Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2025-12-24
ECLI:NL:RBGEL:2025:11634
RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Zutphen Zaaknummer hoofdzaak: C/05/448679 / HZ ZA 25-61 en zaaknummer vrijwaringszaak: C/05/453428/ HZ ZA 25-167 Vonnis van 24 december 2025 in de hoofdzaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid naar Belgisch recht GELDOF POULTRY PRODUCTS B.V. , gevestigd te Menen (België), eisende partij, hierna te noemen: Geldof, advocaat: mr. C.W. Houtman, tegen 1 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid POULTRYPLUS B.V., gevestigd te Lochem, advocaat: mr. S.C. Kniestedt,2. de maatschap [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] , h.o.d.n. [bedrijf] , gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagden in hfdz] , advocaat: mr. F.W.H. Weelen, en in de vrijwaringszaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid POULTRYPLUS B.V. , gevestigd te Lochem, eisende partij, hierna te noemen: PoultryPlus, advocaat: mr. S.C. Kniestedt, tegen 1. de maatschap [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] , h.o.d.n. [bedrijf] , gevestigd te [vestigingsplaats] , 2. [gedaagde sub 2 in vrijwz] , wonende te [woonplaats] , 3. [gedaagde sub 3 in vrijwz] , wonende te [woonplaats] , 4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TIENG B.V ., gevestigd te Someren, gedaagde partijen, hierna samen te noemen [gedaagden in vrijwz] advocaat: mr. F.W.H. Weelen. 1 De procedure in de hoofdzaak 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 27 augustus 2025 - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 3 november 2025. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De procedure in de vrijwaringszaak 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 27 augustus 2025 - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 3 november 2025. 2.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 3 De feiten 3.1. Geldof exploiteert een onderneming die zich bezig houdt met het verhandelen van broedeieren en eendagskuikens. 3.2. PoultryPlus exploiteert een onderneming die actief is op het leveren van vleeskuiken-ouderdieren. 3.3. [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] exploiteert een onderneming die zich bezig houdt met het opfokken en vermeerderen van vleeskuiken-ouderdieren. 3.4. Geldof heeft op 2 juni 2021 een overeenkomst gesloten met [naam 1] (hierna: [naam 1] ) op grond waarvan Geldof circa 25.000 opfokhennen (hierna: de hennen) en een aantal hanen aan [naam 1] zou leveren. [naam 1] is woonachtig in België. [naam 1] heeft de door Geldof aan hem gefactureerde bedrag ad € 307.476,04 inclusief 6% BTW betaald. 3.5. Geldof heeft op dezelfde dag de aan [naam 1] verkochte kippen ingekocht bij PoultryPlus. Daarbij is afgesproken dat de dieren zouden worden afgeleverd bij [naam 1] . 3.6. Op de koopovereenkomst met PoultryPlus zijn de algemene voorwaarden van PoultryPlus van toepassing. De algemene voorwaarden bevatten onder meer de volgende bepalingen: “ 5. Levering, afwijking aantallen en verhouding haankuikens/henkuikens 1. Bij levering Franco zijn de goederen voor rekening en risico van Afnemer op het moment van lossen. (…) 7. Onderzoeksplicht, reclame en keuring 1. Afnemer dient bij aflevering op grondige en deskundige wijze te onderzoeken of de goederen aan de Overeenkomst beantwoorden. Afnemer dient PoultrvPlus van ernstige gebreken die direct bij aflevering van de goederen waarneembaar zijn binnen 24 uur na aflevering, schriftelijk en gemotiveerd kennis te geven. Gebreken die gemakkelijk en op de korte termijn kunnen worden hersteld, dienen uiterlijk binnen drie werkdagen na aflevering schriftelijk en gemotiveerd door Afnemer te worden gemeld aan PoultryPlus. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht van reclame voor Afnemer. 2. In dien reclames niet tijdig schriftelijk kenbaar zijn gemaakt, wordt Afnemer geacht akkoord te zijn met de geleverde goederen en/of diensten. 3. (..) 4. (...) 