Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-04-11
ECLI:NL:RBGEL:2025:3208
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,600 tokens
Inleiding
RECHTBANK
GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 10960948 \ CV EXPL 24-761
Vonnis van 11 april 2025
in de zaak van
[eiser in conv]
,
te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in voorwaardelijke reconventie,
hierna te noemen: [eiser in conv] ,
gemachtigde: mr. R.A.F. Willems ,
tegen
DIYON B.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in voorwaardelijke reconventie,
hierna te noemen: Diyon,
vertegenwoordigd door de heer [naam 1] .
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 7 februari 2025.
1.2.
Omdat Diyon op 14 maart 2025 niet heeft gereageerd, is opnieuw vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
in conventie
2.1.
Bij tussenvonnis van 7 februari 2025 is aan Diyon een bewijsopdracht verstrekt. Diyon heeft zich niet uitgelaten over het leveren van bewijs en heeft ook geen aanvullende stukken in het geding gebracht. Dat betekent dat geen nadere bewijslevering plaats heeft gevonden of nog zal vinden en de kantonrechter blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis.
Contractsoverneming
2.2.
Er moet, gezien het bovenstaande, van uit worden gegaan dat [eiser in conv] geen medewerking heeft verleend aan de contractsoverneming en er dus geen contractsoverneming heeft plaatsgevonden. Aangenomen wordt daarom dat [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ) handelde in opdracht van Diyon.
2.3.
Diyon kon dus door [eiser in conv] aangesproken worden om zijn schade, als gevolg van lekkage(s), te vergoeden.
Nieuwe zonnepanelen installatie
2.4.
[eiser in conv] heeft zijn vordering tot schadevergoeding vanwege het niet deugdelijk nakomen van de overeenkomst zonnepanelen (het niet leveren van een deugdelijke zonnestroominstallatie) omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding. Hij vordert de kosten van een nieuwe zonnepanelen installatie (€ 9.350,00) zoals geoffreerd door [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ).
2.5.
Zoals Diyon terecht heeft aangegeven, heeft [eiser in conv] niet zonder meer recht op een volledig nieuwe zonnepanelen installatie. Uit het rapport van [bedrijf 2] van 11 december 2023 blijkt ook niet dat vervanging noodzakelijk is. Herstel lijkt mogelijk. Ook in de brief van 22 december 2023 van [eiser in conv] is ingezet op herstel en niet op volledige vervanging. Pas op 15 januari 2024 wordt vervanging, genoemd “herstel”, begroot op € 9.350,00 door [eiser in conv] . Onduidelijk is dus gebleven wat de daadwerkelijke kosten van herstel zijn. Daarom wordt [eiser in conv] bij akte in de gelegenheid gesteld deze herstelkosten te noemen en te onderbouwen. Diyon zal daar vervolgens bij antwoordakte op mogen reageren.
Facturen [bedrijf 3]
2.6.
heeft op 18 september 2023 en 26 oktober 2023 werkzaamheden bij [eiser in conv] uitgevoerd, vanwege lekkages. Diyon is pas voor het eerst op 17 oktober 2023 door [eiser in conv] in gebreke gesteld en drie weken daarna was Diyon pas in verzuim. Dat betekent dat [eiser in conv] de facturen van [bedrijf 3] niet op Diyon kan verhalen. Nog daargelaten dat Diyon ook het causaal verband tussen de tekortkoming (gestelde ondeugdelijke zonnepanelen) en de schade (werkzaamheden [bedrijf 3] ) heeft betwist.
Deskundigenkosten
2.7.
[eiser in conv] vordert € 577,38 aan deskundigenkosten (kosten rapport [bedrijf 2] ). Het betreffen kosten ter vaststelling van de aansprakelijkheid van Diyon, aldus [eiser in conv] . Deze kosten zijn toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente. Door middel van het rapport is onderbouwd dat Diyon tekort is geschoten in de nakoming haar verbintenis tot het leveren van deugdelijke zonnepanelen. Immers, in het rapport is aangegeven dat de zonnestroominstallatie niet voldoet aan de veiligheidsbepalingen. Diyon heeft dit onvoldoende betwist. Dat betekent dat het rapport inderdaad is opgesteld ter vaststelling van aansprakelijkheid. [eiser in conv] had zelf niet de deskundigheid om de kwaliteit van de zonnestroominstallatie te beoordelen. Het is daarom redelijk dat hij daarvoor iemand heeft ingeschakeld. De kosten die [bedrijf 2] heeft gerekend, komen de kantonrechter ook niet onredelijk voor.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.8.
