Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-04-01
ECLI:NL:RBGEL:2026:2509
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
16,221 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:2509 text/xml public 2026-04-16T11:04:20 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-04-01 445732 Uitspraak Bodemzaak NL Arnhem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:2509 text/html public 2026-04-07T12:12:03 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:2509 Rechtbank Gelderland , 01-04-2026 / 445732 Kort na aankoop vertoont een nieuwe Range Rover foutmeldingen. Na reparatie levert de dealer de auto af bij de leasemaatschappij. De bestuurder roept de ontbinding in. De rechtbank oordeelt dat de dealer geen overeenkomst heeft gesloten met de bestuurder maar met de leasemaatschappij, die in deze procedure tussenkomt. Ook die vordring tot ontbinding wijst de rechtbank af, omdat de auto inmiddels is hersteld. RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: C/05/445732 / HA ZA 24-622 Vonnis van 1 april 2026 in de zaak van [naam eisend bedrijf in conventie] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiser in conventie, verweerder in voorwaardelijke reconventie, hierna te noemen: [eiser in conventie] , advocaat: mr. P.L.M.F. Roosendaal, tegen [naam gedaagd bedrijf in conventie] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie, verweerder in conventie in tussenkomst, eiser in voorwaardelijke reconventie in tussenkomst, hierna te noemen: [gedaagde in conventie] , advocaat: mr. A.A. Alciyan, waarin is tussengekomen SANTANDER LEASING B.V. , gevestigd te ’s Hertogenbosch, eiser in conventie in tussenkomst, verweerder in voorwaardelijke reconventie in tussenkomst, advocaat: mr. P.L.M.F. Roosendaal. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 17 september 2025, hersteld op 6 oktober 2025, - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 12 februari 2026. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De zaak in het kort 2.1. [eiser in conventie] stelt dat [gedaagde in conventie] aan hem een nieuwe auto van het merk Range Rover heeft verkocht voor € 197.420,66 en wil dat de rechtbank bevestigt dat hij de koopovereenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden, plus (terug)betaling van de aankoopsom en schadevergoeding. Hij stelt daartoe dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt, omdat deze vanaf het begin storingen heeft vertoond en uiteindelijk na drie weken met slechts 2.000 kilometer op de teller is stilgevallen tijdens het rijden. Volgens [gedaagde in conventie] heeft zij geen koopovereenkomst met [eiser in conventie] gesloten, maar met de leasemaatschappij van [eiser in conventie] , Santander Leasing. Santander Leasing is daarom als derde partij tussengekomen in deze procedure en heeft ook ontbinding van de koopovereenkomst gevorderd, plus terugbetaling van de koopsom. [gedaagde in conventie] heeft tegenover [eiser in conventie] en Santander Leasing betwist dat sprake is van non-conformiteit en verweer gevoerd. 2.2. De rechtbank komt tot het oordeel dat de vorderingen van [eiser in conventie] en Santander Leasing moeten worden afgewezen. De rechtbank licht die beslissing hierna toe. 3 De feiten 3.1. De heer [bestuurder eisend bedrijf in conventie] (hierna: [bestuurder eisend bedrijf in conventie] ) is enig bestuurder en aandeelhouder van [eiser in conventie] . 3.2. [bestuurder eisend bedrijf in conventie] heeft in april 2024 bij [gedaagde in conventie] een nieuwe auto van het merk Range Rover (type: SWB P550e Autobiography AWD auto 24 MY) bekeken. Santander Leasing (hierna ook wel [voormalige bedrijfsnaam Santander] en Santander Consumer Leasing genoemd) heeft deze auto vervolgens bij [gedaagde in conventie] besteld (hierna: de auto). Op het bestelformulier met besteldatum 10 april 2024 staat dat [voormalige bedrijfsnaam Santander] de koper is, [gedaagde in conventie] de verkoper, [eiser in conventie] de lessee en [bestuurder eisend bedrijf in conventie] de bestuurder. 3.3. Voor de financiering van deze auto hebben [eiser in conventie] en Santander Leasing een leasecontract ondertekend onder verwijzing naar een tussen hen geldende mantel-overeenkomst lease. 3.4. [bestuurder eisend bedrijf in conventie] heeft de auto op 4 mei 2024 opgehaald bij [gedaagde in conventie] . Hij en [gedaagde in conventie] hebben bij de aflevering een formulier ondertekend waarin staat dat zij verklaren de vermelde auto’s conform de omschreven specificaties aan elkaar overgedragen te hebben namens [voormalige bedrijfsnaam Santander] . [gedaagde in conventie] heeft de verklaring ondertekend namens de leverancier en [bestuurder eisend bedrijf in conventie] in zijn hoedanigheid als berijder van de auto. 3.5. [gedaagde in conventie] heeft aan Santander Leasing een factuur gestuurd voor de koopsom van € 197.463,59 inclusief btw, welk bedrag Santander Leasing aan [gedaagde in conventie] heeft betaald. [gedaagde in conventie] heeft de auto op naam van Santander Leasing gesteld bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). 3.6. Op 23 mei 2024 heeft de auto bij [gedaagde in conventie] gestaan ter reparatie. Op 24 mei 2024 is de auto weer ter beschikking gesteld aan [bestuurder eisend bedrijf in conventie] . Kort daarna vertoonde de auto de volgende meldingen: Zet de auto veilig stil. Elektrische storing gedetecteerd. Acoustic Vehicle Alert System niet beschikbaar. Onderhoud van de auto vereist. U kunt voorzichtig verder rijden. Beperkt vermogen. 3.7. Op 28 mei 2024 is de auto tijdens het rijden uit zichzelf afgeslagen. [bestuurder eisend bedrijf in conventie] heeft de auto langs de kant van de weg gezet. De auto is weggetakeld en ter reparatie naar [gedaagde in conventie] gebracht. 3.8. Op 19 juni 2024 heeft [eiser in conventie] via zijn advocaat aan [gedaagde in conventie] onder meer bericht dat hij niks meer van [gedaagde in conventie] heeft vernomen, dat hij [gedaagde in conventie] aansprakelijk houdt en een oplossing wenst.: 3.9. Op 21 juni 2024 heeft [gedaagde in conventie] per mail excuses aangeboden, vermeld dat zij in nauw contact is met de fabrikant om de auto storingsvrij te maken en laten weten dat [eiser in conventie] volgende week wordt bericht over de status. 3.10. Op de herhaalde aansprakelijkheidsstelling van [eiser in conventie] van 28 juni 2024 heeft [gedaagde in conventie] op 3 juli 2024 per mail gereageerd: (…) Het onderdeel wat af fabriek stuk blijkt te zijn is een zekeringskast. Deze wordt zoals het er nu naar uitziet volgende week door de fabriek aan ons geleverd. Hierna zullen wij direct de auto repareren en kan de heer [bestuurder eisend bedrijf in conventie] weer gaan genieten van zijn Range Rover. (…) 3.11. Op 6 september 2024 heeft [eiser in conventie] via zijn advocaat de ontbinding van de overeenkomst ingeroepen. Zij heeft [gedaagde in conventie] daarom gesommeerd tot (terug)betaling van de koopsom van de auto en de door [eiser in conventie] geleden schade, en tot overschrijving van het kenteken op naam van [gedaagde in conventie] . 3.12. Op 16 september 2024 heeft [gedaagde in conventie] gereageerd dat de auto is geleverd aan een leasemaatschappij, dat de auto heden in goede staat is en dat de auto terug kan naar de eigenaar. [gedaagde in conventie] heeft de auto de volgende dag bij Santander Leasing afgeleverd. 3.13. Op 19 september 2024 heeft Santander Leasing per brief aan [gedaagde in conventie] onder meer geschreven dat zij geen partij is in het juridische dispuut tussen [eiser in conventie] en [gedaagde in conventie] , dat [eiser in conventie] de auto bij [gedaagde in conventie] heeft gekocht en dat Santander Leasing slechts de financiering verzorgt. Daarnaast staat in de brief dat [gedaagde in conventie] de staat waarin [gedaagde in conventie] de auto heeft afgeleverd beneden alle peil is voor een auto die sinds 29 mei 2024 in het beheer van [gedaagde in conventie] was. 3.14. De briefwisseling tussen de advocaten van [eiser in conventie] en [gedaagde in conventie] nadien heeft niet geleid tot een oplossing. 4 Het geschil in conventie 4.1. [eiser in conventie] vordert, samengevat en na vermeerdering van eis, dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: primair 1.