5. Bij aflevering, of in onderling overleg op een later tijdstip, maar uiterlijk de vijfde werkdag na afleverin De Ondernemingsrechtbank heeft zich in dat vonnis onbevoegd verklaard om kennis te nemen van de vordering in vrijwaring van Geldof tegen PoultryPlus en heeft de vordering van PoultryPlus jegens [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] ongegrond verklaard. 3.13. De aan de veroordeling van Geldof ten grondslag liggende overwegingen van de Ondernemingsrechtbank laten zich als volgt kort samenvatten: -in Nederland was vanaf november 2021 een toename van uitbraken van MG, waarbij meerdere bedrijven in Weert en Someren besmet raakten met MG; -Poulpharm en Dierengezondheidszorg Vlaanderen hebben in januari 2022 geconstateerd dat de hennen van [naam 1] waren besmet met MG; - met aan redelijke mate van zekerheid staat vast dat de hennen die op 29 november 2021 door [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] aan [naam 1] zijn geleverd gebrekkig waren door een besmetting met MG. 4 Het geschil in de hoofdzaak 4.1. Geldof vordert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:a. [gedaagden in hfdz] hoofdelijk, althans voor gelijke delen, althans PoultryPlus en/of [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 531.216,59, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf van 25 november 2024, althans vanaf 28 januari 2025, b. [gedaagden in hfdz] hoofdelijk, althans voor gelijke delen, althans PoultryPlus en/of [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] veroordeelt in de [beslagkosten en in de] kosten van het geding alsmede in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 4.2. Geldof legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. De hennen waren bij aflevering aan [naam 1] besmet met MG. Daardoor konden de hennen niet worden gebruikt voor het doel waarmee deze waren aangekocht. De hennen voldeden niet aan de overeenkomst. PoultryPlus is toerekenbaar tekort geschoten en is verplicht om de schade die zij daardoor heeft geleden aan haar te vergoeden. De schade bestaat uit het bedrag van € 531.216,59 dat zij op grond van het vonnis van de Ondernemingsrechtbank aan [naam 1] heeft betaald. 4.3. [gedaagden in hfdz] voeren verweer. a. PoultryPlus voert aan dat Geldof op grond van de algemene voorwaarden de opfokhennen bij aflevering had moeten (laten) controleren. [naam 1] heeft de hennen op 6 december 2021 goedgekeurd. Met MG besmette kippen kunnen last hebben van benauwdheid, hoesten, niezen en een loopneus. Indien de hennen bij aflevering besmet zouden zijn met MG dan is dat een van buitenaf waarneembaar gebrek. Geldof had dan ook op grond van artikel 7.1 van de algemene voorwaarden binnen 24 uur na levering van de hennen aan [naam 1] bij haar moeten klagen over de hennen. Door eerst na 7 weken te klagen is het recht van Geldof om zich te beroepen op non-conformiteit vervallen. Het staat niet vast dat de hennen bij levering aan [naam 1] besmet waren met MG. Het enkele feit dat de Ondernemingsrechtbank met een redelijke mate van zekerheid bewezen acht dat de hennen op 29 november 2021 besmet waren met MG, kan Geldof niet baten. Naar Nederlands recht dient Geldof aan te tonen dat de hennen bij levering besmet waren met MG. In dat bewijs is Geldof niet geslaagd. In de Belgische procedure heeft Geldof onvoldoende verweer gevoerd. Uit de door [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] overgelegde schriftelijke verklaringen van pluimveedierenarts [naam 2] d.d. 15 april 2025 en dierenarts [naam 3] d.d. 3 mei 2025 is het veeleer met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid aannemelijk dat de hennen bij aflevering aan [naam 1] niet waren besmet met MG. [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] heeft de hennen voor de levering aan [naam 1] gecontroleerd en heeft toen geen besmetting aangetroffen. Het is vanwege het tijdsverloop tussen de controle van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] voorafgaand aan de levering en de levering aan [naam 1] aannemelijker dat de besmetting heeft plaatsgevonden na de levering van de hennen aan [naam 1] door omstandigheden is en om het bedrij 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen ( Rome II ) is deze verordening in de gevallen waarin tussen de rechtsstelsels van verschillende landen moet worden gekozen, van toepassing op niet-contractuele verbintenissen in burgerlijke en in handelszaken. 