Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-11-14
ECLI:NL:RBGEL:2024:7918
Civiel recht
Kort geding
4,091 tokens
Inleiding
RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/442341 / KG ZA 24-344
Vonnis in kort geding van 14 november 2024
in de zaak van
[eiseres]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. I.P. Rietveld te Arnhem,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
verschenen in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding - de producties 1 tot en met 4 van [eiseres] , ingekomen op 30 oktober 2024 om 16:34 uur- de mondelinge behandeling, gehouden op 31 oktober 2024.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[eiseres] en [gedaagde] hebben van augustus 2022 tot 25 september 2024 een affectieve relatie met elkaar gehad. Uit de relatie van partijen is op [datum] 2023 een kind geboren, genaamd [kind 1] . [gedaagde] heeft [kind 1] erkend en partijen hebben gezamenlijk ouderlijk gezag over hem. Uit een eerdere relatie heeft [eiseres] nog een dochter van [getal] jaar, [kind 2] . [gedaagde] heeft naast [kind 1] nog drie andere kinderen uit twee eerdere relaties.
2.2.
[eiseres] woont met [kind 2] en [kind 1] in de woning van haar vader aan de [straat 1] . De vader van [eiseres] woont elders bij zijn vriendin. Gedurende de relatie tussen partijen hebben zij tot medio 2024 (tot het hierna vermelde incident in juni 2024) feitelijk samengewoond in de woning aan de [straat 1] . In die periode stond [gedaagde] ingeschreven op het adres van zijn moeder. Vanaf medio 2024 woont [gedaagde] bij zijn moeder in [plaats] .
2.3.
Op 24 juli 2023 heeft zich een incident tussen partijen voorgedaan bij de woning aan de [straat 1] . [gedaagde] heeft daarbij op de voordeur gebonkt en staan schreeuwen. De politie heeft in verband daarmee een melding gedaan bij Veilig Thuis.
2.4.
In juni 2024 heeft zich tussen partijen wederom een incident voorgedaan. [gedaagde] heeft toen een oplader in het gezicht van [eiseres] gegooid. [gedaagde] is hiervoor door de politierechter te Zutphen veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 30 dagen, een taakstraf en deelname aan een Borg-training (een gedragstraining gericht op het voorkomen van huiselijk geweld).
2.5.
Op 25 september 2024 heeft [eiseres] de relatie met [gedaagde] beëindigd.
2.6.
Op 4 oktober 2024 heeft zich opnieuw een incident voorgedaan bij de woning van [eiseres] . [gedaagde] was over de schutting geklommen, stond in de achtertuin van [eiseres] en keek door de ramen van de woning naar binnen. [eiseres] heeft toen de politie gebeld. De politie heeft melding gedaan bij Veilig Thuis. In de melding van Veilig Thuis staat dat het wijkteam en Moviera, een instelling die hulp biedt bij huiselijk geweld, inmiddels bij de zaak zijn betrokken.
2.7.
Op 8 oktober 2024 heeft [eiseres] aangifte gedaan tegen [gedaagde] van bedreiging met de dood en lichamelijk letsel. [eiseres] heeft daarin verklaard dat zij tijdens telefoongesprekken met [gedaagde] in de periode vanaf 20 juli 2024 door hem is bedreigd. Zij heeft de gesprekken met [gedaagde] opgenomen en de bedreigingen uit de gesprekken doorgestuurd naar de verbalisant. In de aangifte zijn de volgende teksten uit verschillende telefoongesprekken opgenomen:
’’Ik maak je dood’’.
’’Ik snij je keel door’’.
’’Je komt niet van me af’’.
’’Ik scheer je kop kaal’’.
’’Ik vermoord je’’.
’’Je kan vluchten naar het buitenland’’.
’’Ik sta in 1 keer achter je en dan gaan we niet meer praten’’.
’’Ik geen toekomst, jij geen toekomst’’.
