Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-04-18
ECLI:NL:RBGEL:2025:6773
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,259 tokens
Inleiding
RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/448387 / KG ZA 25-69
Vonnis in kort geding van 18 april 2025
in de zaak van
[eiser]
, zowel pro se als in zijn hoedanigheid van erfgenaam in de nalatenschap van wijlen [naam erflater] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. M.D. Mers,
tegen
de stichting
STICHTING VILENTE, h.o.d.n. PIETER PAUW,
gevestigd te Wageningen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Stichting Vilente,
advocaat: mr. M.M. Visser.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 10
- de conclusie van antwoord van Stichting Vilente
- de akte wijziging eis van [eiser]
- de aanvullende producties 11 tot en met 15 van [eiser]- de mondelinge behandeling van 8 april 2025- de pleitnota van [eiser] .
Feiten
2.1.
Op 12 juli 2021 is overleden mevrouw [naam erflater] (hierna: erflaatster). Erflaatster is de moeder van (onder andere) [eiser] . Erflaatster was gehuwd met de heer [naam erflater 2] , hierna te noemen erflater. Erflater is overleden op 7 maart 2018.
2.2.
Erflaatster heeft op 20 december 2017 een levenstestament laten opstellen. Daarin
heeft erflaatster een algemene volmacht om haar vermogensrechtelijke en andere zakelijke
belangen te behartigen verstrekt aan twee zussen van [eiser] .
2.3.
Op diezelfde datum heeft erflaatster bij uiterste wilsbeschikking over haar nalatenschap beschikt. Hierbij heeft erflaatster, onder last van legaten, haar echtgenoot [naam erflater 2] en haar kinderen tot haar erfgenamen benoemd. Vanwege het vooroverlijden van
erflater zijn [eiser] , zijn broer en zijn zussen, voor gelijke delen, de enige erfgenamen van erflaatster. Verder heeft erflaatster de inbreng van giften uitgesloten.
2.4.
Erflaatster is in juni 2018 geplaatst op een gesloten afdeling in verpleeghuis Pieter Pauw te Wageningen. Dit is een verpleeghuis van Stichting Vilente.
2.5.
Bij uiterste wilsbeschikking van 20 april 2021 heeft erflaatster aanvullend over haar
nalatenschap beschikt (hierna: het aanvullend testament). In dit aanvullend testament is de
inbreng van giften niet langer uitgesloten. Verder is in het aanvullend testament een aantal
legaten ten behoeve van de twee zussen van [eiser] opgenomen en er is een inbrengverplichting voor [eiser] .
2.6.
Bij brief van 14 april 2022 heeft de advocaat van [eiser] Stichting Vilente om een kopie van het medisch dossier van erflaatster gevraagd met daarin in elk geval de gegevens waaruit de medische toestand van erflaatster van rond 20 april 2021 blijkt. Vervolgens hebben [eiser] en (medewerkers van) Stichting Vilente meerdere e-mailberichten uitgewisseld. Stichting Vilente heeft uiteindelijk op 23 november 2022 aangeven dat zij [eiser] alleen dan inzage verleent als alle broers en zussen daar (schriftelijk) mee instemmen.
2.7.
[eiser] is na het overlijden van erflaatster een procedure bij deze rechtbank, locatie Zutphen, gestart tegen zijn twee zussen en broer. Inzet van die procedure was onder meer de nietigverklaring van het aanvullend testament van 20 april 2021 en de afgifte van een afschrift van het indicatiebesluit dat aan de opname van erflaatster ten grondslag lag alsmede inzage in het medisch dossier van erflaatster. Bij vonnis van 28 februari 2024 (zaak-/rolnummer: C/05/421204 /HZ ZA 23-195) zijn de vorderingen van [eiser] afgewezen omdat, kort gezegd, niet gebleken is dat erflaatster op 20 april 2021 ten gevolge van een geestelijke stoornis wilsonbekwaam was. De vordering tot inzage in onder meer het medisch dossier van erflaatster is eveneens afgewezen.
2.8.
[eiser] heeft hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis. In de hoger beroepsprocedure staat op 7 juli 2025 de mondelinge behandeling gepland.
Geschil
3.1.
[eiser] vordert -na wijziging van eis- bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. primair: Stichting Vilente te veroordelen tot inzage in en/althans (digitale) afgifte van (een afschrift van) het volledige in haar bezit zijnde medisch dossier en zorgdossier c.q. dagrapportages van erflaatster aan [eiser] , binnen één week na dit vonnis, althans;
II. subsidiair: Stichting Vilente te veroordelen tot inzage in en/althans (digitale) afgifte van (een afschrift van) het in haar bezit zijnde medisch dossier en zorgdossier c.q. dagrapportages van erflaatster aan [eiser] over de periode van na de overdracht van de verpleegkunde van 21 mei 2019 tot en met 30 april 2021, althans over de periode december 2020 tot en met 30 april 2021, althans over de periode 1 april 2021 tot en met 30 april 2021, binnen één week na dit vonnis;
III. meer subsidiair: Stichting Vilente te veroordelen ex artikel 194 Rv om afgifte van (een afschrift van) (althans inzage in) het document waarin de indicatie VV05 is opgenomen, althans een ander document uit het medisch dossier waaruit de indicatie VV05 en/althans de diagnose dementie en/althans andere diagnoses met betrekking tot de cognitieve functies van erflaatster blijken, aan [eiser] (af) te geven binnen één week na dit vonnis;
IV. alles onder verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat Stichting Vilente in gebreke blijft met voldoening aan het vonnis;
V. met veroordeling van Stichting Vilente in de proceskosten en de nakosten, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW vanaf veertien dagen na dagtekening dit vonnis tot de dag van volledige voldoening.
