Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-04-17
ECLI:NL:RBGEL:2026:3517
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,047 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3517 text/xml public 2026-05-06T12:45:49 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-04-17 C05/456143 / JE RK 25-907 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Mondelinge uitspraak Beschikking NL Arnhem Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3517 text/html public 2026-05-06T12:36:22 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3517 Rechtbank Gelderland , 17-04-2026 / C05/456143 / JE RK 25-907 Afwijzing verlenging uithuisplaatsing. Het belang van de kinderen om zo snel mogelijk weer naar school te kunnen gaan weegt zwaar. Daarbij komt dat de kinderen nu op een groep zitten die niet passend is bij hun leeftijd en de moeder al enige tijd heeft laten zien haar leven weer op de rit te krijgen. RECHTBANK GELDERLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Arnhem Zaaknummer: C/05/456143 / JE RK 25-907 en C/05/464676 / JE RK 26/302 Datum uitspraak: 17 april 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering , gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI, over [naam kind 1] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , hierna te noemen [kind 1] , [naam kind 2] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , hierna te noemen [kind 2] , [naam kind 3] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , hierna te noemen [kind 3] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] , advocaat mr. W.G. Kuster-van de Ven uit Nijmegen, [naam vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] . 1 Het (verdere) verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: de beschikking van 14 oktober 2025 in zaaknummer C/05/456143 / JE RK 25-907; het verzoek met bijlagen in zaaknummer C/05/464676 / JE RK 26/302, ingekomen bij de griffie op 16 maart 2026; de brief van de GI in zaaknummer C/05/456143 / JE RK 25-907, ingekomen op 30 maart 2026; de brief van de advocaat van 16 april 2026 met bijlagen 1 tot en met 6 in de zaak met zaaknummer C/05/464676 / JE RK 26/302. 1.2. Voor het eerdere verloop van de procedure wordt verwezen naar de beschikking in zaaknummer C/05/456143 / JE RK 25-907 waarin de ondertoezichtstelling van de kinderen is verlengd tot 26 april 2026 en iedere verdere beslissing over de verlenging van de ondertoezichtstelling is aangehouden tot een nader te bepalen zittingsdatum. 1.3. Vervolgens heeft de kinderrechter bij beschikking van 30 december 2025 (met zaaknummer C/05/461294 / JE RK 25-1338) een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] verleend in een gezinsgerichte voorziening met ingang van 30 december 2025 tot 27 januari 2026. De beslissing op het overige deel van het verzoek heeft de kinderrechter aangehouden. 1.4. Bij beschikking van 22 januari 2026 in datzelfde zaaknummer heeft de kinderrechter een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] in een gezinsgerichte voorziening tot 26 april 2026. 1.5. Op 17 april 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet in zaaknummer C/05/456143 / JE RK 25-907, waarbij tegelijkertijd is behandeld het nieuwe verzoek van de GI tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. Daarbij waren aanwezig: - de vader; - de moeder met haar advocaat; - twee vertegenwoordigsters van de GI. 1.6. Aan mw. [begeleidster] , begeleidster van de moeder vanuit de organisatie Impegno, is bijzondere toegang verleend om de zitting als toehoorder bij te wonen. 1.7. De kinderrechter heeft [kind 1] naar haar mening gevraagd. [kind 1] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. 2 De verzoeken 2.1. De kinderrechter moet nog een beslissing nemen op het (resterende) verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling van [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] te verlengen voor de duur van een jaar, te weten tot 26 oktober 2026. 2.2. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. 2.3. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3 De standpunten 3.1. De moeder voert geen verweer tegen het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling. Over het verzoek tot de uithuisplaatsing verzoekt de moeder om afwijzing. De advocaat van de moeder merkt allereerst op dat er niet kan worden verzocht om een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing, omdat de machtiging die er reeds ligt ziet op een andere voorziening dan waar de GI nu om vraagt. Verder brengt de advocaat naar voren dat de noodzaak voor een uithuisplaatsing is komen te vervallen, omdat de moeder al een geruime periode heeft laten zien dat het goed met haar gaat. Daarnaast maakt de moeder zich zorgen over de kinderen, omdat ze op een groep zijn geplaatst die niet passend is bij hun leeftijd. Het laten voortduren van de uithuisplaatsing is volgens de moeder dan ook schadelijk. Ook omdat de kinderen op dit moment door de uithuisplaatsing en de afstand tot school vanwege vervoersproblemen niet naar school kunnen. 