5.9. Op grond van artikel 4 lid 1 van Rome II is het recht dat van toepassing is op een onrechtmatige daad het recht van het land waar de schade zich voordoet, ongeacht in welk land de schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan en ongeacht in welke landen de indirecte gevolgen van die gebeurtenis zich voordoen. 5.10. Geldof voert aan dat vanaf november 2021 in Nederland een stijging werd waargenomen in het aantal uitbraken van MG. Verschillende bedrijven in de regio rond Weert en Someren werden daarbij getroffen door besmettingen met de MG-bacterie. Het vroegste moment in het ontstaan van de onrechtmatige daad situeert zich in Nederland, als gevolg waarvan de onrechtmatige daad volgens Geldof wordt beheerst door Nederlands recht. Geldof verwijst hiervoor naar de considerans bij Rome II onder 17, waarin het volgende wordt vermeld: “ Het toepasselijke recht moet worden bepaald volgens de plaats waar de schade zich voordoet, ongeacht in welke landen de indirecte gevolgen van die gebeurtenis zich voordoen. Ingeval van letselschade en vermogensschade moet bijgevolg het land waar het letsel of de materiële schade is opgelopen, gelden als het land waar de schade zich voordoet. ” 5.11. [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] heeft ter zitting aangevoerd dat Rome II de plaats van het schadeveroorzakende feit heeft losgelaten, omdat dit tot te veel discussie leidde en dat in plaats daarvan de plaats waar de schade zich voordoet geldt. [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] verwijst daarbij naar Recital 15 bij Rome II, waarmee kennelijk is bedoeld overweging 15 bij Rome II, waarin staat: “ Weliswaar is de lex loci delicti commissie in nagenoeg alle lidstaten het basisbeginsel met betrekking tot niet-contractuele verbintenissen, maar indien de elementen van de zaak verspreid zijn over meerder lidstaten, leidt de concrete toepassing van dit principe niettemin tot verschillende oplossingen. Dit zorgt voor rechtsonzekerheid. ” 5.12. Anders dan [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] stelt, kan uit voorgaande passages niet worden afgeleid dat in Rome II de plaats van het schadeveroorzakende feit is losgelaten en dat beslissend is het land waarin alle schade, direct en indirect is geleden, wat volgens [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] in deze zaak betekent dat haar aansprakelijkheid zou moeten worden beoordeeld naar Belgisch recht. De rechtspraak waarnaar [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] heeft verwezen heeft betrekking op de vraag welke rechter in geval van onrechtmatige daad bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. Met het antwoord op die vraag is echter niet automatisch gegeven naar welk recht de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad dient te worden beoordeeld. De rechtbank zal aan de door [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] genoemde arresten dan ook niet de conclusie verbinden die [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] aan deze arresten verbindt. 5.13. De rechtbank volgt het betoog van Geldof. Geldof baseert haar vordering immers op de stelling dat de hennen al waren besmet met de MG-bacterie op het moment dat -zo begrijpt de rechtbank- de hennen door Van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] op transport naar België werden geplaatst. Bij de beantwoording van de vraag welk recht van toepassing is, is niet van belang of die -door [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] bestreden- stelling juist is. De rechtbank zal Nederland dan ook aanmerken als de plaats waar de schade zich voordoet en de aansprakelijkheid van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] dan ook beoordelen naar Nederlands recht. De vorderi Immers, hoe meer tijd verstrijkt tussen levering van de hennen aan de afnemer en het door de afnemer indienen van een klacht over de hennen dat deze besmet zijn, des te moeilijker wordt het voor PoultryPlus als verkoper om met succes het verweer te voeren dat de hennen bij aflevering niet waren besmet maar eerst nadien besmet moeten zijn geraakt. 