Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-07-22
ECLI:NL:RBGEL:2025:11651
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,992 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2025:11651 text/xml public 2026-02-12T14:00:53 2026-01-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2025-07-22 230973-22 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11651 text/html public 2026-02-12T13:57:25 2026-02-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2025:11651 Rechtbank Gelderland , 22-07-2025 / 230973-22 Taakstraf van 100 uren voor openlijke geweldpleging (uitgaansgeweld). Rechtbank houdt rekening met overschrijding redelijke termijn. Beroep op noodweer verworpen. RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05.230973.22 Datum uitspraak : 22 juli 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] . raadsman: mr. P.J. Roelse, advocaat in Amsterdam . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 11 september 2022 te Apeldoorn, in elk geval in Nederland, openlijk, te weten in uitgaansgelegenheid [bedrijf] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 1] , door - meermalen, althans eenmaal in/tegen het gezicht en/of het hoofd, althans tegen het lichaam te slaan en/of te stompen en/of - achter die [slachtoffer 1] aan te rennen en/of - ( vervolgens) die [slachtoffer 1] bij zijn t-shirt vast te pakken en/of - ( vervolgens) meermalen, althans eenmaal in/tegen het gezicht en/of het hoofd, althans tegen het lichaam te slaan en/of te stompen, terwijl die [slachtoffer 1] door verdachte en/of zijn verdachtes mededader(s) aan zijn shirt werd vastgehouden; 2. hij op of omstreeks 11 september 2022 te Apeldoorn, in elk geval in Nederland, openlijk, te weten in uitgaansgelegenheid [bedrijf] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 2] , door - het tegen de grond slaan en/of stompen van die [slachtoffer 2] en/of - ( vervolgens) (toen die [slachtoffer 2] op de grond lag) meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd en/of een of meer ander(e) de(e)l(en) van het lichaam te trappen en/of te schoppen en/of te stompen en/of te slaan. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs De feiten Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Op 11 september 2022 bevond verdachte [verdachte] zich samen met medeverdachte [medeverdachte] en een vriendin in uitgaansgelegenheid [bedrijf] in Apeldoorn. Aldaar kwamen zij in contact met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Toen [slachtoffer 1] een drankje bracht naar de tafel van [verdachte] en [medeverdachte] ontstond er een gevecht. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 en 2 ten laste gelegde. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, bij gebrek aan voldoende overtuigend bewijs. Weliswaar heeft verdachte bekend dat hij in reactie iemand een klap heeft gegeven, maar op basis van het dossier is niet vast te stellen wie hij heeft geslagen. Ook kan niet worden bewezen dat verdachte opzet op het in vereniging plegen van openlijk geweld zou hebben gehad en evenmin dat hij dit geweld in vereniging zou hebben gepleegd. Beoordeling door de rechtbank Ten aanzien van feit 1 [slachtoffer 1] heeft op 11 september 2022 aangifte gedaan van openlijke geweldpleging. Hij was met een aantal collega’s gaan stappen in [bedrijf] . Bij de bar vroegen twee personen hem of hij uit Polen kwam. Toen [slachtoffer 1] dat beaamde, zag hij dat zij boos werden en hoorde hij hen zeggen dat hij moest oprotten naar Polen. [slachtoffer 1] en zijn collega besloten om de twee personen een biertje te geven om verdere escalatie te voorkomen. Toen [slachtoffer 1] zich met de biertjes omdraaide, zag hij dat één van deze twee personen hem met kracht met zijn rechtervuist probeerde te slaan. Hij werd geraakt boven zijn oog. [slachtoffer 1] probeerde weg te komen, maar de personen liepen achter hem aan en kregen hem uiteindelijk te pakken aan zijn t-shirt. Terwijl ze hem vasthadden kreeg hij klappen. De politie heeft de camerabeelden van [bedrijf] bekeken. In het videofragment VID-20220911-WA0007.mp4 zag de politie op tijdstip 04:20:00 dat [slachtoffer 1] twee glazen van de bar pakte en zich omdraaide in de richting van de man die de politie herkent als [medeverdachte] . Om 04:20:03 maakte [slachtoffer 1] ( de rechtbank begrijpt: [medeverdachte] ) met zijn rechterarm een slaande beweging naar [slachtoffer 1] , waarop [slachtoffer 1] een stap naar achteren deed. In het videofragment VID-20220911-WA0006.mp4 zag de politie op tijdstip 04:20:27 dat [slachtoffer 1] samen met [medeverdachte] links in beeld verscheen. [medeverdachte] maakte slaande bewegingen richting [slachtoffer 1] en hield hem aan zijn shirt vast. Ook de man die de politie herkent als [verdachte] verscheen links in beeld en maakte een slaande beweging richting [slachtoffer 1] . Vervolgens verdwenen alle drie de personen links onderin uit het beeld. [slachtoffer 1] heeft de dag na het incident de huisarts bezocht. Uit de door de huisarts ingevulde patiëntenkaart volgt dat er sprake was van diverse kneuzingen op onder meer het hoofd, de bovenarm en de thorax van [slachtoffer 1] . De rechtbank overweegt dat de aangifte van [slachtoffer 1] ondersteuning vindt in het vastgestelde letsel en de beschrijving van de camerabeelden.. Door zelf deel te nemen aan de geweldshandelingen heeft verdachte, evenals zijn medeverdachte, een wezenlijke bijdrage geleverd aan het geweld. Daarmee kan naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] . In zijn aangifte spreekt [slachtoffer 1] ook over geweld dat voorafgaand aan de achtervolging door beide verdachten aan hem zou zijn toegebracht. Na de eerste klap door [medeverdachte] zou [verdachte] met zijn vuisten op [slachtoffer 1] in hebben geslagen. De rechtbank overweegt dat de aangifte op dit punt niet wordt ondersteund door de camerabeelden. Daarop is volgens de beschrijving van de politie enkel te zien dat [medeverdachte] een slaande beweging richting [slachtoffer 1] maakt, direct nadat deze zich met de drankjes naar hem had omgedraaid. Van geweldshandelingen door verdachte richting [slachtoffer 1] is – in deze fase – geen sprake. De rechtbank is van oordeel dat daarmee niet is komen vast te staan dat verdachte in deze fase een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het geweld, waardoor de tenlastelegging op dit onderdeel niet kan worden bewezen. Verdachte zal van dit onderdeel van de tenlastelegging, te weten het eerste gedachtestreepje, worden vrijgesproken. Ten aanzien van feit 2 Ook [slachtoffer 2] heeft op 11 september 2022 aangifte gedaan. Hij kan zich herinneren dat hij twee biertjes heeft gekocht voor twee jongens, die zijn collega, met wie hij samen was, aan hun heeft gegeven. Hierna kan hij zich alleen nog herinneren dat hij geslagen werd en weer bijkwam op een brancard in de hal van het ziekenhuis. Op de camerabeelden is volgens de beschrijving van de politie te zien dat [medeverdachte] een slaande beweging richting [slachtoffer 1] maakte, direct nadat deze zich met de drankjes naar hem omdraaide. Daarna maakte [medeverdachte] met zijn rechterarm een slaande beweging naar [slachtoffer 2] , die aan de linkerzijde van zijn hoofd werd geraakt en op de grond viel.
