Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-02-28
ECLI:NL:RBGEL:2025:1719
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
9,118 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2025:1719 text/xml public 2026-03-30T14:26:33 2025-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2025-02-28 720104-19 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Arnhem Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:1719 text/html public 2025-05-21T11:24:03 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2025:1719 Rechtbank Gelderland , 28-02-2025 / 720104-19 De meervoudige kamer veroordeelt vijf verdachten wegens betrokkenheid bij het misleiden en bestelen van (kwetsbare) oudere slachtoffers. Er werd samengewerkt om hun pincodes en bankpassen te bemachtigen, zodat daarmee geld van de rekening van aangevers kon worden weggenomen RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/720104-19 Datum uitspraak : 28 februari 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] , raadsvrouw: mr. M.J.A. Beukers-Bouten, advocaat in Eindhoven. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzittingen. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 24 januari 2018 te Tilburg tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, tér uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een pinpas/bankpas ten name van [slachtoffer 1] , in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, - via datingsite [datingsite 1] een afspraak heeft/hebben gemaakt om [slachtoffer 1] thuis te ontmoeten, - zich naar de woning van die [slachtoffer 1] heeft/hebben begeven, - (eenmaal in de woning van die [slachtoffer 1] ) aan die [slachtoffer 1] heeft/hebben gevraagd om beltegoed te kopen en/of op te waarderen en/of, - die [slachtoffer 1] heeft/hebben uitgelegd hoe het beltegoed middels internet kan worden opgewaardeerd en/of middels betaling per pinpas/bankpas kan worden betaald, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2. hij op of omstreeks 24 januari 2018, te Amersfoort tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een pinpas/bankpas ten name van [slachtoffer 2] in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; en/of (vervolgens) te Amersfoort één of meerdere geldbedrag(en) (totaal 2000 euro) in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] , heeft weggenomen (telkons) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat/die geldbedrag(en) (totaal 2000 euro) (telkens) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door: - zonder toestemming van die [slachtoffer 2] geld op te nemen/te pinnen met die pinpas/bankpas van die [slachtoffer 2] ; en (zaaksdossier 12) Hij op of omstreeks 7 januari 2018 te Gulpen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, één of meerdere geldbedrag(en) (totaal 7000 euro) in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 3] , heeft weggenomen (telkens) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) dat/die geldbedrag(en) (totaal 7000 euro) (telkens) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door: - zonder toestemming van die [slachtoffer 3] geld op te nemen/te pinnen met die pinpas/bankpas van die [slachtoffer 3] . 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten, zoals ten laste gelegd onder feit 1 en 2. