Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-01-03
ECLI:NL:RBGEL:2024:41
Strafrecht
Raadkamer
2,436 tokens
Dictum
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres]
hierna te noemen: verzoeker.
Advocaat: mr. M.P.K. Ruperti, advocaat te Apeldoorn.
Feiten
De officier van justitie heeft beslist verzoeker niet verder te vervolgen en heeft dat bij brief van 3 februari 2023 aan verzoeker meegedeeld.
Procedure
Het verzoekschrift is op 2 mei 2023 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. Het openbaar ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt. De rechtbank heeft op 20 december 2023 het verzoekschrift in openbare raadkamer behandeld en daarbij verzoeker, de advocaat en de officier van justitie gehoord.
Verzoek
Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding van in totaal € 4.883,72 wegens:
de kosten van een raadsman in de strafzaak; door verzoeker zijn overgelegd een factuur van de advocaat tot een bedrag van € 4.203,72 en een urenspecificatie;
de kosten van een raadsman voor het opstellen, indienen en in raadkamer toelichten van dit verzoek tot een bedrag van € 680,--.
Standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie tekent aan dat enkele werkzaamheden: ‘studie dossier’ en ‘telefoongesprek met cliënt’ zijn verricht na het sepot zodat deze kosten niet kunnen worden meegenomen in de rechtsbijstandskosten. Uitgaande van een gewijzigd aantal uren van 10,5 uur, acht de officier van justitie toekenning van het verzoek toewijsbaar tot € 3.838,17.
Beoordeling
De rechtbank is bevoegd en het verzoek is tijdig ingediend. Het ingediende verzoekschrift is weliswaar niet ondertekend door verzoeker zelf, maar deze was tijdens de behandeling van het verzoek aanwezig en heeft verklaard dat het verzoek namens hem is ingediend. Daarmee is dit verzuim hersteld.
Aan de gewezen verdachte kan een vergoeding worden toegekend voor werkelijke schade als gevolg van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting. Ook kan een vergoeding worden toegekend voor de kosten van een raadsman, inclusief kosten voor bijstand tijdens de verzekering en de voorlopige hechtenis, behalve als de raadsman was toegevoegd. De toekenning van een schadevergoeding heeft steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
In discussie zijn de werkzaamheden die zijn verricht ná de sepotmededeling van 3 februari 2023, te weten dossierstudie van 42 minuten en aansluitend telefoongesprek met verzoeker van 18 minuten op 27 maart 2023. De advocaat heeft aangevoerd dat dit minder opmerkelijk is dan het lijkt. De strafzaak betreft een ernstige aantijging van aanranding, waarbij verzoeker kennelijk in beeld kwam op basis van een vaag signalement. Dit leidde tot een strafrechtelijk onderzoek, dat uiteindelijk is geëindigd in een sepot met enkel als motivering dat verzoeker ten onrechte als verdachte is aangemerkt. Dit noopte de advocaat ertoe nogmaals het dossier na te gaan waarop deze sepotmotivering zou kunnen zijn gebaseerd en vervolgens moest hij dat uitleggen aan cliënt.
De rechtbank acht deze nadere motivering voor dit onderdeel van het verzoek niet onaannemelijk. Als het openbaar ministerie volstaat met een algemeen sjabloon van de sepotbeslissing zonder enige concrete toelichting, is het kennelijk aan de advocaat om te proberen deze beslissing nader te duiden. Als daarmee vervolgens kosten gemoeid zijn, is het billijk deze kosten ook te vergoeden. Dat betekent dat verzoek geheel wordt toegewezen.
Dictum
De rechtbank:
- kent aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 4.883,72;
Deze beslissing is gegeven door de meervoudige militaire raadkamer: mr. F.J.H. Hovens als voorzitter, mr. T.P.E.E. van Groeningen en kapitein-ter-zee mr F.E. Venema, in tegenwoordigheid van mr. L. Willems, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 januari 2024.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de officier van justitie binnen veertien dagen daarna en voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.
BEVELSCHRIFT VAN TENUITVOERLEGGING
De rechter beveelt de tenuitvoerlegging van vorenstaande beslissing als de zaak onherroepelijk is en de betaling ten laste van ’s Rijks kas door de griffier van deze rechtbank van een bedrag van:
€ 4.883,72 ten gunste van verzoeker, door overmaking van voornoemd bedrag op rekeningnummer [Ibannummer] , ten name van [tenaamstelling] , onder vermelding van ‘ [ovv] ’.
