Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-02-27
ECLI:NL:RBGEL:2026:1792
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,009 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBGEL:2026:1792 text/xml public 2026-03-31T10:38:48 2026-03-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-02-27 11950356 Uitspraak Bodemzaak NL Nijmegen Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:1792 text/html public 2026-03-31T10:38:22 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:1792 Rechtbank Gelderland , 27-02-2026 / 11950356 Zorgverzekeringsovereenkomst. Gevorderde hoofdsom deels afgewezen en buitengerechtelijke kosten geheel. RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Nijmegen Zaaknummer: 11950356 \ CV EXPL 25-3032 Vonnis van 27 februari 2026 in de zaak van ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V. , te Leiden, eisende partij, hierna te noemen: Zilveren Kruis, gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders, tegen [naam gedaagde] , te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de conclusie van repliek - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Tussen Zilveren Kruis en [gedaagde] bestaat een zorgverzekeringsovereenkomst, uit hoofde waarvan [gedaagde] maandelijks bij vooruitbetaling premie is verschuldigd. In 2023 bedroeg de maandelijkse premie € 416,85 en in 2024 € 442,35. 2.2. [gedaagde] heeft op 1 augustus 2023, 24 september 2023, 29 oktober 2023, 28 november 2023 en 27 december 2023 premiebetalingen van € 416,85 gedaan en op 8 februari 2024, 28 maart 2024 en 31 juli 2024 premiebetalingen van € 442,35. 3 Het geschil 3.1. Zilveren Kruis vordert dat [gedaagde] , bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 1.959,46, te vermeerderen met de wettelijke rente over de openstaande hoofdsom vanaf de datum van de dagvaarding, namelijk 22 oktober 2025, tot er is betaald en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. 3.2. Zilveren Kruis legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] een achterstand heeft laten ontstaan in de premiebetalingen. Zilveren Kruis vordert de premie over de maanden juli tot en met maart 2024 en over juni 2024 en juli 2024, ter hoogte van in totaal € 4.712,85. [gedaagde] heeft over die maanden € 3.411,30 betaald, waardoor hij nog € 1.301,55 moet betalen. Aangezien [gedaagde] in verzuim is komen te verkeren, vordert Zilveren Kruis wettelijke rente over de openstaande hoofdsom tot er is betaald. Het totaal aan wettelijke rente, berekend tot en met 15 juli 2024, bedraagt € 164,99, en de wettelijke rente vanaf 15 juli 2024 tot de datum van de dagvaarding, namelijk 22 oktober 2025, bedraagt € 256,69. Verder heeft Zilveren Kruis op 9 augustus 2024 een veertiendagenbrief aan [gedaagde] gemaild. Aangezien [gedaagde] , ondanks sommatie, niet binnen de gestelde termijn heeft betaald, is hij ook het bedrag van € 236,23 (inclusief btw) aan buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd. 3.3. [gedaagde] voert verweer en concludeert tot gedeeltelijke afwijzing van de vordering van Zilveren Kruis. Op de inhoud van het verweer zal hierna, waar nodig, nader worden ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. Tussen partijen is in geschil hoeveel premie [gedaagde] nog aan Zilveren Kruis moet betalen en of [gedaagde] daarover rente en kosten verschuldigd is. 4.2. Ten aanzien van de hoofdsom staat vast dat tussen partijen een zorgverzekeringsovereenkomst bestaat en dat daaruit een maandelijkse betalingsverplichting voortvloeit voor (onder meer) de maanden juli 2023 tot en met maart 2024 en over juni 2024 en juli 2024 van in totaal € 4.712,85. Tussen partijen staat verder vast dat [gedaagde] betalingen ter hoogte van € 3.411,30 heeft gedaan. [gedaagde] voert aan dat hij nog meer heeft betaald. Hiertoe heeft hij onweersproken gesteld dat hij op 30 augustus 2023 een betaling van € 416,85 heeft gedaan. De incassogemachtigde van Zilveren Kruis heeft deze betaling alleen afgeboekt op (een ander) bij haar openstaand dossier van [gedaagde] met dossiernummer [nummer] . [gedaagde] heeft deze betaling echter aangewezen voor dossiernummer 3582147, het dossier betreffende de vordering in deze procedure. De kantonrechter overweegt dat Zilveren Kruis vanwege deze aanwijzing gehouden was om de betaling van € 416,85 op deze vordering af te boeken. [gedaagde] heeft verder aangevoerd dat een declaratie is verrekend met het openstaande bedrag, maar heeft dit verder niet onderbouwd waardoor dit verweer niet slaagt. De kantonrechter oordeelt dat met de betaling van in totaal € 3.828,15 (€ 3.411,30 + € 416,85), een hoofdsom van € 884,70 (€ 4.712,85 - € 3.828,15) resteert. De vordering strekkende tot betaling daarvan zal worden toegewezen. 4.3. Zilveren Kruis vordert wettelijke rente. [gedaagde] voert aan dat Zilveren Kruis rente vordert over een periode waarin zij geen actie heeft ondernomen. De kantonrechter overweegt dat [gedaagde] rente verschuldigd is over de periode waarin hij in verzuim verkeert met het betalen van zijn premie. Dat betekent dat, ongeacht of Zilveren Kruis wel of geen actie heeft ondernomen, [gedaagde] te laat was met betalen en daarom rente moet voldoen omdat tussen partijen is overeengekomen wanneer moet worden betaald. [gedaagde] voert verder aan dat Zilveren Kruis rente vordert over bedragen die al zijn betaald. De kantonrechter constateert dat de door Zilveren Kruis berekende rente tot 22 oktober 2025 € 421,68 bedraagt. Het is aan Zilveren Kruis om haar renteberekening inzichtelijk te maken. De kantonrechter begrijpt dat Zilveren Kruis de rente heeft berekend over € 4.712,85 en pas daarna de reeds voldane bedragen daarvan heeft afgetrokken. Hierdoor is de rente ten onrechte over een te hoog bedrag berekend. De kantonrechter wijst de wettelijke rente daarom enkel toe over de resterende hoofdsom van € 884,70 vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende premietermijnen tot er is betaald. De vordering wordt voor het overige afgewezen, aangezien Zilveren Kruis deze onvoldoende heeft onderbouwd. 4.4. Zilveren Kruis vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. De door Zilveren Kruis verstuurde aanmaning voldoet niet aan de in artikel 6:96 lid 6 BW gestelde eisen. In de aanmaning is namelijk betaling verlangd van twee verschillende hoofdsommen, namelijk € 1.485,25 en € 1.301,55. Hierdoor was het voor [gedaagde] niet duidelijk van welk bedrag betaling verlangd werd. Bovendien zijn beide hoofdsommen hoger dan de hoofdsom die [gedaagde] op het moment van de aanmaning nog verschuldigd was, namelijk € 884,70. In het verlengde daarvan is in de aanmaning ook een te hoog bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten aangezegd. De gevorderde vergoeding zal daarom worden afgewezen. 4.5. Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis te betalen een bedrag van € 884,70, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende premietermijnen, tot de dag van volledige betaling, 5.2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.3. compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, 5.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2026.