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw van verdachte heeft gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde, omdat niet kan worden bewezen dat verdachte wetenschap had van de (poging tot) diefstal van de pinpassen en het pinnen van het geld. Beoordeling door de rechtbank Gelet op de samenhang tussen de feiten onder feit 1 (zaak Tilburg) en feit 2 (zaak Amersfoort), zal de rechtbank deze feiten gezamenlijk bespreken. Vanwege de chronologie, start de rechtbank eerst met de overwegingen ten aanzien van het onder feit 2 in zaaksdossier 12 ten laste gelegde. Ten aanzien van feit 2 zaaksdossier 12 – Gulpen Op 9 januari 2018 heeft de heer [slachtoffer 3] aangifte gedaan. Hij heeft verklaard dat hij twee jaar eerder in een restaurant een meisje had leren kennen die zich voorstelde als [naam 1] . Hij heeft met haar contact gehouden via datingsite [datingsite 2] . Op 7 januari 2018 kreeg aangever een bericht van [naam 1] via [datingsite 2] . [naam 1] zei dat ze richting het zuiden zou komen en ze vroeg of het goed was dat ze langs zou komen. Omstreeks 19:00/19:30 uur stond [naam 1] voor de deur met een vriendin, genaamd [naam 2] . Kort daarna vroeg [naam 1] of aangever voor vijf euro beltegoed wilde kopen via internet. [naam 1] gaf hem vijf euro aan kleingeld. De laptop stond op het bureau in de woonkamer. [naam 2] of [naam 1] is vervolgens naar de website gegaan en aangever heeft zijn Rabobank pas en de reader gepakt om het geld over te maken. Vervolgens vroeg [naam 2] hetzelfde en is er ook vijf euro beltegoed overgemaakt op haar nummer. Daarna heeft aangever zijn pinpas terug gestopt in zijn portemonnee en deze teruggelegd in de bureaulade. Aangever is hierna drinken gaan pakken in de berging. [naam 2] zat op de bureaustoel tussen aangever en het bureau in toen ze samen in de woonkamer wat aan het drinken waren. Op een gegeven moment zei [naam 2] dat ze even naar buiten wilde. Na 20-30 minuten kwam ze weer terug. Vervolgens hebben ze met z’n drieën een film gekeken. Toen de film afgelopen was, ging [naam 2] wederom weg voor 20-30 minuten. Omstreeks 00:15 uur kwam ze weer terug en vlak daarna zijn [naam 1] en [naam 2] gegaan. Op 8 januari 2018 werd aangever om 10:00 uur gebeld door zijn dochter die had gezien dat er geld was overgeboekt. Via internetbankieren zag aangever vervolgens allerlei transacties die hij zelf niet had verricht. Ook zag hij dat er vier keer geld van zijn rekening was gehaald bij een geldautomaat, voor in totaal 7.000 euro. Aangever begreep niet hoe dit kon omdat zijn pinpas nog gewoon in zijn portemonnee zat. In een aanvullend verhoor op 22 januari 2018 heeft aangever verklaard dat hij pas twee weken voor 7 januari 2018 met [naam 1] in contact was gekomen. Verder verklaarde aangever dat beide dames achter hem stonden toen hij zijn pincode invoerde op zijn Rabobank Reader. Met de pinpas van aangever werd een bedrag van 7.000 euro opgenomen en een bedrag van 2.500 euro overgemaakt naar IBAN-rekening: [IBAN-rekening] ten name van [getuige 1] . Uit een bankafschrift bleek dat op 8 januari 2018 te 21:34 uur bij een geldautomaat aan de [adres 5] te Eindhoven 1.250 euro werd gepind van de rekening van [getuige 1] . [getuige 1] is een onder bewind gestelde man van 31 jaar met verstandelijke vermogens van een jongen van 12 jaar oud. [medeverdachte 1] heeft in haar verhoor verklaard dat zij bij aangever thuis was en toen een berichtje kreeg. In het bericht stond een rekeningnummer waarnaar [medeverdachte 1] geld moest overmaken. Zij kreeg dit bericht van verdachte, hij had het rekeningnummer gekregen van een junk die hij kende. [medeverdachte 1] heeft het geld vervolgens overgemaakt en verdachte heeft het geld opgenomen. Verdachte heeft 1.250 euro gepind, waarvan [medeverdachte 1] de helft heeft gekregen.
Volledig