3.2.
Stichting Vilente verzoekt de voorzieningenrechter, met inachtneming van de proportionaliteit en subsidiariteit, een oordeel te treffen over gevorderde de doorbreking van haar beroepsgeheim strekkende tot inzage in (delen van) het medisch dossier van erflaatster. Stichting Vilente concludeert tot afwijzing van de dwangsomvordering en de vordering die ziet op de proceskosten,
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Geschil
4.2.
[eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd toegelicht dat hij de vorderingen niet, zoals de kop van de dagvaarding lijkt te suggereren, instelt namens de nalatenschap maar in zijn hoedanigheid van erfgenaam van erflaatster omdat hij naar eigen zeggen in die hoedanigheid (financieel) in zijn belang is geschaad.
4.3.
Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vorderingen. [eiser] wil in de reeds aanhangige hoger beroepsprocedure (delen van) het medisch dossier van erflaatster overleggen als bewijs voor zijn stelling dat erflaatster ten tijde van de totstandkoming van het aanvullend testament wilsonbekwaam was. Stichting Vilente weigert tot op heden om [eiser] inzage te geven in (een deel van) het medisch dossier van erflaatster met een beroep op het medisch beroepsgeheim. Stichting Vilente heeft het spoedeisend belang overigens niet betwist.
4.4.
Met betrekking tot de gevorderde inzage in dan wel afschrift van (delen van) het medisch dossier (vorderingen I. tot en met III.) stelt de voorzieningenrechter het volgende voorop. Op grond van artikel 7:457 lid 1 BW mag een medisch hulpverlener geen inzage of afschrift van het medisch dossier aan anderen verstrekken dan met toestemming van de patiënt. De geheimhoudingsplicht geldt ook na het overlijden van de patiënt. De geheimhoudingsplicht is echter niet absoluut.
4.5.
[eiser] beroept zich primair op de uitzondering in artikel 7:458a lid 1 sub c BW. Daarin staat dat -in afwijking van artikel 7:457 BW- de hulpverlener desgevraagd inzage in of afschrift van gegevens uit het dossier van een overleden patiënt verstrekt aan een ieder die een zwaarwegend belang heeft en aannemelijk maakt dat dit belang mogelijk wordt
geschaad, en dat inzage in of afschrift van gegevens uit het dossier noodzakelijk is voor de
behartiging van dit belang. Voor een geslaagd beroep op deze doorbrekingsgrond moet volgens de parlementaire geschiedenis aan twee cumulatieve criteria zijn voldaan:
a. a) degene die stelt dat hij een zwaarwegend belang heeft, moet met voldoende concrete aanwijzingen aannemelijk maken dat dit belang mogelijk wordt geschaad, en,
b) diegene moet aannemelijk maken dat inzage noodzakelijk is voor de behartiging van dit belang.
4.6.
Stichting Vilente heeft naar eigen zeggen geen belang bij het al dan niet verstrekken van de gevorderde inzage in het medisch dossier van erflaatster. Zij wil echter wel de grootst mogelijke zorgvuldigheid betrachten bij een eventuele doorbreking van haar beroepsgeheim. Door de tegenovergestelde meningen van [eiser] (en zijn broer) enerzijds en de zussen van [eiser] anderzijds voelt Stichting Vilente zich klem zitten en vindt zij het mede gelet op het vonnis van de rechtbank van 28 februari 2024 (zie 2.7) lastig om zonder rechterlijke tussenkomst een beslissing te nemen over de door [eiser] gewenste inzage in het medisch dossier van erflaatster. Stichting Vilente vraagt zich voorts af of inzage in het gehele medisch dossier van erflaatster wel proportioneel is.
4.7.
De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Het belang van [eiser] om aan de hand van het medisch dossier te kunnen bewijzen dat erflaatster niet wilsbekwaam was ten tijde van het opstellen van het aanvullend testament op 20 april 2021 levert naar het oordeel van de voorzieningenrechter een zwaarwegend belang op. Dat heeft Stichting Vilente ook niet weersproken. Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] door voornoemde wijziging van het testament financieel nadeel heeft ondervonden. [eiser] moet ingevolge het aanvullend testament een significant geldbedrag inbrengen terwijl in het testament uit 2017 geen inbrengregeling is opgenomen. Als [eiser] erin slaagt om aan te tonen dat erflaatster ten tijde van het opmaken van het aanvullend testament onvoldoende in staat was om haar wil te bepalen, kan het aanvullend testament grond van artikel 3:34 lid 2 BW nietig worden verklaard. In dat geval komt aan het aanvullend testament geen rechtskracht toe. Niet in geschil is dat in dat geval het testament uit 2017 geldt waarin voornoemde inbrengverplichting voor [eiser] niet is opgenomen, waarin geen aanvullende legaten voor de zussen van [eiser] staan en waarin inbreng van giften is uitgesloten. Dat betekent dat [eiser] naar het oordeel van de voorzieningenrechter een zwaarwegend belang heeft bij de door hem gevorderde inzage in het medisch dossier van erflaatster.
