Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-01-29
ECLI:NL:RBGEL:2026:2984
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
7,921 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:2984 text/xml public 2026-04-30T10:36:15 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-01-29 11985974 VV EXPL 25-74 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Kort geding NL Apeldoorn Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:2984 text/html public 2026-04-30T10:35:32 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:2984 Rechtbank Gelderland , 29-01-2026 / 11985974 VV EXPL 25-74 Kort geding. Huur. Overlast. Ontruiming. RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Apeldoorn Zaaknummer: 11985974 \ VV EXPL 25-74 Vonnis in kort geding van 29 januari 2026 in de zaak van STICHTING DE WOONMENSEN , te Zwolle, eisende partij, hierna te noemen: De Woonmensen, gemachtigde: mr. M.J. Seijbel, tegen [bewindsvoeringbedrijf] B.V. , in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan [naam onderbewindgestelde gedaagde] (hierna: [de onderbewindgestelde gedaagde] ), te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: de bewindvoerder, gemachtigde: mr. J.B.G. Gelissen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de aanvullende productie 11 van De Woonmensen - de mondelinge behandeling van 15 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt - de pleitnota van mr. Gelissen. 2 De feiten 2.1. De Woonmensen verhuurt vanaf 20 april 2020 de woning aan de [adres] in [woonplaats] (hierna: de woning) aan [de onderbewindgestelde gedaagde] . 2.2. De Woonmensen heeft deze woning in eerste instantie verhuurd aan [de onderbewindgestelde gedaagde] op grond van de tussen partijen gesloten ‘ tijdelijke huurovereenkomst opstapwoning met begeleiding voor bijzondere doelgroepen’ . Deze huurovereenkomst was gekoppeld aan de woonbegeleidingsovereenkomst. Per 1 oktober 2021 is deze huurovereenkomst omgezet in een reguliere huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. 2.3. Vanaf september 2024 ontvangt De Woonmensen meldingen (van omwonenden) over ernstige (geluids-)overlast die wordt veroorzaakt door [de onderbewindgestelde gedaagde] . De overlast bestaat blijkens deze meldingen onder meer uit schreeuwen, slaan, verward gedrag vertonen en het (ernstig) bedreigen van omwonende(n) (kinderen) en schoonmakers die in het complex aan het werk zijn. 2.4. Op 15 oktober 2024 heeft De Woonmensen een e-mail van de mentor van [de onderbewindgestelde gedaagde] gekregen waarin, voor zover relevant, is geschreven: “(…) Op dit moment maakt [de onderbewindgestelde gedaagde] een zorgelijke periode door. We zien dat hij veel last heeft van wanen. Hij denkt dat hij Jezus is en praat met God. Ook heeft hij uitingen gedaan dat hij van de flat zal springen. Daarnaast staat hij regelmatig te huilen als een wolf op zijn balkon of op straat. Er komen stelselmatig klachten binnen van buurtbewoners, waardoor de situatie steeds verder escaleert. Ik heb goede contacten met de (wijk)agenten die bij hem betrokken zijn. Ik houd er rekening mee da de situatie op korte termijn verder zal escaleren en dat er een gedwongen opname zal volgen.” 2.5. Op 5 december 2024 heeft De Woonmensen een gesprek met [de onderbewindgestelde gedaagde] gevoerd over zijn overlast gevende gedrag, waarbij ook zijn mentor en de wijkagent aanwezig waren. 2.6. Op 26 februari 2025 en op 16 april 2025 heeft een omwonende de politie gebeld vanwege overlast door [de onderbewindgestelde gedaagde] . 2.7. Op 7 mei en 11 mei 2025 zijn er incidenten geweest waarbij [de onderbewindgestelde gedaagde] een schoonmaakmedewerker die in het complex aan het werk was respectievelijk een omwonende met een (slagers-)mes heeft bedreigd en heeft gezegd dat hij hun dood zal maken. Na deze incidenten is [de onderbewindgestelde gedaagde] door de politie aangehouden. [de onderbewindgestelde gedaagde] is na één dag weer vrijgelaten. 