Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-02-04
ECLI:NL:RBGEL:2025:11913
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
13,786 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2025:11913 text/xml public 2026-03-23T12:17:24 2026-03-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2025-02-04 332763-23; 155161-24 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Zutphen Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11913 text/html public 2026-03-16T15:48:11 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2025:11913 Rechtbank Gelderland , 04-02-2025 / 332763-23; 155161-24 Veroordeling tot een werkstraf van 60 uur en een jeugddetentie van 160 dagen, waarvan 89 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar wegens een oplichting, een poging tot oplichting en diefstal met geweld in vereniging, waarbij het slachtoffer door de medeverdachte met een mes is gestoken. De rechtbank verbindt naast de algemene voorwaarde ook bijzondere voorwaarden aan het voorwaardelijk strafdeel. Verder moet de verdachte schadevergoeding betalen aan twee slachtoffers. RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05/332763-23 en 05/155161-24 Datum uitspraak : 4 februari 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 2006 in [geboorteplaats], wonend aan de [adres 1], [postcode] in [woonplaats], raadsman: mr. A.H. Staring, advocaat in Arnhem. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een terechtzitting achter gesloten deuren. 1 De inhoud van de tenlastelegging In de zaak met parketnummer 05/332763-23 is aan verdachte ten laste gelegd dat: primair: hij op of omstreeks 7 december 2023 te Arnhem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, vuurwerk, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [aangever 1], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door te worstelen/vechten met die [aangever 1] en/of die [aangever 1] een mes te tonen en/of met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, stekende bewegingen te maken naar, althans in de richting van, die [aangever 1] en/of met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen (met kracht) te steken en/of te snijden in de rug, althans in het (boven)lichaam van die [aangever 1], terwijl dat feit zwaar lichamelijk letsel bij die [aangever 1] ten gevolge had, te weten een steek-/snijwond op de achterzijde linker ribbenboog en/of een snijwond van de thoraxdrain aan de buitenzijde van de linkertepel en ten gevolge daarvan een klaplong links en/of een doorsnijding longweefsel met bloeding en/of twee ontsierende (blijvende) littekens; subsidiair: [medeverdachte] en/of een of meer mededaders op of omstreeks 7 december 2023 te Arnhem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, vuurwerk, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [aangever 1], in elk geval aan een ander dan aan die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door te worstelen/vechten met die [aangever 1] en/of die [aangever 1] een mes te tonen en/of met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, stekende bewegingen te maken naar, althans in de richting van, die [aangever 1] en/of met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen (met kracht) te steken en/of te snijden in de rug, althans in het (boven)lichaam van die [aangever 1], terwijl dat feit zwaar lichamelijk letsel bij die [aangever 1] ten gevolge had, te weten een steek-/snijwond op de achterzijde linker ribbenboog en/of een snijwond van de thoraxdrain aan de buitenzijde van de linkertepel en ten gevolge daarvan een klaplong links en/of een doorsnijding longweefsel met bloeding en/of twee ontsierende (blijvende) littekens bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 7 december 2023 te Arnhem opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door een snellere scooter te regelen/lenen en/of die [medeverdachte] naar de plaats van het misdrijf te vervoeren en/of zich in de nabijheid van de plaats van het misdrijf op te houden en/of rijklaar/met draaiende motor te blijven staan met die scooter en/of die [medeverdachte] van de plaats van het misdrijf naar elders te vervoeren en/of uit handen proberen te blijven van de politie en/of alle signalen van de politie te negeren; meer subsidiair: hij op of omstreeks 7 december 2023 te Arnhem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om vuurwerk, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 1], te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededaders heeft geworsteld/gevochten met die [aangever 1] en/of een mes heeft getoond aan die [aangever 1] en/of met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, stekende bewegingen heeft gemaakt naar, althans in de richting van, die [aangever 1] en/of met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, (met kracht) heeft gestoken en/of gesneden in de rug, althans in het (boven)lichaam van die [aangever 1], terwijl dat feit zwaar lichamelijk letsel bij die [aangever 1] ten gevolge had, te weten een steek- /snijwond op de achterzijde linker ribbenboog en/of een snijwond van de thoraxdrain aan de buitenzijde van de linkertepel en ten gevolge daarvan een klaplong links en/of een doorsnijding longweefsel met bloeding en/of twee ontsierende (blijvende) littekens; meest subsidiair: [medeverdachte] en/of een of meer mededaders op of omstreeks 7 december 2023 te Arnhem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om vuurwerk, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1], in elk geval aan een ander dan aan die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 1], te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededaders heef