[medeverdachte 1] heeft verder verklaard dat zij zichzelf herkent op de beelden van de pinautomaat in Gulpen, terwijl met de pinpas van aangever geld wordt opgenomen. Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat een vriend van hem, genaamd [getuige 2] een Turkse kennis had die aan hem had gevraagd of hij iemand kende die klant was bij de Rabobank. Die Turkse kennis was ook klant bij de Rabobank, maar zijn pas was geblokkeerd, waardoor hij geen geld meer kon opnemen en iemand zocht wiens rekening hij kon gebruiken totdat hij een nieuwe bankpas had. [getuige 2] dacht aan [getuige 1] en [getuige 2] vroeg [getuige 1] of [getuige 1] daaraan mee wilde werken. Er is vervolgens twee keer een bedrag van 1.250 euro op de rekening van [getuige 1] gestort. Er is daarna éénmaal 1.250 euro van zijn rekening gehaald. Hierna kon er geen geld meer van zijn rekening gehaald worden, omdat de bank zijn rekening had geblokkeerd. [getuige 2] heeft het geld gepind samen met de Turkse jongen bij de Rabobank op de [adres 5] in Eindhoven. [getuige 1] had hiervoor zijn pinpas aan [getuige 2] gegeven, omdat hij hem vertrouwde. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij met de pinpas van zijn vriend [getuige 1] geld had gepind voor een [naam 6] uit Eindhoven. Deze [naam 6] had eerst aan [getuige 2] zelf gevraagd of hij zijn rekeningen ter beschikking wilde stellen, maar dit moest wel een Rabobankrekening zijn. Omdat [getuige 2] zelf niet bij de Rabobank een rekening had, heeft hij [getuige 1] gevraagd, die wel bij de Rabobank zit. Samen met de [naam 6] heeft [getuige 2] geld gepind van de rekening van [getuige 1] . Toen [getuige 2] door de verbalisanten de foto van verdachte werd getoond, gaf hij aan dat verdachte de [naam 6] was waarmee hij samen het geld had gepind. De politie heeft de beelden van de pinautomaat aan de [adres 5] te Eindhoven van 7 januari 2018 gevorderd. Deze beelden zijn getoond aan [getuige 1] , die aangaf de man met de rood/zwarte pet te herkennen als zijn vriend [getuige 2] . De andere man met de zwarte capuchon was de [naam 6], waarvan hij de naam niet wist. Verbalisant [verbalisant] herkende de man met de zwarte capuchon als zijnde verdachte. Conclusie zaaksdossier 12: Op basis van de voorgaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat medeverdachte [medeverdachte 1] een afspraak met aangever heeft gemaakt. Op 7 januari 2018 is zij naar de woning van aangever gegaan. Op het moment dat zij in de woning was kreeg zij van verdachte een sms met daarin een rekeningnummer waar zij geld van de rekening van aangever naartoe over moest maken. Dit was het rekeningnummer van [getuige 1] . [medeverdachte 1] heeft dit vervolgens ook gedaan. Verdachte was via [getuige 2] aan het rekeningnummer van [getuige 1] gekomen. Op 8 januari 2018 heeft verdachte samen met [getuige 2] 1.250 euro gepind van de rekening van [getuige 1] . Van dit geld heeft verdachte de helft gehouden. De rechtbank acht hiermee wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het wederechtelijk wegnemen van een geldbedrag van de rekening van aangever [slachtoffer 3] . Uit de bewijsmiddelen volgt dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] , waarbij [medeverdachte 1] zorgde voor de afspraak met aangever en de beschikking over zijn rekening en verdachte faciliteerde dat er een rekening kwam waarna [medeverdachte 1] het geld kon overmaken. Verdachte heeft vervolgens geld opgenomen wat door [medeverdachte 1] was overgeboekt naar de rekening van [getuige 1] . Het opgenomen geld is uiteindelijk ook door hen verdeeld. Gelet op het voorgaande in onderling samenhang bezien is de rechtbank van oordeel dat sprake is van medeplegen. Ten aanzien van feit 1 zaaksdossier 5 – Tilburg en feit 2 zaaksdossier 6 - Amersfoort Algemene overwegingen Op 24 januari 2018 heeft een verbalisant tussen 20:07 uur en 22:53 de volgende waarnemingen gedaan: 20:07 uur: Zag ik dat NN1 en NN2 aanbelden bij een woning gelegen aan [adres 2] te Tilburg. (…) Zag ik dat NN1 en NN2 hier binnen gelaten werden. 20:22 uur: zag ik dat in de haakse parkeervakken aan de Nassaustraat, ter hoogte van de kruising met het Beatrixhof te Tilburg, een personenauto, merk Volkswagen, type Golf, kleur zwart, voorzien van het Duitse kenteken [kenteken] , hierna te noemen Golf [kenteken] geparkeerd stond. Zag ik dat er twee niet nader herkende mannen met een mediterraan uiterlijk in de Golf [kenteken] zaten. 