het de vraag of hij iets heeft ondernomen om andere woonruimte te vinden, maar hij moet in alle redelijkheid wel enige reële mogelijkheid krijgen om vervangende woonruimte te vinden, te meer nu hij heeft verklaard dat dit lastig zal zijn. Van de VVE kan niet worden gevergd dat deze termijn op vier maanden wordt gesteld, zoals [de gedaagde] wil, gelet op de overlast die hij veroorzaakt in het complex. Een termijn van zes weken acht de rechtbank redelijk en zal worden toegewezen. De gevorderde schadevergoeding en boetes 4.23. Wat betreft de gevorderde geldbedragen voert [de gedaagde] als eerste verweer aan dat het bestuur geen machtiging van de ALV heeft om deze vorderingen in te stellen. Het bestuur heeft volgens hem uitsluitend een machtiging voor de ontzeggingsprocedure die in de vergadering van 9 januari 2025 is gegeven. 4.24. In artikel 53 lid 5 van het splitsingsreglement is bepaald dat het bestuur een machtiging van de vergadering nodig heeft voor onder andere het instellen van rechtsvorderingen. Om verweer te voeren, conservatoire maatregelen te treffen en voor het voeren van incassoprocedures is geen machtiging vereist. Naar het oordeel van de rechtbank is de procedure betreffende de gevorderde geldbedragen geen incassoprocedure, zodat het bestuur een machtiging van de vergadering nodig heeft om op dit punt te kunnen procederen. Hiervoor onder 2.21 is de inhoud weergegeven van de aan het bestuur gegeven machtiging. Vermeld is dat het bestuur gemachtigd is om procedures te starten waaronder nadrukkelijk doch niet uitsluitend begrepen de procedure(s) die nodig zijn om de ontzeggingsprocedure van artikel 39 te kunnen (laten) uitvoeren, (…) alles in de ruimste zin van het woord , en in dat kader om namens de VVE in rechte te verschijnen (…). Op de mondelinge behandeling heeft de rechter de machtiging voorgelezen en het gebruik van de bewoordingen ‘doch niet uitsluitend’ en ‘alles in de ruimste zin van het woord’ specifiek benoemd. Namens [de gedaagde] is daarop niet meer gereageerd. Zonder nadere toelichting van [de gedaagde] , die niet is gegeven, valt niet in te zien dat de machtiging niet ook ziet op de geldvorderingen, gelet op de cursief weergegeven bewoordingen. De VVE is dus bevoegd om de geldvorderingen in te stellen. 4.25. De VVE vordert na wijziging van eis een bedrag van € 3.227,10 aan schadevergoeding wegens door [de gedaagde] veroorzaakte beschadigingen aan plafonds, deuren en de brievenbus en een bedrag van € 500,00 aan verbeurde boetes. Schade Deuren 4.26. De VVE vordert een bedrag van € 720,00 wegens kosten van herstel van door [de gedaagde] op 31 maart 2024 toegebrachte schade aan de brandwerende deur van appartement 5c en een bedrag van € 398,00 wegens kosten van herstel van door [de gedaagde] op 12 augustus 2025 toegebrachte schade aan een brandwerende deur van appartement 5f. [de gedaagde] erkent dat hij een deur heeft ingetrapt. [de gedaagde] heeft als verweer aangevoerd dat hij zich zorgen maakte om een medebewoner en daarom de deur heeft opengemaakt. De VVE betwist de door [de gedaagde] gegeven reden. Hoe dan ook is er tegenover de betwisting door de VVE geen rechtvaardiging voor het vernielen van de deur. [de gedaagde] heeft dat onvoldoende onderbouwd. De beschadiging van de deur op 12 augustus 2025 heeft [de gedaagde] onvoldoende betwist. [de gedaagde] moet daarom de herstelkosten van beide deuren betalen. Plafonds 4.27. Wegens door [de gedaagde] aan een plafond in de hal op de tweede verdieping toegebrachte schade op 18 december 2024 vordert de VVE een bedrag van € 1.340,00 aan herstelkosten. Er was op dat plafond een beschadiging aanwezig als gevolg van de plaatsing van een brandmelder. [de gedaagde] wilde dit persé herstellen. Hij was gewaarschuwd dat dit niet was toegestaan, maar heeft desondanks het hele plafond verwijderd. Ook als hij niet was gewaarschuwd, betekent dat niet dat hij het plafond zelf mocht herstellen. Het is niet aan [de gedaagde] , maar aan de VVE om hierover te beslissen. Dat de VVE wordt verrijkt omdat het plafond hoe dan ook moest worden hersteld, is onvoldoende gebleken. [de gedaagde] heeft immers het hele plafond verwijderd, terwijl er slechts een gat of scheur in zat. Dat het hele plafond moest worden vervangen, is niet aannemelijk geworden. [de gedaagde] moet daarom de kosten van herstel betalen. 