5.21. De vordering van Geldof op PoultryPlus wordt dus afgewezen. Ten overvloede 5.22. Mocht over het vorenstaande anders worden geoordeeld, dan zou dat Geldof niet kunnen baten. Daartoe is het volgende redengevend. Waren de hennen besmet toen zij bij [naam 1] werden afgeleverd? 5.23. PoultryPlus betwist dat de hennen bij aflevering aan [naam 1] waren besmet met de MG-bacterie. 5.24. De Ondernemingsrechtbank heeft geoordeeld dat met aan redelijke mate van zekerheid vaststaat dat de hennen die op 29 november 2021 door [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] aan [naam 1] zijn geleverd gebrekkig waren door een besmetting met MG. In de tussen [naam 1] en Geldof gevoerde procedure was PoultryPlus echter geen partij. Dit vonnis heeft ten aanzien van PoultryPlus in deze zaak dan ook geen bindende kracht.PoultryPlus heeft in de onderhavige procedure aan de hand van twee verklaringen van deskundigen dit oordeel van de Onderzoeksrechtbank gemotiveerd weerlegd. Geldof heeft in reactie daarop een brief van [naam 4] overgelegd d.d. 21 oktober 2025 waarin het oordeel van de door PoultryPlus geraadpleegde deskundigen wordt tegengesproken. Dit betekent dat aan een onderzoek van een door de rechtbank te benoemen deskundige niet te ontkomen valt. 5.25. Op dit moment staat dus niet vast dat PoultryPlus aansprakelijk is voor de door Geldof geleden schade.Indien die aansprakelijk zou komen vast te staan, wordt het volgende overwogen. Heeft Geldof schade geleden? 5.26. De advocaat van Geldof heeft ter zitting verklaard dat Geldof het bedrag van € 531.216,59 waartoe zij door de Ondernemingsrechtbank is veroordeeld, aan [naam 1] heeft betaald.De rechtbank heeft ter zitting reeds laten weten dat zij uitgaat van de juistheid van de door de advocaat gegeven verklaring. Kan PoultryPlus met succes een beroep doen op de beperking van haar aansprakelijkheid in haar algemene voorwaarden? 5.27. PoultryPlus heeft ter zitting verklaard dat de onderhavige schade niet onder de door haar afgesloten aansprakelijkheidsverzekering wordt gedekt. Geldof heeft dit niet tegengesproken. PoultryPlus verbindt hieraan de conclusie dat, zo zij al aansprakelijk zou zijn voor de door Geldof geleden schade, haar aansprakelijkheid op grond van artikel 10 van haar algemene voorwaarden is beperkt tot het bedrag van € 15.000,--. 5.28. Geldof heeft zich hier tegenover beroepen op de in het Belgisch economisch recht geldende leer van de onrechtmatige bedingen, zoals die is uitgewerkt in de Belgische wet van 4 april 2019 houdende wijziging van het Wetboek van Economisch Recht met betrekking tot misbruiken van economische afhankelijkheid, onrechtmatige bedingen en oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen (hierna: de B2B-wet). Op grond van artikel VI.91/5 onder 4 van het Wetboek van Economisch Recht (WER) wordt uitgegaan van een weerlegbaar vermoeden van onrechtmatigheid met betrekking tot bedingen die ertoe strekken op ongepaste wijze de wettelijke rechten van een onderneming uit te sluiten of te beperken in geval van volledige of gedeelde wanprestatie of gebrekkige uitvoering door de andere onderneming van een van haar contractuele verplichtingen. De gebruiker van de betreffende bepaling in de algemene voorwaarden zal dan moeten bewijzen dat het beding in de gegeven omstandigheden toch rechtmatig is doordat dit beding met name geen kennelijke onevenwichtigheid creëert. Op grond van de B2B wet zijn exoneratiebedingen zoals die van PoultryPlus (in artikel 5.1, 7.7. en artikel 10.2) onrechtmatig. Deze bedingen beperken de wettelijke rechten van Geldof, die zij op grond van het Belgisch recht heeft, op ongepaste wijze. De Belgische li PoultryPlus betwist niet met zoveel woorden dat de Belgische wetgever onder meer de B2B-wet heeft aangemerkt als een bepaling van bijzonder dwingend recht. 