2.8. Op 12 mei 2025 heeft De Woonmensen een overlastmelding over [de onderbewindgestelde gedaagde] ontvangen omdat hij de minderjarige zoon van zijn buurvrouw zou hebben bedreigd met de dood. 2.9. Op 19 mei 2025 heeft De Woonmensen een laatste waarschuwingsbrief aan [de onderbewindgestelde gedaagde] gestuurd. Naar aanleiding daarvan heeft [de onderbewindgestelde gedaagde] op 27 mei 2025 telefonisch contact opgenomen met De Woonmensen waarbij [de onderbewindgestelde gedaagde] heeft aangegeven dat hij een atoombom wil gooien op het kantoor van De Woonmensen. 2.10. Op onder meer 8 augustus 2025 en 7 oktober 2025 zijn de schoonmakers die in het complex aan het werk waren wederom bedreigd, waarna de politie ter plaatse is gekomen om de rust te laten terugkeren. 2.11. Op 12 oktober 2025 heeft de politie de voordeur van de woning van [de onderbewindgestelde gedaagde] geforceerd om [de onderbewindgestelde gedaagde] aan te houden en mee te nemen, nadat hij kinderen had bedreigd en een fiets vanaf zijn balkon naar beneden heeft gegooid. 2.12. Op 15 oktober 2025 heeft er een multidisciplinair overleg plaatsgevonden met de (afdeling intensieve regie van de) gemeente [woongemeente] en op 23 oktober 2025 heeft er nog een gesprek plaatsgevonden waarbij ook de huisarts van [de onderbewindgestelde gedaagde] aanwezig was. Daarin is onder meer door de betrokken zorgpartijen geconcludeerd dat een zorgmachtiging vooralsnog niet haalbaar lijkt. 3. Het geschil 3.1. De Woonmensen vordert samengevat - ontruiming van de woning aan [adres] te [woonplaats] . 3.2. De Woonmensen legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [de onderbewindgestelde gedaagde] gedraagt zich herhaaldelijk en al langere tijd, namelijk ruim een jaar, niet als een goed huurder. [de onderbewindgestelde gedaagde] veroorzaakt overdag en ’s nachts structureel ernstige geluidsoverlast, door te schreeuwen, te schelden en verward gedrag te vertonen. Daarnaast intimideert en bedreigt hij regelmatig (met een mes) medebewoners, kinderen en de schoonmakers die in het complex aan het werk zijn. Vanwege de psychische kwetsbaarheid van [de onderbewindgestelde gedaagde] en zijn houding richting De Woonmensen en zijn hulpverleners is er geen zicht op een spoedige en structurele verbetering van zijn gedrag. 3.3. De bewindvoerder voert verweer. Zij voert samengevat aan dat er geen sprake is van een spoedeisend belang én dat De Woonmensen onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van ernstige en structurele overlast. De bewindvoerder concludeert daarom tot niet-ontvankelijkheid van De Woonmensen, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van De Woonmensen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van De Woonmensen in de kosten van deze procedure. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling Toetsingsmaatstaf 4.1. Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De in kort geding gevorderde ontruiming kan alleen worden toegewezen als De Woonmensen hierbij zoveel spoed heeft dat zij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Daarnaast moet de gestelde overlast die [de onderbewindgestelde gedaagde] (heeft) veroorzaakt zo ernstig zijn, dat de kans heel groot is dat de huurovereenkomst in een gewone procedure zal worden ontbonden. Zoals hierna zal blijken, wordt aan deze vereisten voldaan. Er is sprake van ernstige en structurele overlast 4.2. De Woonmensen heeft met de door haar in het geding gebrachte stukken voldoende aannemelijk gemaakt dat [de onderbewindgestelde gedaagde] voortdurend zeer ernstige overlast veroorzaakt. De Woonmensen heeft de ernstige en structurele overlast toegelicht en onderbouwd mede aan de hand van een aantal concrete overlastmeldingen van zowel omwonenden als van schoonmaakpersoneel dat in het complex aan het werk was in onder meer oktober 2024 en april, mei, oktober en november 2025. Daaruit blijkt onder meer dat [de onderbewindgestelde gedaagde] veel schreeuwt en scheldt, agressief en psychotisch gedrag vertoont en hij omwonenden en derden (’s nachts) lastig valt en (met de dood) bedreigt. 4.3.
