Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-08-01
ECLI:NL:RBGEL:2025:6450
Bestuursrecht
Wraking
1,157 tokens
Dictum
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/453320/ KG RK 25-516
Dictum
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
1 [verzoeker 1]
2. [verzoeker 2]
beiden wonende in [woonplaats] ,
hierna samen te noemen: verzoekers,
strekkende tot de wraking van
mr. M.J.M. Verhoeven,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het schriftelijke wrakingsverzoek van 27 mei 2025;
de schriftelijke reactie van de rechter van 1 juli 2025;
de nagezonden bijlagen 1 tot en met 6 van verzoekers van 18 juli 2025;
de voorafgaand aan de mondelinge behandeling door verzoekers toegezonden pleitnota;
de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 21 juli 2025.
1.2.
Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen:
[verzoeker 1] hierna: verzoekster);
mr. [belanghebbende] en mr. [belanghebbende] als toehoorders namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [gemeente] ;
de rechter heeft laten weten niet te zullen verschijnen.
2Het wrakingsverzoek
2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaken
met de nummers ARN 24-5497 (beroep) en ARN 25-1785 (voorlopige voorziening) tussen verzoekers en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [gemeente] . Die procedures betreffen een aan verzoekers opgelegde en ingevorderde last onder dwangsom van in totaal € 40.000,- wegens bewoning van een recreatieverblijf.
2.2.
Verzoekers hebben hun wrakingsverzoek op 27 mei 2025 ingediend, de dag na de mondelinge behandeling in de hoofdzaak. Wegens een interne fout van de rechtbank heeft dit verzoek de rechter echter pas op 10 juni 2025 bereikt, nadat zij op diezelfde dag einduitspraak had gedaan.
2.3.
De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd.
Beoordeling
3.1.
De wrakingskamer moet het wrakingsverzoek afwijzen. Hiertoe is het volgende redengevend.
3.2.
Hoewel verzoekers hun wrakingsverzoek tijdig hebben ingediend en het niet aan hen kan worden verweten dat desondanks einduitspraak is gedaan in de hoofdzaak, is deze inmiddels gedane einduitspraak wel een feit waar de wrakingskamer niet omheen kan. De wrakingskamer kan deze einduitspraak ook niet aantasten.
3.3.
Het doel van een wrakingsverzoek is de vervanging in een lopende procedure van een – in de ogen van de verzoeker niet-onpartijdige – rechter, om zo te kunnen voorkomen dat deze rechter op de zaak zal beslissen. In dit geval kan dit doel niet meer worden bereikt. Met de genoemde einduitspraak is bij de rechtbank een einde gekomen aan de hoofdzaak. Er is geen lopende procedure meer waarin een rechter kan worden vervangen.
3.4.
Doordat het doel van het wrakingsverzoek niet meer kan worden bereikt, hebben verzoekers ook geen belang meer bij de inhoudelijke behandeling hiervan. Als gevolg van dit gebrek aan belang moet de wrakingskamer het wrakingsverzoek afwijzen.
4
Dictum
De wrakingskamer van de rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven door mr. E. Schippers, voorzitter, mr. C.H. van Breevoort-de Bruin en mr. M.J.H. Schuurman, leden, in tegenwoordigheid van de griffier mr. [griffier] en in openbaar uitgesproken op 1 augustus 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.