5.35. Dit kan Geldof echter niet baten. Op grond van artikel 10:7 lid 3 BW kan de Nederlandse rechter rekening houden met bepalingen van bijzonder dwingend recht. De rechtbank is daartoe niet verplicht. 5.36. PoultryPlus heeft ter zitting aangevoerd dat niet is voldaan aan de voorwaarde waaronder artikel 10:7 lid 3 BW kan worden toegepast. PoultryPlus stelt dat de met Geldof gesloten overeenkomst in Nederland diende te worden nagekomen, zodat voor toepassing van de Belgische bepalingen van bijzonder dwingend recht geen plaats is. 5.37. Deze stelling faalt. Zoals hiervoor onder de feiten is vermeld was tussen PoultryPlus en Geldof overeengekomen dat PoultryPlus de hennen bij [naam 1] zou afleveren. [naam 1] is woonachtig in België. Daarmee is België het land waarin de overeenkomst door PoultryPlus moest worden nagekomen. 5.38. De rechtbank stelt voorop dat bij de toepassing van bepalingen van bijzonder dwingend recht grote terughoudendheid op zijn plaats is. Dit blijkt in de eerste plaats uit overweging 37 van de considerans bij Rome I, waarin staat vermeld: “ Overwegingen van algemeen belang rechtvaardigen dat de rechters van de lidstaten zich in uitzonderlijke omstandigheden kunnen beroepen op rechtsfiguren zoals de exceptie van openbare orde en op bepalingen van bijzonder dwingend recht. Het begrip “bepalingen van bijzonder dwingend recht” moet worden onderscheiden van de uitdrukking “bepalingen waarvan niet bij overeenkomst kan worden afgeweken”, en dient met meer terughouding te worden gebezigd. ”De jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU is daarmee in lijn. 5.39. De B2B-wet moet worden aangemerkt als een privaatrechtelijke beschermingsmaatregel ten behoeve van in België gevestigde ondernemingen. Niet valt in te zien welk openbaar belang van de Belgische staat is gediend met toepassing van een dergelijke beschermingsmaatregel indien één van de bij een koopovereenkomst betrokken partijen een in België gevestigde onderneming is en de andere partij een onderneming is die is gevestigd in een ander land, in dit geval Nederland. Dit betekent dat naar het oordeel van de rechtbank de bepalingen van de B2B-wet niet kunnen worden aangemerkt als bepalingen van bijzonder dwingend recht die ongeacht het van toepassing zijnde recht op de betreffende overeenkomst altijd zouden moeten worden toegepast door de rechter aan wie de betreffende zaak ter behandeling wordt voorgelegd. 5.40. Ook indien daarover anders geoordeeld zou moeten worden, is dit onderdeel van het partijdebat daarmee niet beslist. 5.41. De rechtbank zal zelfstandig dienen te toetsen of de B2B-wet, naar zijn inhoud en strekking bezien, kan worden toegepast in de eigen rechtsorde. Het Nederlands conflictenrecht bepaalt uiteindelijk of, en zo ja in hoeverre, de Belgische voorrangsregel door de Nederlandse rechter dient te worden toegepast. Daartoe moet op de voet van artikel 10:7 lid 3 BW worden onderzocht of dit geval nauw is verbonden met de Belgische Staat en of toepassing van de B2B-wetgezien zijn aard en strekking gerechtvaardigd is alsmede met de gevolgen die de toepassing of niet-toepassing van deze bepalingen zou kunnen hebben. Bij deze laatste toets moet de rechtbank een afweging maken tussen de belangen die worden gediend door toepassing te geven aan de B2B-wet en de belangen die worden gediend door onverkort toepassing te geven aan het Nederlands recht (Hoge Raad 18 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1443). 5.42. Naar het oordeel van de rechtbank is de onderhavige zaak nauw betrokken bij de Belgische Staat. Geldof is immers in België gevestigd en zij is in haar verhouding tot PoultryPlus de koper van de hennen. 