4.28. Op 11 september 2025 heeft [de gedaagde] het plafond in het souterrain beschadigd. De kosten van herstel van € 400,00 vordert de VVE van [de gedaagde] . [de gedaagde] was het plafond in zijn eigen appartement aan het herstellen en er liep een stukje van de beschadiging door vanuit het appartement de gang in. Volgens [de gedaagde] had hij toestemming van de VVE om dat stuk te herstellen, maar dat is door de VVE gemotiveerd weersproken Er is wel over gesproken, maar de VVE wilde dat door een derde laten herstellen. [de gedaagde] moet ook deze kosten betalen. Brievenbus 4.29. De VVE vordert een bedrag van € 369,10 wegens door [de gedaagde] aan een brievenbus toegebrachte schade. [de gedaagde] betwist niet dat hij de brievenbus heeft beschadigd en voert geen verweer tegen de hoogte van de herstelkosten. Hij voert als verweer aan dat andere bewoners de huissleutel van de centrale deur in de brievenbus lieten zitten, waardoor er risico bestond dat iemand de sleutel zou pakken en zo het pand zou kunnen betreden.
Volledig
Omdat dit nog steeds gebeurde ook nadat [de gedaagde] anderen daarop had aangesproken, heeft hij lijm in de brievenbus gedaan om te voorkomen dat er een sleutel in zou blijven hangen. Volgens [de gedaagde] was het niet nodig om het slot te vervangen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de VVE voldoende onderbouwd dat het slot van de brievenbus moest worden vervangen. De VVE heeft een factuur van de herstelkosten overgelegd. De reden waarom [de gedaagde] zich genoodzaakt voelde lijm in het slot te smeren is geen rechtvaardiging voor deze actie. Hij had immers ook op een niet destructieve manier kunnen optreden, bijvoorbeeld door een briefje op de brievenbus te plakken. Hij moet daarom de herstelkosten betalen. 4.30. Aan schadevergoeding zal dus worden toegewezen een bedrag van in totaal € 3.227,10. [de gedaagde] stelt dat hij op 1 maart 2026 een bedrag van € 1.200,00 heeft betaald als bijdrage in de schadeposten. Ter mondelinge behandeling van 3 maart 2026 was niet bekend of de VVE dit bedrag heeft ontvangen. Voor zover dit bedrag daadwerkelijk door de VVE is ontvangen strekt dat in mindering op het door [de gedaagde] aan de VVE te betalen schadebedrag. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding, zoals gevorderd. Boetes 4.31. Op grond van artikel 41 van het Modelreglement kan het bestuur, samengevat weergegeven, aan de eigenaar of gebruiker een boete opleggen van ten hoogste een bedrag dat door de vergadering voor zodanige overtreding is bepaald, als deze binnen een maand geen gevolg geeft aan een waarschuwing van het bestuur in verband met overtreding of niet nakoming van een bepaling uit de wet, het reglement, het huishoudelijk reglement of een besluit van de vergadering. In totaal is door de VVE aan [de gedaagde] voor een bedrag van € 500,00 aan boetes opgelegd. 4.32. [de gedaagde] voert aan dat uit de dagvaarding en de stukken niet volgt welke waarschuwingen zijn gegeven en welke herstelmaatregelen hij moest uitvoeren. Hij voert verder aan dat een besluit van het bestuur ontbreekt en betwist dat de vergadering een boetebedrag heeft vastgesteld. Dit verweer slaagt niet. 4.33. Bij brief van 21 mei 2024 is een officiële waarschuwing aan [de gedaagde] gegeven die uit 10 onderdelen bestaat, zoals hiervoor weergegeven bij 2.11. Bij brief van 27 juni 2024 is onder meer aan [de gedaagde] meegedeeld dat de waarschuwing in de brief van 21 mei 2024 geen enkel effect heeft gehad. In deze brief staat een opsomming van gebeurtenissen van na de waarschuwing. In deze brief is voorts vermeld dat deze brief een tweede waarschuwing is en dat het bestuur van de VVE bij voortdurende overtreding over zal gaan tot het opleggen van een boete. In een brief van 7 juli 2024 wordt een derde waarschuwing aan [de gedaagde] gegeven vanwege voortdurend onacceptabel gedrag. Tevens heeft het bestuur van de VVE bij brief van 7 juli 2024 wegens overtreding van waarschuwing 6, 7, 8 en 10 uit de brief van 21 mei 2024 aan [de gedaagde] een boete opgelegd van (4 x € 75,00 =) € 300,00. Gelet op de hiervoor weergegeven brieven is voldoende duidelijk waarvoor [de gedaagde] is