Volledig
t geworsteld/gevochten met die [aangever 1] en/of een mes heeft getoond aan die [aangever 1] en/of met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, stekende bewegingen heeft gemaakt naar, althans in de richting van, die [aangever 1] en/of met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, (met kracht) heeft gestoken en/of gesneden in de rug, althans in het (boven)lichaam van die Woonicnk, terwijl dat feit zwaar lichamelijk letsel bij die [aangever 1] ten gevolge had, te weten een steek-/snijwond op de achterzijde linker ribbenboog en/of een snijwond van de thoraxdrain aan de buitenzijde van de linkertepel en ten gevolge daarvan een klaplong links en/of een doorsnijding longweefsel met bloeding en/of twee ontsierende (blijvende) littekens; bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 7 december 2023 te Arnhem opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door een snellere scooter te regelen/lenen en/of die [medeverdachte] naar de plaats van het misdrijf te vervoeren en/of zich in de nabijheid van de plaats van het misdrijf op te houden en/of rijklaar/met draaiende motor te blijven staan met die scooter en/of die [medeverdachte] van de plaats van het misdrijf naar elders te vervoeren en/of uit handen proberen te blijven van de politie en/of alle signalen van de politie te negeren. In de zaak met parketnummer 05/155161-24 is aan verdachte ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 3 en/of 4 mei 2024 te Arnhem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [aangever 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een geldbedrag van 1000 euro door een advertentie op internet te plaatsen waarin een mobiele telefoon van het merk Apple (iPhone) tegen een prijs als ware het een origineel/echt exemplaar te koop werd aangeboden en/of vervolgens met die [aangever 2] af te spreken om genoemde telefoon af te leveren – en zich aldus heeft voorgedaan als betrouwbare verkoper-, tegen (contante) betaling van een overeengekomen, geldbedrag en/of vervolgens genoemd persoon een iPhone te tonen met daarbij een aankoopfactuur; 2. hij op of omstreeks 4 en/of 5 mei 2024 te Arnhem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [aangever 3] te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten enig overeengekomen geldbedrag een advertentie op internet heeft geplaatst waarin een mobiele telefoon van het merk Apple (iPhone) tegen een prijs als ware het een origineel/echt exemplaar te koop werd aangeboden en/of vervolgens met die [aangever 2] heeft afgesproken om genoemde telefoon af te leveren – en zich aldus heeft voorgedaan als betrouwbare verkoper-, tegen (contante) betaling van een overeengekomen, geldbedrag en/of vervolgens genoemd persoon een iPhone heeft getoond met daarbij een aankoopfactuur terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. 2 Het onderzoek op de terechtzitting Verdachte heeft twee dagvaardingen ontvangen. De rechtbank behandelt alle feiten op deze dagvaardingen gevoegd. 3 Overwegingen ten aanzien van het bewijs In de zaak met parketnummer 05/332763-23 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde: het medeplegen van een voltooide diefstal met geweld. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat verdachte geen opzet had op de diefstal, noch op het geweld. Hij heeft gesteld dat de bijdrage van verdachte aan de ten laste gelegde (poging tot) diefstal niet van voldoende gewicht is om te oordelen dat sprake was van medeplegen. De raadsman is van mening dat verdachte ook niet behulpzaam is geweest bij de (poging tot) diefstal, zodat ook geen sprake is van medeplichtigheid. Ook heeft hij gesteld dat geen sprake is van een voltooide diefstal omdat uit het dossier niet blijkt dat verdachte en de medeverdachte de tas met vuurwerk daadwerkelijk hebben meegenomen. Tot slot heeft hij betoogd dat geen sprake was van zwaar lichamelijk letsel. Daarom is verzocht om algehele vrijspraak. De beoordeling door de rechtbank Op 7 december 2023 ging verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte]) op een scooter naar Eldenia in Arnhem. [medeverdachte] had hier afgesproken met aangever [aangever 1] (hierna: [aangever 1]) om vuurwerk te kopen. Verdachte wachtte op de scooter en [medeverdachte] liep naar het busje van [aangever 1]. [medeverdachte] had een big shopper bij zich en samen met [aangever 1] stopte hij het vuurwerk erin. De big shopper met het vuurwerk werd bij verdachte voor op de scooter gezet. [medeverdachte] ging achter op de scooter zitten en zei: “rijden!”