4.8.
Inzage (c.q. afschrift van gegevens) wordt vervolgens alleen gegeven wanneer aan de hand van voldoende concrete aanwijzingen aannemelijk wordt gemaakt dat het zwaarwegende belang mogelijk geschaad zou kunnen worden door geen inzage te verlenen. [eiser] heeft voldoende concrete aanwijzingen naar voren gebracht waaruit blijkt dat hij wordt geschaad in dit belang als het op Stichting Vilente rustende beroepsgeheim niet wordt doorbroken. Uit de in het geding gebrachte stukken blijkt genoegzaam dat [eiser] -voor zover binnen het bestek van dit kort geding kan worden nagegaan- alle (minder vergaande) mogelijkheden heeft benut om andere stukken aan te leveren ter staving van zijn stelling dat erflaatster ten tijde van het opmaken van het aanvullend testament wilsonbekwaam was. Deze onderbouwing was in de procedure bij de rechtbank onvoldoende. [eiser] heeft, anders dan zijn twee zussen, geen inzage in het medisch dossier van erflaatster en zodat hij zijn stelling, dat erflaatster ten tijde van het aanvullend testeren wilsonbekwaam was, in de hoger beroepsprocedure niet (nader) kan onderbouwen terwijl op hem wel de stel- en bewijslast rust. Bij die stand van zaken heeft [eiser] aannemelijk gemaakt dat zijn zwaarwegend belang wordt geschaad ingeval hij in de hoger beroepsprocedure geen medische gegevens ter zake de geestestoestand van erflaatster ten tijde van de totstandkoming van het aanvullend testament op 20 april 2021 kan overleggen.
4.9.
Om te kunnen oordelen dat inzage in gegevens uit het medisch dossier van erflaatster ook noodzakelijk is voor de behartiging van het belang van [eiser] , is ten minste nodig dat sprake is van concrete aanwijzingen dat erflaatster ten tijde van het opstellen van het testament wilsonbekwaam was. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is ook aan dit vereiste voldaan. Uit de in het geding gebrachte stukken kunnen naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aanknopingspunten worden afgeleid op grond waarvan de wilsbekwaamheid van erflaatster ten tijde van het opmaken van het aanvullend testament in ieder geval in twijfel kan worden getrokken. Dit wordt door Stichting Vilente ook niet betwist. Of daadwerkelijk sprake is geweest van wilsonbekwaamheid als gevolg van een geestelijke stoornis zal vervolgens in hoger beroep beoordeeld moeten worden en [eiser] heeft de door hem gevorderde inzage nu juist nodig om zijn stellingen in dit verband te kunnen staven.
4.10.
[eiser] heeft verder voldoende onderbouwd dat hij op geen andere wijze dan via het medisch dossier dat berust onder Stichting Vilente duidelijkheid over (het verloop van) de geestelijke toestand van erflaatster en haar situatie op of rond 20 april 2021 kan verkrijgen.
4.11.
Het voorgaande betekent dat aan het hiervoor onder a) en b) genoemde vereiste voor doorbreking van de medische geheimhoudingsplicht van Stichting Vilente is voldaan.
4.12.
Vervolgens ligt de vraag voor in welke medische gegevens [eiser] inzage dient te krijgen. Het moet gaan om gegevens die noodzakelijk zijn voor de behartiging van het aan de orde zijnde belang; in dit geval gaat het om gegevens waaruit de geestelijke toestand van erflaatster en haar mogelijke wilsonbekwaamheid ten tijde van het opstellen van het aanvullend testament op 20 april 2021 zou kunnen blijken.
Dictum
De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt Stichting Vilente tot inzage in dan wel (digitale) afgifte van een afschrift van het volledige in haar bezit zijnde medisch dossier en zorgdossier c.q. dagrapportages van wijlen mevrouw [naam erflater] aan [eiser] binnen één week na betekening van dit vonnis,
5.2.
veroordeelt Stichting Vilente tot betaling aan [eiser] van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij de onder 5.1. uitgesproken veroordeling niet of niet volledig nakomt, tot een maximum van € 15.000,00 is bereikt,
5.3.
veroordeelt Stichting Vilente in de proceskosten van € 1.760,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Stichting Vilente niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt Stichting Vilente tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.T. Boks en in het openbaar uitgesproken op 18 april 2025.
1328
Kamerstukken 1 2017/18, 34994, nr. 3.