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:2984 text/xml public 2026-04-30T10:36:15 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-01-29 11985974 VV EXPL 25-74 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Kort geding NL Apeldoorn Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:2984 text/html public 2026-04-30T10:35:32 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:2984 Rechtbank Gelderland , 29-01-2026 / 11985974 VV EXPL 25-74 Kort geding. Huur. Overlast. Ontruiming. RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Apeldoorn Zaaknummer: 11985974 \ VV EXPL 25-74 Vonnis in kort geding van 29 januari 2026 in de zaak van STICHTING DE WOONMENSEN , te Zwolle, eisende partij, hierna te noemen: De Woonmensen, gemachtigde: mr. M.J. Seijbel, tegen [bewindsvoeringbedrijf] B.V. , in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan [naam onderbewindgestelde gedaagde] (hierna: [de onderbewindgestelde gedaagde] ), te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: de bewindvoerder, gemachtigde: mr. J.B.G. Gelissen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de aanvullende productie 11 van De Woonmensen - de mondelinge behandeling van 15 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt - de pleitnota van mr. Gelissen. 2 De feiten 2.1. De Woonmensen verhuurt vanaf 20 april 2020 de woning aan de [adres] in [woonplaats] (hierna: de woning) aan [de onderbewindgestelde gedaagde] . 2.2. De Woonmensen heeft deze woning in eerste instantie verhuurd aan [de onderbewindgestelde gedaagde] op grond van de tussen partijen gesloten ‘ tijdelijke huurovereenkomst opstapwoning met begeleiding voor bijzondere doelgroepen’ . Deze huurovereenkomst was gekoppeld aan de woonbegeleidingsovereenkomst. Per 1 oktober 2021 is deze huurovereenkomst omgezet in een reguliere huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. 2.3. Vanaf september 2024 ontvangt De Woonmensen meldingen (van omwonenden) over ernstige (geluids-)overlast die wordt veroorzaakt door [de onderbewindgestelde gedaagde] . De overlast bestaat blijkens deze meldingen onder meer uit schreeuwen, slaan, verward gedrag vertonen en het (ernstig) bedreigen van omwonende(n) (kinderen) en schoonmakers die in het complex aan het werk zijn. 2.4. Op 15 oktober 2024 heeft De Woonmensen een e-mail van de mentor van [de onderbewindgestelde gedaagde] gekregen waarin, voor zover relevant, is geschreven: “(…) Op dit moment maakt [de onderbewindgestelde gedaagde] een zorgelijke periode door. We zien dat hij veel last heeft van wanen. Hij denkt dat hij Jezus is en praat met God. Ook heeft hij uitingen gedaan dat hij van de flat zal springen. Daarnaast staat hij regelmatig te huilen als een wolf op zijn balkon of op straat. Er komen stelselmatig klachten binnen van buurtbewoners, waardoor de situatie steeds verder escaleert. Ik heb goede contacten met de (wijk)agenten die bij hem betrokken zijn. Ik houd er rekening mee da de situatie op korte termijn verder zal escaleren en dat er een gedwongen opname zal volgen.” 2.5. Op 5 december 2024 heeft De Woonmensen een gesprek met [de onderbewindgestelde gedaagde] gevoerd over zijn overlast gevende gedrag, waarbij ook zijn mentor en de wijkagent aanwezig waren. 2.6. Op 26 februari 2025 en op 16 april 2025 heeft een omwonende de politie gebeld vanwege overlast door [de onderbewindgestelde gedaagde] . 2.7. Op 7 mei en 11 mei 2025 zijn er incidenten geweest waarbij [de onderbewindgestelde gedaagde] een schoonmaakmedewerker die in het complex aan het werk was respectievelijk een omwonende met een (slagers-)mes heeft bedreigd en heeft gezegd dat hij hun dood zal maken. Na deze incidenten is [de onderbewindgestelde gedaagde] door de politie aangehouden. [de onderbewindgestelde gedaagde] is na één dag weer vrijgelaten. 