3.2. De vader geeft aan dat hij van mening is dat de ondertoezichtstelling niet goed loopt, omdat de betrokken jeugdbeschermers zaken op zijn beloop laten. De vader wil net als de moeder dat de kinderen weer naar huis komen. De moeder is een goede moeder en kan goed voor de kinderen zorgen. 4 De (verdere) beoordeling Verlenging van de ondertoezichtstelling (zaaknummer C/05/456143 / JE RK 25-907) 4.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 4.2. De ontwikkeling van [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] zijn drie jonge kinderen met een grote zorgbehoefte. Ook laten ze zelfbepalend en ongeremd gedrag zien. Er waren grote zorgen over de persoonlijke problematiek van beide ouders. De moeder heeft hierin inmiddels wel stappen gezet, maar de ontwikkelingen zijn nog pril en het is belangrijk dat de GI monitort en waarborgt dat de positief ingezette lijn bij de moeder behouden blijft. Bij de vader is er recent nog sprake geweest van drugsgebruik. Het is belangrijk dat de kinderen hier niets meer van meekrijgen. Daarnaast is er nog veel onduidelijkheid over de rol van de vader nu de ouders uit elkaar zijn. Het is belangrijk dat hier meer zicht op komt en de kinderen geen last krijgen van eventuele spanningen tussen de ouders. 4.3. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat het de ouders samen (vanwege de dynamiek die er tussen hen speelt) niet is gelukt de belangen van de kinderen voorop te stellen. Regie en sturing vanuit een gedwongen kader is hierbij noodzakelijk. 4.4. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] voor de duur van een jaar. Uithuisplaatsing (zaaknummer C/05/464676 / JE RK 26/302) 4.5. De kinderrechter wijst echter het verzoek van de GI af over de (verlenging van de) uithuisplaatsing van [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] . De kinderrechter legt hierna uit waarom. 4.6. De kinderrechter stelt vast dat de moeder de afgelopen periode positieve stappen heeft gezet die ook de GI tijdens de zitting heeft erkend. De relatie met de vader is beëindigd en de moeder is hier heel standvastig in. Er is dus geen sprake meer van een schadelijke gezinsdynamiek. Daarnaast heeft de moeder ondersteuning gevraagd en gekregen op persoonlijk vlak. De moeder staat ingeschreven voor therapie, heeft middels testen laten zien dat zij geen drugs meer gebruikt, zij heeft haar woning opgeknapt en de hygiëne is op orde.
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3517 text/xml public 2026-05-06T12:45:49 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-04-17 C05/456143 / JE RK 25-907 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Mondelinge uitspraak Beschikking NL Arnhem Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3517 text/html public 2026-05-06T12:36:22 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3517 Rechtbank Gelderland , 17-04-2026 / C05/456143 / JE RK 25-907 Afwijzing verlenging uithuisplaatsing. Het belang van de kinderen om zo snel mogelijk weer naar school te kunnen gaan weegt zwaar. Daarbij komt dat de kinderen nu op een groep zitten die niet passend is bij hun leeftijd en de moeder al enige tijd heeft laten zien haar leven weer op de rit te krijgen. RECHTBANK GELDERLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Arnhem Zaaknummer: C/05/456143 / JE RK 25-907 en C/05/464676 / JE RK 26/302 Datum uitspraak: 17 april 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering , gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI, over [naam kind 1] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , hierna te noemen [kind 1] , [naam kind 2] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , hierna te noemen [kind 2] , [naam kind 3] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , hierna te noemen [kind 3] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] , advocaat mr. W.G. Kuster-van de Ven uit Nijmegen, [naam vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] . 1 Het (verdere) verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: de beschikking van 14 oktober 2025 in zaaknummer C/05/456143 / JE RK 25-907; het verzoek met bijlagen in zaaknummer C/05/464676 / JE RK 26/302, ingekomen bij de griffie op 16 maart 2026; de brief van de GI in zaaknummer C/05/456143 / JE RK 25-907, ingekomen op 30 maart 2026; de brief van de advocaat van 16 april 2026 met bijlagen 1 tot en met 6 in de zaak met zaaknummer C/05/464676 / JE RK 26/302. 1.2. Voor het eerdere verloop van de procedure wordt verwezen naar de beschikking in zaaknummer C/05/456143 / JE RK 25-907 waarin de ondertoezichtstelling van de kinderen is verlengd tot 26 april 2026 en iedere verdere beslissing over de verlenging van de ondertoezichtstelling is aangehouden tot een nader te bepalen zittingsdatum. 