Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-05-08
ECLI:NL:RBGEL:2026:3675
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
11,870 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3675 text/xml public 2026-05-11T08:37:44 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-05-08 05/307738-25 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Arnhem Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3675 text/html public 2026-05-11T08:32:53 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3675 Rechtbank Gelderland , 08-05-2026 / 05/307738-25 veroordeling wegens het seksueel benaderen van een minderjarige door haar seksuele teksten en dickpics te sturen tot een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden. Recidive. RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/307738-25 Datum uitspraak : 8 mei 2026 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] in [woonplaats] , raadsvrouw: mr. A. Foppen, advocaat in Harderwijk. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 10 januari 2025 tot en met 30 oktober 2025 te Rotterdam en/of Harderwijk, althans in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [minderjarige 1] en/of een persoon die zich voordeed als een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [minderjarige 2] , indringend mondeling en/of schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door met gebruikmaking van TikTok en/of Instagram, althans via een of meer social media kanalen, meermalen, althans eenmaal contact op te nemen met (een of meer accounts van) die [minderjarige 1] en/of een of meer berichten naar (een of meer accounts van) die [minderjarige 1] te sturen inhoudende - dat hij, verdachte, en/of zijn collega’s die [minderjarige 1] (urenlang) anaal en/of haar tiener kontje en/of haar 12-jarige kutje zou(den) verwoesten en/of - dat hij, verdachte, en/of zijn collega’s zijn/hun ballen in de mond van die [minderjarige 1] zouden doen en/of - dat hij, verdachte, seks met die [minderjarige 1] wilde hebben en/of - de vraag of die [minderjarige 1] al eerder door een Hollandse man was geneukt en/of - dat hij, verdachte, belachelijk stijf van die [minderjarige 1] wordt/is en/of - de vraag of die [minderjarige 1] zijn, verdachtes, tienersletje en/of kantoorsletje wil zijn/worden en/of - de vraag of die [minderjarige 1] liever tegelijkertijd of apart wil neuken en/of - dat hij, verdachte, die [minderjarige 1] wil/zal misbruiken en/of - dat hij, verdachte, met die [minderjarige 1] wil afspreken, althans (telkens) woorden van gelijke (seksueel getinte) aard en/of strekking; 2. hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2025 tot en met 30 oktober 2025 te Rotterdam en/of Harderwijk, althans in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [minderjarige 1] en/of een persoon die zich voordeed als een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [minderjarige 2] , getuige heeft doen zijn van een handeling en/of een visuele weergave van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door met gebruikmaking van TikTok en/of Instagram, althans via een of meer social media kanalen, meermalen, althans eenmaal contact op te nemen met (een of meer accounts van) die [minderjarige 1] en/of een of meer afbeeldingen/foto’s naar (een of meer accounts van) die [minderjarige 1] te sturen van zijn, verdachtes, althans een penis. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 en 2 tenlastegelegde. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd. Beoordeling door de rechtbank Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen feit 1: - proces-verbaal van aangifte van [minderjarige 1] , p. 9-10 en bijlagen, p. 13-19; - proces-verbaal van aangifte [minderjarige 2] , p. 32-33 en bijlagen, p. 35-126; - proces-verbaal van bevindingen, p. 20-21 en bijlagen, p. 23-31; - proces-verbaal van bevindingen, p. 136 en bijlagen, p. 138-204; - proces-verbaal van bevindingen, p. 213 en bijlagen, p. 215-269; - verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 april 2026. Bewijsmiddelen feit 2: - proces-verbaal van bevindingen, p. 293-294; - een bij het proces-verbaal van verhoor verdachte gevoegde bijlage, p. 448; - verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 april 2026. 