. [aangever 1] sprong voor de scooter en zei: “eerst nog betalen”. [medeverdachte] sprong van de scooter af en zei: “niks betalen, geef nu alles wat je hebt”. Daarbij trok hij een mes. [medeverdachte] wilde meer vuurwerk uit de bus van [aangever 1] pakken en riep dat [aangever 1] de bus open moest maken. Daarbij had hij het mes in zijn rechterhand. Er ontstond een worsteling tussen [medeverdachte] en [aangever 1]. Ook tijdens de worsteling had [medeverdachte] het mes vast. [medeverdachte] maakte drie keer een stekende beweging in de richting van het been van [aangever 1]. Door de worsteling heeft [aangever 1] een steekwond en een klaplong opgelopen. Voltooid delict of poging? Verdachte heeft zowel bij de politie als tijdens de terechtzitting verklaard dat hij de tas met vuurwerk op de grond heeft neergezet, voordat hij wegreed met de scooter. Ook uit de overige bewijsmiddelen blijkt niet dat verdachte of [medeverdachte] de big shopper met het vuurwerk tijdens de vlucht heeft meegenomen. De rechtbank is daarom van oordeel dat sprake is van een poging tot diefstal en zal verdachte om die reden vrijspreken van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit. De rol van verdachte Over de rol van verdachte bij de poging tot diefstal van het vuurwerk heeft [medeverdachte] verklaard dat verdachte een paar pakjes vuurwerk zou krijgen als hij met [medeverdachte] mee zou gaan om het vuurwerk op te halen. Ze spraken af in Arnhem Zuid, in de buurt van de Drieslag. Verdachte kwam met zijn eigen scooter en ging vervolgens een scooter ophalen die sneller was. [medeverdachte] verklaart dat hij met verdachte had afgesproken dat ze het vuurwerk zouden meenemen zonder ervoor te betalen en dat ze voor de zekerheid een mes zouden meenemen. [getuige] (hierna: [getuige]) heeft in zijn eerste verhoor bij de politie verklaard dat verdachte zijn scooter kwam lenen toen [getuige] aan het werk was in de snackbar. [getuige] verklaart vervolgens uit zichzelf: “Hij wilde iets met vuurwerk stelen ofzo”. Toen verdachte de scooter terug kwam brengen, vertelde hij dat hij goed nieuws en slecht nieuws had. Het goede nieuws was dat hij erbij weg was gekomen. Het slechte nieuws was dat die jongen met wie hij was hem (de rechtbank begrijpt: aangever [aangever 1]) met een mes had gestoken. In het tweede politieverhoor heeft [getuige] verklaard dat verdachte de scooter wilde lenen en dat hij daarbij tegen [getuige] heeft gezegd: “ik ga afpakken enzo weet je toch” en “ik ga gewoon djobba”. Verdachte zei ook tegen [getuige] dat hij zijn scooter wilde lenen omdat die sneller gaat.
Volledig
Toen [getuige] verdachte belde omdat hij zijn scooter terug wilde, zei verdachte dat het iets langer ging duren omdat ze zaten te schuilen. De rechtbank hecht waarde aan de verklaringen die [getuige] in eerste instantie heeft afgelegd bij de politie. Deze verklaringen zijn kort na het incident en de aanhouding van [getuige] afgelegd en komen op belangrijke punten overeen met de verklaring van [medeverdachte]. De rechtbank hecht mede vanwege het tijdsverloop minder waarde aan de vagere verklaring die [getuige] op een later moment heeft afgelegd bij de rechter-commissaris. Over de aanwezigheid van het mes en wat er na de worsteling met het mes is gebeurd, heeft verdachte niet consistent verklaard. Verdachte heeft in eerste instantie bij de politie verklaard dat hij wel een vermoeden had dat [medeverdachte] gestoken had, omdat verdachte al eerder had gezien dat [medeverdachte] een mes bij zich had. Tijdens dat verhoor heeft verdachte ook verklaard dat hij niet wist waar het mes was gebleven na de worsteling. Tijdens de zitting heeft verdachte echter verklaard dat hij niet wist dat [medeverdachte] een mes zou meenemen en dat hij het mes niet had gezien voordat [medeverdachte] en hij naar Eldenia gingen. Over het weggooien van het mes heeft verdachte tijdens de zitting verklaard dat hij [medeverdachte] tijdens de vlucht tegenkwam in een woonwijk, dat [medeverdachte] achter op de scooter ging zitten, er op enig moment weer af sprong en het mes vlak voor de speeltuin in een put gooide. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij tijdens de beroving een mes droeg voor als het fout zou gaan en dat hij van tevoren met verdachte had afgesproken dat verdachte voor de zekerheid een mes mee zou nemen en verdachte had dit ook gedaan. [medeverdachte] heeft verder verteld dat hij dit mes tijdens de worsteling met [aangever 1] heeft gebruikt en meerdere steekbewegingen ermee heeft gemaakt. Omdat [medeverdachte] in zijn bekennende verklaring zijn eigen aandeel niet spaart, ziet de rechtbank geen aanleiding om aan de betrouwbaarheid van diens verklaring over de vooraf gemaakte afspraak en het meenemen van het mes te twijfelen. Uit zijn verklaring in combinatie met de hiervoor weergegeven verklaringen van [aangever 1] en [getuige] volgt de conclusie dat tussen verdachte en [medeverdachte] vooraf afspraken zijn gemaakt over het meenemen van het mes, dat verdachte dit vervolgens ook heeft gedaan en dat [medeverdachte] het mes vervolgens ook in aanwezigheid van verdachte daadwerkelijk heeft gebruikt toen [aangever 1] verdachte en [medeverdachte] in eerste instantie niet op de door verdachte bestuurde snelle scooter liet vluchten waarna een worsteling ontstond. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het voorgaande genoegzaam dat sprake is geweest van een vooraf door verdachte en [medeverdachte] geplande beroving van [aangever 1] waarbij het ‘voor de zekerheid’ meegenomen mes ook daadwerkelijk is gebruikt. Tijdens de uitvoering van de beroving zat verdachte klaar op de scooter om er met [medeverdachte] achterop vandoor te gaan. Ook tijdens de worsteling is hij nog blijven wachten, totdat [medeverdachte] er zelf vandoor ging. Vervolgens heeft hij tijdens de vlucht [medeverdachte] weer achterop de scooter vervoerd. Tijdens de gezamenlijke vlucht heeft [medeverdachte] het mes vervolgens laten verdwijnen. Er was, tot slot, onderling afgesproken dat verdachte een (klein) deel van de buit zou krijgen. Alles overziend concludeert de rechtbank dat sprake was van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte]. Het aandeel van verdachte voor, tijdens en na de beroving, was aanzienlijk en van voldoende gewicht om te kunnen spreken van medeplegen van poging tot diefstal met geweld. In het licht van het voorgaande is het niet aannemelijk geworden dat het verdachte allemaal slechts is overkomen en dat hij zonder opzet betrokken raakte bij een gewelddadige beroving. Zwaar lichamelijk letsel Als gevolg van de worsteling die ontstond tussen [medeverdachte] en [aangever 1], werd [aangever 1] met een mes in zijn rug gestoken. Uit de rapportage forensisch medisch onderzoek van 16 februari 2024 blijkt dat op 7 december 2023 bij [aangever 1] sprake was van een scherprandige klieving van de huid en onderliggende weefsels aan de achterzijde van de linkerzijde van de borstkas, tot in de onderkwab van de linker long. Hierdoor was de linker long gedeeltelijk ingeklapt, met lucht en bloed in de longholte. Om dit te behandelen werd op de spoedeisende hulp een extra snede in de borstkas aangebracht waarin een drain werd geplaatst naar de longholte voor het afvoeren van lucht, bloed en wondvocht, zodat de herstellende long zich makkelijker terug kon ontplooien in de longholte. Uit de rapportage volgt verder dat van zowel de steekverwonding als de snede die op de spoedeisende hulp is aangebracht levenslang littekens zichtbaar blijven. De verwachting was dat beide letsels in de loop van drie maanden zouden genezen, zonder dat er daarna beperkingen zouden blijven bestaan. De rechtbank is van oordeel dat het letsel dat [aangever 1] heeft opgelopen als zwaar lichamelijk letsel is aan te merken, gelet op de aard daarvan (een steekwond in de rug en een klaplong), de medische behandeling die [aangever 1] daarvoor heeft gehad (het plaatsen van een drain en het verblijven van een aantal dagen in het ziekenhuis) en de genezingsduur van enkele maanden. Conclusie De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het meer subsidiair ten laste gelegde feit. In de zaak met parketnummer 05/155161-24 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat verdachte niet wist of redelijkerwijs hoefde te weten dat de iPhones niet echt waren. Volgens de raadsman is geen sprake van een bewuste en nauwe samenwerking met de jongen van wie verdachte de iPhones kreeg, omdat daarvoor opzet (welbewust handelen) op de oplichting is vereist. De raadsman heeft de rechtbank daarom gevraagd om verdachte vrij te spreken van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. De beoordeling door de rechtbank Op zaterdag 4 mei 2024 zag aangever [aangever 2] (hierna: [aangever 2]) een advertentie voor een Apple iPhone 15 Pro Max 1TB Natural Titanium op Marktplaats. De telefoon werd aangeboden voor € 1.050,-. [aangever 2] maakte via Marktplaats een afspraak met de verkoper. Zij troffen elkaar die middag aan de [adres 2] in Arnhem. De verkoper pakte het iPhone doosje erbij en liet [aangever 2] de telefoon en de aankoopfactuur zien. [aangever 2] betaalde de verkoper € 1.000,- contant, in 20 briefjes van € 50,-. Thuis aangekomen kwamen [aangever 2] en zijn vrouw [aangever 3] (hierna: [aangever 3]) erachter dat de iPhone die [aangever 2] via Marktplaats gekocht had niet origineel was. [aangever 3] maakte via Marktplaats een nieuwe afspraak met vermoedelijk dezelfde verkoper die een zelfde type iPhone te koop aanbood voor € 1.050,-. [aangever 3] sprak met de verkoper af dat zij de iPhone op 5 mei 2024 zou ophalen in Arnhem. Toen [aangever 3] op 5 mei 2024 op de afgesproken plek was, kwam de verkoper naar haar toe. Hij liet [aangever 3] een gesealde iPhone zien. De verkoper die bij [aangever 3] stond, werd door [aangever 2] herkend als de verkoper van de iPhone van een dag eerder. [aangever 3] heeft toen 112 gebeld en [aangever 2] heeft verdachte aangehouden en vastgepakt. De verkoper van de iPhones bleek verdachte te zijn. De i-mei nummers op de door verdachte gegeven doosjes van de telefoons waren hetzelfde, verdachte bood dus twee maal een telefoon aan met zogenaamd hetzelfde i-mei nummer. Uit onderzoek van de politie bleek dat de telefoon die door verdachte aan [aangever 2] was geleverd op 4 mei 2024 geen echte iPhone was. Ook de telefoon die verdachte op 5 mei 2024 aan [aangever 3] had getoond, bleek geen echte iPhone te zijn. Daarnaast bleek uit onderzoek van de politie dat de facturen die door verdachte bij de iPhones werden gegeven, een kopie van elkaar waren en geen originele facturen waren.