20:40 uur: zag ik dat NN1 en NN2 uit de woning aan [adres 2] te Tilburg kwamen. 20:40 uur: Zag ik dat NN1 en NN2 achter in de Golf [kenteken] stapten, waarna deze vertrok. (…) 21:54 uur: zag ik dat de Golf [kenteken] stopte op de Regenboog te Amersfoort, vervolgens een stukje doorreed ter hoogte van het winkelcentrum en de aldaar gelegen Rabobank pinautomaat, aan de Regenboog te Amersfoort keerde, hierna te noemen: “de pinautomaat”. Zag ik dat de Golf [kenteken] stopte ter hoogte van een portiek dat ander andere toegang geeft tot [adres 3] te Amersfoort, hierna te noemen: “het portiek”. Zag ik dat NN1 en NN2 uitstapten en aanbelden bij het portiek. Zag ik dat de deur kennelijk voor hen geopend werd op afstand, en dat NN1 en NN2 naar binnen gingen, waar zij in de lift stapten en vervolgens uit beeld verdwenen. 21:55 uur: zag ik dat de Golf [kenteken] parkeerde op het terrein van de Boogkerk gelegen aan [adres 4] te Amersfoort. Zag ik dat twee niet nader te noemen herkende mannen kennelijk in het voertuig bleven zitten. 22:29 uur: Zag ik dat NN1 uit het portiek kwam gelopen en in de richting van de Golf [kenteken] liep. 22:30 uur: Zag ik dat NN1 achterin de Golf [kenteken] stapte, waarna deze vertrok. 22:31 uur: Zag ik dat de Golf [kenteken] stopte ter hoogte van de pinautomaat. 22:34 uur: Zag ik dat NN1 uit de richting van de Golf [kenteken] kwam gelopen en kennelijk ging pinnen bij de pinautomaat. Zag ik dat NN1 een muts droeg met een bolletje aan de bovenkant. Zag ik dat ze langer dan gemiddeld doende was bij de pinautomaat en dat ze meer handelingen dan gebruikelijk voor een pintransactie uitvoerde. 22:36 uur: Zag ik dat NN1 wegliep bij de pinautomaat. Zag ik dat NN1 in de richting van de Golf [kenteken] liep. 22:37 uur: Zag ik dat NN1linksachterin de Golf [kenteken] stapte, waarna deze vertrok. 22:41 uur: Zag ik dat de Golf [kenteken] weer op de parkeerplaats van de bovengenoemde Boogkerk te Amersfoort werd geparkeerd. 22:50 uur: Zag ik dat NN3 uit het portiek kwam gelopen. Zag ik dat NN3 zoekend rondkeek, waarna hij weer naar binnen ging. Zag ik dat NN2 samen met NN3 vanuit de richting van de Regenboog kwamen gelopen, waar zich kennelijk een zijuitgang van het appartementencomplex aan het [plaats] bevind. Zag ik dat NN2 nu gekleed was in een roze jas. Zag ik dat NN2 een telefoon aan haar oor hield en kennelijk aan het bellen was. Zag ik dat NN2 de telefoon aan NN3 gaf. Zag ik dat NN3 de telefoon kort aan zijn oor hield en deze daarna terug gaf aan NN2. Zag ik dat NN3 NN2 over haar wang aaide, waarna zij afscheid namen. Zag ik dat NN2 vervolgens wegliep in de richting waar de Golf [kenteken] geparkeerd stond. Ondertussen was dit voertuig in de richting van NN2 komen rijden en zag ik dat NN2 achterin de Golf [kenteken] stapte waarna deze vertrok. 22:53 uur: Zag ik dat de inzittenden van de Golf [kenteken] op de Zeldertsepoort te Amersfoort werden aangehouden. Op 24 februari 2018 is de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] omstreeks 22:45 uur door de politie klemgereden. Verbalisanten zagen dat er vier personen in de auto zaten. Dit bleek te gaan om: verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Op 2 februari 2018 heeft de heer [slachtoffer 1] aangifte gedaan (zaaksdossier 5 – Tilburg). Hij heeft verklaard dat hij op datingssite [datingsite 1] het profiel van de 52-jarige [naam 3] zag. Aangever had vanaf 20 januari 2018 contact met haar. Aangever heeft met [naam 3] een afspraak gemaakt voor 24 januari 2018 bij hem thuis. Op 24 januari 2018 belde [naam 3] aangever en vroeg wat het adres van aangever was.