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:2509 text/xml public 2026-04-16T11:04:20 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-04-01 445732 Uitspraak Bodemzaak NL Arnhem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:2509 text/html public 2026-04-07T12:12:03 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:2509 Rechtbank Gelderland , 01-04-2026 / 445732 Kort na aankoop vertoont een nieuwe Range Rover foutmeldingen. Na reparatie levert de dealer de auto af bij de leasemaatschappij. De bestuurder roept de ontbinding in. De rechtbank oordeelt dat de dealer geen overeenkomst heeft gesloten met de bestuurder maar met de leasemaatschappij, die in deze procedure tussenkomt. Ook die vordring tot ontbinding wijst de rechtbank af, omdat de auto inmiddels is hersteld. RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: C/05/445732 / HA ZA 24-622 Vonnis van 1 april 2026 in de zaak van [naam eisend bedrijf in conventie] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiser in conventie, verweerder in voorwaardelijke reconventie, hierna te noemen: [eiser in conventie] , advocaat: mr. P.L.M.F. Roosendaal, tegen [naam gedaagd bedrijf in conventie] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie, verweerder in conventie in tussenkomst, eiser in voorwaardelijke reconventie in tussenkomst, hierna te noemen: [gedaagde in conventie] , advocaat: mr. A.A. Alciyan, waarin is tussengekomen SANTANDER LEASING B.V. , gevestigd te ’s Hertogenbosch, eiser in conventie in tussenkomst, verweerder in voorwaardelijke reconventie in tussenkomst, advocaat: mr. P.L.M.F. Roosendaal. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 17 september 2025, hersteld op 6 oktober 2025, - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 12 februari 2026. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De zaak in het kort 2.1. [eiser in conventie] stelt dat [gedaagde in conventie] aan hem een nieuwe auto van het merk Range Rover heeft verkocht voor € 197.420,66 en wil dat de rechtbank bevestigt dat hij de koopovereenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden, plus (terug)betaling van de aankoopsom en schadevergoeding. Hij stelt daartoe dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt, omdat deze vanaf het begin storingen heeft vertoond en uiteindelijk na drie weken met slechts 2.000 kilometer op de teller is stilgevallen tijdens het rijden. Volgens [gedaagde in conventie] heeft zij geen koopovereenkomst met [eiser in conventie] gesloten, maar met de leasemaatschappij van [eiser in conventie] , Santander Leasing. Santander Leasing is daarom als derde partij tussengekomen in deze procedure en heeft ook ontbinding van de koopovereenkomst gevorderd, plus terugbetaling van de koopsom. [gedaagde in conventie] heeft tegenover [eiser in conventie] en Santander Leasing betwist dat sprake is van non-conformiteit en verweer gevoerd. 2.2. De rechtbank komt tot het oordeel dat de vorderingen van [eiser in conventie] en Santander Leasing moeten worden afgewezen. De rechtbank licht die beslissing hierna toe. 3 De feiten 3.1. De heer [bestuurder eisend bedrijf in conventie] (hierna: [bestuurder eisend bedrijf in conventie] ) is enig bestuurder en aandeelhouder van [eiser in conventie] . 3.2. [bestuurder eisend bedrijf in conventie] heeft in april 2024 bij [gedaagde in conventie] een nieuwe auto van het merk Range Rover (type: SWB P550e Autobiography AWD auto 24 MY) bekeken. Santander Leasing (hierna ook wel [voormalige bedrijfsnaam Santander] en Santander Consumer Leasing genoemd) heeft deze auto vervolgens bij [gedaagde in conventie] besteld (hierna: de auto). Op het bestelformulier met besteldatum 10 april 2024 staat dat [voormalige bedrijfsnaam Santander] de koper is, [gedaagde in conventie] de verkoper, [eiser in conventie] de lessee en [bestuurder eisend bedrijf in conventie] de bestuurder. 3.3. Voor de financiering van deze auto hebben [eiser in conventie] en Santander Leasing een leasecontract ondertekend onder verwijzing naar een tussen hen geldende mantel-overeenkomst lease. 3.4. [bestuurder eisend bedrijf in conventie] heeft de auto op 4 mei 2024 opgehaald bij [gedaagde in conventie] . Hij en [gedaagde in conventie] hebben bij de aflevering een formulier ondertekend waarin staat dat zij verklaren de vermelde auto’s conform de omschreven specificaties aan elkaar overgedragen te hebben namens [voormalige bedrijfsnaam Santander] . [gedaagde in conventie] heeft de verklaring ondertekend namens de leverancier en [bestuurder eisend bedrijf in conventie] in zijn hoedanigheid als berijder van de auto. 3.5. [gedaagde in conventie] heeft aan Santander Leasing een factuur gestuurd voor de koopsom van € 197.463,59 inclusief btw, welk bedrag Santander Leasing aan [gedaagde in conventie] heeft betaald. [gedaagde in conventie] heeft de auto op naam van Santander Leasing gesteld bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). 3.6. Op 23 mei 2024 heeft de auto bij [gedaagde in conventie] gestaan ter reparatie. Op 24 mei 2024 is de auto weer ter beschikking gesteld aan [bestuurder eisend bedrijf in conventie] . Kort daarna vertoonde de auto de volgende meldingen: Zet de auto veilig stil. Elektrische storing gedetecteerd. Acoustic Vehicle Alert System niet beschikbaar. Onderhoud van de auto vereist. U kunt voorzichtig verder rijden. Beperkt vermogen. 3.7. Op 28 mei 2024 is de auto tijdens het rijden uit zichzelf afgeslagen. [bestuurder eisend bedrijf in conventie] heeft de auto langs de kant van de weg gezet. De auto is weggetakeld en ter reparatie naar [gedaagde in conventie] gebracht. 3.8. Op 19 juni 2024 heeft [eiser in conventie] via zijn advocaat aan [gedaagde in conventie] onder meer bericht dat hij niks meer van [gedaagde in conventie] heeft vernomen, dat hij [gedaagde in conventie] aansprakelijk houdt en een oplossing wenst.: 3.9. Op 21 juni 2024 heeft [gedaagde in conventie] per mail excuses aangeboden, vermeld dat zij in nauw contact is met de fabrikant om de auto storingsvrij te maken en laten weten dat [eiser in conventie] volgende week wordt bericht over de status. 3.10. Op de herhaalde aansprakelijkheidsstelling van [eiser in conventie] van 28 juni 2024 heeft [gedaagde in conventie] op 3 juli 2024 per mail gereageerd: (…) Het onderdeel wat af fabriek stuk blijkt te zijn is een zekeringskast. Deze wordt zoals het er nu naar uitziet volgende week door de fabriek aan ons geleverd. Hierna zullen wij direct de auto repareren en kan de heer [bestuurder eisend bedrijf in conventie] weer gaan genieten van zijn Range Rover. (…) 3.11. Op 6 september 2024 heeft [eiser in conventie] via zijn advocaat de ontbinding van de overeenkomst ingeroepen. Zij heeft [gedaagde in conventie] daarom gesommeerd tot (terug)betaling van de koopsom van de auto en de door [eiser in conventie] geleden schade, en tot overschrijving van het kenteken op naam van [gedaagde in conventie] . 3.12. Op 16 september 2024 heeft [gedaagde in conventie] gereageerd dat de auto is geleverd aan een leasemaatschappij, dat de auto heden in goede staat is en dat de auto terug kan naar de eigenaar. [gedaagde in conventie] heeft de auto de volgende dag bij Santander Leasing afgeleverd. 3.13. Op 19 september 2024 heeft Santander Leasing per brief aan [gedaagde in conventie] onder meer geschreven dat zij geen partij is in het juridische dispuut tussen [eiser in conventie] en [gedaagde in conventie] , dat [eiser in conventie] de auto bij [gedaagde in conventie] heeft gekocht en dat Santander Leasing slechts de financiering verzorgt. Daarnaast staat in de brief dat [gedaagde in conventie] de staat waarin [gedaagde in conventie] de auto heeft afgeleverd beneden alle peil is voor een auto die sinds 29 mei 2024 in het beheer van [gedaagde in conventie] was. 3.14. De briefwisseling tussen de advocaten van [eiser in conventie] en [gedaagde in conventie] nadien heeft niet geleid tot een oplossing. 4 Het geschil in conventie 4.1. [eiser in conventie] vordert, samengevat en na vermeerdering van eis, dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: primair 1.