3 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 10 januari 2025 tot en met 30 oktober 2025 te Rotterdam en/of Harderwijk, althans in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [minderjarige 1] en/of een persoon die zich voordeed als een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [minderjarige 2] , indringend mondeling en/of schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door met gebruikmaking van TikTok en/of Instagram, althans via een of meer social media kanalen, meermalen , althans eenmaal contact op te nemen met (een of meer accounts van ) die [minderjarige 1] en /of een of meer berichten naar (een of meer accounts van ) die [minderjarige 1] te sturen inhoudende - dat hij, verdachte, en/of zijn collega’s die [minderjarige 1] (urenlang) anaal en/of haar tiener kontje en/of haar 12-jarige kutje zou(den) verwoesten en /of - dat hij, verdachte, en/of zijn collega’s zijn/hun ballen in de mond van die [minderjarige 1] zouden doen en /of - dat hij, verdachte, seks met die [minderjarige 1] wilde hebben en /of - de vraag of die [minderjarige 1] al eerder door een Hollandse man was geneukt en /of - dat hij, verdachte, belachelijk stijf van die [minderjarige 1] wordt/is en /of - de vraag of die [minderjarige 1] zijn, verdachtes, tienersletje en/of kantoorsletje wil zijn/worden en /of - de vraag of die [minderjarige 1] liever tegelijkertijd of apart wil neuken en /of - dat hij, verdachte, die [minderjarige 1] wil/zal misbruiken en /of - dat hij, verdachte, met die [minderjarige 1] wil afspreken , althans (telkens) woorden van gelijke (seksueel getinte) aard en/of strekking ; 2. hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2025 tot en met 30 oktober 2025 te Rotterdam en/of Harderwijk, althans in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [minderjarige 1] en/of een persoon die zich voordeed als een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [minderjarige 2] , getuige heeft doen zijn van een handeling en/of een visuele weergave van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door met gebruikmaking van TikTok en/of Instagram, althans via een of meer social media kanalen, meermalen , althans eenmaal contact op te nemen met ( een of meer account s van ) die [minderjarige 1] en /of een of meer afbeeldingen/foto’s naar ( een of meer account s van ) die [minderjarige 1] te sturen van zijn, verdachtes, althans een penis. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3675 text/xml public 2026-05-11T08:37:44 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-05-08 05/307738-25 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Arnhem Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3675 text/html public 2026-05-11T08:32:53 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3675 Rechtbank Gelderland , 08-05-2026 / 05/307738-25 veroordeling wegens het seksueel benaderen van een minderjarige door haar seksuele teksten en dickpics te sturen tot een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden. Recidive. RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/307738-25 Datum uitspraak : 8 mei 2026 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] in [woonplaats] , raadsvrouw: mr. A. Foppen, advocaat in Harderwijk. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 10 januari 2025 tot en met 30 oktober 2025 te Rotterdam en/of Harderwijk, althans in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [minderjarige 1] en/of een persoon die zich voordeed als een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [minderjarige 2] , indringend mondeling en/of schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door met gebruikmaking van TikTok en/of Instagram, althans via een of meer social media kanalen, meermalen, althans eenmaal contact op te nemen met (een of meer accounts van) die [minderjarige 1] en/of een of meer berichten naar (een of meer accounts van) die [minderjarige 1] te sturen inhoudende - dat hij, verdachte, en/of zijn collega’s die [minderjarige 1] (urenlang) anaal en/of haar tiener kontje en/of haar 12-jarige kutje zou(den) verwoesten en/of - dat hij, verdachte, en/of zijn collega’s zijn/hun ballen in de mond van die [minderjarige 1] zouden doen en/of - dat hij, verdachte, seks met die [minderjarige 1] wilde hebben en/of - de vraag of die [minderjarige 1] al eerder door een Hollandse man was geneukt en/of - dat hij, verdachte, belachelijk stijf van die [minderjarige 1] wordt/is en/of - de vraag of die [minderjarige 1] zijn, verdachtes, tienersletje en/of kantoorsletje wil zijn/worden en/of - de vraag of die [minderjarige 1] liever tegelijkertijd of apart wil neuken en/of - dat hij, verdachte, die [minderjarige 1] wil/zal misbruiken en/of - dat hij, verdachte, met die [minderjarige 1] wil afspreken, althans (telkens) woorden van gelijke (seksueel getinte) aard en/of strekking; 2. hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2025 tot en met 30 oktober 2025 te Rotterdam en/of Harderwijk, althans in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [minderjarige 1] en/of een persoon die zich voordeed als een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [minderjarige 2] , getuige heeft doen zijn van een handeling en/of een visuele weergave van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door met gebruikmaking van TikTok en/of Instagram, althans via een of meer social media kanalen, meermalen, althans eenmaal contact op te nemen met (een of meer accounts van) die [minderjarige 1] en/of een of meer afbeeldingen/foto’s naar (een of meer accounts van) die [minderjarige 1] te sturen van zijn, verdachtes, althans een penis. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 en 2 tenlastegelegde. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd. Beoordeling door de rechtbank Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen feit 1: - proces-verbaal van aangifte van [minderjarige 1] , p. 9-10 en bijlagen, p. 13-19; - proces-verbaal van aangifte [minderjarige 2] , p. 32-33 en bijlagen, p. 35-126; - proces-verbaal van bevindingen, p. 20-21 en bijlagen, p. 23-31; - proces-verbaal van bevindingen, p. 136 en bijlagen, p. 138-204; - proces-verbaal van bevindingen, p. 213 en bijlagen, p. 215-269; - verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 april 2026. Bewijsmiddelen feit 2: - proces-verbaal van bevindingen, p. 293-294; - een bij het proces-verbaal van verhoor verdachte gevoegde bijlage, p. 448; - verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 april 2026. 3 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 10 januari 2025 tot en met 30 oktober 2025 te Rotterdam en/of Harderwijk, althans in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [minderjarige 1] en/of een persoon die zich voordeed als een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [minderjarige 2] , indringend mondeling en/of schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door met gebruikmaking van TikTok en/of Instagram, althans via een of meer social media kanalen, meermalen , althans eenmaal contact op te nemen met (een of meer accounts van ) die [minderjarige 1] en /of een of meer berichten naar (een of meer accounts van ) die [minderjarige 1] te sturen inhoudende - dat hij, verdachte, en/of zijn collega’s die [minderjarige 1] (urenlang) anaal en/of haar tiener kontje en/of haar 12-jarige kutje zou(den) verwoesten en /of - dat hij, verdachte, en/of zijn collega’s zijn/hun ballen in de mond van die [minderjarige 1] zouden doen en /of - dat hij, verdachte, seks met die [minderjarige 1] wilde hebben en /of - de vraag of die [minderjarige 1] al eerder door een Hollandse man was geneukt en /of - dat hij, verdachte, belachelijk stijf van die [minderjarige 1] wordt/is en /of - de vraag of die [minderjarige 1] zijn, verdachtes, tienersletje en/of kantoorsletje wil zijn/worden en /of - de vraag of die [minderjarige 1] liever tegelijkertijd of apart wil neuken en /of - dat hij, verdachte, die [minderjarige 1] wil/zal misbruiken en /of - dat hij, verdachte, met die [minderjarige 1] wil afspreken , althans (telkens) woorden van gelijke (seksueel getinte) aard en/of strekking ; 2. hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2025 tot en met 30 oktober 2025 te Rotterdam en/of Harderwijk, althans in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [minderjarige 1] en/of een persoon die zich voordeed als een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [minderjarige 2] , getuige heeft doen zijn van een handeling en/of een visuele weergave van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door met gebruikmaking van TikTok en/of Instagram, althans via een of meer social media kanalen, meermalen , althans eenmaal contact op te nemen met ( een of meer account s van ) die [minderjarige 1] en /of een of meer afbeeldingen/foto’s naar ( een of meer account s van ) die [minderjarige 1] te sturen van zijn, verdachtes, althans een penis. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
Volledig
4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: indringend schriftelijk seksueel benaderen van een kind beneden de leeftijd van zestien jaren of een persoon die zich voordoet als een kind beneden de leeftijd van zestien jaren op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, meermalen gepleegd; feit 2: een kind beneden de leeftijd van zestien jaren of een persoon die zich voordoet als een kind beneden de leeftijd van zestien jaren getuige doen zijn van een handeling of een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, meermalen gepleegd. 5 De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6 De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering en een contactverbod met het slachtoffer. De officier van justitie heeft verzocht de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit aan verdachte op te leggen een taakstraf en een gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijk deel het voorarrest niet overstijgt. Daarbij is verzocht om de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering aan het voorwaardelijk strafdeel te verbinden. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zich gedurende een periode van 10 maanden schuldig gemaakt aan het seksueel benaderen van een minderjarig meisje van 11, later 12, jaar oud, [minderjarige 1] , door haar zeer grove seksuele teksten en dickpics te sturen. Verdachte deed zich voor als een collega van [minderjarige 1] ’s vader of een vader van een vriendinnetje van [minderjarige 1] , die dus mogelijk ook wist waar ze woonde. De inhoud van de door verdachte verstuurde berichten is uitermate schokkend en verdachte is daar over een lange periode steeds mee doorgegaan door haar telkens weer opnieuw te benaderen. Verdachte heeft dit alles heel persoonlijk gemaakt door ook veelvuldig informatie over haar op te zoeken en dat te gebruiken in zijn berichten. Daarnaast heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij de dickpics aan [minderjarige 1] heeft verzonden om het verhaal nog extremer te maken en om zijn teksten kracht bij te zetten zodat [minderjarige 1] de teksten zou geloven. Uit onder andere de schriftelijke slachtofferverklaring van [minderjarige 1] blijkt welke impact dit op haar leven heeft gehad. Zij ervaart gevoelens van angst, paniek en stress en voelt zich voortdurend onveilig. Hiermee heeft verdachte een grove inbreuk gemaakt op de psychische integriteit van het minderjarige slachtoffer. Dit soort feiten brengt minderjarigen schade toe. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij zich heeft laten leiden door zijn eigen seksuele verlangens, zijn eigen behoeften vooropgesteld heeft en daarbij volledig voorbij is gegaan aan de gevolgen van zijn handelen voor [minderjarige 1] . Te meer nu verdachte, zoals blijkt uit zijn strafblad van 26 maart 2026, reeds in 2023 is veroordeeld voor een soortgelijk feit, en uit deze veroordeling en de destijds opgelegde taakstraf van 40 uren kennelijk onvoldoende lering heeft getrokken. Verdachte heeft voor zijn grensoverschrijdende gedrag ook geen enkele navolgbare verklaring kunnen geven anders dan dat hij het zelf kwalificeert als verslavingsgedrag. De extremiteit van zijn gedrag ten opzichte van een jong kind is daarmee echter nog niet verklaard en is reden voor serieuze zorg over zijn seksualiteitsbeleving. Verdachte staat weliswaar inmiddels open voor hulp, maar heeft daarvoor zelf tot nu toe weinig actie ondernomen. De rechtbank heeft daarnaast gelet op het reclasseringsadvies van 15 april 2026. Daaruit blijkt dat ook de reclassering verdachtes denkwijze, houding, gedrag en seksuele fantasieën direct delictgerelateerd acht. Hij zocht een uitvlucht in de gevoelens die hij ervoer en die uitvlucht was voor hem het seksueel grensoverschrijdende gedrag. Dit duidt op een gebrekkig oplossend vermogen. Hij lijkt niet doordrongen wat het effect van zijn handelen kan inhouden, omdat het voor hem toneelspel was. Mogelijk is sprake van een te beperkt sociaal netwerk. Voor het overige heeft hij zijn leven redelijk op de rit: hij heeft een goedbetaalde baan, heeft goed contact met zijn familie en er is geen sprake van problematisch middelengebruik. Het recidiverisico wordt ingeschat als gemiddeld-hoog en geadviseerd wordt oplegging van een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, waaronder ambulante behandeling. Naar het oordeel van de rechtbank kan, in het bijzonder gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Oplegging van een taakstraf zoals door de raadsvrouw is bepleit, doet naar het oordeel van de rechtbank geen recht aan de ernst van de feiten en is niet (meer) op zijn plaats gezien verdachtes delictverleden. De rechtbank acht de eis van de officier van justitie passend en zal aan verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. De rechtbank zal de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering en een contactverbod met het slachtoffer aan het voorwaardelijk strafdeel verbinden. Verdachte heeft ter zitting zich bereid verklaard zich hieraan te houden. De rechtbank zal tot slot de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden bevelen. De aard van het bewezenverklaarde, het strafblad van verdachte en hetgeen uit de rapportage blijkt over het recidiverisico geven de rechtbank daartoe aanleiding. Op grond hiervan moet er naar het oordeel van de rechtbank ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 14e van het Wetboek van Strafrecht is daarmee naar het oordeel van de rechtbank voldaan. De rechtbank zal het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen met ingang van de datum van dit vonnis. 8 De beoordeling van de civiele vordering De benadeelde partij [minderjarige 1] heeft in verband met de feiten 1 en 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 4.000,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdediging heeft naar voren gebracht dat verdachte bereid is een vergoeding te betalen. Daarbij is verzocht om over te gaan tot toekenning van een billijke vergoeding, waarbij is gewezen op de Rotterdamse schaal en de uitgangspunten met betrekking tot sextortion . Overweging van de rechtbank Smartengeld Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt.
