Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-01-23
ECLI:NL:RBGEL:2024:320
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,803 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht, team belastingrecht
zaaknummers: ARN 23/7115 en 23/7193
uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 januari 2024
op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , belanghebbende
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Doesburg, de heffingsambtenaar.
Inleiding
In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van belanghebbende tegen de heffingsambtenaar. Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist hij ook op het beroep van belanghebbende daartegen. Artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht maakt dat mogelijk.
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende op 17 juni 2023 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft in de uitspraak op bewaar van 26 september 2022 het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag gehandhaafd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 9 januari 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van belanghebbende deelgenomen. Namens de heffingsambtenaar zijn [naam 1] en [naam 2] verschenen.
Feiten
Belanghebbende heeft op 17 juni 2023 aan de Markt in Doesburg haar auto geparkeerd. Zij heeft de auto geparkeerd in een vak waarin een lantaarnpaal geplaatst is. De auto stond vrijwel geheel in het vak, waarbij aan de voorkant nog wat ruimte over was, de achterwielen de binnenkant van de lijn van het vak raakten en de achterbumper iets uitstak. Belanghebbende heeft niet betaald voor het parkeren.
Een parkeercontroleur heeft op 17 juni 2023 om 11.49 uur geconstateerd dat de auto op de Markt geparkeerd stond zonder dat parkeerbelasting was voldaan. De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting van € 74,35 opgelegd, bestaande uit € 1,45 voor het parkeren en € 72,90 administratiekosten.
In Tabel 2 van de bijlage bij het Aanwijzingsbesluit parkeren Doesburg 2017 (het aanwijzingsbesluit) is, voor zover hier van belang, Terrein Markt aangewezen als locatie waar (onder meer) betaald parkeren geldt. Als detail is daarbij vermeld “Geheel terrein”. Dit is een uitwerking van artikel 1, onder b, van het aanwijzingsbesluit, waarin het college van B en W heeft besloten locaties aan te wijzen waar betaald parkeren geldt en met een vergunning mag worden geparkeerd.
4. In de Parkeerverordening Doesburg 2017 is voor het parkeren op een plaats waar betaald parkeren geldt geen strafbepaling in de zin van de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften opgenomen.
5. Bij binnenkomst van het terrein passeren automobilisten een bord waaruit volgt dat een betaaldparkerenregime geldt (RVV bord E4). Onder dit bord bevindt zich een bord met een tekst ‘parkeren uitsluitend in de vakken’ of woorden van gelijke strekking. De tekst op dit onderbord op 17 juni 2023 was niet zichtbaar bij het oprijden van het parkeerterrein, doordat het 180 graden was gedraaid.
6. Op verzoek van de gemachtigde van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij e-mail van 11 oktober 2023 aanvullende informatie verstrekt over het parkeren in Doesburg. Daarin is een tabel opgenomen met het aantal betaalde dan wel gratis parkeerplaatsen in Doesburg. Hierin is vermeld dat er op de Markt 47 parkeerplaatsen zijn. Uit onderzoek ter plaatse door de gemachtigde en de heer [naam 2] volgt dat zich op het terrein 49 vakken bevinden waar auto’s zouden kunnen staan. In twee daarvan staat een lantaarnpaal, in de andere 47 niet. Alleen die 47 vakken voldoen aan de NEN-norm 2443:2013 ‘parkeren en stallen van personenauto’s op terreinen en in garages’ (de NEN-norm). Op grond van die norm gelden als minimale afmetingen van een parkeervak voor een parkeerterrein voor openbaar intensief gebruik een minimale breedte van 2,4 meter en een minimale lengte van 4,5 meter.
Beoordeling
7. De voorzieningenrechter beoordeelt of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Daarbij is van belang of het vak waarin belanghebbende haar auto had geparkeerd (op juiste wijze) is aangemerkt als fiscale parkeerplaats. Voor zover dat het geval is, dient te worden beoordeeld of het feit dat deze parkeerplaats niet voldoet aan de NEN-norm niettemin geen parkeerbelasting geheven kan worden.
8. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de naheffingsaanslag terecht aan belanghebbende is opgelegd. Daarbij is het volgende van belang.