Volledig
voor recht verklaart dat [eiser in conventie] op juiste gronden de overeenkomsten van 4 mei 2024 buitengerechtelijk heeft ontbonden, subsidiair 2. de overeenkomst gedateerd 4 mei 2024 betreffende de nieuwe auto van het merk Range Rover met kenteken [kentekennummer] te ontbinden op datum vonnis, primair en subsidiair 3. [gedaagde in conventie] veroordeelt om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis, tegen behoorlijk bewijs van kwijting: a. € 197.420,66 te betalen aan [eiser in conventie] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van ontbinding, b. € 68.644,20 aan schadevergoeding te betalen aan [eiser in conventie] , 4. [gedaagde in conventie] veroordeelt om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis mee te werken aan het overschrijven van de auto op naam van [gedaagde in conventie] , althans ervoor zorg te dragen de auto op naam van [gedaagde in conventie] wordt overgeschreven, 5. [eiser in conventie] na overschrijving van de auto te voorzien van een vrijwaringsbewijs, 6. [gedaagde in conventie] te veroordelen in de proceskosten. 4.2. [eiser in conventie] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [eiser in conventie] stelt dat [gedaagde in conventie] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verbintenis om een auto te leveren die aan de overeenkomst beantwoordt op grond van de tussen hen gesloten koopovereenkomst. De auto toonde al storingsmeldingen twee dagen nadat [bestuurder eisend bedrijf in conventie] de auto had opgehaald. De auto is enkele weken later tijdens het rijden uitgevallen. Na een lange periode van reparatie is het gebrek niet hersteld. Daarmee beschikt de auto niet over de eigenschappen die [eiser in conventie] van een nieuwe auto mocht verwachten op grond van artikel 7:17 BW. [eiser in conventie] heeft [gedaagde in conventie] meerdere keren in gebreke gesteld, maar de auto is niet binnen een redelijk gestelde termijn gerepareerd. [gedaagde in conventie] is in verzuim geraakt en [eiser in conventie] mocht daarom de koopovereenkomst ontbinden op grond van artikel 6:265 BW. [gedaagde in conventie] moet daarom op grond van artikel 6:272 BW het bedrag van de koopsom, € 197.420,66, aan [eiser in conventie] betalen en meewerken aan het overschrijven van de auto op naam van [gedaagde in conventie] en het voorzien van [eiser in conventie] van een vrijwaringsbewijs. Daarnaast moet [gedaagde in conventie] op grond van artikel 6:277 BW de schade van [eiser in conventie] vergoeden. Zijn schade, in totaal € 68.644,20, bestaat uit kosten voor dubbel betaalde verzekeringspremies en wegenbelasting, betaalde bijtelling voor privégebruik en afschrijving van zijn vervangend vervoer. 4.3. [gedaagde in conventie] voert verweer. [gedaagde in conventie] concludeert [eiser in conventie] in zijn vorderingen niet-ontvankelijkheid te verklaren, althans zijn vorderingen af te wijzen als zijnde ongegrond en onbewezen, met veroordeling van [eiser in conventie] in de proceskosten. [gedaagde in conventie] betwist dat zij een koopovereenkomst met [eiser in conventie] heeft gesloten. [eiser in conventie] heeft daarom geen belang bij haar vorderingen op grond van artikel 3:303 BW. Subsidiair betwist zij dat de auto op het moment van aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordde. Verder voert zij het verweer dat [eiser in conventie] geen recht heeft op een auto die aan de overeenkomst beantwoordt op grond van artikel 7:17 BW, omdat dit is uitgesloten in de van toepassing zijnde algemene voorwaarden zakelijke markt van BOVAG (hierna: de algemene voorwaarden). [gedaagde in conventie] betwist daarom ook dat zij in verzuim is geraakt. Subsidiair voert zij het verweer dat de vertraging in de nakoming niet aan haar kan worden toegerekend, omdat zij voor levering van de onderdelen voor de reparatie afhankelijk was van de fabrikant. Zij voert verder het verweer dat de tekortkoming de ontbinding niet rechtvaardigt, op grond van artikel 6:265 lid 2 BW. De zekeringskast kon eenvoudig worden hersteld en dat heeft [gedaagde in conventie] ook gedaan. [gedaagde in conventie] betwist de schade van [eiser in conventie] . Zij voert ook het verweer dat de schadevergoedingsvordering niet kan worden toegewezen, omdat in de algemene voorwaarden het recht op gevolgschade en indirecte schade, zoals kosten voor vervangend vervoer, is uitgesloten. Ten slotte stelt [gedaagde in conventie] dat [eiser in conventie] niet heeft voldaan aan zijn schadebeperkingsplicht op grond van artikel 6:101 BW, omdat hij de auto noch bij de RDW noch bij de verzekering heeft geschorst en het aanbod tot vervangend vervoer van [gedaagde in conventie] heeft afgewezen. in conventie in tussenkomst 4.4. Santander Leasing vordert dat de rechtbank, bij uitvoer bij voorraad te verklaren vonnis: 1. de overeenkomst van 4 mei 2024 betreffende de nieuwe auto van het merk Range Rover met kenteken [kentekennummer] ontbindt op datum vonnis, 2. [gedaagde in conventie] veroordeelt om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis € 197.420,66 aan Santander Leasing te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf datum ontbinding, 3. [gedaagde in conventie] veroordeelt om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis mee te werken aan het overschrijven van de auto op naam van [gedaagde in conventie] , althans ervoor zorg te dragen dat de auto op naam van [gedaagde in conventie] wordt overgeschreven en vervolgens aan [gedaagde in conventie] wordt teruggeleverd, 4. Santander Leasing bij overschrijving van de auto te voorzien van een vrijwaringsbewijs, 5. [gedaagde in conventie] te veroordelen in de proceskosten. 4.5. Santander Leasing verwijst ter onderbouwing van haar vordering naar de stellingen van [eiser in conventie] . 4.6. [gedaagde in conventie] concludeert Santander Leasing in haar vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, althans haar vorderingen af te wijzen als zijnde ongegrond en onbewezen. [gedaagde in conventie] voert hetzelfde verweer als tegen de vorderingen van [eiser in conventie] , met toevoeging van het volgende. [gedaagde in conventie] betwist dat zij in verzuim is ten opzichte van Santander Leasing. Daarnaast voert zij het verweer dat Santander Leasing in strijd met artikel 6:89 BW jo. 7:23 BW nooit bij [gedaagde in conventie] heeft geklaagd over de auto. in reconventie (in tussenkomst) 4.7. Voor het geval de rechtbank de vorderingen van [eiser in conventie] en/of Santander Leasing toewijst, vordert [gedaagde in conventie] zowel in hoofdzaak als in tussenkomst dat de rechtbank, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, [eiser in conventie] en/of Santander Leasing veroordeelt tot afgifte van het voertuig van merk Range Rover met kenteken [kentekennummer] (inclusief de tenaamstellingscodes, de kentekenpapieren en twee sleutels) binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis, alsmede tot medewerking welke noodzakelijk is voor het overschrijven van het kenteken, op straffe van een dwangsom, en met veroordeling van Santander Leasing en [eiser in conventie] in de proceskosten. Zij stelt daartoe dat deze ongedaanmakingsverplichting door de ontbinding op Santander Leasing dan wel [eiser in conventie] rust op grond van artikel 6:271 BW. 4.8. [eiser in conventie] en Santander Leasing voeren verweer tegen de vordering. Zij stellen dat [gedaagde in conventie] geen belang heeft bij haar vordering, omdat de (terug) levering van de auto aan [gedaagde in conventie] samenvalt met de vorderingen van [eiser in conventie] en Santander Leasing in conventie tot medewerking aan overschrijving van de auto op naam van [gedaagde in conventie] en het voorzien van [eiser in conventie] van een vrijwaringsbewijs. Daarnaast voorziet artikel 6:271 BW al in deze ongedaanmakingsverbintenis. [eiser in conventie] en Santander Leasing betwisten dat zij de proceskosten moeten betalen, omdat zij altijd bereid zijn geweest tot ongedaanmaking van de koop. 4.9. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank beoordeelt hierna eerst de vorderingen van [eiser in conventie] en daarna de vorderingen van Santander Leasing. Is er een koopovereenkomst gesloten tussen [eiser in conventie] en [gedaagde in conventie] ? 5.2.