Volledig
Aangever gaf in eerste instantie een verkeerd adres, omdat hij nog een beetje voorzichtig was. Later heeft aangever haar het juiste adres gegeven. Omstreeks 20:00 uur stonden er twee vrouwen bij aangever voor de deur. De ene vrouw stelde zich voor als [naam 3] en de andere vrouw als [medeverdachte 1] . De stem van [medeverdachte 1] klonk meer als de stem van degene die hij aan de telefoon had gehad en zei dat zij [naam 3] was. [medeverdachte 1] vroeg of aangever haar telefoon kon opwaarderen met zijn telebankieren, omdat haar beltegoed op was. Ze zou hem dit cash terugbetalen. Omdat aangever het niet vertrouwde zei hij dat hij niet wist hoe dit moest. [medeverdachte 1] gaf aan dat zij dat wel op de computer zou opzoeken. Ze zijn vervolgens samen naar de computer van aangever gelopen. [naam 3] liep ook mee en zij bleef achter aangever staan. [medeverdachte 1] zei hoe het moest en dat de provider [provider] was. Vervolgens vroeg zij of aangever een pinpas had. Omdat aangever het niet vertrouwde zei hij dat hij geen pinpas had. Na een paar minuten hebben de beide dames vervolgens de woning van aangever verlaten. De heer [slachtoffer 2] heeft op 24 januari 2025 aangifte gedaan (zaaksdossier 6 – Amersfoort). Hij heeft verklaard dat hij via datingssite [datingsite 1] contact had met een dame genaamd [naam 3] van 52 jaar oud. Op 24 januari 2018 kwam [naam 3] rond 22:00 uur samen met ‘ [naam 4] ’ bij aangever langs. [naam 4] vroeg aangever of hij haar telefoon wilde opwaarderen, wat hij met zijn bankpas, Random Reader en pincode heeft gedaan via telebankieren op zijn laptop. Toen aangever dit deed, stonden beide dames achter hem, waardoor aangever denkt dat zij zijn pincode hebben kunnen afkijken. [naam 4] vroeg daarna of zij zich in de badkamer mocht opfrissen. Aangever wees haar de badkamer en hij ging zelf naar de slaapkamer om daar zijn portemonnee onder een stapel overhemden te leggen. In deze portemonnee zaten zijn bankpas en creditcard. Toen [naam 4] na het opfrissen weer binnenkwam zei [naam 3] uit het niets dat zij iets uit haar tas in de auto nodig had. [naam 3] is weggegaan en [naam 4] is gebleven. [naam 3] bleef hierbij lang weg. Aangever hoorde [naam 4] en [naam 3] ook met elkaar bellen. [naam 4] wilde op een gegeven moment ook weg. Aangever heeft verklaard dat zijn pinpas en creditcard uit zijn portemonnee zijn weggenomen en dat hier een pinpas en een creditcard van [naam 5] voor terug is gestopt. Van de rekening van aangever is 2.000 euro weggenomen. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat zij op 24 januari 2018 omstreeks 20:00 uur bij aangever [slachtoffer 1] in Tilburg is geweest samen met [medeverdachte 2] . [medeverdachte 1] had een afspraak met aangever [slachtoffer 1] gemaakt via [datingsite 1] en zij heeft het gesprek met hem gevoerd als zijnde ‘ [naam 3] ’. Ze zijn met de auto van [verdachte] , die bestuurd werd door [medeverdachte 3] , naar het adres van aangever gereden om zijn bankpas weg te nemen en geld te pinnen. [medeverdachte 1] heeft tevens verklaard dat zij op 24 januari 2018 bij aangever [slachtoffer 2] in Amersfoort is geweest. Onderweg naar aangever [slachtoffer 2] in de auto heeft zij omstreeks 20:55 uur telefonisch contact met hem gehad. [medeverdachte 1] denkt dat de anderen in de auto dit ook gehoord hebben. [medeverdachte 1] nam telefonisch contact op met aangever [slachtoffer 2] om met hem af te spreken. [medeverdachte 3] reed naar Amersfoort, zodat [medeverdachte 1] aangever [slachtoffer 2] kon bezoeken, dit had zij hem gevraagd. Eenmaal bij aangever [slachtoffer 2] binnen heeft [medeverdachte 2] zijn pas gepakt. [medeverdachte 1] had de pincode van aangever afgekeken bij het opwaarderen. [medeverdachte 1] is vervolgens naar buiten gegaan om geld te pinnen, vlakbij bij en Rabobank geldautomaat. [medeverdachte 1] had 2.000 euro gepind. Nadat [medeverdachte 1] terug was van het pinnen is [medeverdachte 2] naar beneden gekomen en zij zijn samen bij [medeverdachte 3] in de auto gestapt. [medeverdachte 1] gaf [medeverdachte 2] 300 euro, [medeverdachte 