Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-03-04
ECLI:NL:RBGEL:2025:2022
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
9,931 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05-145031-24
Datum uitspraak : 4 maart 2024
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte]
,
geboren op [geboortedag] 1987 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] , [postcode 1] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. D.L.A.M. Pluijmakers, advocaat in Almere.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
1De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 23 en/of 24 april 2024 te [plaats 1] en/of [plaats 3] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door die [slachtoffer] (in een woning aan de [adres 2] te [plaats 1] ) een pistool in de mond te doen en/of hem op zijn hoofd te slaan en/of zijn kleren (deels) uit te trekken en/of af te pakken en/of hem te dwingen op de grond te gaan liggen en/of hem met duct tape vast te plakken en/of (vervolgens) in een bestelbus mee te nemen en/of te vervoeren naar/in de richting van [plaats 3] ;
subsidiair;
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer andere (onbekend gebleven) personen op of omstreeks 23 en/of 24 april 2024 te [plaats 1] en/of [plaats 3] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid hebben/heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door die [slachtoffer] (in de woning aan de [adres 2] te [plaats 1] ) een pistool in de mond te doen en/of hem op zijn hoofd te slaan en/of zijn kleren (deels) uit te trekken en/of af te pakken en/of hem te dwingen op de grond te gaan liggen en/of hem met duct tape vast te plakken en/of (vervolgens) in een bestelbus mee te nemen en/of te vervoeren naar/in de richting van [plaats 3] ,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 23 en/of 24 april 2024 te [plaats 1] en/of [plaats 3] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 4] en/of een andere (onbekend gebleven) persoon in een auto van [plaats 3] naar een woning aan de [adres 2] te [plaats 1] te vervoeren en/of die [slachtoffer] informatie (een adres te [plaats 1] ) te verschaffen waar hij, [slachtoffer] , naar toe moest komen en/of (vervolgens) die [slachtoffer] te brengen/geleiden naar die woning aan de [adres 2] te [plaats 1] en/of aldaar in contact te brengen met en/of over te leveren aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 4] en/of hun/zijn (onbekend gebleven) mededader(s);
2.
hij op of omstreeks 23 en/of 24 april 2024 te [plaats 1] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel (doorgesneden pees/pezen van de handen) heeft toegebracht door met een mes, althans een scherp voorwerp, een of meer pezen van de handen van die [slachtoffer] door te snijden;
subsidiair:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer andere (onbekend gebleven) personen op of omstreeks 23 en/of 24 april 2024 te [plaats 1] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel (doorgesneden pees/pezen van de handen) hebben/heeft toegebracht door met een mes, althans een scherp voorwerp, een of meer pezen van de handen van die [slachtoffer] door te snijden,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 23 en/of 24 april 2024 te [plaats 1] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 4] en/of een andere (onbekend gebleven) persoon in een auto van [plaats 3] naar een woning aan de [adres 2] te [plaats 1] te vervoeren en/of die [slachtoffer] informatie (een adres te [plaats 1] ) te verschaffen waar hij, [slachtoffer] , naar toe moest komen en/of (vervolgens) die [slachtoffer] te brengen/geleiden naar die woning aan de [adres 2] te [plaats 1] en/of aldaar in contact te brengen met en/of over te leveren aan die [medeverdachte 1] , die [medeverdachte 2] , die [medeverdachte 3] , die [medeverdachte 4] en/of hun/zijn (onbekend gebleven) mededader(s);
meer subsidiair:
hij op of omstreeks 23 en/of 24 april 2024 te [plaats 1] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of verdachtes mededader(s) voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met een mes, althans een scherp voorwerp, in de handen van die [slachtoffer] heeft gestoken/gesneden en/of een of meer pezen van de handen van die [slachtoffer] heeft doorgesneden en/of (met een voorwerp) met kracht tegen het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meest subsidiair:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer andere (onbekend gebleven) personen op of omstreeks 23 en/of 24 april 2024 te [plaats 1] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 4] en/of die andere (onbekend gebleven) perso(o)n(en) en/of verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met een mes, althans een scherp voorwerp, in de handen van die [slachtoffer] hebben/heeft gestoken/gesneden en/of een of meer pezen van de handen van die [slachtoffer] hebben/heeft doorgesneden en/of (met een voorwerp) met kracht tegen het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer] hebben/heeft geslagen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 23 en/of 24 april 2024 te [plaats 1] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 4] en/of een andere (onbekend gebleven) persoon in een auto van [plaats 3] naar een woning aan de [adres 2] te [plaats 1] te vervoeren en/of die [slachtoffer] informatie (een adres te [plaats 1] ) te verschaffen waar hij, [slachtoffer] , naar toe moest komen en/of (vervolgens) die [slachtoffer] te brengen/geleiden naar die woning aan de [adres 2] te [plaats 1] en/of aldaar in contact te brengen met en/of over te leveren aan die [medeverdachte 1] , die [medeverdachte 2]
Overwegingen
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten 1 subsidiair en 2 subsidiair.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft primair bepleit dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van de feiten 1 en 2. Hij heeft betoogd dat verdachte niet wist dat er sprake zou zijn van een wederrechtelijke vrijheidsberoving en zware mishandeling met voorbedachten rade. Opzet ontbreekt, ook in voorwaardelijke vorm. Ook is geen sprake van het opzettelijk, willens en wetens, behulpzaam zijn bij de wederrechtelijke vrijheidsberoving, dan wel mishandeling met voorbedachten rade. Subsidiair meent de raadsman dat verdachte moet worden vrijgesproken van medeplegen van de feiten 1 en 2. Verdachte heeft geen intellectuele of materiële bijdrage geleverd die van voldoende gewicht is geweest om te kunnen spreken van een nauwe en bewuste samenwerking. Meer subsidiair heeft de raadsman betoogd dat uit het dossier onvoldoende naar voren komt dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel, wat moet leiden tot vrijspraak van feit 2 subsidiair.
Beoordeling
Feit 2
De rechtbank zal eerst feit 2 beoordelen en daarna motiveren dat en waarom zij tot een vrijspraak voor feit 1 komt. De rechtbank zal verdachte en de medeverdachte(n) daarbij steeds bij hun achternaam noemen.
Verklaringen
[slachtoffer] heeft verklaard dat er gedurende 8 weken een partij drugs, hasj, in zijn loods stond. De hasj was verpakt in kiloblokken en stond achterin zijn loods onder een stelling. Toen hij op een donderdagmorgen in de zaak kwam, zag hij dat de cilinder van het slot was uitgeboord en dat de partij drugs weg was.
Op maandag heeft hij bij de Mc Donalds in Amersfoort gesproken met “de oude”. De oude is de lichte persoon die bij de aanhouding in zijn auto zat.
De oude heeft gezegd dat ze op dinsdag allemaal naar [plaats 1] moesten komen. Hij is alleen naar [plaats 1] gereden. [verdachte] had hem een ander adres doorgegeven. Op dat adres trof [slachtoffer] [verdachte] , waarna ze samen naar de woning zijn gegaan. Ze waren daar rond middernacht, ongeveer om 24 uur, en moesten een trap oplopen. Toen ze de woonkamer binnenkwamen, is [slachtoffer] op de bank gaan zitten. In de woonkamer waren de bewoner en een Marokkaanse jongen die [naam 1] of [naam 2] wordt genoemd. Er was een trap naar boven. Op een gegeven moment kwam die oude man eraan. Er kwamen twee donkere jongens van boven en twee van beneden. Hij moest op de grond gaan liggen en zijn handen neerleggen. Ze hebben hem tegen zijn hoofd geslagen. Met een keukenmes is over de bovenkant van zijn handen gesneden, over drie vingers. Er is verschillende keren in zijn handen gestoken en met het mes op zijn handen geslagen. Bij de middelvinger is het bot geraakt en ook de pezen. Ze vroegen waar de spullen waren, maar dat wist hij niet. De oude had de leiding. Hij zei wat er moest gebeuren. De donkere jongens vroegen steeds aan hem of ze moesten gaan snijden en deden wat hij zei.