5.43. De B2B-wet moet -zoals hiervoor is overwogen- worden aangemerkt als een privaatrechtelijke beschermingsmaatregel. In het onderhavige geval is echter naar het oordeel van de rechtbank geen Zij was niet bedacht op het voorschrift van artikel 6:247 a lid 2 BW dat het voor haar onmogelijk maakt op een beroep te doen op reflexwerking van de Nederlandse “zwarte lijst”, en zelfs niet op het onredelijk bezwarend zijn van het exoneratiebeding. Zij legt zich toe op de verkoop van broedeieren. Zij neemt die af van vermeerderingsbedrijven, zoals die van [naam 1] . [naam 1] heeft niet de contacten en/of de mogelijkheden om hennen te kopen en daarom doet Geldof dat voor [naam 1] . 5.47. De rechtbank volgt Geldof niet in haar betoog. Voorop wordt gesteld dat een beroep op artikel 6:248 lid 2 BW terughoudend dient te worden toegepast. In het door Geldof gestelde ziet de rechtbank geen aanleiding om het beroep van PoultryPlus op artikel 5 lid 1, 7 lid 1 en 10 lid 2 van haar algemene voorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar te achten. 5.48. Het enkele feit dat PoultryPlus zich in het verleden jegens Geldof nooit heeft beroepen op de aansprakelijkheidsbeperking in haar algemene voorwaarden, betekent niet dat Geldof met een dergelijk beroep geen rekening behoefde te houden. 5.49. Een gebrek aan kennis van het Nederlandse recht aan de zijde van Geldof, is voor de rechtbank geen valide reden om daarmee in het voordeel van Geldof rekening te houden. 5.50. In deze zaak gaat het om levende have waarbij het risico op besmetting heel reëel is. Pluimvee kan immers langs verschillende wegen met een bacterie of een virus worden besmet, zelfs door de lucht. Dit betekent dat de aanschaf van pluimvee met het oog op besmettingsgevaar voor de koper een risicovolle onderneming is. 5.51. Op grond van artikel 5 lid 1 van de algemene voorwaarden van PoultryPlus zijn de hennen vanaf aflevering voor risico van de koper. Artikel 5 lid 1 van de algemene voorwaarden kan niet los worden gezien van de in artikel 7 lid 1 neergelegde onderzoekverplichting van de koper. Immers, indien de hennen na keuring ondeugdelijk worden bevonden, kan de koper de verkoper daarop aanspreken. Het is dus niet zo dat in alle gevallen de hennen vanaf aflevering voor rekening en risico van de koper zijn. Anders dan Geldof stelt, is er dus geen sprake van dat PoultryPlus haar aansprakelijkheid volledig heeft uitgesloten om dieren vrij van enige ziekte te leveren.Artikel 7 lid 7 van de algemene voorwaarden, waarin is bepaald dat na aflevering en keuring van de goederen PoultryPlus niet aansprakelijk is voor tekortkomingen aan de geleverde goederen, is daarmee in lijn met het vorenstaande. 5.52. Anders dan Geldof stelt, is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een kennelijke onevenwicht tussen de positie van koper en verkoper. Dat Geldof geen controle heeft en had op het ontstaan of de verspreiding van de besmetting met de MG-bacterie, is niet relevant, dat geldt immers evenzeer voor PoultryPlus. 5.53. De koper kan haar risico dan ook ondervangen door de hennen na ontvangst spoedig grondig en deskundig te (laten) onderzoeken op aanwezigheid van besmetting, zodat zij PoultryPlus bij geconstateerde besmetting daarop kan aanspreken. Die keuringsmogelijkheid is in de artikel 7 lid 1 van de algemene voorwaarden van PoultryPlus vastgelegd en geformuleerd als een verplichting voor de koper. Deze bepaling dient het belang van PoultryPlus om niet na geruime tijd voor klachten over de gezondheid van de hennen te worden aangesproken. Met de snelheid waarmee een bacterie maar ook een virus onder pluimvee kan worden verspreid, is het voor PoultryPlus in dat geval immers welhaast onmogelijk om succesvol als verweer aan te voeren dat de hennen bij aflevering niet besmet waren. 