3] kreeg 200 euro en [verdachte] kreeg 100 euro. [medeverdachte 1] noemt [medeverdachte 3] ‘ [medeverdachte 3] ’. Conclusie zaaksdossiers 6 en 5: De rechtbank stelt vast dat medeverdachte [medeverdachte 1] via [datingsite 1] contact heeft gehad met aangever [slachtoffer 1] , waarbij zij zich voor heeft gedaan als [naam 3] . Vervolgens is zij ook degene geweest die de afspraak met aangever [slachtoffer 1] heeft gemaakt om naar zijn huis te gaan met de bedoeling om zijn bankpas weg te nemen en daarmee geld te pinnen. [medeverdachte 1] is samen met medeverdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en verdachte in de auto van verdachte, die bestuurd werd door [medeverdachte 3] , naar het adres van aangever [slachtoffer 1] gereden. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn naar binnen gegaan bij aangever, terwijl [medeverdachte 3] en verdachte in de auto zijn blijven wachten. Eenmaal bij aangever [slachtoffer 1] binnen hebben [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aangever uitleg gegeven over hoe hij beltegoed via zijn telebankieren kon kopen voor [medeverdachte 1] . Aangever heeft dit uiteindelijk niet gedaan, waarop [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] al snel de woning weer hebben verlaten, om vervolgens bij [medeverdachte 3] en verdachte in de auto te stappen en door te rijden naar Amersfoort. Aangekomen in Amersfoort zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bij aangever [slachtoffer 2] naar binnengegaan, terwijl [medeverdachte 3] en verdachte wederom in de auto zijn blijven wachten. [medeverdachte 2] heeft vervolgens de pinpas van aangever gepakt en [medeverdachte 1] heeft de pincode van aangever afgekeken bij het opwaarderen. [medeverdachte 1] is vervolgens naar buiten gegaan en in de auto gestapt bij [medeverdachte 3] en verdachte en samen zijn zij naar de pinautomaat gereden, zodat [medeverdachte 1] kon pinnen. Hierna zijn ze weer teruggereden naar het adres van aangever [slachtoffer 2] en is ook [medeverdachte 2] in de auto gestapt. Poging De rechtbank is van oordeel dat de gedragingen die zijn verricht bij aangever [slachtoffer 1] zijn aan te merken als een begin van uitvoering van het voorgenomen misdrijf, te weten het plegen van diefstal van de pinpas van aangever, nu zij naar haar uiterlijke verschijningsvorm moeten worden beschouwd als te zijn gericht op voltooiing van het misdrijf. Het voornemen van verdachte en de medeverdachten heeft zich door dit begin van uitvoering geopenbaard. Nadat [medeverdachte 1] het afspraakje met aangever [slachtoffer 1] maakte, is zij met [medeverdachte 2] naar de woning van aangever gegaan. In de woning van aangever hebben [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] geprobeerd aangever ertoe te bewegen om via zijn computer met telebankieren beltegoed voor hen te kopen. Op het moment dat aangever hier niet toe overging hebben zij na enkele minuten de woning van aangever ook weer verlaten. Wetenschap De rechtbank concludeert op basis van de volgende feiten en omstandigheden dat het opzet van verdachte gericht was op de diefstal van de pinpas van aangever [slachtoffer 2] en het wegnemen van zijn geld en de eerdere poging daartoe bij aangever [slachtoffer 1] . Verdachte is samen met medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] een hele avond onderweg geweest, waarbij verdachte en [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] tot twee keer toe ergens hebben afgezet en weer hebben opgehaald. De tweede keer zijn zij ook nog met [medeverdachte 1] naar de pinautomaat geweest, zodat zij kon pinnen. [medeverdachte 1] heeft in de auto gebeld met aangever [slachtoffer 2] en de afspraak met hem gemaakt. Aan het eind van de avond is de buit tussen de verdachten gedeeld. Daarbij komt dat verdachte kort voor de zaken in Tilburg en Amersfoort op 7 januari 2018 tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte 1] op soortgelijke werkwijze een geldbedrag heeft weggenomen van de rekening van aangever [slachtoffer 3] , zoals hiervoor onder zaaksdossier 12 is uiteengezet..
