Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-02-27
ECLI:NL:RBGEL:2026:1483
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Voorlopige voorziening
1,069 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBGEL:2026:1483 text/xml public 2026-03-05T17:00:19 2026-02-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-02-27 25/5136 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:1483 text/html public 2026-03-02T11:11:12 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:1483 Rechtbank Gelderland , 27-02-2026 / 25/5136 Voorlopige voorziening, geen spoedeisend belang, afwijzing verzoek. RECHTBANK GELDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: ARN 25/5136 uitspraak van de voorzieningenrechter van in de zaak tussen Stichting Milieuwerkgroep Buren e.o., uit Beusichem, verzoekster en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Buren. Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] uit [plaats] (vergunninghoudster) (gemachtigde: mr. C.J. Tijman). Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de aan vergunninghoudster verleende omgevingsvergunning voor het realiseren van een pottenveld / containerteelt op het adres [locatie] in [plaats]. 1.1. Bij besluit van 26 september 2025 heeft het college de omgevingsvergunning verleend. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. 2. Met het bestreden van besluit 26 januari 2025 op het bezwaar van verzoekster heeft het college de omgevingsvergunning onder aanvulling van de motivering in stand gelaten. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld, zodat het verzoek om een voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank. 2.1. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is. Beoordeling door de voorzieningenrechter 3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Daarvan is sprake als de uitspraak van de rechtbank in de beroepszaak (de bodemzaak) niet kan worden afgewacht. Een uitspraak in de bodemzaak kan niet worden afgewacht als er vóór die tijd onomkeerbare gevolgen ontstaan of dreigen te ontstaan. Verzoekster heeft in meerdere brieven aan de rechtbank aangegeven dat zij – kort samengevat – vreest dat archeologische waarden worden aangetast als gevolg van de grondwerkzaamheden die verricht worden op grond van de omgevingsvergunning en dat daarom de uitspraak in de bodemzaak niet kan worden afgewacht. 3.1. Vergunninghoudster en het college hebben er schriftelijk op gewezen dat het een legaliserende omgevingsvergunning betreft. Bij mail van 5 februari 2026 heeft vergunninghoudster uitdrukkelijk bevestigd dat alle bodemwerkzaamheden in het kader van de verleende omgevingsvergunning reeds hebben plaatsgevonden. Hoewel verzoekster dit betwist, heeft de voorzieningenrechter – mede in het licht van het legaliserende karakter van deze vergunning – geen aanleiding om te twijfelen aan deze uitdrukkelijke en expliciete toezegging dat er geen nieuwe bodemwerkzaamheden meer uitgevoerd worden in het kader van de verleende omgevingsvergunning. Dat betekent naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat de uitspraak in de bodemzaak kan worden afgewacht omdat er zich vóór die die tijd geen onomkeerbare gevolgen voordoen. 3.2. De conclusie is dan ook dat er geen sprake is van een spoedeisend belang. Conclusie en gevolgen 4. Het verzoek is kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Goldebeld, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.