[verdachte] heeft verklaard dat hij wist dat de partij drugs die bij [slachtoffer] stond opgeslagen was gestolen. Hij is die dinsdag thuis opgehaald door die ouwe. Ze zouden naar [plaats 1] gaan. Onderweg zei die ouwe dat ze een vriend in [plaats 3] moesten ophalen. Hij is naar [plaats 3] gereden waar bij een Mc Donalds twee mannen zijn ingestapt. Hij heeft die mannen naar [plaats 1] gebracht. [verdachte] moest ook mee naar [plaats 1] om te worden ondervraagd met behulp van een leugendetector. Hij moest mee omdat hij er anders van verdacht zou worden te weten wie de spullen zouden hebben gestolen. Toen de mannen in [plaats 1] uit de auto waren gestapt, heeft [verdachte] contact gehad met [slachtoffer] . [slachtoffer] zei dat ze naar [plaats 1] moesten. [verdachte] heeft toen een rondje gereden en ergens geparkeerd. Hij moest van die ouwe op [slachtoffer] wachten en hij heeft [slachtoffer] een foto gestuurd waar hij stond. [slachtoffer] wist dat hij naar de [adres 2] moest. [verdachte] is vervolgens samen met [slachtoffer] de woning binnen gegaan. Hij heeft volgens zijn eigen verklaring in ieder geval meegekregen dat [slachtoffer] een klap kreeg.
Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij op een gegeven moment werd gebeld door die ouwe. Hij moest van die ouwe naar [plaats 1] komen. Hij is naar [plaats 1] gereden en heeft geparkeerd voor de deur van het huis van zijn vriend [naam 3] , naar de rechtbank begrijpt: [naam 3] , aan de [adres 2] . Hij is alleen de woning van [naam 3] binnengegaan. [verdachte] en [slachtoffer] , naar de rechtbank begrijpt: [verdachte] en [slachtoffer] , waren in de woning en er kwamen nog twee donkere jongens vanuit de slaapkamer van de derde verdieping. Die ouwe was er ook en [naam 3] , de bewoner van het huis. [medeverdachte 3] dacht dat iedereen daar zou worden verhoord in verband met de gestolen partij drugs. Die ouwe had gezegd dat ze daar moesten komen. Die ouwe stuurde hem weg om de centrale toegangsdeur van de woning open te maken. Er kwamen toen nog twee of drie jongens binnen die hij niet kende. Iedereen moest op de bank zitten, die ouwe zat aan de overkant van de bank. [medeverdachte 3] heeft gezien dat [slachtoffer] werd geslagen door de donkere jongens. Hij kreeg een klap op zijn hoofd en een knietje. Hij moest namen noemen en zeggen waar de drugs waren.
Letsel
In het ziekenhuis is bij [slachtoffer] een bloeduitstorting in het aangezicht waargenomen. Verder is sprake van een ruptuur van vingerpezen (ringvinger van beide handen), die tijdens een operatie zijn aangehecht. Ook heeft een heroperatie plaatsgevonden na wederom een ruptuur van het peesletsel. [slachtoffer] moest gedurende vier weken gips om beide onderarmen, waarna handtherapie was geïndiceerd.
In de onder [naam 3] in beslag genomen telefoon zijn foto’s aangetroffen van 24 april 2024 met daarop een gewonde man, die door verbalisant is herkend als [slachtoffer] . Verbalisant zag dat hij gewond was aan zijn handen en hoofd. Zijn handen en hoofd waren bebloed en rondom [slachtoffer] , die op de vloer zat, waren meerdere bloedvlekken op de vloer. De eerste foto was genomen op 24 april 2024 om 00:17:02 uur, de laatste op 24 april 2024 om 00:30:02 uur. Op beide foto’s zag verbalisant dat [slachtoffer] gewond was.
Camerabeelden
Op camerabeelden van de [adres 2] in [plaats 1] van 23 april 2024 heeft verbalisant [adres 2] [medeverdachte 1] en verdachte [medeverdachte 2] herkend. Zij heeft [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in dit onderzoek Arkansas twee keer gehoord.