Volledig
Medeplegen: Gelet op de bewuste en nauwe samenwerking die uit dit samenstel van gedragingen blijkt, is er sprake van een strafbare poging tot medeplegen van diefstal van de pinpas van aangever [slachtoffer 1] en van het medeplegen van diefstal van de pinpas en het geld van aangever [slachtoffer 2] . Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een gezamenlijke uitvoering. Weliswaar kan er niet gesproken worden van inwisselbare rollen, nu [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] als vrouwen naar binnen moesten bij de aangevers, omdat zij de ‘date’ hadden met aangevers, maar wel blijkt dat iedereen een cruciale rol had in het geheel. 3 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij op of omstreeks 24 januari 2018 te Tilburg tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en /of zijn mededader ( s ) voorgenomen misdrijf om een pinpas/bankpas ten name van [slachtoffer 1] , in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en /of zijn mededader ( s ) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, - via datingsite [datingsite 1] een afspraak heeft/ hebben gemaakt om [slachtoffer 1] thuis te ontmoeten, - zich naar de woning van die [slachtoffer 1] heeft/ hebben begeven, - ( eenmaal in de woning van die [slachtoffer 1] ) aan die [slachtoffer 1] heeft/ hebben gevraagd om beltegoed te kopen en/of op te waarderen en /of , - die [slachtoffer 1] heeft/ hebben uitgelegd hoe het beltegoed middels internet kan worden opgewaardeerd en/of middels betaling per pinpas/bankpas kan worden betaald, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2. hij op of omstreeks 24 januari 2018, te Amersfoort tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen , een pinpas/bankpas ten name van [slachtoffer 2] in elk geval enig goed , dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en /of zijn mededader ( s ) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; en /of ( vervolgens ) te Amersfoort één of meerdere geldbedrag (en) (totaal 2000 euro) in elk geval enig goed , dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] , heeft weggenomen (telkons) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat /die geldbedrag (en) (totaal 2000 euro) (telkens) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door: - zonder toestemming van die [slachtoffer 2] geld op te nemen/te pinnen met die pinpas/bankpas van die [slachtoffer 2] ; en (zaaksdossier 12) Hij op of omstreeks 7 januari 2018 te Gulpen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander en, althans alleen, één of meerdere geldbedrag (en) (totaal 7000 euro) in elk geval enig goed , dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en /of zijn mededader (s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 3] , heeft weggenomen (telkens) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en /of zijn mededader (s) dat /die geldbedrag (en) (totaal 7000 euro) (telkens) onder zijn/ hun bereik heeft /hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door: - zonder toestemming van die [slachtoffer 3] geld op te nemen/te pinnen met die pinpas/bankpas van die [slachtoffer 3] . Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen. feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen en diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd. 5 De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6 De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest, en voorts tot het verrichten van 120 uren werkstraf subsidiair 60 dagen hechtenis. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat er bij een strafoplegging rekening mee moet worden gehouden dat de redelijke termijn fors is overschreden, namelijk met vijf jaren. Daarnaast is artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing. Verder heeft de raadsvrouw bepleit dat van belang is dat verdachte een blanco strafblad heeft op het gebied van vermogensdelicten. Tot slot heeft de raadsvrouw aangegeven dat bij een strafoplegging er rekening mee moet worden gehouden dat verdachte samenwoont met zijn vriendin die ziek is en in een behandeltraject zit en dat verdachte in de ziektewet zit. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Ernst van de feiten De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het misleiden en bestelen van twee aangevers en een poging daartoe. Daarbij benaderden de mededaders via datingsites specifiek oude mannen. Deze mededaders overtuigden de slachtoffers ervan dat zij goede bedoelingen hadden. Vervolgens verschenen twee vrouwen op de afspraken, waarbij beide vrouwen samenwerkten om de pinpassen en pincodes te kunnen bemachtigen. Met deze pinpassen werd vervolgens geld van de rekening van de slachtoffers gehaald. Verdachte heeft hierbij onder andere gezorgd voor vervoer en voor een bankrekening van een kwetsbare geldezel waarop het geld kon worden overgemaakt. Dat geld heeft hij vervolgens zelf van de rekening van die geldezel opgenomen. Het is zeer kwalijk dat verdachte en zijn mededaders doelbewust deze specifieke groep ouderen tot slachtoffer hebben gemaakt, gelet op hun grote kwetsbaarheid en afhankelijkheid. Er werd bij deze delicten op een geraffineerde wijze te werk gegaan en er is door het handelen veel overlast en gevoelens van onmacht en onveiligheid bij de slachtoffers teweeg gebracht. Voor financieel gewin is het vertrouwen van de slachtoffers ernstig misbruikt en beschadigd. Justitiële Documentatie Uit het uittreksel justitiële documentatie van verdachte van 6 januari 2025 blijkt dat hij eerder is veroordeeld, maar niet voor soortgelijke feiten. Overschrijding redelijke termijn De rechtbank overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het procesverloop in deze zaak het volgende. Verdachte is in januari 2018, zeven jaar geleden, aangehouden en in verzekering gesteld. De redelijke termijn van 2 jaren, waarbinnen een strafzaak in eerste aanleg behoort te zijn afgerond, gelet op het recht op een tijdige behandeling van een strafzaak, dat in artikel 6 van het EVRM is gewaarborgd, is daarmee in ernstige mate overschreden. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding moet leiden tot strafvermindering. Straf Gelet op de ernst van de feiten, acht de rechtbank in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor dergelijke feiten passend en geboden. Echter, nu de redelijke termijn met ruim vijf jaren is overschreden, treft naar het oordeel van de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geen enkel strafdoel meer.
Volledig
Wel is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten, een onvoorwaardelijk straf passend en geboden is en legt aan verdachte op een onvoorwaardelijke taakstraf van 120 uren en daarnaast een gevangenisstraf die gelijk is aan de duur van het reeds door verdachte ondergane voorarrest. 8 De beoordeling van het beslag Standpunt officier van justitie: De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de geldbedragen verbeurdverklaard moeten worden, omdat vermoedelijk een deel van de bedragen die bij de verdachte zijn aangetroffen afkomstig is van de pinopbrengst. Dat daar mogelijk eigen geld tussen zit, doet hieraan niets af. Door vermenging kan niet meer worden vastgesteld welke bedragen afkomstig zijn van de diefstal en zal daarom het geheel verbeurd dienen te worden verklaard. Standpunt raadsvrouw: De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de in beslag genomen geldbedragen bij een vrijspraak aan verdachte moeten worden teruggegeven, omdat het strafvorderlijk belang zich daar in dat geval niet langer tegen verzet. De beoordeling door de rechtbank: Omdat het in beslag genomen geldbedrag van 60 euro (PL0600- 2018037731-G1722485) en 50 euro (PL0600-2018037731-G1722488) een voorwerp is als bedoeld in artikel 33a lid 1 onder a en/of 33a lid 2 onder a van het Wetboek van Strafrecht, zal dit deze op grond van dit artikel verbeurd worden verklaard. 9 De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 33, 33a, 45, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. 10 De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) dagen; beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; legt op een taakstraf van 120 (honderdtwintig) uren , met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen; verklaart verbeurd de geldbedragen (PL0600- 2018037731-G1722485 en PL0600-2018037731-G1722488). Dit vonnis is gewezen door mr. Y. van Wezel (voorzitter), mr. R.P.W. van de Meerakker en mr. M. Hoedeman, rechters, in tegenwoordigheid van L. Willems, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 februari 2025. Mr. R.P.W. van de Meerakker en mr. M. Hoedeman zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 20180619.1435 (ON4R018003 ALEX), gesloten op 1 oktober 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal aangifte, p. 1107-1108. Proces-verbaal verhoor aangever, p. 1115-1116. Proces-verbaal van bevindingen, p. 1131. Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 369-370. Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 1133-1134. Proces-verbaal van bevindingen, p. 1143. Proces-verbaal van bevindingen, p. 1136-1137. Proces-verbaal van observatie, p. 897-898. Proces-verbaal van bevindingen, p. 565. Proces-verbaal van bevindingen omtrent aanhoudingen Amersfoort, p. 66. Proces-verbaal aangifte, p. 866-867. Proces-verbaal aangifte, p. 888-889. Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 371-372. Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 365-366. Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 364.