Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-11-12
ECLI:NL:RBGEL:2025:9595
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,604 tokens
Inleiding
RECHTBANK
GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Apeldoorn
Zaaknummer: 11583221 \ CV EXPL 25-631
Vonnis van 12 november 2025
in de zaak van
[eiser]
,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. S.F. ten Cate,
tegen
[gedaagde]
, handelend onder de naam [bedrijf],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 11 juni 2025,
- de akte van [eiser] , tevens akte houdende vermeerdering van eis,
- de antwoordakte van [gedaagde] ,
- de akte reactie vermeerdering van eis van [gedaagde] ,
- de akte uitlaten producties van [eiser] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
2.1.
In het tussenvonnis van 11 juni 2025 is [eiser] in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat de kilometerstand van de auto is teruggedraaid.
2.2.
[eiser] heeft ter voldoening aan de bewijsopdracht onder meer een e-mail van 24 juni 2025 van [naam 1] (hierna: [naam 1] ), werkzaam als Service adviseur bij Haaima te Leeuwarden, overgelegd. Daaruit blijkt dat [naam 1] , althans een andere werknemer van Haaima, in juni 2025 de auto met specifiek voor Fiat bedoelde diagnose-apparatuur heeft uitgelezen. [naam 1] komt aan de hand van de resultaten van deze diagnose tot de conclusie dat het vrijwel zeker is dat de zichtbare kilometerstand op het dashboard van de auto is teruggedraaid.
2.3.
De verklaring van [naam 1] komt samengevat neer op het volgende.
Volgens [naam 1] blijkt uit meerdere elektronische modules van de auto dat de daadwerkelijk met de auto afgelegde afstand significant hoger is dan de op het dashboard weergegeven kilometerstand van 96.107.
[naam 1] heeft aan de hand van de levensduur van de ECM (motormanagement) en de ABS (antiblokkeersysteem) van de auto berekend hoeveel kilometer per uur de auto gemiddeld heeft gereden bij een kilometerstand van 96.107 (de op het dashboard zichtbare kilometerstand). Dat is slechts circa 23 kilometer per uur. Volgens [naam 1] is dit een uitzonderlijk laag gemiddelde en is het niet aannemelijk dat dit klopt. Het kan volgens [naam 1] niet zo zijn dat de auto voor extreem korte ritten is gebruikt omdat er maar een klein verschil zit tussen het aantal minuten gebruik zoals dat is geregistreerd in de ECM (253.730 minuten) en de ABS (251.940 minuten). Het relatief kleine verschil tussen de gebruiksduur van de ECM en de ABS is, zo stelt [naam 1] , normaal verklaarbaar door het eerder starten van de ECM en de minder actieve tijd van ABS bij stilstand. In dit geval is het gemeten verschil bovendien een indicatie dat de ECM en ABS op hetzelfde moment bij fabricage van de auto in de auto zijn gezet.
Bij de kilometerstand zoals die is uitgelezen uit het CAN bus systeem (180.605 kilometer) zou de gemiddelde snelheid van de auto 43,01 kilometer per uur zijn en dat ligt, zo stelt [naam 1] , veel meer in de lijn van een normaal gemengd weggebruik.
[naam 1] heeft voorts naar eigen zeggen een tegenstrijdigheid vastgesteld in de IPC van de auto (dashboard). Uit het geheugen van de IPC blijkt dat de afstand sinds het laatste onderhoud 124.949 kilometer bedraagt terwijl op de zichtbare teller op het dashboard 96.107 kilometer staat. Het kan, zo stelt [naam 1] , niet zo zijn dat de afstand sinds het laatste onderhoud hoger was dan de totale tellerstand. Dit duidt volgens [naam 1] erop dat de zichtbare kilometerstand op het dashboard op enig moment is teruggedraaid zonder dat de andere velden in het geheugen van de IPC zijn aangepast. Deze inconsistentie binnen één en dezelfde module is een sterk signaal voor manipulatie van de kilometerstand, aldus [naam 1] .
2.4.
[gedaagde] heeft de juistheid van de verklaring van [naam 1] betwist.
2.5.