gewaarschuwd en op welke overtredingen de boetes zien. [de gedaagde] voert aan dat niet duidelijk is welk herstel hij moest uitvoeren. Het uitvoeren van herstel was echter niet aan de orde, zodat niet duidelijk is wat [de gedaagde] hiermee bedoelt. Het ging erom dat hij zich moest onthouden van bepaalde gedragingen, zoals duidelijk vermeld in onder meer de brief van 21 mei 2024. Niet betwist is dat [de gedaagde] de gedragingen waarvoor een waarschuwing is opgelegd, opnieuw heeft begaan. De boetes zijn dan ook op goede gronden verbeurd. Uit de brief van 7 juli 2024 blijkt dat het bestuur heeft besloten de boete op te leggen. [de gedaagde] is dan ook gehouden de boete aan de VVE te voldoen. De enkele betwisting dat niet is gebleken dat de vergadering (ALV) de hoogte van de boete heeft bepaald, is niet nader onderbouwd. Niet gesteld of gebleken is dat deze boete te hoog is vastgesteld. De rechtbank gaat daarom aan dit verweer voorbij. 4.34. Bij brief van 19 december 2024 heeft het bestuur van de VVE aan [de gedaagde] een boete opgelegd van € 100,00 wegens het toebrengen van schade aan het plafond van de bovenste verdieping op 18 december 2024. Het bestuur heeft ter zake daarvan niet eerst een waarschuwing aan [de gedaagde] gegeven maar heeft één dag na het toebrengen van de schade al een boete opgelegd. Dat is in strijd met artikel 41 van het Modelreglement. De boete is daarom ten onrechte opgelegd. 4.35. Bij brief van 12 januari 2026 heeft het bestuur van de VVE aan [de gedaagde] een boete opgelegd van € 100,00 wegens beschadiging van het plafond in het souterrain op 11 september 2025. Niet gebleken is dat het bestuur van de VVE een maand voorafgaand aan het opleggen van deze boete een waarschuwing aan [de gedaagde] heeft gegeven, zodat ook bij deze boete niet conform artikel 41 van het Modelreglement is gehandeld en de boete ten onrechte is opgelegd. 4.36. In totaal dient [de gedaagde] dan ook € 300,00 aan boetes aan de VVE te voldoen. Er is geen reden om de boetes is mindering te brengen op de schadevergoeding. In artikel 41 lid 2 van het Modelreglement is immers bepaald dat het bestuur een boete kan opleggen, “onverminderd de gehoudenheid van de betrokkene tot schadevergoeding”. De wettelijke rente zal worden toegewezen met ingang van de dag van dagvaarding, zoals gevorderd. Proceskosten 4.37. [de gedaagde] is voor het grootste deel in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de VVE worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 145,45 - griffierecht € 2.995,00 - salaris advocaat € 1.306,00 (2 punten × € 653,00) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 4.635,45 5 De beslissing De rechtbank 5.1. ontzegt [de gedaagde] het gebruik van het aan hem in eigendom toebehorende appartementsrecht aan de [adres gedaagde] ( [postcode] ) [woonplaats] , kadastraal bekend [kadasterkenmerk] , alsmede van de gemeenschappelijke gedeelten, zaken en rechten betreffende het gesplitste gebouw aan de [adres] te [woonplaats] , met ingang van zes weken na betekening van dit vonnis, met machtiging van de VVE om die ontzegging zo nodig zelf te doen uitvoeren op kosten van [de gedaagde] , 5.2. veroordeelt [de gedaagde] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis aan de VVE te betalen een bedrag van € 3.227,10 voor herstel van door hem veroorzaakte schade aan de gemeenschappelijke plafonds, deuren en brievenbus, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van dagvaarding zijnde 14 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling, waarop in mindering strekt reeds door [de gedaagde] aan de VVE betaalde schadevergoeding, voor zover deze daadwerkelijk door de VVE is ontvangen, 5.3. veroordeelt [de gedaagde] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis aan de VVE te betalen een bedrag van € 300,00 aan boetes, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van dagvaarding zijnde 14 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling, 5.4. veroordeelt [de gedaagde] in de proceskosten van € 4.635,45, te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [de gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.5. wijst het meer of anders gevorderde af, 5.6. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026. 878