Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-04-23
ECLI:NL:RBGEL:2025:3162
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,166 tokens
Inleiding
RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/430408 / HA ZA 24-21
Vonnis van 23 april 2025
in de zaak van
1. de naamloze vennootschap
NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.
gevestigd te ’s-Gravenhage
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SHIPYARD MILLINGEN B.V.
gevestigd te Millingen aan de Rijn
hierna ook te noemen: de verzekeraar of Nationale-Nederlanden en de werf
eisende partijen
advocaat: mr. M.A.J.G. Janssen
tegen
de rechtspersoon naar Duits recht
DAK SHIPPING GmbH
gevestigd te Duisburg (Duitsland)
hierna: DAK Shipping
gedaagde partij
advocaat: mr. J.C. van Zuethem
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 4 december 2024,- de akte na tussenvonnis van de verzekeraar en de werf van 8 januari 2025,- de akte na tussenvonnis van DAK Shipping van 12 februari 2025.
1.2.
Ten slotte is opnieuw vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
2.1.
In het tussenvonnis van 4 december 2024 heeft de rechtbank het volgende overwogen. Als niet komt vast te staan dat er op 19 augustus 2022 (de dag van het incident met het motortankschip Nina) een duwbak bovenaan de helling van de werf stond, dan moet de duwbak die op 24 augustus 2022 niet te water kon worden gelaten, na 19 augustus 2022 nog over de helling omhoog zijn gekomen. Als dat zo is, dan zou dat kunnen betekenen dat de hellingbanen 7 tot en met 15 na 19 augustus 2022 nog bruikbaar waren. In dat geval zou de conclusie kunnen zijn dat de vervuiling die het duikbedrijf op 25 augustus 2022 op die hellingbanen heeft aangetroffen, niet is veroorzaakt door DAK Shipping. Omdat het partijdebat op dit punt ten tijde van het tussenvonnis onvoldoende was gevoerd, heeft de rechtbank partijen de gelegenheid gegeven zich hierover uit te laten.
2.2.
De verzekeraar en de werf hebben een akte genomen. Zij stellen dat op 19 augustus 2022 de duwbakken RSP 1804 (‘ASIE’) en RSP 1802 (‘AMERIQUE’) op de hellingbanen stonden. Om deze stelling te onderbouwen, brengen zij de volgende producties in het geding:
een verklaring van 29 december 2024 van [naam 1] , directeur van de werf,
een verklaring van 29 december 2024 van [naam 2] , als leidinggevende werkzaam voor de werf,
een e-mailbericht van 13 december 2024 van [naam 3] , als technischer Inspektor werkzaam bij [bedrijf 1] ,
een e-mailbericht van 10 december 2024 van [naam 4] , als technischer Inspektor werkzaam bij [bedrijf 1] ,
een foto van 12 augustus 2022 waarop een deel is te zien van een duwbak met de naam ASIE die op het droge staat,
een foto van 22 augustus 2022 waarop is te zien dat werkzaamheden worden uitgevoerd in een duwbak,
een foto van 25 augustus 2022 waarop een deel is te zien van een duwbak met het nummer RSP 1802 die op het droge staat, een deel van een tweede duwbak en een loopbrug tussen deze duwbakken,
elf facturen van Shipyard Millingen aan [bedrijf 1] en een aan [bedrijf 2] in verband met werkzaamheden aan de duwbakken RSP 1802 (AMERIQUE) en RSP 1804 (ASIE),
een foto van 15 juli 2022 waarop een deel is te zien van een duwbak met de naam ASIE die op het droge staat,
een foto van 29 augustus 2022 waarop een duwbak is te zien die op het droge staat.
2.3.
De verzekeraar en de werf lichten deze producties onder meer als volgt toe. Op de foto van 12 augustus 2022 is te zien dat de duwbak ASIE (RSP 1804) toen op de hellingbanen stond. De AMERIQUE (RSP 1802) stond daar toen naast. Op die foto is een stukje te zien van een witte loopbrug die tussen de duwbakken is aangebracht om tijdens de werkzaamheden gemakkelijk van de ene naar de andere duwbak te kunnen lopen. De heer [naam 4] verklaart dat het aannemelijk is dat de werkzaamheden aan de duwbakken op 19 augustus 2022 nog niet konden zijn afgerond. Dat wordt bevestigd doordat de AMERIQUE (RSP 1802) is te zien op de foto van 22 augustus 2022. Op 24 augustus 2022 heeft de werf vergeefs geprobeerd de ASIE (RSP 1804) te water te laten. Op de foto van 25 augustus 2022 is te zien dat beide duwbakken toen – nog steeds – naast elkaar op de hellingbanen stonden. Op die foto is ook de aangebrachte witte loopbrug te zien. De verzekeraar en de werf menen dat hieruit kan worden afgeleid dat de RSP 1802 en de RSP 1804 (geruime tijd) voor en na en ook op 19 augustus 2022 op de hellingbanen van de werf stonden. Dat wordt volgens hen bevestigd door de data van de facturen.