Op de camerabeelden van de [adres 2] is te zien dat op 23 april 2024 vanaf 23:01:15 uur een vermoedelijk blauwe Ford Focus in de omgeving van de [adres 2] / [straatnaam 1] / [straatnaam 2] in [plaats 1] rijdt. De bijrijder (rechts voorin) lijkt een persoon met vermoedelijk een blanke huidskleur te zijn. Om 23:02:19 uur staat de auto stil schuin voor perceel [huisnummer] op de [adres 2] . [medeverdachte 1] verschijnt in beeld op het trottoir van de [adres 2] . Om 23:03:11 uur loopt [medeverdachte 1] in de richting van de ingang van de woning van [naam 3] , waarna hij uit beeld verdwijnt. Na een halve minuut verschijnt hij weer in beeld. Hij loopt langzaam in de richting van de vermoedelijk blauwe Ford Focus en vervolgens weer richting de woning van [naam 3] . [medeverdachte 2] en NNM1 stappen uit de vermoedelijk blauwe Ford Focus. NNM1 en [medeverdachte 2] lopen achter [medeverdachte 1] aan in de richting van de ingang van de woning. De vermoedelijk blauwe Ford Focus rijdt weg in de richting van het [plein] in [plaats 1] . [naam 3] verlaat zijn woning. Hij loopt de trap af en als hij de trap weer oploopt, loopt [medeverdachte 1] achter hem aan. NNM1 en [medeverdachte 2] lopen ook de trap op. [naam 3] gaat door de deur zijn woning in, gevolgd door [medeverdachte 1] , NNM1 en als laatste [medeverdachte 2] .
Om 23:37:56 uur komt er een lichtkleurige/grijze Mercedes aanrijden vanaf de kruising [adres 2] / [straatnaam 1] / [straatnaam 2] in de richting van de woning van [naam 3] . De bestuurder parkeert het voertuig in de parkeerhaven aan de rechterkant op de Parallelweg van de [adres 2] . NNM3 stapt uit en loopt in de richting van het [plein] . Om 23:40:05 uur komt hij weer in beeld en loopt naar de ingang van de woning van [naam 3] . [naam 3] loopt de trap af en komt daarna terug met NNM3 achter zich.
Om 23:59:31 uur komen [slachtoffer] en NNM2 aanlopen vanaf de kruising [adres 2] / [straatnaam 1] / [straatnaam 2] . Om 00:00:53 uur loopt [naam 3] de trap op met achter hem NNM2 en [slachtoffer] . Ze gaan de woning in.
Om 00:17:51 uur komt er een wit voertuig aanrijden vanaf de kruising [adres 2] / [straatnaam 1] / [straatnaam 2] , die parkeert in de parkeerhaven aan de rechterkant op de parallelweg van de [adres 2] . Er stappen drie onbekende mannen, NNM4, NNM5 en NNM6, uit het voertuig, die in de richting van de ingang van de woning van [naam 3] lopen.
Overwegingen
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 281 dagen met aftrek van het voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft primair, voor zover de rechtbank tot een bewezenverklaring mocht komen, bepleit dat een gevangenisstraf wordt opgelegd die gelijk is aan het voorarrest en dat de voorlopige hechtenis van verdachte wordt opgeheven. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de voorlopige hechtenis op te heffen vanwege het ontbreken van gronden dan wel deze te schorsen. De raadsman heeft naar voren gebracht dat verdachte first offender is en een substantieel kleinere rol heeft gehad dan de medeverdachten, waarbij sprake lijkt te zijn van een situatie dat verdachte geen volledige keuzevrijheid heeft gehad. De raadsman heeft verder gewezen op de impact die de gebeurtenissen op verdachte hebben gehad.
Beoordeling
Verdachte is behulpzaam geweest bij een poging tot zware mishandeling. De geweldshandelingen zijn terug te voeren tot het criminele milieu. De aanleiding was een partij hasj die bij [slachtoffer] stond opgeslagen en die uit zijn loods door onbekend gebleven personen is weggehaald. Medeverdachten hebben [slachtoffer] onder druk gezet om ervoor te zorgen dat de partij hasj werd teruggevonden dan wel om informatie te geven waar de partij hasj was gebleven. [medeverdachte 1] heeft speciaal daartoe twee personen uit [plaats 3] ingeschakeld, te weten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] , die hij samen met verdachte is gaan ophalen in [plaats 3] . Tijdens de bijeenkomst in de woning in [plaats 1] had [medeverdachte 1] een leidende rol. Hij gaf [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] opdrachten en toestemming geweld toe te passen. [slachtoffer] is (onder meer) op zijn hoofd geslagen en met een mes in zijn handen gestoken en gesneden, waardoor hij letsel heeft opgelopen. Door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] vanuit [plaats 3] op te halen is verdachte behulpzaam geweest bij het plegen van de poging tot zware mishandeling.