2.8. Op 12 mei 2025 heeft De Woonmensen een overlastmelding over [de onderbewindgestelde gedaagde] ontvangen omdat hij de minderjarige zoon van zijn buurvrouw zou hebben bedreigd met de dood. 2.9. Op 19 mei 2025 heeft De Woonmensen een laatste waarschuwingsbrief aan [de onderbewindgestelde gedaagde] gestuurd. Naar aanleiding daarvan heeft [de onderbewindgestelde gedaagde] op 27 mei 2025 telefonisch contact opgenomen met De Woonmensen waarbij [de onderbewindgestelde gedaagde] heeft aangegeven dat hij een atoombom wil gooien op het kantoor van De Woonmensen. 2.10. Op onder meer 8 augustus 2025 en 7 oktober 2025 zijn de schoonmakers die in het complex aan het werk waren wederom bedreigd, waarna de politie ter plaatse is gekomen om de rust te laten terugkeren. 2.11. Op 12 oktober 2025 heeft de politie de voordeur van de woning van [de onderbewindgestelde gedaagde] geforceerd om [de onderbewindgestelde gedaagde] aan te houden en mee te nemen, nadat hij kinderen had bedreigd en een fiets vanaf zijn balkon naar beneden heeft gegooid. 2.12. Op 15 oktober 2025 heeft er een multidisciplinair overleg plaatsgevonden met de (afdeling intensieve regie van de) gemeente [woongemeente] en op 23 oktober 2025 heeft er nog een gesprek plaatsgevonden waarbij ook de huisarts van [de onderbewindgestelde gedaagde] aanwezig was. Daarin is onder meer door de betrokken zorgpartijen geconcludeerd dat een zorgmachtiging vooralsnog niet haalbaar lijkt. 3. Het geschil 3.1. De Woonmensen vordert samengevat - ontruiming van de woning aan [adres] te [woonplaats] . 3.2. De Woonmensen legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [de onderbewindgestelde gedaagde] gedraagt zich herhaaldelijk en al langere tijd, namelijk ruim een jaar, niet als een goed huurder. [de onderbewindgestelde gedaagde] veroorzaakt overdag en ’s nachts structureel ernstige geluidsoverlast, door te schreeuwen, te schelden en verward gedrag te vertonen. Daarnaast intimideert en bedreigt hij regelmatig (met een mes) medebewoners, kinderen en de schoonmakers die in het complex aan het werk zijn. Vanwege de psychische kwetsbaarheid van [de onderbewindgestelde gedaagde] en zijn houding richting De Woonmensen en zijn hulpverleners is er geen zicht op een spoedige en structurele verbetering van zijn gedrag. 3.3. De bewindvoerder voert verweer. Zij voert samengevat aan dat er geen sprake is van een spoedeisend belang én dat De Woonmensen onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van ernstige en structurele overlast. De bewindvoerder concludeert daarom tot niet-ontvankelijkheid van De Woonmensen, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van De Woonmensen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van De Woonmensen in de kosten van deze procedure. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling Toetsingsmaatstaf 4.1. Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De in kort geding gevorderde ontruiming kan alleen worden toegewezen als De Woonmensen hierbij zoveel spoed heeft dat zij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Daarnaast moet de gestelde overlast die [de onderbewindgestelde gedaagde] (heeft) veroorzaakt zo ernstig zijn, dat de kans heel groot is dat de huurovereenkomst in een gewone procedure zal worden ontbonden. Zoals hierna zal blijken, wordt aan deze vereisten voldaan. Er is sprake van ernstige en structurele overlast 4.2. De Woonmensen heeft met de door haar in het geding gebrachte stukken voldoende aannemelijk gemaakt dat [de onderbewindgestelde gedaagde] voortdurend zeer ernstige overlast veroorzaakt. De Woonmensen heeft de ernstige en structurele overlast toegelicht en onderbouwd mede aan de hand van een aantal concrete overlastmeldingen van zowel omwonenden als van schoonmaakpersoneel dat in het complex aan het werk was in onder meer oktober 2024 en april, mei, oktober en november 2025. Daaruit blijkt onder meer dat [de onderbewindgestelde gedaagde] veel schreeuwt en scheldt, agressief en psychotisch gedrag vertoont en hij omwonenden en derden (’s nachts) lastig valt en (met de dood) bedreigt. 4.3.