1.3. Vervolgens heeft de kinderrechter bij beschikking van 30 december 2025 (met zaaknummer C/05/461294 / JE RK 25-1338) een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] verleend in een gezinsgerichte voorziening met ingang van 30 december 2025 tot 27 januari 2026. De beslissing op het overige deel van het verzoek heeft de kinderrechter aangehouden. 1.4. Bij beschikking van 22 januari 2026 in datzelfde zaaknummer heeft de kinderrechter een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] in een gezinsgerichte voorziening tot 26 april 2026. 1.5. Op 17 april 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet in zaaknummer C/05/456143 / JE RK 25-907, waarbij tegelijkertijd is behandeld het nieuwe verzoek van de GI tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. Daarbij waren aanwezig: - de vader; - de moeder met haar advocaat; - twee vertegenwoordigsters van de GI. 1.6. Aan mw. [begeleidster] , begeleidster van de moeder vanuit de organisatie Impegno, is bijzondere toegang verleend om de zitting als toehoorder bij te wonen. 1.7. De kinderrechter heeft [kind 1] naar haar mening gevraagd. [kind 1] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. 2 De verzoeken 2.1. De kinderrechter moet nog een beslissing nemen op het (resterende) verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling van [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] te verlengen voor de duur van een jaar, te weten tot 26 oktober 2026. 2.2. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. 2.3. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3 De standpunten 3.1. De moeder voert geen verweer tegen het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling. Over het verzoek tot de uithuisplaatsing verzoekt de moeder om afwijzing. De advocaat van de moeder merkt allereerst op dat er niet kan worden verzocht om een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing, omdat de machtiging die er reeds ligt ziet op een andere voorziening dan waar de GI nu om vraagt. Verder brengt de advocaat naar voren dat de noodzaak voor een uithuisplaatsing is komen te vervallen, omdat de moeder al een geruime periode heeft laten zien dat het goed met haar gaat. Daarnaast maakt de moeder zich zorgen over de kinderen, omdat ze op een groep zijn geplaatst die niet passend is bij hun leeftijd. Het laten voortduren van de uithuisplaatsing is volgens de moeder dan ook schadelijk. Ook omdat de kinderen op dit moment door de uithuisplaatsing en de afstand tot school vanwege vervoersproblemen niet naar school kunnen. 3.2. De vader geeft aan dat hij van mening is dat de ondertoezichtstelling niet goed loopt, omdat de betrokken jeugdbeschermers zaken op zijn beloop laten. De vader wil net als de moeder dat de kinderen weer naar huis komen. De moeder is een goede moeder en kan goed voor de kinderen zorgen. 4 De (verdere) beoordeling Verlenging van de ondertoezichtstelling (zaaknummer C/05/456143 / JE RK 25-907) 4.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 4.2. De ontwikkeling van [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] zijn drie jonge kinderen met een grote zorgbehoefte. Ook laten ze zelfbepalend en ongeremd gedrag zien. Er waren grote zorgen over de persoonlijke problematiek van beide ouders. De moeder heeft hierin inmiddels wel stappen gezet, maar de ontwikkelingen zijn nog pril en het is belangrijk dat de GI monitort en waarborgt dat de positief ingezette lijn bij de moeder behouden blijft. Bij de vader is er recent nog sprake geweest van drugsgebruik. Het is belangrijk dat de kinderen hier niets meer van meekrijgen. Daarnaast is er nog veel onduidelijkheid over de rol van de vader nu de ouders uit elkaar zijn. Het is belangrijk dat hier meer zicht op komt en de kinderen geen last krijgen van eventuele spanningen tussen de ouders. 4.3. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat het de ouders samen (vanwege de dynamiek die er tussen hen speelt) niet is gelukt de belangen van de kinderen voorop te stellen. Regie en sturing vanuit een gedwongen kader is hierbij noodzakelijk. 4.4. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] voor de duur van een jaar. Uithuisplaatsing (zaaknummer C/05/464676 / JE RK 26/302) 4.5. De kinderrechter wijst echter het verzoek van de GI af over de (verlenging van de) uithuisplaatsing van [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] . De kinderrechter legt hierna uit waarom. 4.6. De kinderrechter stelt vast dat de moeder de afgelopen periode positieve stappen heeft gezet die ook de GI tijdens de zitting heeft erkend. De relatie met de vader is beëindigd en de moeder is hier heel standvastig in. Er is dus geen sprake meer van een schadelijke gezinsdynamiek. Daarnaast heeft de moeder ondersteuning gevraagd en gekregen op persoonlijk vlak. De moeder staat ingeschreven voor therapie, heeft middels testen laten zien dat zij geen drugs meer gebruikt, zij heeft haar woning opgeknapt en de hygiëne is op orde.