Volledig
De rechtbank overweegt dat door verdachte is gesteld dat hij door een andere jongen werd ingeschakeld om de iPhones naar de kopers te brengen, dat hij per geleverde telefoon € 200,- van die andere jongen zou ontvangen en dat hij niet wist dat het geen echte iPhones waren. De rechtbank vindt deze verklaring niet aannemelijk geworden. Verdachte heeft de betrokkenheid van een andere persoon enkel gesteld, heeft geen naam willen noemen en ook overigens hierover geen openheid willen geven. Uit het dossier komt op geen enkele andere wijze naar voren dat nog iemand ‘achter de schermen’ betrokken is geweest bij de verkoop van de valse iPhones. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat verdachte alleen heeft gehandeld. Uit de hiervoor beschreven gedragingen van verdachte en bevindingen met betrekking tot de aangeboden telefoons, volgt dat verdachte kort na elkaar niet echte iPhones als echt aanbood, met doosjes waarop hetzelfde i-mei nummer stond, dit terwijl elke echte telefoon een uniek i-mei nummer heeft. Ook gebruikte verdachte valse facturen. Gelet op al het voorgaande komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. 4 De bewezenverklaring De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd. Bewezen kan worden dat: in de zaak met parketnummer 05/332763-23 hij op of omstreeks 7 december 2023 te Arnhem, tezamen en in vereniging met een of meer ander en, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en /of zijn mededader (s) voorgenomen misdrijf om vuurwerk, in elk geval enig goed, dat /die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde (n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en /of bedreiging met geweld tegen [aangever 1], te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en /of andere deelnemer (s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en /of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader s heeft geworsteld/gevochten met die [aangever 1] en /of een mes heeft getoond aan die [aangever 1] en /of met een mes , althans met een scherp en/of puntig voorwerp, stekende bewegingen heeft gemaakt naar , althans in de richting van, die [aangever 1] en /of met een mes , althans met een scherp en/of puntig voorwerp, (met kracht) heeft gestoken en/of gesneden in de rug, althans in het (boven)lichaam van die [aangever 1], terwijl dat feit zwaar lichamelijk letsel bij die [aangever 1] ten gevolge had, te weten een steek - /snij wond op de achterzijde linker ribbenboog en /of een snijwond van de thoraxdrain aan de buitenzijde van de linkertepel en ten gevolge daarvan een klaplong links en /of een doorsnijding longweefsel met bloeding en /of twee ontsierende (blijvende) littekens; in de zaak met parketnummer 05/155161-24 1. hij op of omstreeks 3 en/of 4 mei 2024 te Arnhem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [aangever 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een geldbedrag van 1000 euro door een advertentie op internet te plaatsen waarin een mobiele telefoon van het merk Apple (iPhone) tegen een prijs als ware het een origineel/echt exemplaar te koop werd aangeboden en /of vervolgens met die [aangever 2] af te spreken om genoemde telefoon af te leveren – en zich aldus heeft voorgedaan als betrouwbare verkoper-, tegen (contante) betaling van een overeengekomen, geldbedrag en/ of vervolgens genoemd persoon een iPhone te tonen met daarbij een aankoopfactuur; 2. hij op of omstreeks 4 en/of 5 mei 2024 te Arnhem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [aangever 3] te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten enig overeengekomen geldbedrag een advertentie op internet heeft geplaatst waarin een mobiele telefoon van het merk Apple (iPhone) tegen een prijs als ware het een origineel/echt exemplaar te koop werd aangeboden en /of vervolgens met die [aangever 2] [aangever 3] heeft afgesproken om genoemde telefoon af te leveren – en zich aldus heeft voorgedaan als betrouwbare verkoper-, tegen (contante) betaling van een overeengekomen, geldbedrag en /of vervolgens genoemd persoon een iPhone heeft getoond met daarbij een aankoopfactuur terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. De rechtbank heeft taal- of schrijffouten in de tenlastelegging verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn belang geschaad. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van die onderdelen van de tenlastelegging die niet zijn bewezen. 5 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: in de zaak met parketnummer 05/332763-23 poging tot diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en de andere deelnemer van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft ; in de zaak met parketnummer 05/155161-24 feit 1: oplichting ; feit 2: poging tot oplichting . 6 De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 7 De strafbaarheid van de verdachte Er is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is strafbaar. 8 De motivering van de straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot een jeugddetentie van 180 dagen, waarvan 109 dagen voorwaardelijk. De officier van justitie eist daarbij een proeftijd van 2 jaar met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). De tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, moet van de jeugddetentie worden afgetrokken. Naast de jeugddetentie heeft de officier een werkstraf gevorderd van 80 uur. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft de rechtbank gevraagd om, mocht de rechtbank komen tot een bewezenverklaring, bij het bepalen van de straf rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte die blijken uit de rapportages van de jeugdreclassering en de Raad. Daarnaast heeft de raadsman erop gewezen dat verdachte geen noemenswaardig strafblad heeft en dat hij in verband met de ten laste gelegde feiten al geruime tijd in voorarrest heeft doorgebracht. De beoordeling door de rechtbank Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken: het uittreksel justitiële documentatie van 10 december 2024 (het strafblad), het rapport Pro Justitia van G.H.J.