’’Wij worden samen oud of er komen problemen, een (1) van de twee’’.
’’Jij blijft bij mij, ik ga net zolang door tot ik je heb’’.
2.8.
Op 14 oktober 2024 heeft [eiseres] haar aangifte van 8 oktober 2024 aangevuld. Daarin heeft zij verklaard dat [gedaagde] op 14 oktober 2024 opnieuw aan haar deur stond en door de politie is weggestuurd. Ook heeft zij verklaard dat zij op 12 oktober 2024 87 sms’jes van [gedaagde] heeft ontvangen waarin onder meer is vermeld:
Ik zoek je
Ik vind je
Ik maak je kapot
Let op ik ga je opeten
Stuur maar naar de politie
Kom ik vast te zitten
Ik kom vrij
Ik zoek jullie allemaal op
Voor mij de wouten bellen
Ik heb alles al geregeld
Kom ik vast te zitten
Komen andere mensen bij jullie
Laatste kans om iets te regelen met [kind 1]
Doe je het niet
Laat ik jullie pakken
Voor 100 euro
Als ik erachter kom dat je echt iets met iemand anders gedaan hebt
Dan scheer ik je kop kaal
Stuur maar naar de politie
Geen probleem ik ga er voor zitten
2.9.
Vervolgens is [eiseres] het onderhavige kort geding gestart.
Geschil
3.1.
[eiseres] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad:
[gedaagde] verbiedt zich te begeven in de wijk het [wijk 1] , op de [straat 2] en op [winkelcentrum] ;
[gedaagde] verbiedt zich op minder dan 50 meter afstand van [eiseres] , haar vader, [kind 1] en [kind 2] te begeven, met als uitzondering de momenten dat [gedaagde] begeleid contact heeft met [kind 1] ;
[gedaagde] verbiedt om met [eiseres] contact te zoeken via alle social media of telefonisch, behoudens contact via sms of e-mail en dan uitsluitend als het gaan om [kind 1] ;
[gedaagde] verbiedt foto’s van [eiseres] openbaar te maken;
bepaalt dat als [gedaagde] handelt in strijd met de op te leggen verboden hij een dwangsom verbeurt van € 250,00 voor iedere keer dat hij hiermee in strijd handelt voor de duur van drie jaar en met een maximum van € 50.000,00;
[gedaagde] veroordeelt in de proceskosten.
3.2.
Ter zitting heeft [eiseres] de vordering onder 2. ten aanzien van haar vader en [kind 2] ingetrokken.
3.3.
[gedaagde] voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
[eiseres] legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. [gedaagde] kan en wil niet accepteren dat [eiseres] de relatie heeft verbroken. Hij blijft contact met [eiseres] zoeken en als [eiseres] niet reageert, kan hij zich niet beheersen. [eiseres] voelt zich door [gedaagde] enorm bedreigd. Hij rijdt soms door haar straat, maakt daarvan een foto en stuurt deze naar haar door. [eiseres] heeft inmiddels een alarmknop van de politie gekregen maar een straat- en gebiedsverbod versterkt met een dwangsom zal op [gedaagde] een betere werking hebben om te voorkomen dat hij [eiseres] zal lastigvallen. De politie komt immers pas als [gedaagde] [eiseres] al heeft lastiggevallen. [eiseres] woont in de [straat 1] in de wijk het [wijk 1] , vlakbij de [straat 2] , en doet haar boodschappen in [winkelcentrum] . Zij wil [gedaagde] daar niet tegenkomen. Ook wil zij geen contact meer met [gedaagde] , behalve als het gaat over [kind 1] , aldus [eiseres] .
4.2.
De voorzieningenrechter overweegt het volgende.
