Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-01-24
ECLI:NL:RBGEL:2024:327
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,237 tokens
Inleiding
beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Locatie Zutphen
Zaaknummer: C/05/425797 / ZJ RK 23-847
Datum uitspraak: 24 januari 2024
Beschikking van de kinderrechter over de schriftelijke aanwijzing
in de zaak van
[naam moeder] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna: de moeder,
advocaat mr. S.J. Daniels te Utrecht,
tegen
de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdzorg en Reclassering,
gevestigd te Zwolle,
hierna: de GI,
over
[naam minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] ,
hierna: [minderjarige 1] , en
[naam minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] ,
hierna: [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
[naam vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .
1Het verdere verloop van de procedure
1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 30 november 2023;
- de brief met bijlagen van de GI, ingekomen bij de griffie op 4 januari 2024.
1.2.
Tijdens de mondelinge behandeling van 9 januari 2023 zijn gehoord, gelijktijdig met de procedure over verlenging van de onder toezichtstelling en uithuisplaatsing (zaaknummer C/05/428527 ZJ RK 23-1031):
- de moeder, bijgestaan door mr. S.J. Daniels;
- de vader;
- een vertegenwoordiger van de GI;
- een vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
2De nadere standpunten
2.1.
De advocaat van de moeder heeft naar voren gebracht dat de moeder niet meewerkt aan het contact omdat de samenwerking met de GI stroef verloopt. De moeder wil meer contact, en daarom heeft zij een contactregeling verzocht zoals zij het contact voor ogen heeft. In essentie wil de moeder wekelijks contact en bijvoorbeeld slaapverhaaltjes kunnen inspreken. Voor de moeder is vertrouwen belangrijk.
2.2.
De GI heeft het volgende toegelicht. De moeder blijft van mening dat een pleegzorgwerker niet voldoende neutraal is om de contactmomenten te begeleiden, waarop de moeder de GI en pleegzorg heeft laten weten geen gebruik te maken van de contactmomenten met de kinderen, totdat de schriftelijke aanwijzing van 21 september 2023 ter zitting behandeld is. Dit maakt dat de moeder en de kinderen elkaar fysiek niet meer gezien hebben sinds 14 juli 2023. De GI vindt deze keuze van de moeder niet in het belang van de kinderen, omdat moeder voor de kinderen belangrijk is en het niet goed is voor hun identiteitsontwikkeling wanneer er geen contact is tussen beide. Op 19 december 2023 is er getracht om een herstelgesprek met pleegzorg en de pleegzorgwerker te voeren, zodat het contact van de schriftelijke aanwijzing weer uitgevoerd kan worden. Het gesprek heeft niet geleid tot het gewenste resultaat.
3Het standpunt van de Raad
3.1.
De Raad vindt het jammer dat er nu geen contact is tussen de moeder en de kinderen. Daarin had de moeder kunnen laten zien dat zij er anders mee omgaat. De moeder is boos richting de pleegouders en de GI, zij heeft weinig vertrouwen in de samenwerking. Daar gaat haar energie naar toe in plaats van naar een opbouw van het contact met de kinderen. Het risico van het inzetten van een moeder-kindhuis terwijl het nu goed gaat met de kinderen in het pleeggezin vindt de Raad te groot. De samenwerking moet verbeteren, mogelijk met inzet van mediation. Als het perspectief niet bij de ouders ligt, dan is het aan de GI om het contact vorm te geven. Er moet een opbouw in het contact komen.
4De verdere beoordeling
4.1.
Bij beschikking van de kinderrechter van 30 november 2023 is de zaak verwezen naar de meervoudige kamer om een voortgezette mondelinge behandeling te laten plaatsvinden. Aan de rechtbank ligt voor om te beslissen over het verzoek van de moeder om de schriftelijke aanwijzing geheel vervallen te verklaren, en over het verzoek een contactregeling vast te stellen.
4.2.
De moeder heeft niet gesteld dat de schriftelijke aanwijzing onzorgvuldig is voorbereid. De rechtbank heeft daarom geen reden te twijfelen aan de zorgvuldigheid van de voorbereiding van de schriftelijke aanwijzing.
4.3.
De rechtbank is van oordeel dat de schriftelijke aanwijzing onvoldoende is onderbouwd en verklaart de schriftelijke aanwijzing daarom als vervallen. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende. De schriftelijke aanwijzing betekent een behoorlijke beperking van het contact tussen de kinderen en de moeder. Als motivering voor het beperkte contact zoals vastgelegd in de schriftelijke aanwijzing heeft de GI enkel aangevoerd dat het opgroeiperspectief van de kinderen niet meer bij de moeder ligt. Ten aanzien van het perspectief van de kinderen verwijst de rechtbank naar de beschikking van 11 januari 2024 (zaaknummer C/05/428527 ZJ RK 23-1031) waarmee de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing van de kinderen is verlengd tot 12 januari 2025. De rechtbank overweegt dat het enkele gegeven dat het opgroeiperspectief van de kinderen niet bij de moeder ligt, niet zonder meer betekent dat het contact met de moeder (verregaand) beperkt moet worden. Dat vergt nadere motivering. Pas toen de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling hierop doorvroeg bij de GI, lichtte de GI toe dat de achterliggende gedachte van het beperkte contact is om de kinderen beter te laten hechten in het pleeggezin. Welk risico een ruimere contactregeling zou vormen en hoe de kinderen daarop zouden reageren is onduidelijk gebleven. De GI heeft hier ook geen concrete, op waarnemingen of gedrag van de kinderen gebaseerde informatie over verschaft. Dit alles maakt dat de rechtbank tot de conclusie komt dat de schriftelijke aanwijzing ontoereikend is gemotiveerd.
4.4.
Het voorgaande betekent dat de GI opnieuw zal moeten bekijken wat passend is voor de kinderen, en welke opbouw van het contact met de moeder daarbij past. De GI dient in gesprek te gaan met de moeder en de pleegouders om de onderlinge samenwerking te verbeteren, een nieuwe start te maken en tot nieuwe afspraken te komen over het contact tussen de kinderen en de moeder. Omdat de kinderen de moeder al een half jaar niet meer fysiek hebben gezien, zal de rechtbank geen contactregeling vastleggen. Het is belangrijk dat het contact weer zorgvuldig opgebouwd wordt in een tempo dat in het belang van de kinderen is. Hoe het contact het beste kan worden hervat en uitgebreid, kan de GI het beste inschatten. De rechtbank verwacht dat de GI hiermee voortvarend aan de slag zal gaan.
Dictum
De rechtbank:
5.1.
verklaart de schriftelijke aanwijzing van de GI van 21 september 2023 vervallen;
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. Hilberink, kinderrechter en voorzitter, mr. M.G.J. Post en mr. A.A. Roodenburg, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Verschuren als griffier en in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2024.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.