Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-01-17
ECLI:NL:RBGEL:2024:497
Civiel recht
Beschikking
4,573 tokens
Inleiding
RECHTBANK
GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer / rekestnummer: 10627421 \ AZ VERZ 23-41
Beschikking van 17 januari 2024
in de zaak van
[verzoeker]
,
te [plaats] ,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
verzoekende partij,
gemachtigde: mr. J.W. Menkveld,
tegen
1ASR SCHADEVERZEKERING N.V.,
te [plaats] ,
hierna te noemen: ASR,
2. [verweerder 2] ,
te [plaats] ,
hierna te noemen [verweerder 2]
verwerende partijen
gemachtigde: mr. S. van der Linden
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 14 juli 2023 met productie 1 tot en met 5;
- het verweerschrift van 20 november 2023 met productie 1 tot en met 3;
- het e-mailbericht van 27 november 2023 met productie 6 en 7 van [verzoeker] ;
- de mondelinge behandeling van 1 december 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn bijgehouden;
- de pleitaantekeningen van [verzoeker] , behoudens punt 3 tot en met 30 welke niet zijn voorgedragen;
- de pleitaantekeningen van ASR en [verweerder 2] , behoudens punt 1 tot en met 5 welke niet zijn voorgedragen;
- het e-mailbericht van 4 december 2023 met de tijdschrijflijst van [verzoeker] ;
- de brief van 12 december 2023 met akte van ASR en [verweerder 2] .
1.2.
[verzoeker] heeft bij het verzoekschrift enkel ASR in de procedure betrokken. Nadat was gebleken dat (ook) [verweerder 2] voor de mondelinge behandeling was verschenen, heeft [verzoeker] het verzoek in zoverre gewijzigd dat dit tevens gericht is tegen [verweerder 2] . ASR en [verweerder 2] hebben met deze wijziging ingestemd. Mr. S. van der Linden heeft zich gesteld als gemachtigde van [verweerder 2] .
Feiten
2.1.
[verzoeker] is sinds 1 februari 2015 in dienst van [verweerder 2] in de functie van Technisch bezorger.
2.2.
Op 10 januari 2023 hebben [verzoeker] en zijn collega [betrokkene 1] een bank bezorgd bij [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ). De bank diende op de eerste verdieping te worden geplaatst. [verzoeker] en [betrokkene 1] hebben de bank met een heftruck naar de eerste verdieping gebracht. Nadat zij de bank gemonteerd hadden, wilden zij de lege doos van de bank via de trap naar beneden brengen. Daarbij is [verzoeker] ten val gekomen en heeft hij zijn hakken gebroken.
2.3.
De Nederlandse Arbeidsinspectie (hierna: de arbeidsinspectie) heeft een onderzoek ingesteld naar het ongeval.
2.4.
De arbeidsinspectie heeft [verweerder 2] in de gelegenheid gesteld een werkgeversrapportage op te stellen. In het rapport van 3 maart 2023 staat onder meer:
“Hoewel het lastig is om directe verbanden te vinden met het ongeval en bedrijfsmatige oorzaken, komen we tot de conclusie dat de volgende punten verbeterd kunnen worden:
De oorzaken van het ongeval:
- Werkinstructies onvoldoende op orde;
- Veiligheidsinstructies onvoldoende op orde.
Onderstaand zijn de passende maatregelen voor deze oorzaken te vinden:
- Opstellen werkinstructies (…).
- Alle monteurs VCA laten certificeren en dat het nieuwe beleid maken (…).
- Frequente toolboxmeetings aanbieden (…).
- Borging communicatie werk- en veiligheidsinstructies door deze toe te voegen aan contracten en toe te voegen aan het handboek. Eerst laten keuren door het RMU voordat deze aan de contracten worden toegevoegd.
- Hoofdmonteur aanstellen (…).
Bovenstaande maatregelen zijn naar ons inzien allen oplossingen voor de achterliggende oorzaak van het ongeval, aangezien het slachtoffer zijn evenwicht is verloren zonder dat hij de doos vast had.”
In de als bijlage bij de werkgeversrapportage opgenomen verslagen van de verhoren is onder meer het volgende opgenomen:
Verhoor slachtoffer:
“(…)
Kun je voor mij omschrijven wat er precies is gebeurd?
