Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-10-07
ECLI:NL:RBGEL:2025:8270
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,974 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/1314
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaats], eiseres
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: mr. M.W.A. Blind).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen de weigering van een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Eiseres is het niet eens met deze weigering. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de weigering van de WIA-uitkering.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV een juiste beslissing heeft genomen. Het medisch onderzoek van het UWV is zorgvuldig geweest en het UWV heeft voldoende gemotiveerd dat eiseres per de datum in geding (31 augustus 2022) minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Eiseres krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft op 6 juni 2022 een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering. Het UWV heeft deze aanvraag met het besluit van 12 oktober 2023 afgewezen, omdat zij per 31 augustus 2022 (de datum in geding) minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt geacht. Met het bestreden besluit van 12 februari 2024 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 8 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de echtgenoot van eiseres en de gemachtigde van het UWV.
Feiten
3. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Eiseres was werkzaam als medewerker frontoffice bij [naam bedrijf] (hierna: [naam bedrijf]) voor gemiddeld twintig uur per week. Op 2 september 2020 heeft zij zich ziekgemeld vanwege belemmerende gezondheidsklachten.
De besluitvorming
4. In het kader van de WIA-beoordeling heeft een medisch onderzoek plaatsgevonden. De bevindingen van de (primaire) verzekeringsarts zijn neergelegd in het rapport van 24 september 2023. De verzekeringsarts concludeert dat eiseres medisch gezien in staat mag worden geacht tot het verrichten van (duurzame) arbeid. Wel heeft zij verminderde functionele mogelijkheden als gevolg van lichamelijke en psychische klachten. Ten aanzien van het persoonlijk functioneren worden beperkingen aangenomen. Zo is eiseres aangewezen op een voorspelbare werksituatie, zonder veelvuldige storingen en onderbrekingen en zonder veelvuldige deadlines of productiepieken. Ook worden beperkingen aangenomen ten aanzien van het sociaal functioneren. Eiseres is aangewezen op werk dat geen leidinggevende aspecten bevat. Zij kan ook niet beroepsmatig een voertuig besturen. Ten aanzien van de fysieke omgevingseisen wordt eiseres beperkt geacht voor trillingsbelasting (grove schokken, stoten en/of trillingen op haar linkerheup). Eiseres wordt ten aanzien van dynamische handelingen beperkt geacht in frequent buigen tijdens werk, tillen en dragen tijdens werk, (trap)lopen (tijdens werk), klimmen, knielen en hurken. Zij kan ongeveer een uur achtereen zitten en ongeveer een halfuur achtereen staan. Zij kan minder dan vijf minuten achtereen geknield of gehurkt actief zijn. Ook moet het staan en lopen minimaal één maal per uur worden afgewisseld met minimaal vijf minuten zitten. Er wordt een urenbeperking aangenomen (maximaal vier uur per dag en twintig uur per week) en er wordt een beperking aangenomen voor werken in de nacht. De verzekeringsarts heeft deze belastbaarheid neergelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 24 september 2023.
4.1.
Op basis van de FML heeft een arbeidsdeskundige van het UWV geconcludeerd dat eiseres ongeschikt is voor haar eigen werk als medewerker frontoffice bij [naam bedrijf]. De bevindingen van de arbeidsdeskundige zijn neergelegd in het rapport van 10 oktober 2023. Eiseres wordt met haar beperkingen wel geschikt geacht voor een drietal andere functies. De mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres wordt vastgesteld op 29,24%. Het UWV wijst met het besluit van 12 oktober 2023 de aanvraag van eiseres om een WIA-uitkering af.
4.2.
Op 19 november 2023 heeft eiseres tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Vervolgens heeft het UWV het bestreden besluit genomen. Het UWV heeft deze besluitvorming (mede) gebaseerd op een medisch en arbeidskundig onderzoek. Het medisch onderzoek is neergelegd in het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) van 2 februari 2024. Het arbeidskundig onderzoek is vastgelegd in het rapport van de arbeidsdeskundige b&b van 8 februari 2024.
4.3.
De verzekeringsarts b&b wijkt niet af van het oordeel van de primaire verzekeringsarts en stelt dat de belastbaarheid van eiseres juist is vastgesteld. De arbeidsdeskundige b&b concludeert vervolgens dat de door de primaire arbeidsdeskundige geduide functies nog steeds geschikt zijn.
Opmerking vooraf
5. Uit de beroepsgronden volgt dat eiseres vermoedt dat het UWV zich baseert op een voor haar onbekend rapport van de bedrijfsarts waarin zou staan dat zij twintig uur per week kan werken. Tijdens de zitting is gebleken dat alle partijen over dezelfde stukken van de bedrijfsarts beschikken en dat het UWV zich niet op andere stukken van de bedrijfsarts heeft gebaseerd.