2.4.
DAK Shipping leidt uit de stukken die de verzekeraar en de werf in het geding hebben gebracht af dat de twee duwbakken RSP 1802 en RSP 1804 na 19 augustus 2022 de helling op zijn gegaan. Daarbij wijst zij er onder meer op dat [naam 1] eerder in deze procedure heeft verklaard dat duwbak KB 1605 op 18 augustus 2022 door middel van de hellingbanen te water is gelaten.
2.5.
De rechtbank overweegt hierover het volgende. Het had voor de hand gelegen dat de verzekeraar en de werf hun stelling dat er op 19 augustus 2022 een duwbak op de hellingbanen stond, hadden toegelicht op basis van een agenda of een planning van de werkzaamheden van de werf. Dat hebben zij niet gedaan. In plaats daarvan hebben zij foto’s in het geding gebracht die zijn genomen op data voor en na 19 augustus 2022 en verder verklaringen en facturen.
2.6.
De strekking van de toelichting die de verzekeraar en de werf geven op de producties die zij in het geding brengen, is dat eruit zou moeten worden afgeleid dat de RSP 1802 en de RSP 1804 in de periode van in elk geval 12 tot en met 25 augustus 2022 en dus ook op 19 augustus 2022 op de hellingbanen van de werf stonden. Blijkens hun schriftelijke verklaringen, hebben ook [naam 1] en [naam 2] dit op basis van dezelfde stukken zo beredeneerd. Naar het oordeel van de rechtbank vormt dat echter geen sluitende redenering.
2.7.
Zo kan de rechtbank uit de facturen die de verzekeraar en de werf in het geding hebben gebracht, niet opmaken wat de aard is van de in rekening gebrachte werkzaamheden, in het bijzonder of het nodig was de duwbakken daarvoor uit het water te halen. Ook zijn de facturen niet voorzien van specificaties waaruit zou kunnen blijken wanneer de werkzaamheden zijn uitgevoerd. De facturen bevatten ook overigens geen gegevens waaruit zou kunnen blijken dat de duwbakken op 19 augustus 2022 op de helling stonden.
2.8.
De verzekeraar en de werf zijn bij hun toelichting bovendien niet ingegaan op de verklaring van [naam 1] dat op 18 augustus 2022 duwbak KB 1605 te water is gelaten. Het had op hun weg gelegen om te verduidelijken hoe hun stelling dat de duwbakken RSP 1802 en RSP 1804 toen op de helling stonden zich tot die verklaring verhoudt. Is het mogelijk dat op 18 augustus 2022 de duwbakken RSP 1802 en RSP 1804 en de duwbak KB 1605 alle drie op de helling stonden?
2.9.
De verzekeraar en de werf wijzen er verder op dat op de foto’s van 12 en 25 augustus 2022 is te zien dat de duwbakken RSP 1802 en RSP 1804 waren verbonden door een loopbrug. De verzekeraar en de werf zijn niet ingegaan op de vraag wat er is gebeurd met deze loopbrug toen de werf op 24 augustus 2022 probeerde de RSP 1804 te water te laten en toen bleek dat dit niet lukte. Is de loopbrug bij het tewaterlaten niet weggehaald? Of is deze wel weggehaald en later teruggeplaatst, zo ja waarom?
2.10.
Ter zitting hebben de verzekeraar en de werf verder een beroep gedaan op de radarbeelden. Zij zien daarop oranje vlekken die volgens hen echo’s zijn van staal op de kade. Dat zijn volgens hen de duwbakken op de kade, hetgeen DAK Shipping ter zitting uitdrukkelijk heeft betwist. Aangenomen dat op de radarbeelden het water in blauw is afgebeeld en de kant in zwart, en aangenomen dat op die beelden de actuele waterstand is afgebeeld, ziet de rechtbank geen oranje vlekken op de kade.