(…) Ik heb [betrokkene 2] aangekeken met de doos tussen ons in. [betrokkene 2] is nooit de trap afgelopen maar stond boven. De trap is ongeveer 1.80 diep, dan komt er een horizontaal plateau, toen [betrokkene 2] aangekeken. Toen was er, aan mijn linkerkant, een trap naar beneden. Doos stond tussen ons in. Doos was leeg, zat alleen plastic in. Ik heb zijwaarts een stap gemaakt, niet gekeken naar links. Toen zat ik al op de tweede trede en verloor ik mijn evenwicht naar links. Lichaam draaide mee en toen kwam ik al los. Toen heb ik geprobeerd op de 4e trede mijn val te breken, maar toen zette ik me af en blesseerde ik mijn rechterknie. Toen heb ik mezelf door het afzetten eigenlijk gelanceerd en was ik los. Toen sprong ik het trapgat in. Toen dacht ik: ‘Dit is wel erg hoog’. Toen kwam ik onderaan de trap op mijn werkschoenen terecht en voelde het alsof mijn voeten uit elkaar knalden. (…) Heb gewoon een misstap naar links gemaakt en ben mijn evenwicht verloren, gewoon pech.
(…)
Wisten jullie wat je op de locatie aan zou treffen?
Ja, we zijn er eerder geweest. We kenden de locatie dus dat wisten we. Via een luik met de heftruck is de doos naar boven gehesen, doen we altijd als dit mogelijk is met zware materialen. Dit was een doos die je leeg ook wel van de trap af kon gooien, maar dat doe je niet, dat is niet netjes. Doos is voor mij niet het onderwerp in het ongeluk. Ik ben niet door de doos gevallen. Doos had ik niet in mijn handen vast, maar stond tussen ons in op de trap zelf.
Welke instructiebijeenkomsten over het werk wat je doet heb je gekregen bij [verweerder 2] ?
Niet echt specifiek dat we training gehad hebben. Ik weet zelf wel hoe dat moet. Hiervoor 30 jaar in natuurstenen bedrijf gewerkt waar we wisten hoe we moesten tillen en niet roekeloos mochten werken, dus dat weet ik gewoon allemaal nog.
Is er toezicht of controle op het werk wat jullie doen?
Nee. Ik kan me niet herinneren dat er ooit iets mis is gegaan. We werken altijd met beleid, eerst rustig kijken hoe we dingen gaan doen. We hebben jongens met ervaring lopen die scherp zijn en weten wat we moeten doen en we coachen elkaar. Geolied met elkaar.
Welke veiligheidsmaatregelen waren er genomen?
Spullen verankeren in de bus. Veilig de bus laten zakken. Veilig en goed tillen. Ingewerkt hoe je dingen tilt. Altijd eerst aan jezelf denken dat je niet hoeft te tillen: is er een heftruck, kan het door een raam o.i.d.
Welke veiligheidsmaatregelen waren aanvullend nodig om het werk veilig te doen?
Ik kan me niks bedenken.
Hoe kan een soortgelijk ongeval in de toekomst worden voorkomen?
Het leven is niet maakbaar. Dit kan gebeuren. In een split second maak je een misstap. (…)”
Verhoor getuige:
“(…)
Kun je voor mij omschrijven wat er precies is gebeurd op de dag van het ongeval?
(…) We hebben de bank in elkaar gezet en de lege doos wilden we meenemen naar beneden. We hielden de doos samen vast en [betrokkene 3] liep als eerste naar beneden. Ik was nog boven, of liep zelf ook een paar treden naar beneden, dat weet ik niet helemaal meer en toen zag ik ineens [betrokkene 3] naar beneden springen. Het gebeurde echt in een tel. Eerst kwam hij halverwege op de trap terecht, toen sprong hij nog verder en kwam hij beneden terecht. Het ging gewoon heel snel.
[betrokkene 3] liep als eerste naar beneden zeg je, hielden jullie allebei de doos vast?
Ja, we hielden allebei de doos vast.
Van wat ik begrepen heb, liep [betrokkene 3] achterstevoren naar beneden, klopt dat?