Is de medische beoordeling door het UWV juist?
6. Eiseres betoogt dat de FML van 24 september 2023 niet reëel is. Als zij daadwerkelijk zou kunnen wat in de FML is opgenomen, dan zou zij moeiteloos haar werk bij [naam bedrijf] kunnen uitvoeren. Eiseres vindt – kort gezegd – dat zij alles heeft geprobeerd om te werken en aan het werk te blijven, maar meer dan een paar uur per week lukte niet. Elke keer als het aantal uur verder werd opgebouwd, viel zij weer uit. Zij kan zich daarom niet vinden in de besluitvorming door het UWV. Het UWV gaat er namelijk ten onrechte vanuit dat zij in staat is twintig uur per week te werken. Ter ondersteuning van haar betoog verwijst eiseres naar het actueel oordeel van de bedrijfsarts van 3 juni 2022. Daarin staat dat zij op dat moment maar drie à vier uur per week werkt. En in de eerstejaarsevaluatie van de bedrijfsarts van 24 juni 2022 staat dat zij op dat moment vijf uur per week werkt en dat er een reden is om het einddoel van de re-integratie bij te stellen, omdat het (geestelijk) echt niet meer gaat. Ondanks dat eiseres heeft geprobeerd om haar uren verder op te bouwen, is zij in februari 2023 volledig gestopt met werken, vanwege voornamelijk concentratieverlies door pijn en psychische redenen. Tijdens de zitting heeft eiseres toegelicht dat zij vindt dat het UWV niet zorgvuldig onderzoek heeft gedaan.
De zorgvuldigheid van het medisch onderzoek
6.1.
De rechtbank stelt voorop dat het UWV zijn besluiten omtrent de mate van arbeidsongeschiktheid van een betrokkene mag baseren op rapporten van verzekeringsartsen, indien deze rapporten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, geen tegenstrijdigheden bevatten en voldoende duidelijk zijn. Dit betekent niet dat deze rapporten en het daarop gebaseerde besluit in beroep niet kunnen worden aangevochten. Het is echter aan de betrokkene om aan te voeren en zo nodig aannemelijk te maken dat de rapporten niet op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, tegenstrijdigheden bevatten, niet voldoende duidelijk zijn, dan wel dat de in de rapporten gegeven beoordeling onjuist is.
6.2.
De rechtbank ziet geen reden om het medisch onderzoek van het UWV onzorgvuldig te achten. Daarbij is het volgende van belang. Uit het rapport van de primaire verzekeringsarts volgt dat het dossier en de beschikbare informatie is bestudeerd. Eiseres is ook gezien op een spreekuur en er is een uitgebreide anamnese afgenomen. Uit het rapport van de verzekeringsarts b&b volgt dat in bezwaar ook dossierstudie is verricht. Eiseres heeft in bezwaar geen nieuwe (medische) informatie ingebracht. De rechtbank ziet om die redenen geen aanleiding om te oordelen dat de verzekeringsartsen aanvullend onderzoek hadden moeten doen of aanvullende medische informatie hadden moeten opvragen. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat de verzekeringsartsen aspecten van de gezondheidstoestand van eiseres hebben gemist. Verder is de rechtbank van oordeel dat de rapporten van de verzekeringsartsen geen tegenstrijdigheden bevatten en dat de conclusies van de rapporten logisch voortvloeien uit de onderzoeksbevindingen.
De inhoudelijke beoordeling
6.3.
De rechtbank stelt vast dat het UWV bekend is met de lichamelijke en psychische klachten van eiseres. De verzekeringsarts b&b heeft de beperkingen die de primaire verzekeringsarts had aangenomen in de rubrieken persoonlijk functioneren (rubriek 1), sociaal functioneren (rubriek 2), fysieke omgevingseisen (rubriek 3), dynamische handelingen (rubriek 4), statische houdingen (rubriek 5) en werktijden (rubriek 6) geheel overgenomen. De verzekeringsarts b&b heeft toegelicht dat de primaire verzekeringsarts heeft onderkend dat eiseres zowel mentale als fysieke klachten ondervindt en concludeert dat de verzekeringsarts op basis van eigen onderzoek en de beschikbare (medische) informatie op correcte wijze de belastbaarheid van eiseres heeft vastgelegd.
6.4.
De rechtbank heeft geen aanleiding om aan de conclusies van de verzekeringsartsen te twijfelen. Daarbij is het volgende van belang.
Conclusie
8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Hollebrandse, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.M. van Kouwen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie bijvoorbeeld CRvB 29 juni 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2114.