Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-09-18
ECLI:NL:RBGEL:2024:6417
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
979 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/440128 / HA ZA 24-437
Vonnis van 18 september 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SIMPLY INVEST B.V.,
statutair gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
advocaat mr. J.H. Ligtenberg te Bodegraven,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AGT B.V.,
statutair gevestigd te Wijchen en kantoorhoudende te Nieuw-Vennep,
gedaagde,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding;
het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. Het gevorderde zal als volgt worden toegewezen.
2.2.
Eiseres heeft wettelijke handelsrente gevorderd ex artikel 6:119a BW. De in dit artikel genoemde verplichting (tot vergoeding van wettelijke handelsrente) mist echter toepassing bij toewijzing van een vordering tot ongedaanmaking in verband met de ontbinding van een handelsovereenkomst. Omdat eiseres wettelijke handelsrente heeft gevorderd, wordt aangenomen dat zij tevens aanspraak maakt op het mindere, te weten de wettelijke rente. Deze komt op de voet van artikel 6:119 BW voor vergoeding in aanmerking.
2.3.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 115,22
- griffierecht € 6.617,00
- salaris advocaat € 2.714,00 (1,0 punt × tarief € 2.714,00)
Totaal € 9.446,22.
2.4.
De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.
Dictum
De rechtbank
3.1.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 265.610,95, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag met ingang van 9 maart 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 3.103,05 aan buitengerechtelijke incassokosten,
3.3.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 9.446,22, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van veertien dagen na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 178,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 92,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling,
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst af hetgeen anders of meer is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.F. van den Berg en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2024.