Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-03-11
ECLI:NL:RBGEL:2026:2117
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,027 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBGEL:2026:2117 text/xml public 2026-04-01T09:30:03 2026-03-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-03-11 456639 Uitspraak Bodemzaak NL Zutphen Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:2117 text/html public 2026-04-01T09:29:47 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:2117 Rechtbank Gelderland , 11-03-2026 / 456639 incident in erfrechtzaak RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Zutphen Zaaknummer: C/05/456639 / HZ ZA 25-257 Vonnis in incident van 11 maart 2026 in de zaak van 1 [naam eiser in hoofdzaak 1] , te [woonplaats] (gemeente [gemeentenaam] ), hierna te noemen: [eiser 1] , 2. [naam eiser in hoofdzaak 2] , te [woonplaats] , eisende partijen in de hoofdzaak, verwerende partijen in het incident, hierna samen te noemen: de zussen, advocaat: mr. G.H.J. Spee, tegen 1 [naam gedaagde in hoofdzaak 1] , te [woonplaats] , hierna te noemen: [gedaagde 1] , 2. [naam gedaagde in hoofdzaak 2] , te [woonplaats] , hierna te noemen: [gedaagde 2] , gedaagde partijen in de hoofdzaak, eisende partijen in het incident, hierna samen te noemen: de broers, advocaat: mr. P.F. Schepel. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in het incident - de conclusie van antwoord in incident. 1.2. Ten slotte is vonnis in incident bepaald. 2 De feiten voor zover van belang in incident 2.1. De broers en de zussen zijn de kinderen van [erflater] (hierna: erflater) en mevrouw [erflaatster] (hierna: erflaatster). Partijen zullen hierna samen worden genoemd: de kinderen. 2.2. Erflater had een landbouwbedrijf in de vorm van een eenmanszaak. Erflater en erflaatster waren in gemeenschap van goederen gehuwd. In 2022 zijn de goederen van erflater en erflaatster onder bewind gesteld. 2.3. Erflater is op 26 januari 2024 overleden. Erflater heeft bij testament van 29 oktober 1990 (productie 1 bij dagvaarding) over zijn nalatenschap beschikt. In dit testament is erflaatster tot enig erfgenaam benoemd. De bewindvoerder heeft de nalatenschap namens erflaatster beneficiair aanvaard. In het testament van erflater zijn tevens legaten aan de kinderen toegekend. De legaten zijn opeisbaar geworden bij het overlijden van erflaatster. De legaten waren gelijk en elk ter hoogte van € 99.421 per kind. Dit bedrag is inmiddels aan elk van de kinderen uitgekeerd. 2.4. Erflaatster is op 3 september 2024 overleden. Erflaatster heeft bij testament van 29 oktober 1990 (productie 4 bij de dagvaarding) over haar nalatenschap beschikt. In dit testament is [gedaagde 2] benoemd tot erfgenaam voor 1/4e van de nalatenschap en zijn alle tot de nalatenschap behorende onroerende zaken en de levende en dode have die tot het landbouwbedrijf behoren aan hem gelegateerd onder de last en verplichting om de waarde van het gelegateerde in de nalatenschap in te brengen in contanten. Daarbij is bepaald dat wanneer [gedaagde 2] ten tijde van haar overlijden niet meer het landbouwbedrijf uitoefent, genoemde erfstelling en legaat vervallen en aan ieder van de kinderen wordt gelegateerd wat zij zouden hebben geërfd wanneer erflaatster geen testament zou hebben gemaakt. 2.5. In de verklaring van erfrecht van 9 oktober 2024 is opgenomen dat de kinderen op grond van de wet en gelet op het testament de erfgenamen van erflaatster zijn, ieder voor een vierde deel, en dat zij de nalatenschap van erflaatster beneficiair hebben aanvaard (productie 5 bij dagvaarding). Daarnaast is in de verklaring van erfrecht opgenomen dat de erfgenamen een volmacht aan [eiser 1] hebben verleend om hen te vertegenwoordigen bij de afwikkeling van de nalatenschap. De broers hebben deze volmacht later ingetrokken. 