Volledig
voor recht verklaart dat [eiser in conventie] op juiste gronden de overeenkomsten van 4 mei 2024 buitengerechtelijk heeft ontbonden, subsidiair 2. de overeenkomst gedateerd 4 mei 2024 betreffende de nieuwe auto van het merk Range Rover met kenteken [kentekennummer] te ontbinden op datum vonnis, primair en subsidiair 3. [gedaagde in conventie] veroordeelt om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis, tegen behoorlijk bewijs van kwijting: a. € 197.420,66 te betalen aan [eiser in conventie] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van ontbinding, b. € 68.644,20 aan schadevergoeding te betalen aan [eiser in conventie] , 4. [gedaagde in conventie] veroordeelt om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis mee te werken aan het overschrijven van de auto op naam van [gedaagde in conventie] , althans ervoor zorg te dragen de auto op naam van [gedaagde in conventie] wordt overgeschreven, 5. [eiser in conventie] na overschrijving van de auto te voorzien van een vrijwaringsbewijs, 6. [gedaagde in conventie] te veroordelen in de proceskosten. 4.2. [eiser in conventie] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [eiser in conventie] stelt dat [gedaagde in conventie] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verbintenis om een auto te leveren die aan de overeenkomst beantwoordt op grond van de tussen hen gesloten koopovereenkomst. De auto toonde al storingsmeldingen twee dagen nadat [bestuurder eisend bedrijf in conventie] de auto had opgehaald. De auto is enkele weken later tijdens het rijden uitgevallen. Na een lange periode van reparatie is het gebrek niet hersteld. Daarmee beschikt de auto niet over de eigenschappen die [eiser in conventie] van een nieuwe auto mocht verwachten op grond van artikel 7:17 BW. [eiser in conventie] heeft [gedaagde in conventie] meerdere keren in gebreke gesteld, maar de auto is niet binnen een redelijk gestelde termijn gerepareerd. [gedaagde in conventie] is in verzuim geraakt en [eiser in conventie] mocht daarom de koopovereenkomst ontbinden op grond van artikel 6:265 BW. [gedaagde in conventie] moet daarom op grond van artikel 6:272 BW het bedrag van de koopsom, € 197.420,66, aan [eiser in conventie] betalen en meewerken aan het overschrijven van de auto op naam van [gedaagde in conventie] en het voorzien van [eiser in conventie] van een vrijwaringsbewijs. Daarnaast moet [gedaagde in conventie] op grond van artikel 6:277 BW de schade van [eiser in conventie] vergoeden. Zijn schade, in totaal € 68.644,20, bestaat uit kosten voor dubbel betaalde verzekeringspremies en wegenbelasting, betaalde bijtelling voor privégebruik en afschrijving van zijn vervangend vervoer. 4.3. [gedaagde in conventie] voert verweer. [gedaagde in conventie] concludeert [eiser in conventie] in zijn vorderingen niet-ontvankelijkheid te verklaren, althans zijn vorderingen af te wijzen als zijnde ongegrond en onbewezen, met veroordeling van [eiser in conventie] in de proceskosten. [gedaagde in conventie] betwist dat zij een koopovereenkomst met [eiser in conventie] heeft gesloten. [eiser in conventie] heeft daarom geen belang bij haar vorderingen op grond van artikel 3:303 BW. Subsidiair betwist zij dat de auto op het moment van aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordde. Verder voert zij het verweer dat [eiser in conventie] geen recht heeft op een auto die aan de overeenkomst beantwoordt op grond van artikel 7:17 BW, omdat dit is uitgesloten in de van toepassing zijnde algemene voorwaarden zakelijke markt van BOVAG (hierna: de algemene voorwaarden). [gedaagde in conventie] betwist daarom ook dat zij in verzuim is geraakt. Subsidiair voert zij het verweer dat de vertraging in de nakoming niet aan haar kan worden toegerekend, omdat zij voor levering van de onderdelen voor de reparatie afhankelijk was van de fabrikant. Zij voert verder het verweer dat de tekortkoming de ontbinding niet rechtvaardigt, op grond van artikel 6:265 lid 2 BW. De zekeringskast kon eenvoudig worden hersteld en dat heeft [gedaagde in conventie] ook gedaan. [gedaagde in conventie] betwist de schade van [eiser in conventie] . Zij voert ook het verweer dat de schadevergoedingsvordering niet kan worden toegewezen, omdat in de algemene voorwaarden het recht op gevolgschade en indirecte schade, zoals kosten voor vervangend vervoer, is uitgesloten. Ten slotte stelt [gedaagde in conventie] dat [eiser in conventie] niet heeft voldaan aan zijn schadebeperkingsplicht op grond van artikel 6:101 BW, omdat hij de auto noch bij de RDW noch bij de verzekering heeft geschorst en het aanbod tot vervangend vervoer van [gedaagde in conventie] heeft afgewezen. in conventie in tussenkomst 4.4. Santander Leasing vordert dat de rechtbank, bij uitvoer bij voorraad te verklaren vonnis: 1. de overeenkomst van 4 mei 2024 betreffende de nieuwe auto van het merk Range Rover met kenteken [kentekennummer] ontbindt op datum vonnis, 2. [gedaagde in conventie] veroordeelt om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis € 197.420,66 aan Santander Leasing te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf datum ontbinding, 3. [gedaagde in conventie] veroordeelt om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis mee te werken aan het overschrijven van de auto op naam van [gedaagde in conventie] , althans ervoor zorg te dragen dat de auto op naam van [gedaagde in conventie] wordt overgeschreven en vervolgens aan [gedaagde in conventie] wordt teruggeleverd, 4. Santander Leasing bij overschrijving van de auto te voorzien van een vrijwaringsbewijs, 5. [gedaagde in conventie] te veroordelen in de proceskosten. 4.5. Santander Leasing verwijst ter onderbouwing van haar vordering naar de stellingen van [eiser in conventie] . 4.6. [gedaagde in conventie] concludeert Santander Leasing in haar vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, althans haar vorderingen af te wijzen als zijnde ongegrond en onbewezen. [gedaagde in conventie] voert hetzelfde verweer als tegen de vorderingen van [eiser in conventie] , met toevoeging van het volgende. [gedaagde in conventie] betwist dat zij in verzuim is ten opzichte van Santander Leasing. Daarnaast voert zij het verweer dat Santander Leasing in strijd met artikel 6:89 BW jo. 7:23 BW nooit bij [gedaagde in conventie] heeft geklaagd over de auto. in reconventie (in tussenkomst) 4.7. Voor het geval de rechtbank de vorderingen van [eiser in conventie] en/of Santander Leasing toewijst, vordert [gedaagde in conventie] zowel in hoofdzaak als in tussenkomst dat de rechtbank, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, [eiser in conventie] en/of Santander Leasing veroordeelt tot afgifte van het voertuig van merk Range Rover met kenteken [kentekennummer] (inclusief de tenaamstellingscodes, de kentekenpapieren en twee sleutels) binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis, alsmede tot medewerking welke noodzakelijk is voor het overschrijven van het kenteken, op straffe van een dwangsom, en met veroordeling van Santander Leasing en [eiser in conventie] in de proceskosten. Zij stelt daartoe dat deze ongedaanmakingsverplichting door de ontbinding op Santander Leasing dan wel [eiser in conventie] rust op grond van artikel 6:271 BW. 4.8. [eiser in conventie] en Santander Leasing voeren verweer tegen de vordering. Zij stellen dat [gedaagde in conventie] geen belang heeft bij haar vordering, omdat de (terug) levering van de auto aan [gedaagde in conventie] samenvalt met de vorderingen van [eiser in conventie] en Santander Leasing in conventie tot medewerking aan overschrijving van de auto op naam van [gedaagde in conventie] en het voorzien van [eiser in conventie] van een vrijwaringsbewijs. Daarnaast voorziet artikel 6:271 BW al in deze ongedaanmakingsverbintenis. [eiser in conventie] en Santander Leasing betwisten dat zij de proceskosten moeten betalen, omdat zij altijd bereid zijn geweest tot ongedaanmaking van de koop. 4.9. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank beoordeelt hierna eerst de vorderingen van [eiser in conventie] en daarna de vorderingen van Santander Leasing. Is er een koopovereenkomst gesloten tussen [eiser in conventie] en [gedaagde in conventie] ? 5.2.