Volledig
Anders dan de bewindvoerder kennelijk meent, is het niet nodig dat De Woonmensen ter onderbouwing van haar stelling alle gestelde 170 overlastmeldingen over het afgelopen anderhalf jaar in het geding brengt. Uit het dossier volgt namelijk ook dat de mentor van [de onderbewindgestelde gedaagde] in oktober 2024 al aan de Woonmensen heeft bevestigd dat het mentaal niet goed gaat met [de onderbewindgestelde gedaagde] en dat er stelselmatig klachten van omwonenden binnenkomen en dat er meerdere omwonenden inmiddels zijn verhuisd (binnen het complex) vanwege de overlast die [de onderbewindgestelde gedaagde] steeds veroorzaakt. Bovendien staat vast dat de omwonenden de overlast vooral rechtstreeks bij de politie hebben gemeld uit angst voor [de onderbewindgestelde gedaagde] en zodat de politie direct actie kon ondernemen. De Woonmensen is kennelijk niet zelf in het bezit van al die meldingen. Maar uit het dossier volgt dat de politie en zelfs de ME daadwerkelijk naar aanleiding van meldingen (van omwonenden) regelmatig ter plaatse zijn gekomen om de situatie onder controle te krijgen of om [de onderbewindgestelde gedaagde] aan te houden, onder meer in mei en oktober 2025. 4.4. Op 7 en 11 mei 2025 en op 12 oktober 2025 is de situatie geëscaleerd en hebben er ernstige incidenten plaatsgevonden. Zo heeft [de onderbewindgestelde gedaagde] op 7 mei 2025 een schoonmaak-medewerker die in het complex aan het werk was met de dood bedreigd, terwijl hij een mes in zijn hand hield en – al tikkend met het mes tegen de balustrade – richting de schoonmaakmedewerker liep. Vervolgens heeft [de onderbewindgestelde gedaagde] op 11 mei 2025 zijn buurvrouw met een groot slagersmes bedreigd, terwijl hij riep dat hij haar dood ging maken. En in diezelfde week daarvoor heeft [de onderbewindgestelde gedaagde] het zoontje van de buurvrouw van 8 jaar met de dood bedreigd. Ook een paar maanden later, op 12 oktober 2025, heeft er een incident met een mes plaatsgevonden waarbij [de onderbewindgestelde gedaagde] , al zwaaiend met een mes, kinderen heeft bedreigd en een fiets vanaf twee hoog naar beneden heeft gegooid. 4.5. [de onderbewindgestelde gedaagde] heeft deze incidenten en door hem veroorzaakte overlast niet, althans onvoldoende, ontkend. Anders dan [de onderbewindgestelde gedaagde] meent, volgt uit de hiervoor genoemde reeks aan nagenoeg opvolgende meldingen, gesprekken en incidenten dat de overlast van structurele aard is. Ook na het uitbrengen van de dagvaarding is het overlast gevende gedrag onverkort door blijven gaan en is de politie eind 2025 meermaals bij [de onderbewindgestelde gedaagde] geweest, zo blijkt uit de nader door de Woonmensen overgelegde producties. [de onderbewindgestelde gedaagde] heeft zich dus niet als goed huurder gedragen en is zijn huurdersverplichtingen niet nagekomen. [de onderbewindgestelde gedaagde] moet het gehuurde ontruimen 4.6. De bewindvoerder heeft aangevoerd dat het overlast gevend gedrag het gevolg is van pesterijen, beledigingen en geluidsoverlast van buurtbewoners richting [de onderbewindgestelde gedaagde] waarop hij, gezien zijn psychische toestand, heftig reageert. Ook als dit juist is – hetgeen de buurtbewoners dan ook op hun beurt kan worden aangerekend – betekent dit nog niet dat [de onderbewindgestelde gedaagde] buurtbewoners meermaals met een mes of met de dood kan bedreigen. Dit gedrag is ver grensoverschrijdend en volstrekt ontoelaatbaar. Het heeft ertoe geleid dat de buurtbewoners, buurtkinderen en ook het schoonmaakpersoneel zich niet meer veilig voelen in hun eigen leefomgeving en/of in het complex. Het schoonmaakpersoneel heeft de werkzaamheden in het complex zelfs gestaakt en een aantal omwonenden zijn al verhuisd (binnen het complex). Onder deze omstandigheden kan ook niet van De Woonmensen worden gevergd de huurovereenkomst voort te zetten. De Woonmensen is ten opzichte van haar overige huurders namelijk ook verantwoordelijk voor een ongestoord woongenot en een veilige woonomgeving en dit kan zij met het behoud van de woning door [de onderbewindgestelde gedaagde] niet garanderen. Hieruit volgt ook dat De Woonmensen een spoedeisend belang heeft bij de ontruiming. 