Volledig
4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: indringend schriftelijk seksueel benaderen van een kind beneden de leeftijd van zestien jaren of een persoon die zich voordoet als een kind beneden de leeftijd van zestien jaren op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, meermalen gepleegd; feit 2: een kind beneden de leeftijd van zestien jaren of een persoon die zich voordoet als een kind beneden de leeftijd van zestien jaren getuige doen zijn van een handeling of een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, meermalen gepleegd. 5 De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6 De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering en een contactverbod met het slachtoffer. De officier van justitie heeft verzocht de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit aan verdachte op te leggen een taakstraf en een gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijk deel het voorarrest niet overstijgt. Daarbij is verzocht om de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering aan het voorwaardelijk strafdeel te verbinden. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zich gedurende een periode van 10 maanden schuldig gemaakt aan het seksueel benaderen van een minderjarig meisje van 11, later 12, jaar oud, [minderjarige 1] , door haar zeer grove seksuele teksten en dickpics te sturen. Verdachte deed zich voor als een collega van [minderjarige 1] ’s vader of een vader van een vriendinnetje van [minderjarige 1] , die dus mogelijk ook wist waar ze woonde. De inhoud van de door verdachte verstuurde berichten is uitermate schokkend en verdachte is daar over een lange periode steeds mee doorgegaan door haar telkens weer opnieuw te benaderen. Verdachte heeft dit alles heel persoonlijk gemaakt door ook veelvuldig informatie over haar op te zoeken en dat te gebruiken in zijn berichten. Daarnaast heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij de dickpics aan [minderjarige 1] heeft verzonden om het verhaal nog extremer te maken en om zijn teksten kracht bij te zetten zodat [minderjarige 1] de teksten zou geloven. Uit onder andere de schriftelijke slachtofferverklaring van [minderjarige 1] blijkt welke impact dit op haar leven heeft gehad. Zij ervaart gevoelens van angst, paniek en stress en voelt zich voortdurend onveilig. Hiermee heeft verdachte een grove inbreuk gemaakt op de psychische integriteit van het minderjarige slachtoffer. Dit soort feiten brengt minderjarigen schade toe. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij zich heeft laten leiden door zijn eigen seksuele verlangens, zijn eigen behoeften vooropgesteld heeft en daarbij volledig voorbij is gegaan aan de gevolgen van zijn handelen voor [minderjarige 1] . Te meer nu verdachte, zoals blijkt uit zijn strafblad van 26 maart 2026, reeds in 2023 is veroordeeld voor een soortgelijk feit, en uit deze veroordeling en de destijds opgelegde taakstraf van 40 uren kennelijk onvoldoende lering heeft getrokken. Verdachte heeft voor zijn grensoverschrijdende gedrag ook geen enkele navolgbare verklaring kunnen geven anders dan dat hij het zelf kwalificeert als verslavingsgedrag. De extremiteit van zijn gedrag ten opzichte van een jong kind is daarmee echter nog niet verklaard en is reden voor serieuze zorg over zijn seksualiteitsbeleving. Verdachte staat weliswaar inmiddels open voor hulp, maar heeft daarvoor zelf tot nu toe weinig actie ondernomen. De rechtbank heeft daarnaast gelet op het reclasseringsadvies van 15 april 2026. Daaruit blijkt dat ook de reclassering verdachtes denkwijze, houding, gedrag en seksuele fantasieën direct delictgerelateerd acht. Hij zocht een uitvlucht in de gevoelens die hij ervoer en die uitvlucht was voor hem het seksueel grensoverschrijdende gedrag. Dit duidt op een gebrekkig oplossend vermogen. Hij lijkt niet doordrongen wat het effect van zijn handelen kan inhouden, omdat het voor hem toneelspel was. Mogelijk is sprake van een te beperkt sociaal netwerk. Voor het overige heeft hij zijn leven redelijk op de rit: hij heeft een goedbetaalde baan, heeft goed contact met zijn familie en er is geen sprake van problematisch middelengebruik. Het recidiverisico wordt ingeschat als gemiddeld-hoog en geadviseerd wordt oplegging van een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, waaronder ambulante behandeling. Naar het oordeel van de rechtbank kan, in het bijzonder gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Oplegging van een taakstraf zoals door de raadsvrouw is bepleit, doet naar het oordeel van de rechtbank geen recht aan de ernst van de feiten en is niet (meer) op zijn plaats gezien verdachtes delictverleden. De rechtbank acht de eis van de officier van justitie passend en zal aan verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. De rechtbank zal de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering en een contactverbod met het slachtoffer aan het voorwaardelijk strafdeel verbinden. Verdachte heeft ter zitting zich bereid verklaard zich hieraan te houden. De rechtbank zal tot slot de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden bevelen. De aard van het bewezenverklaarde, het strafblad van verdachte en hetgeen uit de rapportage blijkt over het recidiverisico geven de rechtbank daartoe aanleiding. Op grond hiervan moet er naar het oordeel van de rechtbank ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 14e van het Wetboek van Strafrecht is daarmee naar het oordeel van de rechtbank voldaan. De rechtbank zal het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen met ingang van de datum van dit vonnis. 8 De beoordeling van de civiele vordering De benadeelde partij [minderjarige 1] heeft in verband met de feiten 1 en 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 4.000,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdediging heeft naar voren gebracht dat verdachte bereid is een vergoeding te betalen. Daarbij is verzocht om over te gaan tot toekenning van een billijke vergoeding, waarbij is gewezen op de Rotterdamse schaal en de uitgangspunten met betrekking tot sextortion . Overweging van de rechtbank Smartengeld Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt.