5.54. Indien de hennen bij aflevering of kort daarna niet dan wel onvoldoende worden onderzocht, is het niet onaanvaardbaar dat het risico van besmetting van de hennen vanaf het moment van levering op grond van artikel 5 lid 1 van de algemene voorwaarden op Geldof, die de hennen van PoultryPlus heeft gekocht, over gaat, te meer niet nu op eenvoudige en goedkope wijze door een Indien zou komen vast te staan dat de hennen op 29 november 2021 met de MG-bacterie waren besmet, zijn de hennen ondeugdelijk voor het doel waarmee zij door Geldof zijn gekocht. Het in het verkeer brengen van een ondeugdelijk product is echter niet zonder meer onrechtmatig. Daarvoor zijn bijkomende omstandigheden vereist (zie bijvoorbeeld HR 25 maart 1966, NJ 1966,279, welk arrest ook wel bekend staat als het Moffenkit-arrest). 5.61. In deze is geen sprake van bijkomende omstandigheden die tot aansprakelijkheid van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] zouden kunnen leiden. Meer in het bijzonder is niet komen vast te staan dat [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] ten tijde van de levering wist dan wel had behoren te weten dat de hennen met de MG-bacterie waren besmet. Van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] heeft immers onbetwist aangevoerd dat op het moment van de levering er bij haar geen bekendheid bestond met besmettingshaarden in Nederland vanwege de MG-bacterie en dat zij daarover ook geen bekendheid behoorde te hebben omdat er daarvoor geen officiële mededelingen van de Nederlands overheid waren gepubliceerd. [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] betwist dat in november 2021 bij ondernemingen in de onmiddellijke nabijheid van haar onderneming besmetting met de MG-bacterie is vastgesteld. Dit is door Geldof niet, althans onvoldoende gemotiveerd weersproken. [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] heeft voorts aangevoerd dat zij er alles aan heeft gedaan wat van haar had mogen worden verwacht om een besmetting met de MG-bacterie te voorkomen. Voor het gereedmaken van de hennen voor transport heeft zij alle vereiste onderzoeken laten uitvoeren en daarbij zijn toen geen tekenen van besmetting aangetroffen. Geldof heef dit niet, althans niet voldoende gemotiveerd tegengesproken. 5.62. Op grond van het vorenstaande wordt de vordering van Geldof op [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] afgewezen. Proceskosten 5.63. Geldof is in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [gedaagden in hfdz] betalen. 5.64. De proceskosten van PoultryPlus worden begroot op: - griffierecht € 6.861,00 - salaris advocaat € 7.004,00 (2 punten × € 3.502,00) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 14.043,00 5.65. De proceskosten van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] worden begroot op: - griffierecht € 6.861,00 - salaris advocaat € 7.004,00 (2 punten × € 3.502,00) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 14.043,00 5.66. Aangezien [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] -anders dan PoultryPlus- niet heeft gevorderd om de proceskostenveroordeling van Geldof- uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zal de rechtbank daartoe niet over gaan. in de vrijwaringszaak 5.67. Aangezien de vordering van Geldof op PoultryPlus in de hoofdzaak wordt afgewezen, is niet voldaan aan de voorwaarde waaronder de vordering in vrijwaring is ingesteld. De rechtbank komt dus niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de vordering in de vrijwaringsprocedure en wijst deze vordering af. 5.68. PoultryPlus is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] betalen. [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] is ook in de hoofdzaak verschenen. Het verweer van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] in de hoofdzaak is in de vrijwaringszaak in de kern gelijkluidend aan het verweer in de hoofdzaak. Dit is voor de rechtbank aanleiding om bij de toepassing van het liquidatietarief slechts één punt (aan de conclusie van antwoord in de vrijwaring én het verschijnen van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] op de zitting in de hoofdzaak en in de vrijwaring) toe te kennen. De proceskosten van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] worden begroot op: - griffierecht € 6.861,00 - salaris advocaat € 3502,00 (1 punt × € 3.502,00) -