4.7. Het belang van [de onderbewindgestelde gedaagde] bij behoud van de woning wordt onderkend, maar weegt in deze situatie niet op tegen het belang van De Woonmensen bij ontruiming. Hoewel het professioneel netwerk rondom [de onderbewindgestelde gedaagde] bezig is met het vinden van een oplossing (in de vorm van een zorgmachtiging), zijn er op dit moment onvoldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat het overlastgevende gedrag op korte termijn zal eindigen. Een zorgmachtiging lijkt, volgens de inschatting van de betrokken zorgpartijen, niet op korte termijn haalbaar. De bewindvoerder heeft onvoldoende (met stukken) onderbouwd dat het anders zou zijn. Daar komt bij dat [de onderbewindgestelde gedaagde] al gedurende langere tijd ambulante hulpverlening heeft, maar dit blijkt, mede gelet op de vaak onwillige houding van [de onderbewindgestelde gedaagde] , onvoldoende te zijn om het overlastgevende gedrag van [de onderbewindgestelde gedaagde] daadwerkelijk te doen stoppen. Dit alles maakt dat het belang van De Woonmensen bij een ontruiming zwaarder weegt dan het belang van [de onderbewindgestelde gedaagde] om in de woning te mogen blijven. 4.8. Gezien het voorgaande is voldoende gebleken dat er een onhoudbare situatie is ontstaan. Van De Woonmensen en de buurtbewoners kan niet worden verwacht langer in onveiligheid te verkeren en het overlast gevende gedrag te dulden. Het is thans voldoende aannemelijk dat de bodemrechter wegens de structurele en ernstige overlast de huurovereenkomst zal ontbinden. De gevorderde ontruiming wordt daarom toegewezen. 4.9. De bewindvoerder heeft verzocht om, in geval van ontruiming, een langere ontruimingstermijn van (minimaal) 30 dagen aan te houden omdat [de onderbewindgestelde gedaagde] geen netwerk heeft om te helpen bij het ontruimen en schoonmaken van de woning en [de onderbewindgestelde gedaagde] nergens anders naartoe kan. Daartegen is geen specifiek verweer gevoerd. De kantonrechter zal de termijn van ontruiming, met inachtneming van de omstandigheden van dit geval, bepalen op twee weken na de betekening van dit vonnis, zodat de bewindvoerder, [de onderbewindgestelde gedaagde] en de hulpverlening iets meer tijd dan gevorderd, wordt gegund een passende oplossing te vinden. Uitvoerbaar bij voorraad en proceskosten 4.10. Het vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, vanwege het belang van De Woonmensen bij een zo spoedig mogelijke ontruiming. 4.11. De bewindvoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van De Woonmensen worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 149,02 - griffierecht € 135,00 - salaris gemachtigde € 543,00 - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 962,02. 4.12. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. veroordeelt de bewindvoerder om binnen drie weken na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] te [woonplaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van De Woonmensen zijn, en de sleutels af te geven aan De Woonmensen, 5.2. veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten van € 962,02, te vermeerderen met de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten, 5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2026. (ldj)