Dictum
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres]
hierna te noemen: verzoeker.
Advocaat: mr. M.P.K. Ruperti, advocaat te Apeldoorn.
Feiten
De officier van justitie heeft beslist verzoeker niet verder te vervolgen en heeft dat bij brief van 3 februari 2023 aan verzoeker meegedeeld.
Procedure
Het verzoekschrift is op 2 mei 2023 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. Het openbaar ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt. De rechtbank heeft op 20 december 2023 het verzoekschrift in openbare raadkamer behandeld en daarbij verzoeker, de advocaat en de officier van justitie gehoord.
Verzoek
Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding van in totaal € 4.883,72 wegens:
de kosten van een raadsman in de strafzaak; door verzoeker zijn overgelegd een factuur van de advocaat tot een bedrag van € 4.203,72 en een urenspecificatie;
de kosten van een raadsman voor het opstellen, indienen en in raadkamer toelichten van dit verzoek tot een bedrag van € 680,--.
Standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie tekent aan dat enkele werkzaamheden: ‘studie dossier’ en ‘telefoongesprek met cliënt’ zijn verricht na het sepot zodat deze kosten niet kunnen worden meegenomen in de rechtsbijstandskosten. Uitgaande van een gewijzigd aantal uren van 10,5 uur, acht de officier van justitie toekenning van het verzoek toewijsbaar tot € 3.838,17.
Beoordeling
De rechtbank is bevoegd en het verzoek is tijdig ingediend. Het ingediende verzoekschrift is weliswaar niet ondertekend door verzoeker zelf, maar deze was tijdens de behandeling van het verzoek aanwezig en heeft verklaard dat het verzoek namens hem is ingediend. Daarmee is dit verzuim hersteld.
Aan de gewezen verdachte kan een vergoeding worden toegekend voor werkelijke schade als gevolg van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting. Ook kan een vergoeding worden toegekend voor de kosten van een raadsman, inclusief kosten voor bijstand tijdens de verzekering en de voorlopige hechtenis, behalve als de raadsman was toegevoegd. De toekenning van een schadevergoeding heeft steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
In discussie zijn de werkzaamheden die zijn verricht ná de sepotmededeling van 3 februari 2023, te weten dossierstudie van 42 minuten en aansluitend telefoongesprek met verzoeker van 18 minuten op 27 maart 2023. De advocaat heeft aangevoerd dat dit minder opmerkelijk is dan het lijkt. De strafzaak betreft een ernstige aantijging van aanranding, waarbij verzoeker kennelijk in beeld kwam op basis van een vaag signalement. Dit leidde tot een strafrechtelijk onderzoek, dat uiteindelijk is geëindigd in een sepot met enkel als motivering dat verzoeker ten onrechte als verdachte is aangemerkt. Dit noopte de advocaat ertoe nogmaals het dossier na te gaan waarop deze sepotmotivering zou kunnen zijn gebaseerd en vervolgens moest hij dat uitleggen aan cliënt.
De rechtbank acht deze nadere motivering voor dit onderdeel van het verzoek niet onaannemelijk. Als het openbaar ministerie volstaat met een algemeen sjabloon van de sepotbeslissing zonder enige concrete toelichting, is het kennelijk aan de advocaat om te proberen deze beslissing nader te duiden. Als daarmee vervolgens kosten gemoeid zijn, is het billijk deze kosten ook te vergoeden. Dat betekent dat verzoek geheel wordt toegewezen.
Dictum
De rechtbank:
- kent aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 4.883,72;
Deze beslissing is gegeven door de meervoudige militaire raadkamer: mr. F.J.H. Hovens als voorzitter, mr. T.P.E.E. van Groeningen en kapitein-ter-zee mr F.E. Venema, in tegenwoordigheid van mr. L. Willems, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 januari 2024.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de officier van justitie binnen veertien dagen daarna en voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.
BEVELSCHRIFT VAN TENUITVOERLEGGING
De rechter beveelt de tenuitvoerlegging van vorenstaande beslissing als de zaak onherroepelijk is en de betaling ten laste van ’s Rijks kas door de griffier van deze rechtbank van een bedrag van:
€ 4.883,72 ten gunste van verzoeker, door overmaking van voornoemd bedrag op rekeningnummer [Ibannummer] , ten name van [tenaamstelling] , onder vermelding van ‘ [ovv] ’.