Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-09-11
ECLI:NL:RBGEL:2024:6414
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
942 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/439805 / HA ZA 24-418
Vonnis van 11 september 2024
in de zaak van
De commanditaire vennootschap
EXQUISE VASTGOED C.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Voorthuizen,
eiseres,
advocaat mr. W.T. Broer te Utrecht,
tegen
[gedaagde]
,
handelend onder de naam [bedrijf 1],
wonende en zaakdoende te [woonplaats] ,
gedaagde,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding;
het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
2.2.
Eiseres vordert gedaagde te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering zal als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen, omdat eiseres heeft verzuimd de beslagstukken volledig in het geding te brengen. Meer in het bijzonder ontbreekt het exploot van overbetekening van het beslag aan de beslagene en het exploot van betekening van de bodemprocedure aan de derde-beslagene.
2.3.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 116,39
- griffierecht € 2.889,00
- salaris advocaat € 1.214,00 (1,0 punt × tarief € 1.214,00)
Totaal € 4.219,39.
2.4.
De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.
Dictum
De rechtbank
3.1.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 61.334,06, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag met ingang van 9 juli 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 1.388,44 aan buitengerechtelijke incassokosten, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag met ingang van de vijftiende dag na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 4.219,39, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 178,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 92,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,
3.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.F. van den Berg en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2024.