[betrokkene 3] wist het zelf ook niet. Ik durf het niet zeker te zeggen of hij achterstevoren liep.
Hield [betrokkene 3] de doos met zijn beide handen beet of hield hij ook de trapleuning vast?
Ik had de trapleuning niet vast, van [betrokkene 3] heb ik het niet gezien. Het was een grote doos dus [betrokkene 3] zat voor mijn zicht achter de doos. We hebben verder niet overlegd van hoe doen we het. Het was een lege doos dus we hebben gewoon de doos opgepakt en zijn toen naar beneden gelopen.
De trap heeft drie delen: je loopt eerst een stukje, dan kom je op een plateau terecht, dan loop je nog een stuk en dan heb je weer een plateau. Op welk stuk gebeurde het?
Volgens [betrokkene 3] raakte hij zijn evenwicht kwijt op het eerste plateau van bovenaf gezien. Hij heeft het eerste stukje van de trap gelopen en is op het plateau zijn evenwicht kwijtgeraakt.
(…)
Heb je vanuit [verweerder 2] ooit informatie gekregen over de werkwijze die je moet hanteren of hoe je dingen vast moet houden?
Nee. Toen ik hier kwam eerst een paar weken met een monteur mee die het al jaren doet. Geen kennistrainingen gehad. Ingewerkt door de monteurs zelf.
Wat zijn gevolgde opleidingen of cursussen die jij hebt gehad?
Ik heb de LTS gedaan; Elektro. In het verleden heb ik VCA gedaan, deze is nog steeds geldig.
Beoordeling
Bevoegdheid
4.1.
De kantonrechter van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, is – zoals tussen partijen overigens ook niet in geschil is – bevoegd van het op artikel 7:658 BW gegronde geschil tussen [verzoeker] en [verweerder 2] kennis te nemen. De vordering van
[verzoeker] jegens ASR is gebaseerd op artikel 7:954 BW. Deze vordering is in beginsel ter beoordeling voorbehouden aan de rechtbank, kamer voor handelszaken. Het komt de kantonrechter in dit geval echter uiterst inefficiënt en onpraktisch voor indien de beslissing niet door dezelfde rechter wordt genomen. [verzoeker] kan ASR op grond van artikel
7:954 BW immers alleen rechtstreeks aanspreken uit de door [verweerder 2] afgesloten verzekering indien ASR een uitkering aan [verweerder 2] verschuldigd is. Daarvoor is nodig dat [verweerder 2] aansprakelijk is tegenover [verzoeker] op grond van artikel 7:658 BW. De kantonrechter ziet daarom af van de ambtshalve verwijzing naar de rechtbank, kamer voor handelszaken. Daarmee wordt voorkomen dat de zaken bij verschillende rechters komen. Partijen hebben overigens ook geen bezwaar tegen afdoening door de kantonrechter.
Deelgeschilprocedure
4.2.
Als iemand een ander aansprakelijk houdt voor schade die hij lijdt door dood of letsel kan hij op gezien artikel 1019w lid 1 Rv de rechter verzoeken te beslissen over een geschil omtrent of in verband met een deel van wat ter zake tussen hen rechtens geldt en waarvan de beëindiging kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Deze procedure biedt partijen een eenvoudige, snelle en tegenover een bodemprocedure (meestal) aanmerkelijk goedkopere toegang tot de rechter ter oplossing van een of meer deelgeschillen in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase. De procedure heeft tot doel om met behulp van de interventie van de deelgeschilrechter dichter bij een buitengerechtelijke oplossing te komen.
4.3.
Bij de beoordeling van het deelgeschil moet de kantonrechter zich de vraag stellen of de bijdrage van de verzochte beslissing aan de mogelijke totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst zodanig is dat deze opweegt tegen de kosten en het tijdsverloop van de procedure. Een deelgeschil waarvan te verwachten is dat de beantwoording van die vraag te kostbaar is en veel tijd in beslag zal nemen, bijvoorbeeld omdat bewijsvoering nodig zal zijn, zal zich minder snel lenen voor een deelgeschilprocedure.
Schending zorgplicht?
4.4.