9. Belanghebbende heeft aangevoerd dat in de gemeente Doesburg bij gemeentelijk besluit 47 vakken als fiscale parkeervakken voor de Markt zijn aangewezen. Door de wijze waarop de markt is gesitueerd zijn er optisch gezien 49 parkeervakken. Er zijn dus twee extra vakken, te herkennen aan de lantaarnpaal die in elk van die twee vakken is geplaatst. Volgens belanghebbende heft de gemeente Doesburg al jaren ten onrechte parkeerbelasting voor deze twee vakken en moet het de gemeente Doesburg per ommegaande verboden worden nog langer parkeerbelasting te heffen voor beide vakken. Ter zitting heeft de gemachtigde van belanghebbende bevestigd dat voldoende kenbaar is dat (op zich) voor het parkeren op de Markt betaald dient te worden. Belanghebbende is echter van mening dat voor het vak waarin zij haar auto heeft geparkeerd geen parkeerbelasting verschuldigd is omdat dit vak niet onder de 47 aangewezen fiscale parkeervakken valt.
Verder stelt belanghebbende dat als gevolg van het feit dat de afmetingen van de twee vakken niet aan de NEN-norm voldoen geen sprake is van fiscale parkeervakken.
10. De heffingsambtenaar voert daartegen aan dat het gehele terrein van de Markt in het aanwijzingsbesluit is aangewezen als gebied waar betaald parkeren geldt en niet, zoals belanghebbende stelt, 47 parkeerplaatsen op de Markt. Waar op de Markt vakken zijn aangegeven met behulp van lijnen mag geparkeerd worden maar dat brengt niet mee dat buiten de vakken geen parkeerbelasting verschuldigd is. De aan de gemachtigde verstrekte tabel met de aantallen betaalde en gratis parkeerplaatsen is een inventarisatie van de parkeerplaatsen in Doesburg. Dat doet echter niet af aan de inhoud van het aanwijzingsbesluit.
11. De voorzieningenrechter volgt de heffingsambtenaar in zijn redenering. In Tabel 2 is het Terrein Markt als geheel terrein aangewezen als locatie waar betaald parkeren geldt en niet het aantal parkeerplaatsen. Dit betekent dat er een wettelijke basis is voor het heffen van parkeerbelasting wanneer auto’s op dit terrein staan, ongeacht of ze in een van de 47 parkeervakken staan. Daar kan een tabel in een e-mail niet aan afdoen, te meer omdat de heffingsambtenaar heeft toegelicht dat die tabel een inventarisatie van het aantal parkeervakken in Doesburg is en het niet gaat om een aanwijzing bij gemeentelijk besluit als betaaldparkeervakken.
12. De stelling van belanghebbende dat de twee extra parkeervakken niet voldoen aan de afmetingen zoals opgenomen in de NEN-norm kan evenmin slagen. In deze norm zijn de functionele eisen, prestatie-eisen en aanbevelingen voor het ontwerpen van parkeervoorzieningen opgenomen. De norm is bedoeld als toetsingskader voor betrokkenen bij de totstandkoming van parkeervoorzieningen. De norm is nadrukkelijk geen programma van eisen. Dit betekent dat er voor een fiscaal parkeervak niet behoeft te worden aangesloten bij de afmetingen zoals opgenomen in deze norm. Belanghebbende kan zich niet op beroepen op de NEN-norm voor wat betreft de belastingheffing omdat de norm niet strekt tot de bescherming van haar belangen.
13. In eerste instantie heeft belanghebbende nog het standpunt ingenomen dat niet duidelijk is of de naheffingsaanslag door een daartoe bevoegde ambtenaar is opgelegd. Na een toelichting van de heffingsambtenaar inclusief verwijzing naar de aanwijzingsbesluiten heeft belanghebbende haar argument niet verder onderbouwd. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de bevoegdheden van zowel de toezichthouder als de heffingsambtenaar.
14. De uitspraak op bezwaar bevat volgens belanghebbende een summiere uitleg, waardoor deze onvoldoende is gemotiveerd. De rechtbank is van oordeel dat er geen schending van het motiveringbeginsel heeft plaatsgevonden. De heffingsambtenaar is in de uitspraak ingegaan op de door belanghebbende aangevoerde gronden en heeft zijn afwijzing weliswaar kort, maar naar behoren gemotiveerd.
15. Nu er meteen op het beroep beslist zal worden, heeft belanghebbende geen belang meer bij een beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
Conclusie
16. Het beroep is ongegrond. Er is geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De voorzieningenrechter:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.A. Eskes, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Knol, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2024.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.
Aanwijzingsbesluit parkeren Doesburg 2017, geraadpleegd via [website 1] op 9 januari 2024.
Parkeerverordening Doesburg 2017, geraadpleegd via [website 2] op 9 januari 2024.