[gedaagde] heeft allereerst aangevoerd dat sprake kan zijn van onvolledige of foutieve uitleesgegevens omdat de accuspanning tijdens het uitlezen van de auto te laag was, namelijk 10,7 Volt terwijl dit volgens [gedaagde] minimaal 12 Volt had moeten zijn. Gelet op de betwisting van deze stelling door [eiser] , had het op de weg van [gedaagde] gelegen nader toe te lichten en te onderbouwen dat de resultaten van de diagnose onjuist zijn. [gedaagde] heeft dit onvoldoende gedaan. Het enkel verwijzen naar de e-mail van 4 juli 2025 van [naam 2] , Werkplaats Chef bij Broekhuis Apeldoorn (hierna: [naam 2] ) is daarvoor in elk geval niet genoeg. In deze e-mail heeft [naam 2] verklaard dat de accuspanning voor het uitlezen altijd rond de 12 Volt moet liggen voor een goede diagnose maar door [naam 2] is niet toegelicht wat hij bedoelt met een ‘goede diagnose’. Uit de summiere verklaring van [naam 2] kan daarom, anders dan [gedaagde] stelt, niet worden afgeleid dat als de accuspanning tijdens het uitlezen lager is dan 12 Volt dit tot gevolg heeft dat de resultaten van de diagnose niet betrouwbaar en niet correct zijn. Voor het buiten beschouwing laten van de resultaten van de diagnose, wordt dan ook geen aanleiding gezien.
2.6.
[gedaagde] heeft verder aangevoerd dat het technisch niet mogelijk is om de zichtbare kilometerstand op het dashboard op een lagere stand te zetten dan de werkelijke kilometerstand. [gedaagde] wordt niet in dit standpunt gevolgd. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat de op het dashboard zichtbare kilometerstand van auto’s met (illegale) hardware en software kan worden teruggedraaid.
2.7.
[gedaagde] heeft de bevinding van [naam 1] dat een gemiddelde snelheid van 22,7 kilometer per uur een uitzonderlijk laag gemiddelde is en niet aannemelijk kan zijn, betwist. Volgens [gedaagde] is deze gemiddelde snelheid wel degelijk realistisch bij binnenstedelijk of regionaal gebruik. [gedaagde] heeft daartoe als productie 16 een door hem gemaakte foto van een dashboard van een auto ingebracht. Daarop is te zien is dat de gemiddelde snelheid van die auto 21,9 kilometer per uur bedraagt. [gedaagde] heeft naar eigen zeggen met deze auto een aantal testritten gemaakt met name binnen de bebouwde kom. Anders dan [gedaagde] stelt, betekent dit echter nog niet dat deze lage gemiddelde snelheid ook realistisch is bij een normaal gebruik van een auto op langere termijn. In dit geval staat ook vast dat de dochter van [eiser] na de koop van de auto ruim 25.000 kilometer met de auto heeft gereden en dat zij daarbij ook buiten de bebouwde kom heeft gereden. [gedaagde] is bovendien niet ingegaan op de opmerking van [naam 1] dat het niet zo kan zijn dat de auto voor extreem korte ritten is gebruikt omdat er maar een klein verschil zit tussen het aantal minuten gebruik zoals dat is geregistreerd in de ECM en de ABS. Als onvoldoende gemotiveerd weersproken staat dan ook vast dat een gemiddelde snelheid van 22,7 kilometer per uur in dit geval niet aannemelijk kan zijn.
2.8.
Door [gedaagde] is niet betwist dat de in de IPC geregistreerde kilometerstand bij het laatste onderhoud hoger is dan de kilometerstand die op het dashboard wordt weergegeven. [gedaagde] heeft in dit verband aangevoerd dat niet uitgesloten is dat tijdens een eerdere onderhoudsbeurt na het resetten van het onderhoudssysteem een foutieve waarde kan zijn ingevoerd en dat daardoor de afstand sinds het laatste onderhoud hoger wordt weergegeven dan de actuele kilometerstand. Door [gedaagde] is echter niet gesteld, laat staan onderbouwd, dat deze situatie zich in dit geval ook daadwerkelijkheid heeft voorgedaan. Aan de stellingen van [gedaagde] op dit punt wordt dan ook voorbijgegaan.
2.9.