Volledig
Friedrichs-Groenendaal Msc, kinder- en jeugdpsycholoog van 13 januari 2025, het rapport van de Raad van 16 januari 2025. In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Strafblad De rechtbank stelt vast dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. De ernst van de feiten Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een poging tot diefstal waarbij het slachtoffer in een worsteling door de medeverdachte is gestoken met een mes. Het slachtoffer heeft hierbij ernstige verwondingen opgelopen. Hoewel verdachte zelf geen geweld heeft gebruikt tegen het slachtoffer, heeft verdachte met zijn gedragingen wel bijgedragen aan (het ontstaan van) de situatie door mee te gaan in het plan van de medeverdachte en hem te faciliteren, zelfs toen de situatie uit de hand liep. De rechtbank vindt dit heel ernstig. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan oplichting en een poging tot oplichting. Hierbij heeft hij tot twee keer toe een valse iPhone aangeboden voor een bedrag van rond de € 1.000,-, terwijl hij deed alsof het een echte iPhone met daarbij een originele aankoopfactuur betrof. Ook dit zijn nare feiten, waarmee de slachtoffers flink zijn benadeeld. De rechtbank neemt het verdachte ook kwalijk dat hij deze laatste feiten heeft gepleegd terwijl hij in een schorsing van de voorlopige hechtenis van de diefstal met geweld liep. Het advies van de deskundige Verdachte is door een psycholoog onderzocht. Deze deskundige heeft het volgende gerapporteerd. Door de psycholoog is geen stoornis vastgesteld. Wel zijn er aanwijzingen dat verdachte op basis van kwetsbaarheden in zijn sociaal-emotionele ontwikkeling in zijn verdere persoonlijkheidsontwikkeling wordt bedreigd. Hoewel een onvoldoende mentaliserend vermogen mogelijk in enige mate heeft doorgewerkt in het tenlastegelegde, kan niet gezegd worden dat zijn keuzevrijheid hierdoor onder druk is komen te staan. Gelet hierop wordt geadviseerd om bij een bewezenverklaring het tenlastegelegde volledig aan verdachte toe te rekenen. De inschatting wordt gemaakt dat sprake is van een matig risico op gewelddadig gedrag en een matig tot hoog risico op algemeen crimineel gedrag. In het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling is het waardevol als verdachte zicht krijgt op (de oorsprong van) zijn kerncognities, waarbij hem erkenning kan worden gegeven voor eerdere moeilijke levensfasen. Hiervoor wordt gedacht aan schematherapie, wat enkel van meerwaarde is als verdachte hier zelf voor openstaat. Dit is gelet op de afwerende houding van verdachte de vraag. De psycholoog adviseert de maatregel Toezicht & Begeleiding, waarbij de jeugdreclasseerder dient te blijven regisseren of er een opening is voor bovengenoemde behandeling. De jeugdreclasseerder zou met verdachte stil kunnen staan bij hoe bij hem een zo effectieve zelfstandige mogelijke autonome coping zou kunnen ontstaan. Verder dient er aandacht uit te gaan naar het behoud van onderwijs, gestructureerde sociale vrijetijdsbesteding en naar het middelengebruik van verdachte, mede om (risico’s samenhangend met) toekomstig middelenmisbruik te voorkomen. Indien verdachte ervoor openstaat zou er middels procesdiagnostiek meer zicht kunnen worden verkregen op aanwezige tics en een eventuele behandeling hiervoor. Mocht er behandelbereidheid bij verdachte ontstaan, dan wordt gedacht aan Kairos, of een soortgelijke instelling. Als het tenlastegelegde bewezen wordt verklaard én betrokkene bereid is om mee te werken aan bovengenoemde interventie, wordt geadviseerd om verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen. Het advies van de Raad voor de Kinderbescherming De Raad adviseert de rechtbank om aan verdachte een voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen, onder de algemene voorwaarde en onder de bijzondere voorwaarden: dat het de minderjarige verboden wordt contact te leggen of te laten leggen met de medeverdachten; dat de minderjarige wordt verplicht zich onder behandeling van een schematherapeut te stellen; dat de minderjarige gedurende de looptijd van de jeugdreclassering onderwijs volgt of een gestructureerde dagbesteding heeft; waarbij aan de gecertificeerde instelling te weten Jeugdbescherming Gelderland, locatie Arnhem opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de minderjarige ten behoeve daarvan te begeleiden. Het advies van de jeugdreclassering De jeugdreclasseerder heeft tijdens de zitting verteld dat zij zich kan vinden in de bevindingen van de psycholoog. Zij heeft aangegeven dat verdachte laat zien dat hij echt voor zijn toekomst wil gaan en dat hij niet meer in de problemen wil komen. De jeugdreclasseerder ziet dat verdachte meer dan voorheen om hulp vraagt. Verdachte heeft sinds de laatste keer dat zijn voorlopige hechtenis werd geschorst een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Hij heeft hard gewerkt om zijn achterstanden op school in te lopen en is hierin inmiddels bijna volledig geslaagd. Conclusie Alles afwegende legt de rechtbank aan verdachte een jeugddetentie op van 160 dagen, waarvan 89 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Aan de proeftijd verbindt de rechtbank de voorwaarden die door de Raad zijn geadviseerd. Naast de jeugddetentie legt de rechtbank een werkstraf op van 60 uur. 9 De beoordeling van de civiele vorderingen In de zaak met parketnummer 05/332763-23 De benadeelde partij [aangever 1] heeft in verband met het ten laste gelegde onder parketnummer 05/332763-23 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 719,64 aan materiële schade en € 6.000,- aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Ook is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen voor wat betreft de materiële schade. Hij is van mening dat het smartengeld tot een bedrag van € 5.000,- kan worden toegewezen omdat [aangever 1] zelf een aandeel heeft gehad in de aanleiding voor het strafbare feit. De officier van justitie vordert toekenning van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Hij vraagt de rechtbank daarnaast om het toe te wijzen bedrag aan schadevergoeding hoofdelijk op te leggen aan verdachte en medeverdachte [medeverdachte]. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard, gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat een toe te wijzen bedrag aan schadevergoeding niet hoofdelijk zou moeten worden opgelegd, gelet op het feit dat het aandeel van verdachte in het strafbare feit dat niet in verhouding staat tot het aandeel van [medeverdachte]. Voor wat betreft de aanwezigheid van enige mate van eigen schuld van [aangever 1] die van invloed zou moeten zijn op de hoogte van het toe te wijzen bedrag aan smartengeld heeft de raadsman zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie. De beoordeling door de rechtbank Materiële schade Uit het onderzoek op de terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank overweegt dat de schadeposten die zien op de inhouding van de medische kosten (€ 334,64) en de kosten van fysiotherapie (€ 385,-) op de eigen bijdrage van de zorgverzekering van de benadeelde partij niet dan wel onvoldoende inhoudelijk zijn betwist. De schadeposten zijn voldoende onderbouwd en komen redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering voor wat betreft de materiële schade van in totaal € 719,64 kan worden toegewezen.
Volledig
Smartengeld De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat: verdachte het oogmerk had het nadeel toe te brengen, de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast. Om te spreken van een aantasting in persoon op andere wijze moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht. Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat tijdens de zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen de hiervoor genoemde categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt. Door het ten laste gelegde feit heeft de benadeelde immers lichamelijk letsel opgelopen. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 4.000,- vaststellen. Verdachte is vanaf 15 januari 2025 (datum indiening vordering) wettelijke rente over het toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding verschuldigd en vanaf 7 december 2023 over het smartengeld. De rechtbank overweegt dat verdachte en [medeverdachte] ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte de schade heeft vergoed. Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze, waarbij de maatregel alleen ziet op het toegewezen bedrag. In verband met de leeftijd van verdachte zal geen gijzeling worden opgelegd. In de zaak met parketnummer 05/155161-24 De benadeelde partij [aangever 2] heeft in verband met de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 2.578,- aan materiële schade en € 450,- aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 1.000,- aan materiële schade (het contant betaalde geldbedrag) kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie heeft de rechtbank gevraagd de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering van de materiële schade die ziet op de overige schadeposten, omdat niet is komen vast te staan dat de gestelde schade aan verdachte te verwijten valt. Tot slot heeft de officier van justitie de rechtbank gevraagd de vordering van de benadeelde partij ook niet-ontvankelijk te verklaren voor wat betreft de gevorderde immateriële schade. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft kenbaar gemaakt zich gedeeltelijk te kunnen vinden in het standpunt van de officier van justitie. De benadeelde partij dient volgens de raadsman niet-ontvankelijk te worden verklaard voor wat betreft de schade die voortvloeit uit het staande houden van verdachte omdat het geweld dat daarbij werd gebruikt niet werd geïnitieerd door verdachte. Over de gevorderde € 1.000,- aan materiële schadevergoeding voor het contante geldbedrag, heeft de raadsman aangegeven dat hij begrip heeft voor deze vordering. De beoordeling door de rechtbank Materiële schade Uit het onderzoek op de terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank overweegt dat de schadepost van € 1.000,- voor het door de benadeelde partij aan verdachte contant betaalde geldbedrag niet inhoudelijk is betwist. De schadepost is voldoende onderbouwd en komt redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering tot een hoogte van € 1.000,- kan worden toegewezen. Over de schadeposten die zien op de Gucci zonnebril (€ 299,-) en de kosten van de aanschaf van een nieuwe iPhone 15 Pro Max (€ 1.279,-) overweegt de rechtbank dat deze onvoldoende rechtstreeks verband houden met de ten laste gelegde feiten, onder meer omdat de vernieling van de zonnebril en de oude telefoon niet aan verdachte ten laste zijn gelegd. Smartengeld Zoals hiervoor al is overwogen, heeft de benadeelde partij volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) in sommige gevallen recht op vergoeding van smartengeld. Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat tijdens de zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde vermogensdelict geen schade heeft geleden die binnen één van de genoemde categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk verklaren in dat gedeelte van de vordering. Wettelijke rente Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf 4 mei 2024. Schadevergoedingsmaatregel Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze, waarbij de maatregel enkel ziet op het toegewezen bedrag. In verband met de leeftijd van verdachte zal geen gijzeling worden opgelegd. 10 De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 45, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 312 en 326 van het Wetboek van Strafrecht. 