Volledig
Door de feiten 1 en 2 is de benadeelde immers op andere wijze in de persoon aangetast. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 4.000,00 vaststellen. Verdachte is vanaf 10 januari 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. 9 De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57 en 251 van het Wetboek van Strafrecht. 10 De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’ verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden; bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 6 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden: stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; stelt als bijzondere voorwaarden dat: - verdachte zich gedurende de proeftijd zal melden bij de reclassering, zo lang en zo frequent als de reclassering dit nodig acht. Hij dient zich te houden aan de aanwijzingen van de reclassering, waaronder begrepen het meewerken aan huisbezoeken. Ook is verdachte telefonisch en per post bereikbaar; - verdachte zich zal laten behandelen door de forensische polikliniek De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Een persoonlijkheidsonderzoek kan onderdeel van de behandeling te zijn; - verdachte op geen enkele wijze - direct of indirect – contact heeft of zoekt met [minderjarige 1] (geboren op [geboortedag] 2013), zolang het openbaar ministerie dit verbod nodig vindt; - verdachte gedurende de proeftijd: 1. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal; 2. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd; geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken); 3. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd. Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1. tot en met 3. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die verdachte in gebruik heeft. Verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die betrokkene in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past betrokkene de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal (circa) drie keer per aantal jaren proeftijd worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van betrokkene zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van betrokkene. geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte: meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen; meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn; beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis; veroordeelt verdachte in verband met feiten 1 en 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [minderjarige 1] van € 4.000,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 januari 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [minderjarige 1] , een bedrag te betalen van € 4.000,00 aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 januari 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 40 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd. Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Snijders (voorzitter), mr. Y. van Wezel en mr. P.J. Verbeek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.L.M. van Schaik, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 mei 2026. mr. Van Wezel is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL06002025435465, gesloten op 18 december 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
Volledig
Door de feiten 1 en 2 is de benadeelde immers op andere wijze in de persoon aangetast. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 4.000,00 vaststellen. Verdachte is vanaf 10 januari 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. 9 De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57 en 251 van het Wetboek van Strafrecht. 10 De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’ verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden; bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 6 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden: stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; stelt als bijzondere voorwaarden dat: - verdachte zich gedurende de proeftijd zal melden bij de reclassering, zo lang en zo frequent als de reclassering dit nodig acht. Hij dient zich te houden aan de aanwijzingen van de reclassering, waaronder begrepen het meewerken aan huisbezoeken. Ook is verdachte telefonisch en per post bereikbaar; - verdachte zich zal laten behandelen door de forensische polikliniek De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Een persoonlijkheidsonderzoek kan onderdeel van de behandeling te zijn; - verdachte op geen enkele wijze - direct of indirect – contact heeft of zoekt met [minderjarige 1] (geboren op [geboortedag] 2013), zolang het openbaar ministerie dit verbod nodig vindt; - verdachte gedurende de proeftijd: 1. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal; 2. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd; geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken); 3. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd. Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1. tot en met 3. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die verdachte in gebruik heeft. Verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die betrokkene in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past betrokkene de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal (circa) drie keer per aantal jaren proeftijd worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van betrokkene zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van betrokkene. geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte: meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen; meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn; beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis; veroordeelt verdachte in verband met feiten 1 en 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [minderjarige 1] van € 4.000,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 januari 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [minderjarige 1] , een bedrag te betalen van € 4.000,00 aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 januari 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 40 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd. Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Snijders (voorzitter), mr. Y. van Wezel en mr. P.J. Verbeek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.L.M. van Schaik, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 mei 2026. mr. Van Wezel is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL06002025435465, gesloten op 18 december 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.