Volledig
Anders dan de bewindvoerder kennelijk meent, is het niet nodig dat De Woonmensen ter onderbouwing van haar stelling alle gestelde 170 overlastmeldingen over het afgelopen anderhalf jaar in het geding brengt. Uit het dossier volgt namelijk ook dat de mentor van [de onderbewindgestelde gedaagde] in oktober 2024 al aan de Woonmensen heeft bevestigd dat het mentaal niet goed gaat met [de onderbewindgestelde gedaagde] en dat er stelselmatig klachten van omwonenden binnenkomen en dat er meerdere omwonenden inmiddels zijn verhuisd (binnen het complex) vanwege de overlast die [de onderbewindgestelde gedaagde] steeds veroorzaakt. Bovendien staat vast dat de omwonenden de overlast vooral rechtstreeks bij de politie hebben gemeld uit angst voor [de onderbewindgestelde gedaagde] en zodat de politie direct actie kon ondernemen. De Woonmensen is kennelijk niet zelf in het bezit van al die meldingen. Maar uit het dossier volgt dat de politie en zelfs de ME daadwerkelijk naar aanleiding van meldingen (van omwonenden) regelmatig ter plaatse zijn gekomen om de situatie onder controle te krijgen of om [de onderbewindgestelde gedaagde] aan te houden, onder meer in mei en oktober 2025. 4.4. Op 7 en 11 mei 2025 en op 12 oktober 2025 is de situatie geëscaleerd en hebben er ernstige incidenten plaatsgevonden. Zo heeft [de onderbewindgestelde gedaagde] op 7 mei 2025 een schoonmaak-medewerker die in het complex aan het werk was met de dood bedreigd, terwijl hij een mes in zijn hand hield en – al tikkend met het mes tegen de balustrade – richting de schoonmaakmedewerker liep. Vervolgens heeft [de onderbewindgestelde gedaagde] op 11 mei 2025 zijn buurvrouw met een groot slagersmes bedreigd, terwijl hij riep dat hij haar dood ging maken. En in diezelfde week daarvoor heeft [de onderbewindgestelde gedaagde] het zoontje van de buurvrouw van 8 jaar met de dood bedreigd. Ook een paar maanden later, op 12 oktober 2025, heeft er een incident met een mes plaatsgevonden waarbij [de onderbewindgestelde gedaagde] , al zwaaiend met een mes, kinderen heeft bedreigd en een fiets vanaf twee hoog naar beneden heeft gegooid. 4.5. [de onderbewindgestelde gedaagde] heeft deze incidenten en door hem veroorzaakte overlast niet, althans onvoldoende, ontkend. Anders dan [de onderbewindgestelde gedaagde] meent, volgt uit de hiervoor genoemde reeks aan nagenoeg opvolgende meldingen, gesprekken en incidenten dat de overlast van structurele aard is. Ook na het uitbrengen van de dagvaarding is het overlast gevende gedrag onverkort door blijven gaan en is de politie eind 2025 meermaals bij [de onderbewindgestelde gedaagde] geweest, zo blijkt uit de nader door de Woonmensen overgelegde producties. [de onderbewindgestelde gedaagde] heeft zich dus niet als goed huurder gedragen en is zijn huurdersverplichtingen niet nagekomen. [de onderbewindgestelde gedaagde] moet het gehuurde ontruimen 4.6. De bewindvoerder heeft aangevoerd dat het overlast gevend gedrag het gevolg is van pesterijen, beledigingen en geluidsoverlast van buurtbewoners richting [de onderbewindgestelde gedaagde] waarop hij, gezien zijn psychische toestand, heftig reageert. Ook als dit juist is – hetgeen de buurtbewoners dan ook op hun beurt kan worden aangerekend – betekent dit nog niet dat [de onderbewindgestelde gedaagde] buurtbewoners meermaals met een mes of met de dood kan bedreigen. Dit gedrag is ver grensoverschrijdend en volstrekt ontoelaatbaar. Het heeft ertoe geleid dat de buurtbewoners, buurtkinderen en ook het schoonmaakpersoneel zich niet meer veilig voelen in hun eigen leefomgeving en/of in het complex. Het schoonmaakpersoneel heeft de werkzaamheden in het complex zelfs gestaakt en een aantal omwonenden zijn al verhuisd (binnen het complex). Onder deze omstandigheden kan ook niet van De Woonmensen worden gevergd de huurovereenkomst voort te zetten. De Woonmensen is ten opzichte van haar overige huurders namelijk ook verantwoordelijk voor een ongestoord woongenot en een veilige woonomgeving en dit kan zij met het behoud van de woning door [de onderbewindgestelde gedaagde] niet garanderen. Hieruit volgt ook dat De Woonmensen een spoedeisend belang heeft bij de ontruiming. 