Volledig
Partijen zijn het niet met elkaar eens over het antwoord op de vraag wie de auto van [gedaagde in conventie] heeft gekocht. Aangezien [eiser in conventie] alleen een koopovereenkomst kan ontbinden als hij partij is bij die overeenkomst, zal de rechtbank eerst beoordelen of [eiser in conventie] een koopovereenkomst heeft gesloten met [gedaagde in conventie] . 5.3. Een overeenkomst komt op grond van artikel 6:217 BW tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan. Verder bepaalt artikel 7:1 BW dat koop de overeenkomst is waarbij de ene partij een zaak geeft en de andere partij daarvoor betaalt. 5.4. [eiser in conventie] , althans de heer [bestuurder eisend bedrijf in conventie] , heeft de auto uitgezocht en heeft indirect voor de auto betaald via zijn leasemaatschappij Santander Leasing. Dat betekent echter niet dat hij in juridische zin de koper van de auto is. Daarvoor moet [eiser in conventie] stellen, en bij betwisting onderbouwen, dat er een koopovereenkomst tot stand is gekomen tussen hem en [gedaagde in conventie] . [eiser in conventie] heeft dat wel gesteld, maar onvoldoende onderbouwd, gelet op de gemotiveerde betwisting door [gedaagde in conventie] . Daartoe geldt het volgende. 5.5. [eiser in conventie] heeft gesteld dat hij een door [gedaagde in conventie] uitgebrachte offerte van 2 april 2024 heeft geaccepteerd en dat op grond daarvan een koopovereenkomst tot stand is gekomen, maar [gedaagde in conventie] heeft dat betwist. Volgens haar is deze offerte een automatisch opgemaakte prijsopgave van de website van Land Rover en is op grond daarvan geen overeenkomst tot stand genomen. 5.6. [eiser in conventie] heeft niet onderbouwd dat en hoe hij de offerte heeft geaccepteerd. De offerte is ook niet ondertekend. De datum van de offerte komt bovendien niet overeen met de datum waarop hij stelt dat de overeenkomst zou zijn gesloten. De rechtbank kan daarom niet vaststellen dat op grond van deze offerte een koopovereenkomst tussen [eiser in conventie] en [gedaagde in conventie] tot stand is gekomen. 5.7. De rechtbank leidt uit de door [gedaagde in conventie] overgelegde stukken en het ter zitting besprokene af dat Santander Leasing de koper van de auto is. Santander Leasing heeft de auto bij [gedaagde in conventie] besteld, zoals tijdens de mondelinge behandeling is toegelicht. Op het bestelformulier van 10 april 2024 staat dat Santander Leasing de koper is. [gedaagde in conventie] heeft de factuur aan [voormalige bedrijfsnaam Santander] gestuurd en Santander Leasing heeft de koopsom van de auto aan [gedaagde in conventie] betaald. Santander Leasing heeft dit tijdens de mondelinge behandeling erkend en [gedaagde in conventie] heeft een afschrift van de overboeking overgelegd. Uit het tenaamstellingsverslag van het RDW blijkt verder dat Santander Consumer Leasing vanaf 3 mei 2024 eigenaar van de auto is. Santander Leasing heeft tijdens de mondelinge behandeling ook erkend dat zij de eigenaar van de auto is. 5.8. [eiser in conventie] heeft tijdens de mondelinge behandeling voor het eerst gesteld dat hij bij het afhalen van de auto een koopovereenkomst bij [gedaagde in conventie] heeft ondertekend, maar dat hij daarvan geen kopie heeft. Zijn advocaat heeft toegelicht dat hij daarom in het petitum als datum van de koopovereenkomst de datum heeft aangehouden waarop [bestuurder eisend bedrijf in conventie] de bevestiging voor de overdracht van de auto heeft ondertekend, te weten 4 mei 2024 (zie r.o. 3.4). [gedaagde in conventie] heeft volhard in haar betwisting dat [eiser in conventie] een koopovereenkomst bij haar heeft ondertekend en verwezen naar de door haar overgelegde stukken waaruit blijkt dat Santander Leasing de koper is. 5.9. De rechtbank is van oordeel dat [eiser in conventie] met deze toelichting nog steeds onvoldoende heeft onderbouwd dat hij een koopovereenkomst met [gedaagde in conventie] heeft gesloten. Deze toelichting rijmt niet met de hiervoor genoemde omstandigheden dat Santander Leasing de auto heeft besteld, de koopsom heeft betaald en eigenaar is geworden van de auto. De rechtbank begrijpt dat [eiser in conventie] stelt dat hij de door hem beweerdelijk getekende koopovereenkomst niet heeft en dat hij deze dus niet kan overleggen. Ter onderbouwing van zijn stellingen had het op dit punt in de procedure echter op zijn minst op zijn weg gelegen om uit te leggen hoe zijn stellingen zich tot voornoemde omstandigheden verhouden. Het is immers aan hem om te onderbouwen dat hij een koopovereenkomst met [gedaagde in conventie] heeft gesloten, gelet op de gemotiveerde betwisting door [gedaagde in conventie] . Santander Leasing en [eiser in conventie] hebben tijdens de mondelinge behandeling wel gesteld dat Santander Leasing de koopovereenkomst van [eiser in conventie] heeft overgenomen, maar zij hebben dat toegelicht noch onderbouwd. Het blijkt ook niet uit het dossier. Bovendien is Santander Leasing op dit punt niet eenduidig geweest in haar stellingen, omdat zij tijdens de mondelinge behandeling ook heeft gesteld dat zij zelf de auto van [gedaagde in conventie] heeft gekocht. De conclusie is daarom dat [eiser in conventie] , gelet op de gemotiveerde betwisting door [gedaagde in conventie] , onvoldoende heeft onderbouwd dat hij een koopovereenkomst heeft gesloten met [gedaagde in conventie] . Conclusie ten aanzien van de vorderingen [eiser in conventie] – [gedaagde in conventie] 5.10. Het voorgaande betekent dat de primair gevorderde verklaring voor recht van [eiser in conventie] dat de overeenkomst van 4 mei 2024 is ontbonden en de subsidiaire vordering tot ontbinding van de overeenkomst van 4 mei 2024 door de rechtbank zullen worden afgewezen. Dat betekent dat ook de rest van zijn vorderingen zal worden afgewezen, omdat die zijn gebaseerd op de ontbinding. 5.11. Afwijzing van de vorderingen van [eiser in conventie] betekent ook dat de voorwaarde waaronder de reconventionele vordering tegen [eiser in conventie] is ingesteld, niet in vervulling is gegaan. Dit betekent dat de rechtbank niet toekomt aan beoordeling van de reconventionele vordering van [gedaagde in conventie] . Ontbinding van de koopovereenkomst tussen Santander Leasing en [gedaagde in conventie] ? 5.12. Santander Leasing is tussengekomen en vordert net als [eiser in conventie] onder meer ontbinding van de koopovereenkomst van 4 mei 2024, omdat zij gelet op het verweer van [gedaagde in conventie] mogelijk de koper van de auto is. De rechtbank is in r.o. 5.7 tot de conclusie gekomen dat Santander Leasing de koopovereenkomst met [gedaagde in conventie] heeft gesloten. Ondanks dat Santander Leasing niet duidelijk heeft gesteld dat zij de koper is, komt de rechtbank daarom wel toe aan de beoordeling van de vordering van Santander Leasing tot ontbinding van de koopovereenkomst tussen Santander Leasing en [gedaagde in conventie] . 5.13. Santander Leasing stelt (door verwijzing naar de stellingen van [eiser in conventie] ) dat [gedaagde in conventie] tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenis om een auto af te leveren die beantwoordt aan de overeenkomst op grond van artikel 7:17 BW. Zij vordert daarom ontbinding van de koopovereenkomst op grond van artikel 6:265 lid 1 BW. 5.14. Artikel 7:17 BW bepaalt dat een afgeleverde zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden, en dat dat niet het geval is als zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. 5.15. Artikel 6:265 lid 1 BW bepaalt dat iedere tekortkoming in de nakoming de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Bij de beoordeling of de tekortkoming de ontbinding rechtvaardigt, kunnen, naast de bijzondere aard of geringe betekenis van de tekortkoming, alle omstandigheden van het geval van belang zijn.