Het toegepaste geweld moet voor [slachtoffer] bijzonder beangstigend zijn geweest. Dat hij nog steeds voor geweld dan wel zijn leven vreest, volgt ook wel uit het feit dat hij heeft geweigerd naar het verhoor bij de rechter-commissaris te gaan. Hij heeft zich bij de gemeente uitgeschreven en is kennelijk ondergedoken om verdachte, de medeverdachten en eventuele derden te ontlopen. Verdachte is daar mede verantwoordelijk voor.
De rechtbank heeft in aanmerking genomen de justitiële documentatie van verdachte. Daaruit blijkt dat verdachte op 15 maart 2023 een strafbeschikking heeft gehad voor het bezit van harddrugs.
De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen het reclasseringsadvies van 17 juli 2024. Daaruit komt naar voren dat de reclassering vanwege de ontkennende houding van verdachte geen criminogene factoren kan vaststellen. De risico’s op recidive en letselschade kunnen daarom niet worden ingeschat.
De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals ter terechtzitting van 11 februari 2025 naar voren gebracht.
De rechtbank is van oordeel dat gelet op de aard en ernst van het feit een gevangenisstraf passend is. Rekening houdend met het feit dat verdachte alleen als medeplichtige betrokken is geweest bij de poging tot zware mishandeling van [slachtoffer] en gelet op de straffen die aan de medeverdachten worden opgelegd zal de rechtbank een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 6 maanden. Voor een voorwaardelijk strafdeel ziet de rechtbank geen aanleiding en ook geen ruimte.
De rechtbank heeft vanwege de situatie als bedoeld in artikel 67a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering het bevel tot voorlopige hechtenis inmiddels opgeheven. Verdachte heeft daarom geen belang meer bij een beslissing over de voorlopige hechtenis.
8De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 45, 48 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.
Dictum
De rechtbank:
spreekt verdachte vrij van de onder 1 primair en subsidiair en 2 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde feiten;
verklaart bewezen dat verdachte het onder 2 meest subsidiair ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden;
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S.W. Lucassen (voorzitter), mr. L.J. Saarloos en
mr. A.A.M. Bögemann, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C.M. Althoff, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 maart 2025.
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, Dienst Regionale Recherche, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 20240826, onderzoek Arkansas / ONRAB24004, gesloten op 4 september 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer] , p. 637, 645.
Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer] , p. 638, 643.
Processen-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer] , p. 638-639, 648, 685-686.
Processen-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer] , p. 639-640, 647, 688.
Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 februari 2025.
Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 306.
Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 februari 2025.
Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 3] , p. 389-392.
Geneeskundige verklaring, p. 658-659.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1082.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1062-1063.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1008-1011, 1013-1018.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1019-1023.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1024-1025.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1028-1030.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1032.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1203-1204.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1075.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1005.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1072.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1066-1067.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 938, 946.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 945.
Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 februari 2025.
Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 februari 2025.
Beoordeling
NNM4 lijkt handschoenen uit zijn jaszak te halen en aan te trekken. NNM3 verlaat om 00:19:25 uur de woning van [naam 3] en loopt de trap af. In zijn linkerhand heeft hij een telefoon. Als NNM3 de trap weer oploopt, lopen NNM4, NNM5 en NNM6 achter hem. Hij wijst naar de woning van [naam 3] , waarna ze naar binnen gaan.
Om 00:33:20 uur komen NNM2 en NNM3 de woning uit. NNM3 heeft twee telefoons in zijn handen. Ze gaan naar beneden en verdwijnen uit beeld.
De blauwe Ford Focus
Uit onderzoek is gebleken dat [verdachte] een blauwe Ford Focus met kenteken [kenteken 1] heeft.
Uit ANPR-gegevens is gebleken dat deze auto op 23 april 2024 in de periode 19:46 uur tot en met 20:24 uur een reisbeweging maakte vanaf omgeving [plaats 2] in de richting van [plaats 3] . Om 21:38 uur had het voertuig met kenteken [kenteken 1] een hit in [plaats 3] , om 22:30 uur in Driebergen en om 22:41 uur in Ede. In [plaats 1] stapte verdachte [medeverdachte 2] uit een vermoedelijk blauwe Ford Focus. [medeverdachte 2] staat ingeschreven in [plaats 3] .
Herkenning NNM1, NNM2 en NNM3
Foto’s van NNM1 zijn gebruikt voor een aandachtsvestiging met de titel “Gijzeling/Marteling”. Verbalisant [verbalisant 1] heeft medeverdachte [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4] ) ambtshalve op deze aandachtsvestiging herkend.