4.7. Het belang van [de onderbewindgestelde gedaagde] bij behoud van de woning wordt onderkend, maar weegt in deze situatie niet op tegen het belang van De Woonmensen bij ontruiming. Hoewel het professioneel netwerk rondom [de onderbewindgestelde gedaagde] bezig is met het vinden van een oplossing (in de vorm van een zorgmachtiging), zijn er op dit moment onvoldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat het overlastgevende gedrag op korte termijn zal eindigen. Een zorgmachtiging lijkt, volgens de inschatting van de betrokken zorgpartijen, niet op korte termijn haalbaar. De bewindvoerder heeft onvoldoende (met stukken) onderbouwd dat het anders zou zijn. Daar komt bij dat [de onderbewindgestelde gedaagde] al gedurende langere tijd ambulante hulpverlening heeft, maar dit blijkt, mede gelet op de vaak onwillige houding van [de onderbewindgestelde gedaagde] , onvoldoende te zijn om het overlastgevende gedrag van [de onderbewindgestelde gedaagde] daadwerkelijk te doen stoppen. Dit alles maakt dat het belang van De Woonmensen bij een ontruiming zwaarder weegt dan het belang van [de onderbewindgestelde gedaagde] om in de woning te mogen blijven. 4.8. Gezien het voorgaande is voldoende gebleken dat er een onhoudbare situatie is ontstaan. Van De Woonmensen en de buurtbewoners kan niet worden verwacht langer in onveiligheid te verkeren en het overlast gevende gedrag te dulden. Het is thans voldoende aannemelijk dat de bodemrechter wegens de structurele en ernstige overlast de huurovereenkomst zal ontbinden. De gevorderde ontruiming wordt daarom toegewezen. 4.9. De bewindvoerder heeft verzocht om, in geval van ontruiming, een langere ontruimingstermijn van (minimaal) 30 dagen aan te houden omdat [de onderbewindgestelde gedaagde] geen netwerk heeft om te helpen bij het ontruimen en schoonmaken van de woning en [de onderbewindgestelde gedaagde] nergens anders naartoe kan. Daartegen is geen specifiek verweer gevoerd. De kantonrechter zal de termijn van ontruiming, met inachtneming van de omstandigheden van dit geval, bepalen op twee weken na de betekening van dit vonnis, zodat de bewindvoerder, [de onderbewindgestelde gedaagde] en de hulpverlening iets meer tijd dan gevorderd, wordt gegund een passende oplossing te vinden. Uitvoerbaar bij voorraad en proceskosten 4.10. Het vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, vanwege het belang van De Woonmensen bij een zo spoedig mogelijke ontruiming. 4.11. De bewindvoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van De Woonmensen worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 149,02 - griffierecht € 135,00 - salaris gemachtigde € 543,00 - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 962,02. 4.12. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. veroordeelt de bewindvoerder om binnen drie weken na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] te [woonplaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van De Woonmensen zijn, en de sleutels af te geven aan De Woonmensen, 5.2. veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten van € 962,02, te vermeerderen met de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten, 5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2026. (ldj)