Volledig
Partijen zijn het niet met elkaar eens over het antwoord op de vraag wie de auto van [gedaagde in conventie] heeft gekocht. Aangezien [eiser in conventie] alleen een koopovereenkomst kan ontbinden als hij partij is bij die overeenkomst, zal de rechtbank eerst beoordelen of [eiser in conventie] een koopovereenkomst heeft gesloten met [gedaagde in conventie] . 5.3. Een overeenkomst komt op grond van artikel 6:217 BW tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan. Verder bepaalt artikel 7:1 BW dat koop de overeenkomst is waarbij de ene partij een zaak geeft en de andere partij daarvoor betaalt. 5.4. [eiser in conventie] , althans de heer [bestuurder eisend bedrijf in conventie] , heeft de auto uitgezocht en heeft indirect voor de auto betaald via zijn leasemaatschappij Santander Leasing. Dat betekent echter niet dat hij in juridische zin de koper van de auto is. Daarvoor moet [eiser in conventie] stellen, en bij betwisting onderbouwen, dat er een koopovereenkomst tot stand is gekomen tussen hem en [gedaagde in conventie] . [eiser in conventie] heeft dat wel gesteld, maar onvoldoende onderbouwd, gelet op de gemotiveerde betwisting door [gedaagde in conventie] . Daartoe geldt het volgende. 5.5. [eiser in conventie] heeft gesteld dat hij een door [gedaagde in conventie] uitgebrachte offerte van 2 april 2024 heeft geaccepteerd en dat op grond daarvan een koopovereenkomst tot stand is gekomen, maar [gedaagde in conventie] heeft dat betwist. Volgens haar is deze offerte een automatisch opgemaakte prijsopgave van de website van Land Rover en is op grond daarvan geen overeenkomst tot stand genomen. 5.6. [eiser in conventie] heeft niet onderbouwd dat en hoe hij de offerte heeft geaccepteerd. De offerte is ook niet ondertekend. De datum van de offerte komt bovendien niet overeen met de datum waarop hij stelt dat de overeenkomst zou zijn gesloten. De rechtbank kan daarom niet vaststellen dat op grond van deze offerte een koopovereenkomst tussen [eiser in conventie] en [gedaagde in conventie] tot stand is gekomen. 5.7. De rechtbank leidt uit de door [gedaagde in conventie] overgelegde stukken en het ter zitting besprokene af dat Santander Leasing de koper van de auto is. Santander Leasing heeft de auto bij [gedaagde in conventie] besteld, zoals tijdens de mondelinge behandeling is toegelicht. Op het bestelformulier van 10 april 2024 staat dat Santander Leasing de koper is. [gedaagde in conventie] heeft de factuur aan [voormalige bedrijfsnaam Santander] gestuurd en Santander Leasing heeft de koopsom van de auto aan [gedaagde in conventie] betaald. Santander Leasing heeft dit tijdens de mondelinge behandeling erkend en [gedaagde in conventie] heeft een afschrift van de overboeking overgelegd. Uit het tenaamstellingsverslag van het RDW blijkt verder dat Santander Consumer Leasing vanaf 3 mei 2024 eigenaar van de auto is. Santander Leasing heeft tijdens de mondelinge behandeling ook erkend dat zij de eigenaar van de auto is. 5.8. [eiser in conventie] heeft tijdens de mondelinge behandeling voor het eerst gesteld dat hij bij het afhalen van de auto een koopovereenkomst bij [gedaagde in conventie] heeft ondertekend, maar dat hij daarvan geen kopie heeft. Zijn advocaat heeft toegelicht dat hij daarom in het petitum als datum van de koopovereenkomst de datum heeft aangehouden waarop [bestuurder eisend bedrijf in conventie] de bevestiging voor de overdracht van de auto heeft ondertekend, te weten 4 mei 2024 (zie r.o. 3.4). [gedaagde in conventie] heeft volhard in haar betwisting dat [eiser in conventie] een koopovereenkomst bij haar heeft ondertekend en verwezen naar de door haar overgelegde stukken waaruit blijkt dat Santander Leasing de koper is. 5.9. De rechtbank is van oordeel dat [eiser in conventie] met deze toelichting nog steeds onvoldoende heeft onderbouwd dat hij een koopovereenkomst met [gedaagde in conventie] heeft gesloten. Deze toelichting rijmt niet met de hiervoor genoemde omstandigheden dat Santander Leasing de auto heeft besteld, de koopsom heeft betaald en eigenaar is geworden van de auto. De rechtbank begrijpt dat [eiser in conventie] stelt dat hij de door hem beweerdelijk getekende koopovereenkomst niet heeft en dat hij deze dus niet kan overleggen. Ter onderbouwing van zijn stellingen had het op dit punt in de procedure echter op zijn minst op zijn weg gelegen om uit te leggen hoe zijn stellingen zich tot voornoemde omstandigheden verhouden. Het is immers aan hem om te onderbouwen dat hij een koopovereenkomst met [gedaagde in conventie] heeft gesloten, gelet op de gemotiveerde betwisting door [gedaagde in conventie] . Santander Leasing en [eiser in conventie] hebben tijdens de mondelinge behandeling wel gesteld dat Santander Leasing de koopovereenkomst van [eiser in conventie] heeft overgenomen, maar zij hebben dat toegelicht noch onderbouwd. Het blijkt ook niet uit het dossier. Bovendien is Santander Leasing op dit punt niet eenduidig geweest in haar stellingen, omdat zij tijdens de mondelinge behandeling ook heeft gesteld dat zij zelf de auto van [gedaagde in conventie] heeft gekocht. De conclusie is daarom dat [eiser in conventie] , gelet op de gemotiveerde betwisting door [gedaagde in conventie] , onvoldoende heeft onderbouwd dat hij een koopovereenkomst heeft gesloten met [gedaagde in conventie] . Conclusie ten aanzien van de vorderingen [eiser in conventie] – [gedaagde in conventie] 5.10. Het voorgaande betekent dat de primair gevorderde verklaring voor recht van [eiser in conventie] dat de overeenkomst van 4 mei 2024 is ontbonden en de subsidiaire vordering tot ontbinding van de overeenkomst van 4 mei 2024 door de rechtbank zullen worden afgewezen. Dat betekent dat ook de rest van zijn vorderingen zal worden afgewezen, omdat die zijn gebaseerd op de ontbinding. 5.11. Afwijzing van de vorderingen van [eiser in conventie] betekent ook dat de voorwaarde waaronder de reconventionele vordering tegen [eiser in conventie] is ingesteld, niet in vervulling is gegaan. Dit betekent dat de rechtbank niet toekomt aan beoordeling van de reconventionele vordering van [gedaagde in conventie] . Ontbinding van de koopovereenkomst tussen Santander Leasing en [gedaagde in conventie] ? 5.12. Santander Leasing is tussengekomen en vordert net als [eiser in conventie] onder meer ontbinding van de koopovereenkomst van 4 mei 2024, omdat zij gelet op het verweer van [gedaagde in conventie] mogelijk de koper van de auto is. De rechtbank is in r.o. 5.7 tot de conclusie gekomen dat Santander Leasing de koopovereenkomst met [gedaagde in conventie] heeft gesloten. Ondanks dat Santander Leasing niet duidelijk heeft gesteld dat zij de koper is, komt de rechtbank daarom wel toe aan de beoordeling van de vordering van Santander Leasing tot ontbinding van de koopovereenkomst tussen Santander Leasing en [gedaagde in conventie] . 5.13. Santander Leasing stelt (door verwijzing naar de stellingen van [eiser in conventie] ) dat [gedaagde in conventie] tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenis om een auto af te leveren die beantwoordt aan de overeenkomst op grond van artikel 7:17 BW. Zij vordert daarom ontbinding van de koopovereenkomst op grond van artikel 6:265 lid 1 BW. 5.14. Artikel 7:17 BW bepaalt dat een afgeleverde zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden, en dat dat niet het geval is als zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. 5.15. Artikel 6:265 lid 1 BW bepaalt dat iedere tekortkoming in de nakoming de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Bij de beoordeling of de tekortkoming de ontbinding rechtvaardigt, kunnen, naast de bijzondere aard of geringe betekenis van de tekortkoming, alle omstandigheden van het geval van belang zijn.