NNM2 heeft donkerblond achterover gekamd haar (licht kalend) waarvan de zijkant opgeschoren. Hij draagt een grijs vest met zwarte vlakken en oranje logo met daarboven tekst op de linkerborst, een spijkerbroek, zwarte schoenen met lichtkleurig/ wit merk en strepen en hij heeft een tatoeage op zijn rechterpols.
[slachtoffer] heeft verklaard dat hij samen met [verdachte] , naar later bleek [verdachte] , naar de woning aan de [adres 2] is gegaan. In de politiesystemen is een SKDB-foto van [verdachte] gevonden van 3 november 2022. In de telefoon van [slachtoffer] is een foto aangetroffen die sterke gelijkenissen vertoond met de SKDB-foto van [verdachte] .
NNM3 wordt geïdentificeerd als zijnde [medeverdachte 3] . Op 7 april 2024 om 15:46 uur is [medeverdachte 3] geverbaliseerd voor het vasthouden van een mobiele telefoon in Vinkeveen. Hij reed op dat moment in een Mercedes voorzien van kenteken [kenteken 2] . Op 23 april 2023 om 23:25 uur heeft hij gemeld dat er een autobrand gaande was aan de [straatnaam 3] in [plaats 1] . [medeverdachte 3] reed over de [straatnaam 4] , die overgaat in de [straatnaam 5] , die weer overgaat in de [adres 2] in [plaats 1] . [medeverdachte 3] gaf bij deze melding op dat hij gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Uit opgevraagde ciot gegevens is gebleken dat dit telefoonnummer een abonnement-aansluiting betreft op naam van [medeverdachte 3] , [adres 3] , [postcode 2] in [plaats 2] . Bij vergelijking van de foto van het rijbewijs met de afbeeldingen van de voornoemde camerabeelden, stelde verbalisant vast dat [medeverdachte 3] de NNM3 persoon in het groene joggingpak is.
Onderzoek telefoon van [slachtoffer]
In de telefoon van [slachtoffer] is gekeken naar contacten met het telefoonnummer van [verdachte] . Op ‘Signal’ was dit telefoonnummer gekoppeld aan de naam ‘Pikachu’. [slachtoffer] maakt op ‘Signal’ gebruik van de naam ‘Zzzzz’. Op 23 april 2024 zijn tussen 23:37:32 uur en 23:51:29 uur de volgende berichten verstuurd:
Zzzzz: Waar sta je
Pikachu: [adres 2]
Pikachu: Daar moet ik komen sta een straat er achter
Pikachu: Jij
Zzzzz: Onderweg naar [plaats 1]
Pikachu: Okey
Zzzzz: Welke straat sta jij dan
Pikachu: ik rijd nu naar die straat
Pikachu: [straatnaam 6] stond ik
Zzzzz: Ik heb nog niks gehoord
Pikachu: Hier sta ik
Pikachu stuurt daarbij een afbeelding naar ‘Zzzzz’ waarop een afbeelding van een navigatie was te zien. Daarop is te lezen “ [straatnaam 2] …”.
Overweging rechtbank
De rechtbank stelt op grond van voornoemde bewijsmiddelen het volgende vast.
Op 18 april 2024 is een partij hasj weggenomen uit de loods van [slachtoffer] . [verdachte] is daarvan op de hoogte geraakt.
[verdachte] is op dinsdag 23 april 2024 door die ouwe opgehaald. Hij moest naar [plaats 3] rijden, waar twee personen zijn ingestapt. De verklaring van [verdachte] vindt steun in de ANPR-gegevens, waaruit blijkt dat de blauwe Ford Focus met het kenteken [kenteken 1] , die bij [verdachte] in gebruik is, op 23 april 2024 een reisbeweging van [plaats 2] naar [plaats 3] heeft gemaakt. Om 21:38 uur had de auto een hit in [plaats 3] , om 22:30 uur in Driebergen en om 22:41 uur in Ede.
Op camerabeelden van de [adres 2] in [plaats 1] van 23 april 2024 is te zien dat de blauwe Ford Focus omstreeks 23:01 uur in de buurt van de [adres 2] reed en daar stopte. De passagiers zijn uit de auto gestapt en de woning aan de [adres 2] binnengegaan. Ook de bestuurder van een lichtkleurige Mercedes en, enige tijd later, [slachtoffer] en [verdachte] zijn bij deze woning aangekomen en naar binnengegaan. Omstreeks 00:19 uur is er nog een witte auto gearriveerd, waarvan drie inzittenden de woning zijn binnengegaan.