Een straat- en gebiedsverbod vormt een inbreuk op het aan een ieder toekomend recht om zich vrijelijk te verplaatsen. Een contactverbod vormt een inbreuk op het aan ieder toekomend recht om vrijelijk contact op te nemen met een ander. Voor elk van de gevorderde verboden geldt het volgende. Voor het toewijzen van een zo ingrijpende maatregel moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die zo'n inbreuk kunnen rechtvaardigen. Aannemelijk moet zijn dat er een reële dreiging van toekomstig onrechtmatig handelen door [gedaagde] jegens [eiseres] bestaat en dat het gevorderde verbod noodzakelijk is ter afwending van die dreiging.
4.3.
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft [eiseres] -desgevraagd- duidelijk gemaakt dat de relatie tussen partijen definitief is geëindigd en heeft [gedaagde] verklaard zich daarbij neer te leggen. Ter zitting is gebleken dat partijen nog contact hebben over [kind 1] via de telefoon. Ook hebben partijen afspraken gemaakt bij speelhal [speelhal] zodat [gedaagde] , zonder begeleiding, en in aanwezigheid van [eiseres] [kind 1] kan zien en [kind 1] aan zijn vader kan wennen. Ter zitting is door partijen naar voren gebracht dat deze afspraken in ieder geval op zaterdag 2 november 2024 en zaterdag 9 november 2024 staan gepland. Tot slot is gebleken dat [eiseres] aanwezig zal zijn bij de borgtraining van [gedaagde] .
4.4.
[gedaagde] heeft ter zitting mondeling verweer gevoerd tegen de vorderingen en als volgt verklaard. [eiseres] geeft onduidelijke signalen af en daarom had [gedaagde] de indruk dat [eiseres] de relatie nog wilde voortzetten. Hij heeft nu begrepen dat zij niet meer verder wil met hem en dat er definitief een einde aan de relatie is gekomen. Partijen hebben nog regelmatig contact. Deze contacten gaan niet enkel over [kind 1] en ook [eiseres] zelf neemt daarin het initiatief. Zij heeft [gedaagde] onlangs nog op 26 oktober 2024 maar liefst dertien keer gebeld. In de zomer van 2024 is het tussen partijen uit de hand gelopen. Daarvoor heeft [gedaagde] een taakstraf gekregen, die hij inmiddels voor de helft heeft uitgevoerd, en daarvoor volgt hij thans een borgtraining. Na dit incident zijn partijen verder gegaan met hun relatie tot 25 september 2024. [gedaagde] stond op 4 oktober 2024 in de tuin van [eiseres] omdat hij zich zorgen maakte over [kind 1] en hij geen contact kon krijgen met [eiseres] . [gedaagde] heeft verder verklaard dat hij soms moeite heeft om zich te beheersen, dat hij niets te zoeken heeft in de [straat 1] , dat hij in het vervolg daar ook niet meer zal komen en dat het misschien wel verstandig is aan hem een straatverbod voor de [straat 1] op te leggen. Hij maakt bezwaar tegen een verdergaand straat-en gebiedsverbod. De tantes van de ex-partner van [gedaagde] wonen in de wijk het [wijk 1] en zijn kinderen uit een eerdere relatie verblijven daar of in het wijkgebouw in het [wijk 1] . [gedaagde] komt daarom regelmatig in het [wijk 1] om zijn kinderen op te halen. [gedaagde] komt ook regelmatig in [winkelcentrum] omdat hij daar boodschappen doet en traint in de daarin gevestigde sportschool. Ook bezoekt hij regelmatig de toko gelegen aan de [straat 2] . [gedaagde] en [eiseres] zijn elkaar daar en in [winkelcentrum] nooit tegengekomen, aldus [gedaagde] .
4.5.