De kantonrechter stelt voorop dat artikel 7:658 lid 1 BW een zorgplicht in het leven roept en de werkgever verplicht de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee hij de arbeid doet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden alsmede voor het verrichten van arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te geven als redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. Met artikel 7:658 BW is niet beoogd een absolute waarborg te scheppen voor de bescherming van de werknemer tegen het gevaar van het ontstaan van schade in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Een werknemer die op grond van artikel 7:658 lid 2 BW schadevergoeding vordert, zal dienen te stellen en zo nodig bewijzen dat hij schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden voor de werkgever. Indien komt vast te staan dat de werknemer bij de uitoefening van zijn werkzaamheden schade heeft geleden dan is de werkgever op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk, tenzij hij aantoont dat hij de in lid 1 van deze bepaling bedoelde verplichtingen is nagekomen dan wel dat nakoming van deze zorgplicht het ongeval niet zou hebben voorkomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.
4.5.
Vast staat dat [verzoeker] een ongeval is overkomen in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Daarvoor is [verweerder 2] in beginsel aansprakelijk tenzij zij aantoont dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan. Van (een beroep op) opzet of roekeloosheid is in deze zaak geen sprake.
4.6.
Aangenomen kan worden dat [verweerder 2] haar werknemers niet schriftelijk of mondeling heeft geïnstrueerd over hoe een vaste trap af te dalen. In zijn algemeenheid kan dat ook niet van haar worden gevergd, omdat traplopen een alledaagse handeling (met een zogenaamd “huis-, tuin- en keuken”-karakter) is. Dit ligt anders indien een trap moet worden belopen met een last. Alsdan dient de werkgever te voorkomen (door het treffen van maatregelen en/of het geven van aanwijzingen) dat zijn werknemers zonder een veilig houvast met de hand lasten dragen op een trap (zie ook artikel 7.23a van het Arbeidsomstandighedenbesluit).
4.7.
Bij de beantwoording van de vraag of [verweerder 2] haar zorgplicht is nagekomen, is (dus) van belang wat nu uiteindelijk de oorzaak van het ongeval is geweest. Is [verzoeker] , zonder dat hij de lege doos vasthield, “misgestapt” (zoals [verweerder 2] stelt en hij zelf ook in eerste instantie heeft verklaard), of had hij, met de doos in de hand, onvoldoende houvast en heeft hij (daardoor) zijn evenwicht verloren? In het eerste geval gaat het om een ongeval dat eigenlijk meer met (on)oplettendheid van [verzoeker] te maken heeft dan met het ontbreken van maatregelen en/of aanwijzingen met betrekking tot de werkzaamheden.
Conclusie
4.8.
De voorhanden zijnde schriftelijke verklaringen, aangevuld met [verzoeker] verklaring ter zitting, zijn naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende om de toedracht van het ongeval in deze procedure te kunnen vaststellen. Daarvoor is nadere bewijslevering nodig, waarvoor, zoals reeds is overwogen, een deelgeschilprocedure zich in beginsel niet leent. Voor een uitzondering op dit beginsel wordt in casu geen aanleiding gezien. Dit betekent dat het verzoek van [verzoeker] op grond van artikel 1019z Rv zal worden afgewezen.
Kosten deelgeschil
4.9.
[verzoeker] heeft verzocht Allianz te veroordelen in de kosten als bedoeld in artikel 1019aa Rv. Ook als een verzoek op grond van artikel 1019z Rv wordt afgewezen, dient de kantonrechter de kosten te begroten. Daarbij gaat het om kosten die in redelijkheid zijn gemaakt en die in omvang redelijk zijn.
4.10.
In casu worden de kosten, met inachtneming van voormelde dubbele redelijkheidstoets, begroot op € 2.312,40 (8 x € 230,00 vermeerderd met btw en het door [verzoeker] betaalde griffierecht van € 86,00). Daarbij is in plaats van de opgegeven 11 aan deze kwestie bestede uren uitgegaan van 8 uren, gelet op de omvang en inhoud van het verzoekschrift en de mate van complexiteit.
Dictum
De kantonrechter
5.1.
begroot de kosten van [verzoeker] als bedoeld in artikel 1019aa Rv op € 2.312,40;
5.2.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken door
mr. M.D.R. Joppe op 17 januari 2024.
520 \ 918