[slachtoffer] en [medeverdachte 3] hebben beiden verklaard wie er in de woning aan de [adres 2] aanwezig waren. [slachtoffer] heeft verklaard dat in de woonkamer de bewoner en een Marokkaanse jongen die [naam 1] of [naam 2] werd genoemd waren, dat de oude eraan kwam, twee donkere jongens die van de trap in de woonkamer afkwamen en twee donkere jongens die van beneden kwamen. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat er verschillende personen waren: [verdachte] en [slachtoffer] , twee donkere jongens die vanuit de slaapkamer kwamen, die ouwe en [naam 3] , de eigenaar van het huis. Die ouwe stuurde hem weg om de centrale toegangsdeur van de woning open te maken, waarna er twee of drie voor hem onbekende jongens binnen kwamen.
Op de camerabeelden was te zien dat [medeverdachte 3] om 00:19:25 uur de trap afliep en terugkwam met NNM4, NNM5 en NNM6.
In de woning heeft volgens de verklaring van [slachtoffer] een aantal geweldshandelingen plaatsgevonden tegen hem.
Hij moest op de grond liggen met zijn armen uitgestrekt en hij is met een mes in zijn handen gestoken en/of gesneden. Daarbij heeft hij een ruptuur opgelopen aan de pezen van zijn ringvingers. Ook is hij op zijn hoofd geslagen.
Deze verklaring vindt steun in:
de verklaring van [medeverdachte 3] , dat hij heeft gezien dat [slachtoffer] op zijn hoofd is geslagen;
de geneeskundige informatie dat [slachtoffer] bloeduitstortingen had in zijn gezicht rondom zijn ogen en dat hij in zijn handen is gestoken en/of gesneden met een ruptuur van de pezen van zijn ringvingers tot gevolg;
de foto’s die zijn aangetroffen op de telefoon van [naam 3] .
[slachtoffer] heeft verklaard dat de donkere jongens steeds aan de oude vroegen of ze moesten gaan snijden. Ze deden wat hij zei. Ook [medeverdachte 3] heeft verklaard dat [slachtoffer] is geslagen door donkere jongens. Nu op de foto op de telefoon van [naam 3] die om 00:17:02 uur is genomen al is te zien dat [slachtoffer] verwondingen had, [slachtoffer] en [medeverdachte 3] beiden hebben verklaard dat donkere jongens geweld hebben toegepast en NNM4, NNM5 en NNM6 op dat moment nog niet in de woning waren, kan het niet anders zijn dan dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] het geweld hebben gepleegd. Daarbij was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] .
De rol van [verdachte]
De rechtbank moet beoordelen wat de rol van [verdachte] is geweest.
Beoordeling
De rechtbank overweegt dat niet wordt betwist dat [verdachte] in de woning aan de [adres 2] aanwezig is geweest. Uit de bewijsmiddelen volgt dat hij ten tijde van de geweldpleging in de woning was. [verdachte] heeft daarover zelf verklaard dat hij meekreeg dat [slachtoffer] is geslagen. Hij heeft een andere kant opgekeken door wat hij in de woning hoorde en kreeg een paniekaanval.
De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier blijkt dat [verdachte] zelf geen geweld heeft uitgeoefend op [slachtoffer] . Verder blijkt niet dat hij aan de geweldshandelingen een intellectuele of materiële bijdrage heeft geleverd die van voldoende gewicht is geweest om te kunnen spreken van een nauwe en bewuste samenwerking. Het enkele feit dat [verdachte] bij de geweldspleging aanwezig is geweest, acht de rechtbank onvoldoende om te kunnen spreken van medeplegen.
De rechtbank is echter van oordeel dat [verdachte] wel medeplichtig is aan het toegepaste geweld. Daartoe overweegt zij als volgt.
[verdachte] was ervan op de hoogte dat een partij drugs uit de loods van [slachtoffer] was gestolen. Op 19 april 2024 heeft hij een bericht (door)gestuurd naar [slachtoffer] met de tekst “Ik zeg jou als vriend Zou maar je best doen om die dingen terug te halen Zit Servië s team erop”.