[eiser in conv] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Hij heeft niet aangegeven van welke hoofdsom hij uit is gegaan bij zijn berekening van deze kosten. Op deze wijze kan de kantonrechter de hoogte van de vordering niet toetsen aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Hoewel dit Besluit niet rechtstreeks van toepassing is, zal de rechter er wel aan toetsen. [eiser in conv] wordt, gelet hierop, ook in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over hoe hij de buitengerechtelijke incassokosten heeft berekend en op welk bedrag aan buitengerechtelijke kosten hij, na specificering van de herstelkosten, recht meent te hebben. Diyon mag daarna bij akte reageren.
Uitvoerbaar bij voorraad verklaring
2.9.
Diyon heeft verweer gevoerd tegen het uitvoerbaar bij voorraad verklaren van het vonnis. Zij geeft aan dat executie van een toewijzend vonnis door [eiser in conv] tot gevolg zal hebben dat Diyon wordt geconfronteerd met een forse claim, waardoor haar bedrijfscontinuïteit in gedrang kan komen. Dit is voor haar nog vervelender, omdat zij in dit geval een schadevergoeding moet betalen, voor iets dat haar niet kan worden toegerekend (maar [bedrijf 1] ), terwijl betalingen door [eiser in conv] niet aan haar ten goede zijn gekomen. Het hoger beroep dat zij dan zeker zal instellen, zal ook kosten met zich brengen en er geldt een restitutierisico met betrekking tot de schadevergoeding die zij aan [eiser in conv] in dat geval zal moeten betalen. Voor het geval het vonnis toch uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, vordert Diyon dat de rechter aan de uitvoerbaarverklaring bij voorraad de voorwaarde verbindt dat zekerheid wordt gesteld (art. 233 lid 3 Rv).
2.10.
Op grond van art. 233 lid 1 Rv kan een vonnis uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, tenzij uit de wet of de aard van de zaak anders voortvloeit. [eiser in conv] heeft gevorderd het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, maar Diyon heeft daartegen verweer gevoerd, stellend dat haar belangen in dat geval onevenredig zwaar worden benadeeld. In principe kan een veroordeling tot betaling van een geldsom uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. De vraag is of Diyon een, gezien de omstandigheden van het geval, zwaarder wegend belang heeft bij achterwege blijven van de uitvoerbaar bij voorraad verklaring (Hoge Raad 27 februari 1998, NJ 1998, 512). De kantonrechter is van oordeel dat dat niet het geval is. Wat Diyon heeft aangevoerd, weegt niet zwaarder dan de belangen van [eiser in conv] . Dat Diyon een bedrag moet terugbetalen dat haar (mogelijk) niet ten goede is gekomen, komt voor haar eigen rekening en risico, omdat dit gebeurt vanwege haar eigen handelen. Bovendien geldt dat Diyon de kans heeft gehad bewijs te leveren en zo een veroordeling mogelijk af te wenden en daarvan geen gebruik heeft gemaakt.
2.11.
De kantonrechter zal ook geen voorwaarde aan de uitvoerbaarverklaring bij voorraad verbinden. Diyon heeft namelijk onvoldoende gemotiveerd waarom [eiser in conv] , indien de veroordeling uiteindelijk niet in stand zou blijven, niet in staat zou zijn tot terugbetaling van het uitgekeerde bedrag (HR 17 juni 1994, NJ 1994, 591). Het restitutierisico is niet geconcretiseerd.
Vervolg
2.12.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
in reconventie
2.13.
Omdat de kantonrechter in conventie heeft geoordeeld dat geen sprake is van contractsoverneming, is de voorwaarde waaronder de reconventie is ingesteld vervuld en zal deze behandeld worden.
2.14.
Diyon vordert betaling van € 4.560,50. Deze vordering wordt afgewezen.
Dictum
De kantonrechter
in conventie
3.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 9 mei 2025 voor het nemen van een akte door [eiser in conv] over wat is vermeld onder 2.5 en 2.8, waarna Diyon op de rol van vier weken daarna een antwoordakte kan nemen,
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan,
in reconventie
3.3.
houdt iedere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.M. van Breevoort en in het openbaar uitgesproken op
11 april 2025.
40141 / 61525