Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-10-09
ECLI:NL:RBGEL:2024:7177
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,448 tokens
Dictum
[klager] ,
geboren op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats] ,
wonende op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
officier-raadsman: Kapitein M. Wesseling
hierna te noemen: klager.
Feiten
Tegen klager is proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van overtreding van artikel 8, tweede lid, WVW 1994, gepleegd 20 juni 2024 te Almelo. Het proces-verbaal houdt onder meer in dat het alcoholgehalte in zijn adem hoger was dan 570 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, namelijk 515 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht.
Op 20 juni 2024 is op grond van het bovenstaande het rijbewijs van klager ingevorderd.
De officier van justitie heeft vervolgens binnen tien dagen beslist het rijbewijs onder zich te houden voor een periode van 4 maanden tot en met 19 oktober 2024.
Op 19 december 2024 zal de strafzaak tegen klager gepland. Ter zitting heeft de officier-raadsman verzocht om intrekking dan wel aanhouding van die behandeling, omdat klager tot en met 27 januari 2025 is uitgezonden naar Litouwen.
Procedure
Het klaagschrift is op 10 september 2024 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het openbaar ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 09 oktober 2024 het beklag in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de gemachtigde officier-raadsman en de officier van justitie op zitting gehoord.
Klager is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.
Beklag
Het beklag strekt tot toepassing van de militaire clausule ten aanzien van het rijbewijs van klager dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt.
Namens klager is aangevoerd dat klager op uitzending is in Litouwen als onderdeel van de ‘Enhanced Forward Presence’ operatie van de Navo. Hij wordt ingezet bij de [gepseudonimiseerd] en is daar onder meer werkzaam als chauffeur van een [gepseudonimiseerd] . Klager is nog de enige van dat bataljon die is opgeleid om dat voertuig te besturen en daarvoor beschikbaar is. Zonder klager kan het bataljon niet deelnemen aan de oefeningen en is het beperkt bij een eventuele inzet. Klager heeft zich intern al moeten verantwoorden voor zijn gedrag en heeft een negatief ambtsbericht voor twee jaren. Namens klager wordt derhalve verzocht om toepassing van de militaire clausule.
Standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft verklaard zich niet te verzetten tegen toepassing van de militaire clausule. Wat betreft het civiele rijbewijs verzet de officier van justitie zich wel tegen de teruggave van het rijbewijs. Klager heeft gereden onder invloed van alcohol, ten gevolge waarvan hij een eenzijdig ongeval heeft veroorzaakt, waarbij zijn bijrijder – tevens militair – gewond is geraakt.
Beoordeling
De rechtbank acht de inhouding van het rijbewijs op grond van artikel 164 lid 4 WVW 1994 rechtmatig. De officier van justitie heeft in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik gemaakt.
Uit het uittreksel justitiële documentatie (het strafblad) van klager blijkt onder meer dat klager niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.
Gelet op de ernst van het feit waarvan de klager wordt verdacht en ondanks zijn persoonlijke omstandigheden moet ernstig rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat aan de klager een onvoorwaardelijke rijontzegging zal worden opgelegd, van in ieder geval 4 maanden.
Het beklag zal dan ook ongegrond worden verklaard; het civiele rijbewijs zal nu niet worden teruggegeven.
Dit laat overigens onverlet dat de officier van justitie, dan wel de rechter te zijner tijd in de strafzaak een ontzegging van de rijbevoegdheid kan opleggen voor een langere periode dan de periode die het rijbewijs reeds ingevorderd of ingehouden is geweest.
De rechtbank overweegt daarnaast nog wel het volgende.
Klager is een militair en beschikt, naast het civiele rijbewijs, eveneens over een militair rijbewijs. De functie en werkzaamheden van klager voor defensie zijn van dermate groot belang voor het goed en doelmatig functioneren van de krijgsmacht, en in het bijzonder voor zijn huidige werkzaamheden in Litouwen, dat de rechtbank hieraan niet voorbij kan gaan. Het adequaat en effectief functioneren van het krijgsmachtonderdeel waartoe klager behoort, is in deze omstandigheden van groter belang. De rechtbank zal daarom toepassing geven aan de militaire clausule zodat klager zijn werkzaamheden voor defensie kan blijven uitvoeren.
Dictum
De meervoudige militaire raadkamer
- verklaart het beklag ongegrond.
- bepaalt dat de militaire clausule van toepassing is, met dien verstande dat binnen de periode dat het (civiele) rijbewijs blijft ingevorderd, militaire motorvoertuigen mogen worden bestuurd, indien en voor zover dit gebeurt in opdracht van zijn commandant, ook indien noodzakelijk wordt bevonden dat klager zich met een militair voertuig over de openbare weg dient te begeven.
Deze beslissing is gegeven door
mr. F.J.H. Hovens, voorzitter,
mr. Y.H.M. Marijs, rechter,
Kolonel mr. M. Hoedeman, militair lid,
in tegenwoordigheid van mr. B. Doedens, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2024.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor het Openbaar Ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open,
in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van deze beslissing.