Uit de verklaringen van [slachtoffer] , [verdachte] en [medeverdachte 3] blijkt dat ze naar [plaats 1] moesten komen om te worden verhoord. Volgens [verdachte] zou daarbij gebruik worden gemaakt van een leugendetector. [verdachte] is op 23 april 2024 thuis door [medeverdachte 1] opgehaald en moest met zijn auto naar [plaats 3] rijden. Daar zijn twee personen, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] , in zijn auto gestapt. In de auto is gesproken over een leugendetector. [verdachte] heeft [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] bij de woning aan de [adres 2] in [plaats 1] laten uitstappen en heeft vervolgens nog rondgereden. Hij heeft contact gehad met [slachtoffer] , hem een afbeelding gestuurd van de straat waar hij met zijn auto stond en op [slachtoffer] gewacht. [verdachte] is vervolgens met [slachtoffer] naar de [adres 2] gegaan, waarna ze samen de woning zijn binnengegaan.
De rechtbank is van oordeel dat sprake is van voorwaardelijke opzet op de geweldspleging. Er is sprake is van geweld met een criminele achtergrond. [verdachte] heeft op 19 april 2024 een bericht aan [slachtoffer] (door)gestuurd, waarin impliciet wordt gedreigd dat Serviërs op de zaak zitten. [verdachte] wist dat het “verhoor” in [plaats 1] zou plaatsvinden naar aanleiding van de gestolen partij drugs. Hij is met [medeverdachte 1] naar [plaats 3] gereden, waar twee personen zijn ingestapt die in de auto spraken over een leugendetector. Deze feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, leiden ertoe dat [verdachte] er rekening mee moest houden dat er een aanmerkelijke kans bestond op geweld tijdens het verhoor. Doel van het verhoor was immers om informatie te krijgen over de gestolen partij drugs. [verdachte] heeft verklaard dat hij [slachtoffer] niet in kennis heeft gesteld over de personen die hij in [plaats 3] had opgehaald. Door dit na te laten heeft hij [slachtoffer] de kans ontnomen om de keuze te maken om alsnog weg te gaan. Daarmee heeft [verdachte] de aanmerkelijke kans op geweld ook aanvaard.
Dat [verdachte] zelf bang was, wil de rechtbank wel aannemen, maar leidt niet tot een ander oordeel.
Kwalificatie
De vraag die vervolgens aan de orde is, is hoe de bovenstaande geweldshandelingen moeten worden gekwalificeerd.
Naar het oordeel van de rechtbank biedt het dossier onvoldoende aanknopingspunten voor de ten laste gelegde voorbedachte raad. De rechtbank zal verdachte in zoverre daarvan vrijspreken.
De rechtbank ziet daarnaast onvoldoende bewijs om te kunnen spreken van zwaar lichamelijk letsel. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat sprake was van een ruptuur aan beide ringvingers die moest worden gehecht met een verwachte genezingsduur van vier weken, waarna handtherapie was geïndiceerd. Het dossier bevat evenwel geen informatie of de pezen volledig dan wel deels waren doorgesneden. Verder bevat het dossier geen informatie hoe lang [slachtoffer] last heeft gehad van het letsel, of hij al dan niet in staat was om te werken en of hij restschade heeft.
Algemeen bekend is dat de handen en vingers kwetsbare onderdelen van het lichaam zijn. Het
toebrengen van snij- en steekletsel kan leiden tot blijvende schade van de handen in de vorm van functieverlies. De medeverdachten hebben met opzet deze verwondingen toegebracht. De rechtbank acht gelet daarop poging tot zware mishandeling gepleegd door [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] bewezen. Ten aanzien van [verdachte] acht de rechtbank medeplichtigheid hieraan bewezen nu [verdachte] [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] vanuit [plaats 3] naar de woning aan de [adres 2] in [plaats 1] heeft gebracht.
De rechtbank acht gelet op het voorgaande feit 2 meest subsidiair bewezen en zal verdachte vrijspreken van feit 2 primair, subsidiair en meer subsidiair.
Feit 1
De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat [verdachte] op welke wijze dan ook betrokken is geweest bij de wederrechtelijke vrijheidsberoving.
De rechtbank is van oordeel dat het te ver gaat om net als voor het hiervoor beschreven geweld, ook voorwaardelijk opzet aan te nemen voor de wederrechtelijke vrijheidsberoving.