De voorzieningenrechter overweegt het volgende. Ter zitting is duidelijk geworden dat partijen niet op een rustige manier met elkaar kunnen communiceren en steeds met elkaar in discussie en conflict raken. Aangezien [gedaagde] heeft toegegeven dat hij zich soms moeilijk kan beheersen en hij na het incident in juni 2024 recent in oktober 2024 nog twee maal bij de woning van [eiseres] is geweest, zonder deugdelijke reden, zal de vordering onder 1 in zoverre worden toegewezen dat het [gedaagde] wordt verboden zich in de [straat 1] in [plaats] te bevinden. Aan deze veroordeling zal ook een dwangsom worden verbonden zoals vermeld in de beslissing. De dwangsom zal ertoe bijdragen dat [gedaagde] het straatverbod zal nakomen en dat incidenten bij de woning van [eiseres] worden voorkomen. Vanuit het oogpunt van proportionaliteit zal de voorzieningenrechter bepalen dat dit straatverbod wordt opgelegd voor de duur van één jaar en zal een maximum van
€ 10.000,00 aan de dwangsom worden verbonden.
4.6.
De voorzieningenrechter zal het gevorderde straat- en gebiedsverbod, voor zover dat betrekking heeft op de rest van de wijk het [wijk 1] , de [straat 2] en [winkelcentrum] afwijzen. Ook het onder 2 en 3 gevorderde contactverbod zal worden afgewezen. De voorzieningenrechter heeft daarbij het volgende in aanmerking genomen.
4.7.
[eiseres] heeft ter onderbouwing van haar stelling dat [gedaagde] haar lastig valt een viertal producties overgelegd. Dit betreffen twee rapporten van Veilig Thuis van 21 augustus 2023 en 23 oktober 2024, naar aanleiding van de twee incidenten bij de woning van [eiseres] op 24 juli 2023 en 4 oktober 2024, en twee door haar ingediende aangiftes van bedreiging en stalking van 8 oktober 2024 en 14 oktober 2024. Uit die aangiftes volgt dat de bedreigingen zich hebben voorgedaan vanaf 20 juli 2024 via de telefoon en sms.
4.8.
De uitlatingen via de telefoon en de inhoud van de sms’jes van [gedaagde] , zoals opgenomen in de aangiftes, komen weliswaar bedreigend over, maar [gedaagde] voert daartegen aan dat beide partijen in het heetst van de strijd dingen naar elkaar hebben geroepen en dat [eiseres] ook dergelijke berichten naar hem verstuurt. Hij voert verder aan dat hij de berichten van [eiseres] aan hem niet in het geding heeft gebracht omdat hij dit als twee volwassenen wenst op te lossen. Daarbij komt dat [gedaagde] de producties voorafgaand aan de zitting niet heeft kunnen lezen, aangezien deze producties door [eiseres] te laat zijn ingediend. Volgens [gedaagde] had [eiseres] aan hem kenbaar gemaakt het kort geding te willen intrekken en heeft hij daarom geen advocaat ingeschakeld. Ook voert hij aan dat de advocaat van [eiseres] de producties daarom op het laatste moment zelf bij haar heeft opgehaald. [eiseres] heeft weliswaar weersproken dat zij voornemens was het kort geding in te trekken, maar zij heeft geen reden gegeven waarom zij de producties niet eerder aan haar advocaat heeft verstrekt. Ook heeft [eiseres] niet weersproken dat zij [gedaagde] de zaterdag voorafgaand aan de zitting 13 keer heeft gebeld. Daar komt bij dat [eiseres] ter zitting heeft verklaard dat Moviera heeft geadviseerd om de omgang tussen [gedaagde] en [kind 1] te laten plaatsvinden via het omgangshuis of in aanwezigheid van [eiseres] - en zonder begeleiding - in [speelhal] en dat partijen inmiddels afspraken hebben gemaakt voor de omgang in [speelhal] . Ook is ter zitting gebleken dat partijen in ieder geval tot 25 september 2024 ongeveer twee maal per week afspraken en dan samen met [kind 1] ergens gingen eten.
Dictum
De voorzieningenrechter
5.1.
verbiedt [gedaagde] om zich gedurende één jaar na betekening van dit vonnis te bevinden in de [straat 1] ,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere keer dat hij niet aan de hoofdveroordeling onder 5.1. voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2024.
1780