Volledig
[slachtoffer 2] stond weer op en maakte een slaande beweging naar verdachte, die op dat moment samen met [medeverdachte] door een beveiliger werd weggeleid. [slachtoffer 2] viel weer op de grond en [medeverdachte] maakte een schopbeweging richting [slachtoffer 2] . Dit gebeurde achterin het café. Op de beelden is volgens de politie niet te zien wat er vervolgens gebeurde, omdat er meerdere mensen bij de vechtpartij gingen staan. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard iemand knock-out te hebben geslagen, nadat hij zelf een klap had gekregen. Hij weet niet meer wie hij heeft geslagen. De rechtbank overweegt dat verdachte ten laste is gelegd dat hij openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd jegens [slachtoffer 2] . Van het "in vereniging" plegen van geweld is sprake indien beide verdachten een voldoende significante of wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan het geweld. Op basis van het dossier kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd aan het geweld tegen [slachtoffer 2] . Uit de camerabeelden en de aangifte volgt niet dat verdachte door verbale of fysieke handelingen de geweldshandelingen van zijn medeverdachte tegen [slachtoffer 2] heeft ondersteund of anderszins heeft bijgedragen aan het ontstaan of het voortduren daarvan. De gehoorde getuigen hebben voornamelijk verklaard over de rol van medeverdachte [medeverdachte] , waardoor de rol van verdachte ook op basis van de getuigenverklaringen onvoldoende kan worden gereconstrueerd. Weliswaar heeft verdachte zelf verklaard dat hij iemand knock-out heeft geslagen, maar op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld wie dat is geweest. De rechtbank acht daarmee niet wettig en overtuigend bewezen dat het onder feit 2 ten laste gelegde feit in vereniging is gepleegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 3 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij op of omstreeks 11 september 2022 te Apeldoorn , in elk geval in Nederland, openlijk, te weten in uitgaansgelegenheid [bedrijf] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 1] , door - meermalen, althans eenmaal in/tegen het gezicht en/of het hoofd, althans tegen het lichaam te slaan en/of te stompen en/of - achter die [slachtoffer 1] aan te rennen en /of - ( vervolgens ) die [slachtoffer 1] bij zijn t-shirt vast te pakken en /of - ( vervolgens ) meermalen , althans eenmaal in/tegen het gezicht en/of het hoofd, althans tegen het lichaam te slaan en/of te stompen , terwijl die [slachtoffer 1] door verdachte en/of zijn verdachtes mededader (s) aan zijn shirt werd vastgehouden; Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft 5 De strafbaarheid van het feit en van verdachte De raadsman heeft een beroep op noodweer gedaan. Volgens hem volgt uit het dossier dat een van de aangevers een slaande beweging heeft gemaakt naar verdachte. Verdachte mocht zich daartegen verdedigen. De officier van justitie heeft gesteld dat het beroep op noodweer faalt, nu uit het dossier niet volgt dat verdachte zich mocht en moest verdedigen. De rechtbank overweegt als volgt. Voor een geslaagd beroep op noodweer is vereist dat verdachte zich heeft moeten verdedigen tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. Weliswaar volgt uit het dossier dat [slachtoffer 2] op enig moment een slaande beweging richting verdachte heeft gemaakt, maar [slachtoffer 2] is (na geweldshandelingen van medeverdachte) bewegingsloos op de grond geëindigd. Als al sprake is geweest van een noodweersituatie, was deze al afgelopen. Het bewezenverklaarde ziet bovendien op geweld tegen [slachtoffer 1] . Van geweldshandelingen van [slachtoffer 1] tegen verdachte of medeverdachte is niet gebleken. Uit het dossier volgt dat verdachte en medeverdachte [slachtoffer 1] achterna zaten en sloegen en dus juist aanvallend handelden. Het beroep op noodweer faalt dan ook. Ook overigens is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Evenmin is een omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is strafbaar. 6 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 200 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. De tijd die verdachte al in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, dient op deze straf in mindering te worden gebracht. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zich samen met de medeverdachte schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen een persoon in een uitgaansgelegenheid. Nadat zijn medeverdachte, zonder duidelijke aanleiding, al zeer fors geweld had gebruikt tegen een collega van het slachtoffer, heeft verdachte samen met medeverdachte het slachtoffer achtervolgd en geslagen. De rechtbank neemt dit verdachte kwalijk. Met zijn handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Daarnaast veroorzaken dit soort feiten gevoelens van onveiligheid bij zowel het slachtoffer als bij omstanders die van het geweld getuige zijn geweest. De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte. Daaruit volgt dat verdachte in de afgelopen vijf jaar niet is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit. Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het rapport van de reclassering van 10 maart 2025. De reclassering acht interventies of toezicht niet nodig en adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden. Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank verder gekeken naar de oriëntatiepunten voor de rechtspraak en straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Alles afwegend, en rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn, zal de rechtbank aan verdachte een taakstraf opleggen van 100 uren, bij niet uitvoeren te vervangen door 50 dagen hechtenis. De op te leggen straf is lager dan de straf die door de officier van justitie is geëist, om de reden dat de rechtbank het onder feit 2 ten laste gelegde anders dan de officier niet wettig en overtuigend bewezen acht. 7 De beoordeling van de civiele vordering De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. Hij vordert een bedrag van € 50.000,- euro aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Overweging van de rechtbank Nu de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt van het onder 2 ten laste gelegde, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. 8 De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 63 en 141 van het Wetboek van Strafrecht.