Volledig
Daarbij kan ook rekening worden gehouden met de omstandigheid dat de schuldenaar na het intreden van verzuim betalingen heeft verricht en daarmee zijn verbintenis alsnog is nagekomen. 5.16. [gedaagde in conventie] betwist niet alleen dat sprake is van een non-conforme auto, zij voert ook het verweer dat als daar al sprake van is, die tekortkoming de gevorderde ontbinding niet rechtvaardigt. Aangezien Santander Leasing vordert dat de rechtbank de ontbinding uitspreekt, moet de rechtbank beoordelen of sprake is van een tekortkoming die naar de huidige stand van zaken voldoende zwaarwegend is om ontbinding van de koopovereenkomst te rechtvaardigen. 5.17. Tussen partijen is naar de rechtbank begrijpt niet in geschil dat de storingsmeldingen en het stilvallen van de auto zijn veroorzaakt door een kapotte zekeringskast. Partijen twisten wel over het antwoord op de vraag of er al een gebrek was aan de zekeringskast op het moment van aflevering op 4 mei 2024 en of dus sprake is van een non-conforme auto. Het antwoord op die vraag kan evenwel in het midden blijven, omdat de rechtbank tot de conclusie komt dat, ook als de zekeringskast van de auto al kapot was ten tijde van aflevering, deze tekortkoming de gevorderde ontbinding naar de huidige stand van zaken niet rechtvaardigt. Daartoe geldt het volgende. 5.18. [gedaagde in conventie] heeft de zekeringskast van de auto vervangen en de auto op 17 september 2024 weer bij Santander Leasing afgeleverd. [gedaagde in conventie] heeft onweersproken toegelicht dat de reparatie lang heeft geduurd omdat zij afhankelijk was van levering van onderdelen door de fabrikant. De auto is weliswaar zonder overleg bij Santander Leasing afgeleverd, maar Santander Leasing heeft de auto wel in ontvangst genomen. Zij had dus de mogelijkheid om te controleren, dan wel te (laten) onderzoeken, of de problemen met de auto waren opgelost, maar dat heeft zij niet gedaan. Waarom de staat van de auto ‘beneden alle peil was’, zoals zij in haar brief in september 2024 aan [gedaagde in conventie] heeft geschreven, heeft Santander Leasing verder niet toegelicht. 5.19. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de auto is hersteld en Santander Leasing de beschikking heeft gekregen over een auto die het weer doet. Het had daarom op de weg van Santander Leasing gelegen om toe te lichten waarom de tekortkoming desondanks de ontbinding van de overeenkomst nog rechtvaardigt. Zij heeft tijdens de mondelinge behandeling als reden voor de ontbindingsvordering alleen aangevoerd dat [bestuurder eisend bedrijf in conventie] niet meer in de auto wil(de) rijden en het financiële risico op grond van de leaseovereenkomst bij [eiser in conventie] ligt. Dat is echter geen belang van Santander Leasing, maar van [eiser in conventie] . Het belang van [eiser in conventie] kan niet ten nadele van [gedaagde in conventie] worden meegewogen bij het antwoord op de vraag of de tekortkoming de ontbinding van de koopovereenkomst op dit moment rechtvaardigt. [eiser in conventie] is immers geen partij bij de koopovereenkomst en daarnaast zijn mogelijke financiële afspraken over de auto gemaakt tussen Santander Leasing en [eiser in conventie] . Bij die overeenkomst is [gedaagde in conventie] geen partij. Andere redenen voor haar beroep op ontbinding heeft Santander Leasing niet aangevoerd. 5.20. Ook als dus juist is dat bij aflevering van de auto er al sprake was van een gebrek aan de zekeringskast, geldt dat dat gebrek door [gedaagde in conventie] is hersteld. Gelet daarop, en op de overig voornoemde omstandigheden, kan die tekortkoming de door Santander Leasing gevorderde ontbinding van de overeenkomst op dit moment daarom niet rechtvaardigen. Conclusie ten aanzien van de vorderingen Santander Leasing – [gedaagde in conventie] 5.21. Gelet op het voorgaande zal de vordering van Santander Leasing die strekt tot ontbinding van de overeenkomst worden afgewezen. Dat betekent dat ook haar overige vorderingen zullen worden afgewezen, omdat die hun grondslag vinden in de gevorderde ontbinding. De rechtbank komt gelet op deze conclusie niet toe aan de beoordeling van de overig gevoerde verweren en betwistingen van [gedaagde in conventie] . 5.22. Afwijzing van de vorderingen van Santander Leasing betekent dat de voorwaarde waaronder de reconventionele vordering tegen Santander Leasing is ingesteld, niet in vervulling is gegaan. De rechtbank komt daarom niet toe aan behandeling van de reconventionele vordering. De proceskosten 5.23. [eiser in conventie] en Santander Leasing zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten van [gedaagde in conventie] betalen (inclusief nakosten). 5.24. De proceskosten van [gedaagde in conventie] in conventie die [eiser in conventie] moet betalen worden begroot op: - griffierecht € 6.861,00 - salaris advocaat € 5.770,00 (2 punten × € 2.885,00) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 12.820,00 5.25. De proceskosten van [gedaagde in conventie] in tussenkomst in conventie die Santander Leasing moet betalen worden als volgt begroot, waarbij het salaris advocaat op de helft wordt gewaardeerd omdat het verweer van [gedaagde in conventie] voortvloeit uit het verweer dat zij ook heeft gevoerd tegen [eiser in conventie] : - salaris advocaat € 2.885,00 (2 punten × € 2.885,00 × 0,5) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 3.074,00 5.26. De vordering die [gedaagde in conventie] zowel jegens [eiser in conventie] als Santander Leasing heeft ingesteld in voorwaardelijke reconventie is niet beoordeeld, omdat de voorwaarde niet is vervuld. Dat betekent dat er geen in het ongelijk gestelde partij is en de proceskostenveroordeling daarom achterwege blijft. Geen van de partijen wordt daarom in deze proceskosten veroordeeld. 5.27. De kosten in het incident zijn bij vonnis in incident van 14 mei 2025 aangehouden. Omdat de vorderingen van Santander Leasing als tussenkomende partij zijn afgewezen, wordt Santander Leasing in de kosten van het door haar ingestelde incident veroordeeld. De proceskosten in het incident aan de zijde van [eiser in conventie] worden begroot op nihil, omdat [eiser in conventie] zich niet heeft verzet tegen de gevorderde tussenkomst. De proceskosten in het incident aan de zijde van [gedaagde in conventie] worden begroot op: - salaris advocaat € 653,00 (1 punt × € 653,00) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 842,00 5.28. Voor zover Santander Leasing niet tijdig voldoet aan de proceskostenveroordelingen in het incident en/of in conventie, moet zij nakosten van € 189,00 en de kosten van betekening betalen als het vonnis wordt betekend. 6 De beslissing De rechtbank in het incident 6.1. veroordeelt Santander Leasing in het incident in de proceskosten, aan de zijde van [eiser in conventie] begroot op nihil, en aan de zijde van [gedaagde in conventie] begroot op € 842,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe en te vermeerderen op de hierna onder r.o. 6.8 vermelde wijze als Santander Leasing niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, in conventie 6.2. wijst de vorderingen van [eiser in conventie] af, 6.3. veroordeelt [eiser in conventie] in de proceskosten van € 12.820,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser in conventie] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 6.4. verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling onder r.o. 6.3 uitvoerbaar bij voorraad, in voorwaardelijke reconventie 6.5. verstaat dat aan de voorwaarde waaronder de reconventionele vordering is ingesteld niet is voldaan en dat de vordering niet behoeft te worden behandeld, 6.6. bepaalt dat geen der partijen in de kosten wordt veroordeeld, in conventie in tussenkomst 6.7. wijst de vorderingen van Santander Leasing af, 6.8.