[gedaagde] heeft verder aangevoerd dat het niet uitgesloten is dat de ECM en ABS van de auto zijn vervangen en dat het daarom mogelijk is dat de levensduur van deze onderdelen kan afwijken van de werkelijke levensduur van de auto. Door [gedaagde] zijn echter geen omstandigheden naar voren gebracht die aanleiding geven om tot de conclusie te komen dat de ECM en de ABS in dit geval ook daadwerkelijk zijn vervangen.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
verklaart voor recht dat de koopovereenkomst tussen partijen buitengerechtelijk is vernietigd,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 7.950,00, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 18 december 2024 tot aan de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 895,00 aan buitengerechtelijke kosten,
3.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 181,50 aan kosten ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid,
3.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.199,64, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.6.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025.
lt
Procesverloop
Daar staat tegenover dat door [naam 1] is opgemerkt dat het verschil dat in dit geval is gemeten tussen de gebruiksduur van de ECM en de ABS een indicatie oplevert dat beide units op hetzelfde moment bij fabricage van de auto zijn gemonteerd. [gedaagde] heeft hiertegen niets ingebracht. Als onvoldoende gemotiveerd weersproken staat dan ook vast dat de ECM en de ABS van de auto niet zijn vervangen.
Tussenconclusie
2.10.
Op basis van de bevindingen van [naam 1] , waarvan [gedaagde] de juistheid onvoldoende gemotiveerd heeft betwist, is voldoende vast komen te staan dat de kilometerstand van de auto is teruggedraaid. Dit maakt dat sprake is van een onjuiste voorstelling van zaken als bedoeld in artikel 6:228 lid 1 BW omdat [eiser] bij het aangaan van de koop dacht dat de auto een kilometerstand van circa 69.905 had terwijl de daadwerkelijke kilometerstand op dat moment aanzienlijk hoger blijkt te zijn.
Overige vereisten dwaling
2.11.
Vervolgens is de vraag aan de orde of ook aan de overige vereisten van artikel 6:228 lid 1 sub a BW is voldaan.
- inlichting van de wederpartij
2.11.1.
[gedaagde] heeft [eiser] onjuist ingelicht over de werkelijke kilometerstand van de auto. Als onweersproken staat namelijk vast dat [gedaagde] in de door hem geplaatste advertentie heeft vermeld dat de auto een kilometerstand van (circa) 69.905 had en dat deze kilometerstand ook in het keuringsrapport en het onderhoudsboekje van de auto was vermeld terwijl achteraf blijkt dat de kilometerstand aanzienlijk hoger is.
- causaal verband
2.11.2.
[eiser] wordt gevolgd in zijn stelling dat hij de auto niet, althans niet onder dezelfde voorwaarden, zou hebben gekocht als hij wist dat de kilometerstand is teruggedraaid en de auto in werkelijkheid meer kilometers had gereden. Het aantal gereden kilometers is immers bepalend voor de prijs en de te verwachten levensduur van een auto. Daarmee is het causaal verband tussen de dwaling en de totstandkoming van de overeenkomst vast komen te staan.
- kenbaarheid
2.11.3.
Ook aan het kenbaarheidsvereiste is voldaan omdat [gedaagde] als professioneel autohandelaar had kunnen weten dat [eiser] de auto niet had gekocht als hij had geweten dat de kilometerstand aanzienlijk hoger was dan geadverteerd.
2.12.
Voor zover [gedaagde] als verweer heeft beoogd aan te voeren dat geen sprake is van dwaling omdat hij niet wist dat de kilometerstand was teruggedraaid, leidt dit, indien juist, niet tot een ander oordeel. Ook als sprake is geweest van een te goeder trouw gegeven inlichting, kan een overeenkomst namelijk vernietigd worden door een dwaling die te wijten is aan een inlichting van de wederpartij (in dit geval [gedaagde] ).
2.13.
De conclusie is dat aan alle vereisten van artikel 6:228 lid 1 sub a BW is voldaan. Dit betekent dat [gedaagde] de koopovereenkomst op 18 december 2024 terecht en met succes wegens dwaling heeft vernietigd. De in dit verband door [eiser] primair gevorderde verklaring voor recht zal dan ook worden toegewezen.
Terugwerkende kracht
2.14.