11 De beslissing De rechtbank: spreekt verdachte in de zaak met parketnummer 05/332763-23 vrij van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit; verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten onder de parketnummers 05/155161-24 en 05/332763-23, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen wat verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot: een taakstraf , te weten een werkstraf van 60 (zestig) uren, met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen; een jeugddetentie voor de duur van 160 (honderdzestig) dagen; bepaalt dat van die jeugddetentie 89 (negenentachtig) dagen niet zullen worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten; stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren onder de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, en stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd: 1. op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [medeverdachte], geboren op [geboortedatum 2] 2008, zolang de jeugdreclassering dit nodig vindt; 2. zich onder behandeling stelt van een schematherapeut, door de jeugdreclassering te bepalen en zolang de jeugdreclassering dit nodig vindt, 3. onderwijs volgt en/of in overleg met de jeugdreclassering een andere gestructureerde dagbesteding heeft; geeft de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, afdeling jeugdreclassering, de opdracht om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Volledig
onder de voorwaarden dat verdachte : - ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; - medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in art. 77aa, eerste tot en met vierde lid, Wetboek van Strafrecht, uit te voeren door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, afdeling jeugdreclassering, waaronder de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk vindt, daaronder begrepen; beveelt dat de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht; heft het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis op; De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 1] (05/332763-23) veroordeelt verdachte in de zaak met parketnummer 05/332763-23 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 1] , van een bedrag van € 719,64 (zevenhonderdnegentien euro en vierenzestig cent) aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 januari 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald en € 4.000,- (vierduizend euro) aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 december 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij [aangever 1] in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; verklaart de benadeelde partij [aangever 1] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering; bepaalt dat als de medeverdachte (een deel van) het schadebedrag betaalt dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 1], een bedrag te betalen van € 719,64 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 januari 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald en € 4.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 december 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 0 (nul) dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd; bepaalt dat als de medeverdachte (een deel van) het schadebedrag betaalt, dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht; De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 2] (05/155161-24) veroordeelt verdachte in de zaak met parketnummer 05/155161-24 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 2] , van een bedrag van € 1.000,- (duizend euro) aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 mei 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij [aangever 2] in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; verklaart de benadeelde partij [aangever 2] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 2], een bedrag te betalen van € 1.000,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 mei 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 0 (nul) dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd. Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Stoet (voorzitter en kinderrechter), mr. I.D. Jacobs en mr. P.J.C. Cremers, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. I.C.G.M. van Lammeren-van Dijck, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 februari 2025. mrs. M.W. Stoet en P.J.C. Cremers zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2023564665, datum sluiting onbekend, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte], p. 100 en 101, het proces-verbaal van verhoor aangever [aangever 1], p. 197, het proces-verbaal van verhoor aangever [aangever 1], p. 213 en de verklaring van verdachte tijdens de terechtzitting van 21 januari 2025. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], p. 172. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte], p. 107 en 108. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige], p. 138 en 139. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige], p. 145 en 146. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], p. 177 De verklaring van verdachte tijdens de terechtzitting van 21 januari 2025. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte], p. 101, 102 en 108. De verklaring van verdachte tijdens de terechtzitting van 21 januari 2025. Rapportage forensisch medisch onderzoek d.d. 16 februari 2024, p. 349 en 351. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024205091, gesloten op 7 mei 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2], p. 9. Het proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 3], p. 32 en het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2], p. 9. het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2], p. 10 en het proces-verbaal van aanhouding verdachte door burger, p. 43. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 37, 39 en 40. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 41.