Volledig
Daarbij kan ook rekening worden gehouden met de omstandigheid dat de schuldenaar na het intreden van verzuim betalingen heeft verricht en daarmee zijn verbintenis alsnog is nagekomen. 5.16. [gedaagde in conventie] betwist niet alleen dat sprake is van een non-conforme auto, zij voert ook het verweer dat als daar al sprake van is, die tekortkoming de gevorderde ontbinding niet rechtvaardigt. Aangezien Santander Leasing vordert dat de rechtbank de ontbinding uitspreekt, moet de rechtbank beoordelen of sprake is van een tekortkoming die naar de huidige stand van zaken voldoende zwaarwegend is om ontbinding van de koopovereenkomst te rechtvaardigen. 5.17. Tussen partijen is naar de rechtbank begrijpt niet in geschil dat de storingsmeldingen en het stilvallen van de auto zijn veroorzaakt door een kapotte zekeringskast. Partijen twisten wel over het antwoord op de vraag of er al een gebrek was aan de zekeringskast op het moment van aflevering op 4 mei 2024 en of dus sprake is van een non-conforme auto. Het antwoord op die vraag kan evenwel in het midden blijven, omdat de rechtbank tot de conclusie komt dat, ook als de zekeringskast van de auto al kapot was ten tijde van aflevering, deze tekortkoming de gevorderde ontbinding naar de huidige stand van zaken niet rechtvaardigt. Daartoe geldt het volgende. 5.18. [gedaagde in conventie] heeft de zekeringskast van de auto vervangen en de auto op 17 september 2024 weer bij Santander Leasing afgeleverd. [gedaagde in conventie] heeft onweersproken toegelicht dat de reparatie lang heeft geduurd omdat zij afhankelijk was van levering van onderdelen door de fabrikant. De auto is weliswaar zonder overleg bij Santander Leasing afgeleverd, maar Santander Leasing heeft de auto wel in ontvangst genomen. Zij had dus de mogelijkheid om te controleren, dan wel te (laten) onderzoeken, of de problemen met de auto waren opgelost, maar dat heeft zij niet gedaan. Waarom de staat van de auto ‘beneden alle peil was’, zoals zij in haar brief in september 2024 aan [gedaagde in conventie] heeft geschreven, heeft Santander Leasing verder niet toegelicht. 5.19. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de auto is hersteld en Santander Leasing de beschikking heeft gekregen over een auto die het weer doet. Het had daarom op de weg van Santander Leasing gelegen om toe te lichten waarom de tekortkoming desondanks de ontbinding van de overeenkomst nog rechtvaardigt. Zij heeft tijdens de mondelinge behandeling als reden voor de ontbindingsvordering alleen aangevoerd dat [bestuurder eisend bedrijf in conventie] niet meer in de auto wil(de) rijden en het financiële risico op grond van de leaseovereenkomst bij [eiser in conventie] ligt. Dat is echter geen belang van Santander Leasing, maar van [eiser in conventie] . Het belang van [eiser in conventie] kan niet ten nadele van [gedaagde in conventie] worden meegewogen bij het antwoord op de vraag of de tekortkoming de ontbinding van de koopovereenkomst op dit moment rechtvaardigt. [eiser in conventie] is immers geen partij bij de koopovereenkomst en daarnaast zijn mogelijke financiële afspraken over de auto gemaakt tussen Santander Leasing en [eiser in conventie] . Bij die overeenkomst is [gedaagde in conventie] geen partij. Andere redenen voor haar beroep op ontbinding heeft Santander Leasing niet aangevoerd. 5.20. Ook als dus juist is dat bij aflevering van de auto er al sprake was van een gebrek aan de zekeringskast, geldt dat dat gebrek door [gedaagde in conventie] is hersteld. Gelet daarop, en op de overig voornoemde omstandigheden, kan die tekortkoming de door Santander Leasing gevorderde ontbinding van de overeenkomst op dit moment daarom niet rechtvaardigen. Conclusie ten aanzien van de vorderingen Santander Leasing – [gedaagde in conventie] 5.21. Gelet op het voorgaande zal de vordering van Santander Leasing die strekt tot ontbinding van de overeenkomst worden afgewezen. Dat betekent dat ook haar overige vorderingen zullen worden afgewezen, omdat die hun grondslag vinden in de gevorderde ontbinding. De rechtbank komt gelet op deze conclusie niet toe aan de beoordeling van de overig gevoerde verweren en betwistingen van [gedaagde in conventie] . 5.22. Afwijzing van de vorderingen van Santander Leasing betekent dat de voorwaarde waaronder de reconventionele vordering tegen Santander Leasing is ingesteld, niet in vervulling is gegaan. De rechtbank komt daarom niet toe aan behandeling van de reconventionele vordering. De proceskosten 5.23. [eiser in conventie] en Santander Leasing zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten van [gedaagde in conventie] betalen (inclusief nakosten). 5.24. De proceskosten van [gedaagde in conventie] in conventie die [eiser in conventie] moet betalen worden begroot op: - griffierecht € 6.861,00 - salaris advocaat € 5.770,00 (2 punten × € 2.885,00) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 12.820,00 5.25. De proceskosten van [gedaagde in conventie] in tussenkomst in conventie die Santander Leasing moet betalen worden als volgt begroot, waarbij het salaris advocaat op de helft wordt gewaardeerd omdat het verweer van [gedaagde in conventie] voortvloeit uit het verweer dat zij ook heeft gevoerd tegen [eiser in conventie] : - salaris advocaat € 2.885,00 (2 punten × € 2.885,00 × 0,5) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 3.074,00 5.26. De vordering die [gedaagde in conventie] zowel jegens [eiser in conventie] als Santander Leasing heeft ingesteld in voorwaardelijke reconventie is niet beoordeeld, omdat de voorwaarde niet is vervuld. Dat betekent dat er geen in het ongelijk gestelde partij is en de proceskostenveroordeling daarom achterwege blijft. Geen van de partijen wordt daarom in deze proceskosten veroordeeld. 5.27. De kosten in het incident zijn bij vonnis in incident van 14 mei 2025 aangehouden. Omdat de vorderingen van Santander Leasing als tussenkomende partij zijn afgewezen, wordt Santander Leasing in de kosten van het door haar ingestelde incident veroordeeld. De proceskosten in het incident aan de zijde van [eiser in conventie] worden begroot op nihil, omdat [eiser in conventie] zich niet heeft verzet tegen de gevorderde tussenkomst. De proceskosten in het incident aan de zijde van [gedaagde in conventie] worden begroot op: - salaris advocaat € 653,00 (1 punt × € 653,00) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 842,00 5.28. Voor zover Santander Leasing niet tijdig voldoet aan de proceskostenveroordelingen in het incident en/of in conventie, moet zij nakosten van € 189,00 en de kosten van betekening betalen als het vonnis wordt betekend. 6 De beslissing De rechtbank in het incident 6.1. veroordeelt Santander Leasing in het incident in de proceskosten, aan de zijde van [eiser in conventie] begroot op nihil, en aan de zijde van [gedaagde in conventie] begroot op € 842,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe en te vermeerderen op de hierna onder r.o. 6.8 vermelde wijze als Santander Leasing niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, in conventie 6.2. wijst de vorderingen van [eiser in conventie] af, 6.3. veroordeelt [eiser in conventie] in de proceskosten van € 12.820,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser in conventie] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 6.4. verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling onder r.o. 6.3 uitvoerbaar bij voorraad, in voorwaardelijke reconventie 6.5. verstaat dat aan de voorwaarde waaronder de reconventionele vordering is ingesteld niet is voldaan en dat de vordering niet behoeft te worden behandeld, 6.6. bepaalt dat geen der partijen in de kosten wordt veroordeeld, in conventie in tussenkomst 6.7. wijst de vorderingen van Santander Leasing af, 6.8.