Op grond van artikel 3:53 lid 1 BW werkt de vernietiging van de koopovereenkomst terug tot het tijdstip waarop de koopovereenkomst is gesloten. Dit houdt in dat [eiser] de koopprijs van de auto onverschuldigd aan [gedaagde] heeft betaald en dat [gedaagde] eigenaar van de auto is gebleven. [gedaagde] zal daarom worden veroordeeld om de koopsom van € 6.950,00 aan [eiser] terug te betalen. [eiser] is verplicht de auto terug te geven aan [gedaagde] en [gedaagde] is op zijn beurt gehouden de auto terug te nemen. Het in dit verband primair door [eiser] gevorderde zal dan ook worden toegewezen.
Overige kosten
2.15.
[eiser] maakt voorts aanspraak op betaling van een bedrag van € 4.943,74, bestaande uit:
- reparatie- en onderhoudskosten van de auto en kosten voor de aanschaf van een reservewiel ad € 4.498,89,
- kosten van aangeschafte winterbanden op stalen velgen ad € 299,95,
- kosten van vervangend vervoer ad € 144,90.
2.16.
[eiser] baseert deze vordering kennelijk op artikel 6:206 BW in samenhang met artikel 3:120 lid 2 BW. Op grond van deze artikelen heeft [eiser] , kort gezegd, als bezitter te goeder trouw recht op vergoeding van de kosten die hij ten behoeve van de auto heeft gemaakt. Daaronder vallen kosten tot behoud of ten nutte van de auto (zoals de kosten voor onderhoud en reparatie en het reservewiel) en ook kosten ter zake van aangebrachte veranderingen of toevoegingen (zoals de winterbanden op stalen velgen), zelfs als vervanging daarvan niet nodig zou zijn geweest. Wel heeft in dit geval de kantonrechter de bevoegdheid de vergoeding te matigen als volledige vergoeding zou leiden tot onbillijke bevooroordeling van [eiser] jegens de [gedaagde] .
2.17.
Vooropgesteld wordt dat de kosten van vervangend vervoer niet op [gedaagde] kunnen worden verhaald. Deze kosten zijn immers niet gemaakt ten behoeve van een goed als bedoeld in artikel 3:120 lid 2 BW. Een andere grondslag voor vergoeding van deze kosten is niet gesteld of gebleken, zodat dit onderdeel van de vordering zal worden afgewezen.
2.18.
Door [gedaagde] is niet betwist, althans niet gemotiveerd betwist, dat [eiser] een bedrag van in totaal € 4.798,84 heeft besteed aan kosten voor reparaties en onderhoud van de auto alsmede de aanschaf van een reservewiel en winterbanden op stalen velgen. Dit zijn kosten die zijn gemaakt ten behoeve van de auto. In beginsel dient [gedaagde] deze kosten daarom te voldoen aan [eiser] . Vast staat echter dat de dochter van [eiser] in de tussentijd ruim 25.000 kilometer met de auto heeft gereden. [eiser] heeft daarmee (indirect) een zeker voordeel van de auto gehad. In deze omstandigheden ziet de kantonrechter aanleiding om de door [gedaagde] te betalen vergoeding van de kosten te beperken tot een bedrag van € 1.000,00 vanwege genoten gebruik van de auto. De door [eiser] gevorderde vergoeding zal dus worden toegewezen tot een bedrag van € 1.000,00 en voor het overige worden afgewezen.
Wettelijke rente
2.19.
De gevorderde wettelijke rente over de koopsom ad € 6.950,00 en de vergoeding ad € 1.000,00 zal op grond van artikel 6:119 BW worden toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.20.
[eiser] heeft onweersproken gesteld dat hij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht dan wel heeft laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De hoogte van het gevorderde bedrag € 895,00 is in overeenstemming met het tarief dat is weergegeven in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en dat geacht wordt redelijk te zijn bij een hoofdsom van € 7.950,00. Dit onderdeel van de vordering zal dan ook worden toegewezen.
Onderzoekskosten
2.21.
De door [eiser] na eisvermeerdering gevorderde onderzoekskosten van Haaima ad € 181,50 (inclusief btw) zijn aan te merken als kosten ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid en komen op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW voor vergoeding in aanmerking.
Proceskosten
2.22.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [eiser] (inclusief nakosten) betalen.