3 Het geschil in het incident 3.1. De broers vorderen dat de rechtbank, waar mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de zussen hoofdelijk zal veroordelen om binnen veertien dagen na het vonnis een afschrift van alle onderliggende stukken bij de aangiften erfbelasting van zowel erflater als erflaatster, alsmede de stukken uit de administratie van de onderneming van erflater en erflaatster, die nodig zijn voor het opstellen van de ontbrekende jaarrekeningen van de onderneming en voor de aangiften inkomstenbelasting van erflater en erflaatster, aan de advocaat van de broers ter beschikking te stellen of door de boekhouder ter beschikking te laten stellen, bij voorkeur in digitale vorm, op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag, tot een maximum van € 25.000,-, met hoofdelijke veroordeling van de zussen in de proceskosten in het incident, inclusief begroot nasalaris, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na het vonnis. 3.2. De broers stellen dat zij als erfgenamen in zowel de nalatenschap van erflater als die van erflaatster recht hebben op deze stukken. Ter onderbouwing van hun vordering stellen de broers dat de zussen, ondanks herhaalde verzoeken, weigeren de onderliggende stukken bij de aangiften erfbelasting van zowel erflater als erflaatster ter beschikking te stellen. Tevens weigert de boekhouder deze stukken af te geven zonder toestemming van de zussen, omdat hij zich niet wil mengen in de geschillen tussen de erfgenamen. Dit geldt eveneens voor de informatie uit de administratie van de onderneming van erflater en erflaatster, waaronder de documenten die nodig zijn voor het opstellen van de ontbrekende jaarrekeningen van de onderneming. 3.3. De zussen concluderen tot afwijzing van het gevorderde, omdat de broers – kortgezegd – geen concreet en gespecificeerd verzoek hebben gedaan. Volgens de zussen is de vordering te algemeen geformuleerd, bijvoorbeeld door te vragen om “alle onderliggende stukken bij de aangiften erfbelasting” en “alle stukken van de onderneming”, zonder duidelijk te maken welke documenten de broers nog missen. 3.4. Bovendien beschikken de broers volgens de zussen reeds over verschillende relevante stukken waarmee zij de aangifte erfbelasting voor erflater en de concept-aangifte voor erflaatster kunnen beoordelen. Verder stellen de zussen dat zij geen toegang meer hebben tot de ervenrekeningen, omdat deze zijn geblokkeerd door het intrekken van de volmacht. Dit maakt het voor hen onmogelijk om de benodigde inlichtingen te verkrijgen en deze aan de broers te verstrekken. De relevante bankafschriften die zij nog wel in hun administratie hebben, hebben de zussen als productie 19 overgelegd. 3.5. Wat betreft de informatie uit de administratie van de onderneming stellen de zussen dat zij het accountantskantoor hebben benaderd met een verzoek om informatie. De zussen hebben de informatie die zij van het accountantskantoor hebben ontvangen, overgelegd (productie 20). Zij stellen verder geen andere stukken te hebben ontvangen. 3.6. Ten slotte stellen de zussen dat het opleggen van een dwangsom onredelijk en disproportioneel is. Zij hebben er alles aan gedaan om informatie te vergaren. Dat de zussen goede bedoelingen hebben, blijkt ook uit het feit dat zij mede namens de broers bezwaar hebben gemaakt tegen een boete van de Belastingdienst wegens het te laat indienen van de aangifte erfbelasting. 3.7. De zussen concluderen tot een veroordeling van de broers in de proceskosten, aangezien zij stellen dat de broers onnodig dit incident hebben opgeworpen. 4 De beoordeling 4.1. De broers en de zussen zijn als erfgenamen krachtens artikel 3:166 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) deelgenoten in de nalatenschap van erflaatster. Op grond van artikel 3:166 lid 3 in samenhang met artikel 6:2 BW dienen deelgenoten jegens elkaar de eisen van redelijkheid en billijkheid in acht te nemen. Dit brengt met zich dat een deelgenoot in een nalatenschap tegenover de andere deelgenoten recht heeft op inzage van alle stukken die deel uitmaken van die nalatenschap en die ter beoordeling van de omvang en de waarde van die nalatenschap van belang zijn. Informatie over de erfbelasting 4.2. De rechtbank begrijpt dat het de broers gaat om de stukken die zijn gebruikt voor de aangifte erfbelasting en dat de boekhouder die onder zich heeft.